Aangezien we een paar maanden geleden hadden getraind met het spelen van een VR-escaperoom, vonden Jeroen, Bertine, David en ik dat we inmiddels wel klaar waren voor de meer gevorderde versie waar we oorspronkelijk naartoe wilden: de Alice in Wonderland VR-escaperoom!
Zoals inmiddels al enigszins traditie is, begonnen we met een lunch vooraf, zodat we ook even konden bijpraten met ons Orenda-clubje. En toen was het brillen op, controllers in de hand, en down the rabbit hole!!
Het was op zich fijn dat we al eens eerder een virtual reality-spel hadden gedaan, maar ik vermoed dat we deze ook best zonder oefening hadden kunnen spelen. De puzzels waren iets complexer en sommige hebben we min of meer per ongeluk opgelost, maar we eindigden met nog net iets minder dan 10 minuten op de klok! De setting was mooi en er zaten zeer veel herkenbare Alice in Wonderland-elementen in het spel, zoals het rood verven van rozen en het spelen van croquet met flamingo’s. Maar het was zoals te verwachten visueel wel erg gebaseerd op de film van Tim Burton. Al kon ik die ene zeer subtiele verwijzing naar het boek erg waarderen: één van de codes die we ergens op toe moesten passen was 1865, wat ik gelijk herkende als het jaar waarin “Alice’s Adventures in Wonderland” was gepubliceerd. Toch nog een klein nerd-momentje. 😎
We speelden deze game in Amersfoort, maar ik vond de locatie wat minder dan die waar we de vorige keer waren. Het was er druk, waardoor we later begonnen dan gepland, en we hadden geen eigen ruimte, maar deelden de hokjes met andere bezoekers die andere spellen speelden, waardoor je soms wel wat geluidsoverlast had. En de headset zat hier met een kabel aan de muur vast, waardoor je niet goed zelf mee kon draaien met het beeld: om je as draaien kon je beter doen via de controllers. Dat voelde minder natuurlijk en liep niet altijd even soepel. Desondanks hebben we ons wederom goed geamuseerd!
We hadden een arrangementje genomen en konden daardoor na afloop ter plekke genieten van avondeten. Want ook al sta je een uur lang op dezelfde plek, al die mentale inspanning maakt toch hongerig! 😋
We hebben ook gelijk een nieuwe datum geprikt voor een volgende escaperoom, maar dat wordt toch weer gewoon eentje waarbij je fysiek aan spulletjes mag prutsen en waar de puzzels grotere breinbrekers zijn. En er is ook al gesproken over een bordspellen-avondje, dus we hebben alweer een hoop leuks om naar uit te kijken! 😊
Gisteren had ik overdag een repetitie met De Soete Inval, maar ‘s avonds was het tijd om muziek te consumeren in plaats van zelf te maken. In een concert-nieuwsbrief had ik namelijk een tijdje geleden gezien dat de IJslandse band Árstíðir een optreden in de Stevenskerk in Nijmegen zou gaan geven. Ik kende ze van Castlefest en het leek me een prachtige setting voor hun muziek, dus daar wilde ik graag kaartjes voor! Árstíðir heeft namelijk hele mooie meerstemmige zang. Ik vind niet al hun muziek even geweldig – soms vind ik de elektronische beats wat te veel een keurslijf voor de rest van hun zang en ook niet zo super matchen bij hun akoestische gitaren, viool en cello (die laatste twee geven absoluut prachtige effecten in hun liedjes), maar ze hebben ook hele mooie nummers zonder die beats. Ze zijn bv. ooit viraal gegaan met een hymn die ze in een treinstation zongen.
Nadat ik de kaartjes al had gekocht, kwam ik er pas achter dat ze ook dit jaar weer op Castlefest zouden staan, dus dat was een extra bonus. Ik heb daar toen heerlijk op hun muziek gedanst met Sander en Vincent – want als je wil dansen zijn die beats juist weer heel erg gaaf! Het is dus eigenlijk een band die in verschillende settingen op verschillende manieren tot zijn recht komt.
Maar gisteren was het dus een zitconcert en ik had Rinske meegenomen.
De Stevenskerk is geen standaard concertlocatie en dus waren er gelijkvloerse banken in plaats van een tribune-opstelling, waardoor ik de band niet zo heel goed kon zien. Maar ik kwam natuurlijk voor het geluid en dat was prachtig! De akoestiek in de kerk was minstens net zo mooi als waar ik op gehoopt had en de band was zelf ook onder de indruk, want toen ze het podium opkwamen deelden ze mee dat ze die middag bij aankomst hun setlist voor hun Europese tour spontaan op de locatie hadden aangepast: eigenlijk wilden ze vooral de nummers van hun nieuwe cd spelen, maar dit optreden begonnen ze toch maar met twee beatloze hymns, en tijdens hun tweede set zongen ze ook nog twee liedjes volledig a capella! Ik klaagde niet, dit was precies waar ik voor kwam! ^_^
Maar ook de beats galmden mooi vol door de ruimte en gaven daardoor een extra episch effect. Alleen hun verhaaltjes via de microfoon waren helaas wat minder goed te verstaan door de galm (in combinatie met hun IJslandse accent. )
Na afloop zijn Rinske en ik nog ergens wat gaan drinken onder het genot van een portie nacho’s, dus het was een geslaagde avond!
Wat was het weer een fijn weekendje weg met mijn lieve Heksengodinnen-vriendinnetjes! Van vrijdag tot en met zondag hadden we via Airbnb een schattig klein schipperswoninkje in Groningen gehuurd. Ditmaal geen weekendje dwalen door de bossen of vage workshops doen dus, maar lekker shoppen en sight-seeing in een stad voor de verandering!
Wandelen was sowieso niet echt een optie geweest, want het was helaas erg regenachtig. Gelukkig waren er ook droge momenten, dus we hebben op zaterdagochtend lekker kunnen shoppen zonder weg te spoelen. Zo zijn we onder andere met z’n allen los gegaan in een sieradenwinkeltje dat Suus had gespot, en konden we de rest van het weekend trots onze nieuwe oorbellen of kettinkjes dragen.
Uiteraard hebben we ook lekker gegeten en (te) veel gesnackt. Want hee, taart is een prima tussendoortje bij alle uitstapjes en het is ook weer pepernoten-seizoen!
Euhm, nee, mijn selfies zijn helaas niet helemaal om over naar huis te schrijven, maar hee, je ziet dat het gezellig was, toch? 🙂
Zaterdagavond pikten we een bioscoopje: ‘Mystery in Venice’, oftewel de nieuwe film met Agatha Christie’s Hercule Poirot als detective. Ik vond hem okee: sfeervol, maar iets te bovennatuurlijk voor mijn smaak, ik houd juist van de rationele aard van Poirot. 🙂
En daarna doken we ook nog even de kroeg in – want hoewel we eigenlijk vet wilden gaan stappen, bleken de feestjes pas om 11 uur ‘s avonds te beginnen en aangezien het natuurlijk not done is om gelijk vanaf de starttijd aanwezig te zijn, werd ons oude besjes dat toch iets té laat. 🤪
(Engels sprekende ober: “What would you like to drink?” Ik: “I’d like a licor cuarenta y tres, please.” Ober: “I’m sorry, what?” Ik: “Licor cuarenta y tres.” Ober: “What?” Ik: *wijst drankje op de kaart aan* Ober: “Oh, liquor forty-three!” Toen ik daarna een Tia Maria wilde, vroeg ik me hardop af of ik dan een ‘Aunt Mary’ bij ‘m moest gaan bestellen, maar dat vonden mijn vriendinnetjes te vilein… 😈 (Hee, er is een reden dat ik doorgaans weinig alcohol drink! 😝))
Op zondag moesten we op tijd de woning weer verlaten en zijn we nog even naar ‘De Buitenplaats’ in Eelde gereden, wat een mooie tuin, oud gebouw en museum met een hoop kunstwerken was. En waar je goed kon lunchen. En taartjes kon eten. *Burp*
Ik ❤️ dit soort deurtjes. Ik wil er thuis ook zo eentje!
Maar natuurlijk draaide dit weekend niet alleen om uitjes en eten: het allerbelangrijkste was om weer eens goed bij te praten. En dat hebben we gedaan. Er is tot laat in de avond lief en leed gedeeld, er zijn intieme verhalen uitgewisseld (ook na al die jaren kun je elkaar nog verrassen! 😄) en er zijn een hoop vrouwendingen besproken. Geen oordeel, wel veel begrip en steun. Wat is het toch heerlijk om jullie als vriendinnetjes te hebben, meiden! ❤️
Judith en Hugh waren begin vorig jaar al officieel getrouwd, maar hadden het toen vanwege corona heel klein gehouden met het idee het op een later moment groter te gaan vieren. Dat bruiloftsfeest vond alsnog plaats in het eerste weekend van september (maar ik post er nu pas over omdat het bruidspaar uiteraard eerst zelf erover wilde posten en foto’s wilde terugkijken, wat ze een paar dagen geleden hebben gedaan). En wat was het mooi… de mooiste bruiloft waar ik ooit ben geweest. Zó ontzettend vol liefde en symboliek! De bruiloft had een behoorlijk spirituele insteek en bovendien hadden ze heel bewust het thema ‘gemeenschap’ erin verweven, en dat was ze heel goed gelukt, want het voelde ook echt als een hele fijne groepsfeer door alle gezamenlijke activiteiten die we hebben gedaan en hun verzoek aan heel veel vrienden om op de een of andere manier bij te dragen aan hun dag.
Judith hoort bij ons Heksengodinnen-clubje en had ons allemaal een taak gegeven die bij ons past. Zo was Petra een van de twee ceremoniemeesters. Als vers afgestudeerde sjamaan heeft Suus twee rituelen begeleid. En ik mocht een balfolkworkshop voor de daggasten geven! (En voorafgaand aan de dag heeft ze me het innemen van haar trouwjurk toevertrouwd. Argh, de verantwoordelijkheid!! Ik ben namelijk nog niet geslaagd voor mijn opleiding en bruidskleding hebben we nog niet eens gehad! )
Ook mochten we met de Heksengodinnen plus een paar andere goede vriendinnen en de zus van Judith op vrijdag al komen. ‘s Middags hebben we geholpen met opbouwen. ‘s Avonds zonderden de mannen zich af om hun ding te doen en met de dames vormden we een vrouwenkring. Er werden kleedjes, kussentjes en dekentjes op de grond gelegd en we begonnen met een door Suus begeleide trancereis, om even tot rust te komen voor de grote dag. (Nou ja, een poging tot, in mijn geval – ik heb mijn best gedaan zo goed mogelijk mee te doen maar dit is gewoon niet aan mij besteed. )
Daarna deden we een soort voorstelrondje waarin we vertelden hoe we Judith hebben leren kennen en wat we voor elkaar betekenen. We waren van tevoren gevraagd om een bedeltje te maken voor aan het handfastkoord van Judith en Hugh, dat ons aan hen en hun liefde deed denken. Die bedeltjes hebben we toen overhandigd en uitgelegd waar ze voor stonden, waarna Judith ze aan hun koord bevestigde. Dat was echt een hele mooie avond en het zorgde ook voor bonding tussen alle meiden die aanwezig waren.
We hadden overigens ook een gezamenlijk cadeau vanuit de Heksengodinnen. Voor Suus’ bruiloft hadden we al eens een soort wijn-tijdscapsule gemaakt: een doos wijn die ze pas na 5 jaar huwelijk open mochten maken, waarin we cadeautjes en voorspellingen hadden gestopt voor wat er in de afgelopen jaren zou zijn gebeurd. Voor Judith wilde ik niet hetzelfde gaan doen, dus stelde ik voor om er een andere draai aan te geven: naast een fles whisky (in plaats van wijn) die pas na 5 jaar open mag, ook een fotolijst met voor ieder jaar vanaf nu tot aan hun 5-jarig jubileum een foto, waarachter we voorspellingen en/of wensen stopten voor dat betreffende jaar. Het idee is dat ze ieder jaar rond hun huwelijksdag een foto van zichzelf maken en de huidige foto in het lijstje van dat jaar vervangen, waarbij de laatste foto er eentje gaat zijn van het openmaken of drinken van betreffende whisky! Als place-holders stopte ik er leuke foto’s in van Hugh & Judith samen (schaamteloos geplukt van hun Facebookpagina’s), en maffe foto’s van onze eerdere Heksengodinnenuitjes (er waren er veel om uit te kiezen. ).
De meesten, waaronder ik, zijn van vrijdag op zaterdag blijven overnachten. Dat kon prima, want het was een groepsaccommodatie van de IVN met slaapzalen. In de ochtend was het natuurlijk optutten, maar ook verdere voorbereidingen doen voor de dag. We waren namelijk ook gevraagd om met alle aanwezigen een rituele cirkel voor hun ceremonie te maken, terwijl Judith en Hugh zich hadden teruggetrokken om hun eigen voorbereidingen in alle rust te kunnen doen. Dus trokken we met z’n allen dode takken, varens, bloemetjes en meer uit het omringende bos, die we in een mooie grote kring door elkaar vlochten op het grasveld achter de locatie. Verder werd er o.a. driftig geschreven, getekend en geplakt in het eenhoorn-vriendenboekje dat we met de meiden nog last-minute voor Judith hadden geregeld.
Foto door Gea Mulder of Dirk Goudkuil
Na de lunch arriveerden alle daggasten en was het tijd voor de handfastceremonie, die ook ontzettend mooi en liefdevol was. En ja, uiteraard zijn er bij ons als toekijkers ook heel wat wat traantjes gevloeid… (Overigens vind je geen persoonlijke foto’s van hun dag hier op mijn blogje, ik laat het aan het bruidspaar over om die te posten.)
Daarna was er een toast en taart. Waarna ik zoals gezegd een balfolkworkshop mocht geven voor iedereen die daar interesse in had! Dat hadden Judith en Hugh namelijk op mijn 40-jarige verjaardag gezien en daar waren ze toen zo enthousiast over, dat ze dat ook op hun feestje wilden. Geen probleem natuurlijk! Dus regelde ik bandgenootje Wouter om de workshop muzikaal te ondersteunen op trekzak en vond ik mede-balfolker Edwin bereid mijn lieftallige assistent te zijn om de dansjes mee te demonstreren. Gelukkig was er genoeg animo, en naast veel hilariteit en plezier (en zweten – we waren er enorm dankbaar voor dat het droog is gebleven en zelfs nog even flink zonnig en warm werd!) droeg ook deze activiteit heel goed bij aan het gemeenschapsgevoel, omdat bij balfolk iedereen met elkaar kan dansen en er specifiek dansen zijn waarbij je steeds wisselt van danspartner.
Foto door Gea Mulder of Dirk Goudkuil
Inmiddels waren we met z’n allen hongerig, dus toen het buffet (met lokale, vegetarische gerechtjes) werd geopend, vielen we meteen aan!
De dag was uiteraard nog lang niet voorbij, want nadat ook alle avondgasten waren gearriveerd, was er ook nog een vuurceremonie bij de kampvuurkuil. Twee bushcraft-vrienden van Hugh en Judith maakten met de hand vuur, waarna Suus ceremonieel een mandala in het vuur gooide die eerder op de avond was samengesteld door alle gasten, door een gedroogd stukje blad, bloem, zaadje, e.d. waar een wens in was geblazen, in een mooi patroon te leggen.
Ik had mijn liederenbundels meegenomen en er waren mensen met gitaar, dus daarna heb ik een poging gedaan met de achtergeleven mensen rondom het kampvuur nog wat te zingen, maar er was niet heel veel animo (of lef) om te zingen, dus we hebben het bij een paar liedjes gelaten. Verder was er natuurlijk veel tijd om bij te praten met bekenden, was er de mogelijkheid om in de feestzaal te dansen op muziek, en werden er in meer of mindere mate tenenkrommende of hilarische stukjes en liedjes uitgevoerd door gasten voor het bruidspaar.
Er was wederom de mogelijkheid om daarna te blijven slapen, maar aangezien ik al 3 nachten op een rij (te) weinig slaap had gekregen, opteerde ik ervoor om aan het eind van het feest toch nog naar huis te rijden. In de nacht van zaterdag op zondag deed ik daar slechts drie kwartier over, dus dat was prima te doen. En toen was al het moois dus weer afgelopen – maar we hebben er prachtige herinneringen aan overgehouden, en het stralende bruidspaar natuurlijk nog het meest! <3
Een vriendin van me volgt sinds kort ‘sexy movement‘ danslessen en had voor haar verjaardag een extra les cadeau gekregen, die ze ook aan iemand anders kon doorgeven. Of ik een keertje met haar mee wilde in de vorm van een proeflesje? Jazeker, bring it on! 😁
De dresscode was wat lastig: “Geen sportkleding, en ook geen jurkje ofzo want je moet met je benen wijd kunnen. Een kort broekje en een kort topje ofzo is goed. En hoge hakken waar je op kunt dansen!” Argh. Ik heb hoge hakken en ik heb schoenen waar ik goed op kan dansen, maar een combinatie daarvan…? En ik heb een hoop leuke korte jurkjes met mooi decolleté, maar een naveltruitje heb ik volgens mij nooit in mijn leven bezeten. Na wanhopig mijn kast overhoop gehaald te hebben, vond ik in eerste instantie alleen een oud kort sportbroekje waar het elastiek het gelijk van begaf uit ouderdom (*schaam*), maar lo and behold, helemaal achterin en onderin de kast vond ik daarna daadwerkelijk een oude maar nog goed uitziende hotpants! Ik verdrong de opborrelende vraag of je op je 44e nog hotpants moet bezitten, laat staan dragen, en gooide hem maar gewoon in mijn tas.
Eenmaal gearriveerd bleek ik gelukkig niet voor schut te staan. Niet qua kleding en niet in de mate waarin ik mee kon komen. Ik was zéér dankbaar voor mijn danservaring, want na een warming up werd gelijk een nieuwe choreografie (een soort waaierdans) op redelijk hoog tempo aangeleerd. De pasjes en bewegingen waren op zich niet moeilijk te onthouden, maar het was wel een uitdaging om alles gratieus en vloeiend te doen, en vooral op een manier die ik niet gewend ben natuurlijk, want dit soort dans is wel even anders dan balfolk of stijldansen. Bij de warming-up merkte ik al dat ik uit gewoonte mijn benen keurig parallel langs elkaar hield, terwijl het de bedoeling was dat je ze even spreidde richting het (fictionele) publiek! ‘Lopen’ gebeurt door je benen kruislings voor elkaar te zetten en op hakken vereist dat toch een ander niveau aan balans… En hoewel ik redelijk soepel in mijn heupen ben, is er voor dit soort dansen nog een flink hogere mate van soepelheid benodigd waar ik nog even op moet trainen.
Maar al met al ging het voor een eerste keer best prima denk ik. Aan het eind van de les is het gebruikelijk om elkaar op te nemen op video, zodat je thuis de choreografie kunt nakijken en ook goed ziet hoe je beweegt – want ook al is er een spiegelwand in de zaal, je ziet natuurlijk lang niet alles optimaal. Ik wist niet of ik de video van mezelf wel terug wilde zien, maar toen ik naderhand nog even bij mij thuis met mijn vriendin thee ging drinken hebben we onze video’s samen teruggekeken en ik bleek het er goddank een heel stuk beter vanaf te brengen dan ik in mijn hoofd had, dus da’s in ieder geval positief.
(Nee, jullie krijgen niet de hele video te zien, jullie zullen het moeten doen met een paar screenshots eruit. En let niet op mijn serieuze gezicht, want verleidelijk kijken lukt pas nadat je je niet meer op de pasjes en bewegingen hoeft te concentreren. )
Met sfeervolle brandblusser op de achtergrond, want we doen het natuurlijk wel veilig.
Op zich zou ik dit best vaker willen doen, maar ja, tijd… Wellicht dat ik eens incidenteel langsga, want het kan op basis van een strippenkaart. Maar terwijl ik dit type weet ik ook wel dat het er in praktijk niet van gaat komen. Want als ik nog een dansvorm oppak, wordt dat waarschijnlijk Argentijnse tango, want die vind ik ook enorm mooi. De conclusie is dus weer eens: er zijn te veel leuke dingen om te doen in dit leven!!
De afgelopen 5 dagen was ik ondergedompeld in balfolk! Het begon woensdag al, met een folkbal in Nijmegen. En de dag erna vertrok ik naar Steenwijk voor balfolkfestival CaDansa!
Dit jaar vierde het festival haar 10e jubileum. Ik moest het even op mijn blog nakijken, maar ik heb van de 10 edities slechts ééntje gemist vanwege een LARP. Het festival is flink geëvolueerd in al die jaren: het begon in de Musketon in Utrecht, daarna is het een tijdje in Duiven geweest en toen groeide het dermate uit zijn jasje dat ze naar de grotere locatie in Steenwijk zijn verhuisd. Al vanaf het begin zijn er de speciale ‘touches’ die CaDansa CaDansa maken, die al die jaren behouden zijn gebleven: zo is er ieder jaar een dier als mascotte en wordt het festival helemaal in die sfeer aangekleed, hangen er A4-tjes op de toiletten waar je je verbale boodschappen op mag achterlaten, zijn er in de ochtenden dans- en muziekworkshops, worden her en der bordspelletjes gespeeld en zijn er spontane sessies door muzikanten. Toch is er ook veel geprofessionaliseerd en meer geregeld: speldde men vroeger een briefje op de rug als men een ritje naar huis zocht, nu zijn er carpool-lijsten en carpool-Whatsapp groepen. Er is een ‘consigne’ om je instrumenten veilig te stallen en er is een merchandise stand. Het festival is uitgebreid van 3 naar 4 dagen. En tegenwoordig is er actief toegangsbeheer nodig.
Voor het 10-jarig jubileum mochten alle mascottes van voorgaande jaren nogmaals hun opwachting maken en was er divers decoratie-materiaal gerecycled. De programmering bestond uit bands die in voorgaande jaren ooit waren geboekt. In de merch-stand kon ik nog een festivalbeker scoren die ik op een vorige editie had gemist en op de zondag was er een veiling van oud decoratie-materiaal waar enthousiast op werd geboden. Aan het eind van iedere dag werd er nadat de laatste band had gespeeld, een voor-het-slapen-gaan-verhaaltje verteld over alle mascottes die een feestje gaven, dat de volgende dag werd vervolgd en op zondag aan het eind van het festival zijn ontknoping kreeg. Bij de afsluiting van het festival werd nog meer speciaals gedaan: we gingen op kleur van onze kleding staan en maakten een lange dans-rij, zodat we een dansende regenboog vormden, waarna iedereen individueel een chocolaatje kreeg van de organisatie. Dat vind ik zo leuk aan dit festival: het is inmiddels echt groot en internationaal bekend (dit jaar waren de meeste bezoekers en vrijwilligers ooit: zo’n 850 tickets in de voorverkoop en 133 vrijwilligers) maar toch voelt het ook weer klein en persoonlijk.
Toch ben ik maar zelden full-time aanwezig geweest: vaak ging ik slechts één of twee dagen en reed ik daarvoor op en neer in plaats van ergens te blijven overnachten (Duiven was sowieso dicht bij huis), waardoor het niet echt de volledige festival-ervaring gaf. En zo rond 2016 vond ik de sfeer er ook wat minder worden – door de vele buitenlanders die het festival was begonnen te trekken werd het wat anoniemer en ontstond er een beetje een kliekjessfeer voor mijn gevoel, waardoor ik me wat minder thuisvoelde. Maar daar merkte ik dit jaar weinig van.
Dat kwam misschien ook doordat ik dit jaar voor het eerst vrijwilliger was. Ik was oorspronkelijk gevraagd door de organisatie of ik hoofd van het mediateam wilde worden, maar daar had ik voor bedankt – dat leek me iets te veel op werk, en bovendien was CaDansa nog een van de weinige evenementen waar ik gewoon als bezoeker heen kon gaan, zonder verantwoordelijkheden als muzikant of vrijwilliger.
Maar toch bleef het knagen – voor de balfolk-community had ik immers nog niet zo veel teruggedaan. Bovendien zat ik nogal te twijfelen hoeveel dagen ik wilde gaan (eigenlijk maar twee ofzo), maar dan kon je geen gebruikmaken van de kortingsregelingen voor de overnachtingen. En iedereen die ik vroeg om een hotelkamer mee te delen, had al een slaapplek elders gevonden of was vrijwilliger en kreeg dus via de organisatie een slaapplek. Dus bleef ik het kopen van een kaartje voor me uit schuiven omdat ik niet kon beslissen wat ik nou wilde.
Op een geven moment besloot ik daarom om toch maar te gaan vrijwilligen – maar dan wel in een ander team dan het mediateam. Ik belandde in team ‘sfeerbeheer’, wat feitelijk het beveiligingsteam was: we controleerden de kaartjes aan de deur en deelden polsbandjes uit. Daarnaast was het de bedoeling dat we af en toe een rondje door het gebouw deden om te kijken of alles in orde was, en bijvoorbeeld zorgen dat de nooduitgangen vrij bleven van tassen.
Mijn werkplek
In praktijk betekende het ook: voorkomen dat mensen met pizza’s en ander afhaalvoedsel het pand binnenliepen (vond de door de locatie ingehuurde catering niet zo leuk) en men met glaswerk naar buiten liep (om oepsjes met scherven te voorkomen). En de best wel lastige taak om een specifiek persoon die een gebouwverbod had, buiten de deur te houden mocht die komen opdagen, en om mensen die emotioneel over de zeik waren en dergelijke, eerst te kalmeren voordat ze weer de dansvloer op gingen.
Van de ene kant lag die taak mij heel goed: ik vind het leuk om bij te dragen aan een fijne sfeer en mensen vriendelijk glimlachend te verwelkomen. Bovendien kan ik prima streng zijn als het nodig is. Het is daarbij fijn dat balfolkies heel relaxte en meegaande mensen zijn, dus ook al waren ze (begrijpelijk) gefrustreerd als ik ze terug de kou en regen in stuurde met hun pizza’s, ik had nooit het gevoel dat ze het me persoonlijk kwalijk namen. Van de andere kant ben ik wat minder sterk in het persoonlijke aspect en dingen de-escaleren. Eigenlijk zouden we voor die dingen een soort cursusje moeten krijgen, want je kunt dat ook niet zomaar aan iedereen overlaten. Gelukkig hadden we een ervaren teamleider die continu aanwezig was en kon ingrijpen wanneer dat nodig mocht zijn, en waren er nauwelijks echte incidenten, want balfolkies worden bijvoorbeeld niet vervelend dronken, de meeste overtredingen gebeuren uit onwetendheid in plaats van kwade opzet, en als de politie langskomt blijkt dat slechts te gaan om verkeerd geparkeerde auto’s.
foto door Orkfotografie
Zo veel mogelijk gezichten herkennen is ook best belangrijk in een functie bij de deur. Natuurlijk kon ik niet weten dat de dame die donderdagavond zonder polsbandje binnen wilde lopen de wethouder van Steenwijk was en voor het openingspraatje kwam, en natuurlijk ken ik niet álle muzikanten. Maar op een gegeven moment zit je zo in de controleflow dat je automatisch eerst naar de polsen van binnenkomende bezoekers kijkt en daarna pas naar hun gezicht, waardoor het lijkt alsof je ook de mensen die je wel kent, niet herkent. Dat leverde soms wat awkward situaties op, zoals toen Pascale van de band Naragonia binnenkwam en dacht dat ik haar niet herkende omdat ik eerst haar bandjesloze pols bekeek en toen automatisch vragend omhoog keek, waarna ik pas haar gezicht zag, waardoor ze zich blijkbaar genoodzaakt voelde om “Euh, ik ben van de band…” te stamelen. Argh, ja, dat weet ik echt wel…
Dan was er nog de ‘porto-pret’, want naast veel nuttigs komen er ook hilarische dingen langs op de portofoon. “Backstage aan HQ: de band wil een dans gaan uitleggen. Kan er op korte termijn een bezem geregeld worden?” Euh, wut…?
Hilarisch was ook het wat oudere stel dat mij een ietwat vreemde QR-code aanbood om te scannen. Hij wilde dan ook niet scannen en ik kon hun naam ook niet in de lijst met in de voorverkoop gekochte kaartjes terugvinden. Wat bleek: ze hadden een kaartje gekocht voor een evenement dat de week erna op deze locatie plaats zou vinden en waren domweg een week te vroeg gekomen.
De hoeveelheid tijd die in de vrijwilligerstaak ging zitten was wel aanzienlijk. Ik moest dan ook even slikken toen ik zag dat ik op vrijdag een dienst van 5 uur had, en op zaterdag eentje van maar liefst 6 uur achter elkaar. Beide tijdens etenstijd, startend al voordat de catering warm eten serveerde en eindigend lang nadat mijn hangry-grens was bereikt. Maar mijn shifts waren ook aangepast doordat ik had aangeboden als back-up te fungeren voor de doedelzakworkshops die in de ochtend werden gegeven, omdat degene die die workshops zou geven mogelijk weg moest vanwege familie-omstandigheden. Doordat ik preventief daarvoor was vrijgeroosterd, betekende het dat ik meer shifts had tijdens de bals in plaats van bv. tijdens de workshops of loze momenten tussendoor. Op zaterdag was ik bijvoorbeeld pas om half 11 ‘s avonds beschikbaar voor dansjes en heb ik die dag dus maar 2,5 uur kunnen dansen. Nou ja, het zij zo. Gelukkig hoefde ik op zondag alleen in de ochtend aan de deur te zitten en heb ik die dag wél alle bands mee kunnen krijgen.
foto door Ronald Rietman
Het vrijwilligerswerk werd ook vergemakkelijkt doordat er veel lieve mensen waren die me tijdens mijn diensten bij de ingang kwamen opzoeken voor een praatje en knuffels, dus dat was erg fijn! En wanneer ik dan eindelijk de dansvloer betrad, werd ik meteen vanuit alle kanten gegrepen voor een dansje door mensen die daarop hadden zitten wachten, dus ik hoefde weinig moeite te doen om een danspartner te vinden.
Sowieso was dat geen groot issue: op CaDansa lopen heel veel goede dansers rond, dus eigenlijk kun je een willekeurig iemand van de vloer plukken en dan komt het 9 van de 10 keer goed.
Die laagdrempeligheid voor contact is erg fijn. Ik heb weer behoorlijk wat nieuwe mensen leren kennen, en alleen op CaDansa komt het voor dat ik midden in de nacht met 4 wildvreemde Italianen in mijn auto naar een ergens buitenaf gelegen slaaplocatie rijd (want als een van de weinige autobezitters is het wel zo sociaal om zo veel mogelijk mensen mee te nemen en zo de shuttledienst-vrijwilligers wat te ontlasten).
Ook in de vrijwilligersbackstage was het steeds erg gezellig. Eén van de andere vrijwilligers bleek ook graag te zingen en dus verzamelden we wat andere vrijwilligers bij elkaar die ook wel mee wilden doen met het leren en zingen van een canon die hij kende. Toen we op een gegeven moment maar met z’n tweeën overbleven hebben we ‘De uil zat in de olmen’ vertaald naar het Engels zodat hij en eventuele anderen die makkelijker mee konden zingen.
In de photobooth met Edwin
Hoewel het even duurde voordat ik stopte met denken in het Engels, heb ik helaas geen tijd gehad om in een after-festival-dip terecht te komen. Het was achteraf gezien dan ook niet zo’n goed idee om in de werkweek na een festival, een serie gebruikerstesten te plannen. En al helemaal niet om twee van die testen op de maandag te doen, voordat ik ‘s middags een tweeënhalf uur durende training moest geven. Argh. En het was ook niet zo’n goed idee om alle avonden van die week plus het weekend erna helemaal vol te plannen: ik vrees dat ik tijdens de bandrepetitie van vanavond bijzonder weinig bij heb gedragen… Morgen coupeuse-opleiding, woensdag een dansworkshop met een vriendin, donderdag bezoek van een vriend, vrijdag t/m zondag een weekendje weg met vriendinnen, maandag zangles, dinsdag weer opleiding… en daarna heb ik daadwerkelijk twee avonden vrij om bij te komen, als ik dan nog niet volledig ben ingestort. (Oh ja, ik moet ook nog een keer huishouden doen… dat moet dan maar gewoon 2 weken on-hold vrees ik.)
Enige tijd geleden bood Peter aan om een paar van onze liedjes op te nemen. Hij is namelijk goed met audio opnemen en wilde ook graag leren hoe je videoclipjes maakt. Of wij proefkonijnen wilden zijn? Natuurlijk, dat deden we al eerder! ^_^
Dus zochten we een leuke locatie uit en namen we twee liedjes op met zowel microfoons als camera’s.
Inmiddels heeft hij een van de twee video’s af, namelijk die voor onze tovercirkel, de ‘Midzomercirkel’:
Superleuk, toch?
Ook grappig om te zien hoe hij met deels dezelfde dingen worstelde als toen ik zelfclipjes probeerde te maken voor Androneda. Oh jee, Wouter staat niet helemaal in beeld maar dat is niet meer op te lossen. Oh, eigenlijk hadden er meer close-up shots gemaakt moeten worden om uit te kunnen kiezen, maar dat is achteraf gezien. En als je effecten toevoegt zoals inzoomen of andere beweging en dat later weer wil aanpassen, kunnen er best gekke nieuwe issues ontstaan.
Ik heb geprobeerd me niet al te veel te bemoeien met het opnameproces, al heb ik wel feedback gegeven op de bewerking. Maar ik ben natuurlijk ook geen professional.
Hoe dan ook houden we er een leuke clip aan over om te gebruiken voor promotie-doeleinden én een prachtige audio-opname (waar zeer professioneel twee van mijn oepsjes uit zijn weggepoetst… ), dus onze dank is zéér groot! ^_^
Afgelopen zomer zijn we binnen onze divisie Marketing & Communicatie officieel overgegaan naar een ‘matrixstructuur’. Dat wil zeggen dat we niet langer werken binnen afdelingen zoals ‘corporate communicatie’, ‘onderwijsmarketing’ en (die van mij, nee ik heb het ook niet bedacht:) ‘online strategie & ondersteuning’, maar in doelgroepteams (voor bv. aankomend studenten, huidige studenten en huidige medewerkers) die ondersteuning kunnen vragen aan expertiseteams, zoals op het gebied van ‘branding’, ‘functioneel beheer’, ‘data’ en (die van mij:) ‘online marketing’.
Mijn oude afdeling was voorheen een beetje de ondersteunende afdeling voor de rest van de afdelingen en door de verschillende soorten werkzaamheden die we deden, waren wij enigszins los zand. Met slechts twee van mijn collega’s had ik intensief contact, met anderen soms, en met ongeveer de helft in het geheel niet. De maandagochtend-werkoverleggen waren dan ook totaal niet interessant voor mij, maar goed, ik paste ook niet in een ander team.
In de nieuwe structuur pas ik nog steeds in geen enkel team, dus het was voor mij niet echt een verbetering of verslechtering. Met mijn eclectische verzameling van vaardigheden en onderwerpen waar ik me mee bemoei, pas ik eigenlijk in 3 teams (net niet). Dus ach. Ik blijf gewoon doen wat ik altijd al deed en beschouw mijn functie-omschrijving nog steeds als ‘more like guidelines anyway’.
Maar goed, de opheffing van onze oude afdeling moest natuurlijk wel memorabel gemarkeerd worden, dus organiseerde onze manager vanmiddag een lunch in een vreselijk onsfeervol leslokaaltje (ruimtes vinden is in onze organisatie een structureel probleem), maar maakten we er toch wat van door allemaal zelfgemaakte hapjes mee te nemen (op één collega na, die de memo niet had gekregen – afdeling communicatie is niet noodzakelijk de beste in communiceren ) en een Spotify-playlist op de laptop aan te zwengelen. Omnom, dat zijn de betere afscheidsfeestjes – en beter voeder dan die van de universitaire catering.
Baas had zelfs een afscheidscadeautje voor ons geregeld: een boekje met verhaaltjes in bedank-thema, met voorin voor iedereen een persoonlijke inscriptie. Ik kan die van mij erg waarderen, want hij is heel treffend. Ik ben blij met mijn baas, die mijn scherpe randjes juist waardeert en met wie ik om onze gezamenlijke tekortkomingen kan lachen.
Natuurlijk moest er ook nog een teamfoto worden gemaakt, waarop natuurlijk de meesten een beetje vreemd staan omdat de timer op 10 seconden stond en niemand wist wanneer die 10 seconden nou precies om waren, waarop eentje alleen op papier aanwezig is want het is ons zo goed als nooit gelukt om compleet te zijn bij wat dan ook, en natuurlijk moest die foto nog even last-minute worden gemaakt waardoor ik 10 minuten te laat op mijn volgende afspraak verscheen.
Ik ga mijn lichtelijk disfunctionele team misschien toch wel missen. <3
Na het succes van de vorige muziekmaaksessie besloten Richard en ik nogmaals af te spreken om samen liedjes te zingen. Gezien het weer zat een kampvuurtje met marshmallows er ditmaal helaas niet in, maar we maakten het desondanks gezellig. 🙂
Een nieuw liedje dat we hadden voorbereid voor gisteravond was “Farewell” van d’Artagnan met Patty Gurdy. Niet mijn favoriete zanger, maar het liedje is heel geschikt als duetje voor ons. En Patty’s intermezzo op de draailier blijkt ook supergoed op de G-doedelzak te werken! 😁
Ook zongen we nogmaals “The Islander” van Nightwish. De vorige keer begeleidde ik die op sopraan-blokfluit en viool, maar viool blijft toch moeilijk en ik ben er nog steeds niet genoeg gemotiveerd voor. Ik besloot mezelf een nieuwe uitdaging te geven: beide partijen spelen op de alt-blokfluit die ik een tijdje geleden van bevriende muzikanten cadeau kreeg. Want die was wel laag genoeg daarvoor, in tegenstelling tot de sopraan-blokfluit. Dat wil zeggen: het eerste riedeltje moet ik wel nog steeds octaveren. Als ik het in de juiste toonhoogte wil spelen zal ik mijn tenor-blokfluit erbij moeten pakken want dan heb ik een lage D nodig, alleen is dat de allerlaagste noot op die enorme fluit en mijn vingers slagen er nog niet in om al die gaten dicht te krijgen. 😄
De alt-blokfluit was al uitdaging genoeg, want het duimgat daarop half dichtdoen om over te blazen gaat om de een of andere reden een stuk lastiger dan hetzelfde doen op de sopraan. Misschien toch maar eens tips vragen aan iemand die er verstand van heeft…
Maar goed, ondanks mijn gepruts op de fluit verliep het zingen wel succesvol en ik heb een hoop oefening op de alt-blokfluit erdoor gekregen. Dit soort afspraken zijn natuurlijk de perfecte stok-achter-de-deur om aan de slag te gaan met een instrument. En bovendien is het onwijs gezellig! 😊
De eerste drie Expendables-films keek ik met plezier. Ik houd namelijk wel van ‘old school action movies’! Dus The Expendables 4 wilde ik ook zien. Ik overwoog zelfs om een filmdag te organiseren – overdag de eerste drie delen nogmaals kijken en ‘s avonds naar de film. Maar dat idee liet ik uiteindelijk toch maar varen en in plaats daarvan vroeg ik Mark of hij zin had om samen naar de bios te gaan en vooraf ergens te gaan eten.
Op maandag een restaurant vinden dat open is, is nog best een uitdaging. Zeker aangezien in Nijmegen de restaurantjes niet altijd een lang leven zijn beschoren en ik dus niet kan vertrouwen op ervaringen uit het verleden. Het oorspronkelijke idee was om naar de Pathé te gaan en bij het restaurant ernaast te gaan eten, maar daar bleek de film in 4DX te draaien en dat hoeft voor mij niet zo – zolang het nog geen natuurlijke beleving is en het als een gimmick overkomt, vind ik al die effecten vooral storend. Dus gingen we naar de VUE – die is een tijd geleden helemaal verbouwd en ik was er sindsdien niet meer geweest, dus ik was wel benieuwd. De film draaide daar wel vroeger dan ik eigenlijk wilde, dus we hebben uiteindelijk alleen een hoofdgerecht gegeten bij De Hemel en bij de bios snacks gehaald als toetje.
Voor degenen die twijfelen of ze de film ook willen gaan zien: je mist er niets aan als je het niet doet. Ik vond hem helaas best wel tegenvallen.
Ik verwachtte uiteraard geen diepgaand plot of verrassende dialogen, maar behalve een hoop vechtscènes en explosies was er ook weinig aan deze film die mij het campy jaren ’80 actiefilm-gevoel gaf.
Ten eerste was de (opvallend internationale) cast en de manier waarop die werd ingezet nogal een flop. Er waren weer een paar nieuwe leden toegevoegd aan de Expendables, maar ‘Lash’ en de-babbelaar-van-wie-ik-de-naam-niet-eens-heb-onthouden-die-waarschijnlijk-Antonio-Banderas-moest-vervangen-als-Latino passen op geen enkele manier in de groep en voegen niets toe. Megan Fox had wel duidelijk een rol, maar op een verkeerde manier: ik ergerde me aan haar aanwezigheid, omdat ze totaal geen actieheld is. Het enige wat ze doet is als een supermodel rondparaderen met veel te veel kilo’s make-up (waar nooit ook maar een spatje van uitloopt, en net als bij Legolas schijnt rondspetterend bloed haar nooit te raken). Alleen Andy Garcia vond ik wel een fijne toevoeging, al kan ook hij niet bepaald worden geclassificeerd als actieheld (maar goed, op een gegeven moment raken ze natuurlijk ook op). Maar ook de oude garde heeft slechts een bijrol: eigenlijk draait de film vooral om Jason Statham.
De scènes waren verder niet boeiend, de dialogen waren voorspelbaar en de pogingen tot humor vielen dood. De explosies en andere effecten waren overduidelijk CGI, dat heb ik regelmatig (veel) beter gezien. En als mensen werden neergeschoten, spetterde het bloed alsof ik naar een oud computerspelletje zat te kijken (okee, dat gaf me dan wél weer het jaren-80-gevoel ).
*splut, spetter!*
Of ligt het gewoon aan mij en ben ik inmiddels ‘too old for this shit’…?
Gelukkig was het wel heel gezellig om weer even met Mark bij te kunnen kletsen. Dus wat dat betreft was het geen verspilde avond! Maar volgende keer een ander soort film graag. (Een van de voorfilmpjes was van “Killers of the flower moon”, van Martin Scorsese – die zag er dan wel weer veelbelovend uit!)