Geverfde dakgoten

Vorig jaar schilderden we mijn deuren en kozijnen. Zo, hèhè, die rotklus was eindelijk geklaard!

Enige tijd later besefte ik dat de betimmering van mijn dakgoten ook van hout is en dat we die dus eigenlijk ook hadden moeten schilderen. Zucht.

Tsja, het is de week van de rotklusjes, dus alsnog aan de slag! (En vooraf vooral niks vertellen aan mijn moeder, want die zou zich dan weer zorgen gaan maken over haar dochter in haar eentje op een hoge ladder. Ik hou ook van jou, mammie! :-* )

De tint verf is van volledig wit naar mergelwit gegaan en dat verschil zie je niet echt op de foto, dus een voor- en na-foto heeft weinig zin. Dus dan maar wat resulterende oepjes… (Ik heb nooit beweerd dat ik een goede schilder ben. :-X )

Sorry, plant… (Hee, beter dat er een sloot verf naar beneden komt zetten dan ikzelf, toch?)
Sorry, haar…


Ik zag er behoorlijk tegenop om continu de ladder op en af te moeten, het ding weer te verplaatsen, en alles tig keer te herhalen voor zowel het schoonmaken, schuren als schilderen. En dat zowel aan de voor- als achterkant van het huis. En dat twee dagen achter elkaar, want er moeten twee lagen op. En ja, het wás een behoorlijk vermoeiende klus! Maar het is gedaan, een last van mijn schouders, en de dakgoten kleuren nu weer bij de kozijnen.

Als beloning heb ik mezelf naderhand getrakteerd op een bad. Het derde in de drie jaar dat ik er woon, dus da’s een mooi gemiddelde van één keer per jaar. :-P

Schuuropruiming

Momenteel heb ik 3 weken zomervakantie. Normaal gesproken kijk ik daar erg naar uit: eindelijk vanalles van mijn to-do list wegwerken en een hoop leuke dingen doen met vrienden. Maar ja. Dat leuke dingen doen valt uiteraard in het water en doordat ik al 4,5 maand ruim in mijn tijd zit, is die to-do list zeer goed te overzien.

Dus zit er weinig anders op dan me ertoe te zetten om ook die laatste overgebleven k*tklusjes te doen en dan maar te hopen dat ik me de overgebleven weken niet te pletter ga vervelen.

Rotklus #1: het opruimen van de schuur. Nou ja, niet echt opruimen, maar vooral beter indelen. De ‘voor’-foto zal waarschijnlijk door de meeste mensen makkelijk verward worden met de ‘na’-foto, omdat het sowieso al behoorlijk opgeruimd is voor een schuur. :-P

Maar vooral de verfspullen stonden in de weg en sommige vaak benodigde spullen lagen op een moeilijk bereikbare plek. Dus dat heb ik opgelost. Ook hangen de grote tools nu keurig aan een haakje, zodat ze minder vloerruimte innemen.

En de belangrijkste verbetering: het vervangen van de lamp. Dat was eerst een lullig hangend peertje. Niet dat ik wil dat mijn schuur er als een VT-wonencatalogus uit gaat zien hoor, maar dit was gewoon gevaarlijk. Iedere keer als ik de ladder uit de schuur haalde moest ik uitkijken dat ik er niet het peertje mee aan gruzelementen sloeg.

Nu hangt het lampje dus een stukje hoger én is het peertje verpakt in een beschermende kap. (Maar waarom maken de ontwerpers van die dingen nou nooit een sleufje in de zijkant om de kabel door te voeren? Het is dat de balk niet breed genoeg is en de lamphouder sowieso een stukje uitsteekt. In welk universum is het handig om de kabel aan de onderkant van de houder uit te laten komen??)

Oh, en aangezien ik toch bezig was, heb ik ook maar gelijk 50 jaar aan spinrag van het plafond en de muren weggestofzuigerd. Zo. Op naar de volgende klus.

Nieuwe basics

Hebben jullie dat ook: van die kledingstukken die je eigenlijk niet meer met goed fatsoen kunt dragen, maar die je niet weg doet omdat je er geen vervanging voor hebt?

Ik heb een aantal basic shirtjes die perfect zijn om onder truien enzo te dragen. Ze zitten lekker en ze kleuren goed bij veel outfits. Maar ja, die kleurtinten zijn ondertussen niet meer in de mode (en bruin blijkbaar in het geheel niet meer, ongeacht de tint), en dus zoek ik al jaren naar vervanging. Bovendien is de pasvorm inmiddels ook niet meer hip, want tegenwoordig hebben damesshirtjes om de een of andere reden altijd van die superkorte, strakke mouwtjes. Je weet wel, die enorm onder je oksel gaan knellen en opfrotten, en dan helemaal zweterig worden als je niet model poppenarmpje hebt. Niet fijn.

Met als resultaat dat ik deze exemplaren tot de draad heb versleten. En toen heb gerepareerd, en nogmaals heb gedragen totdat ook de reparaties begonnen te slijten:

Schandalig om dit te blijven dragen, ik weet het… maar hee, dit zijn delen die je toch niet ziet als ik er iets overheen draag! Zolang het voorpand en de halslijn maar mooi uitzien. :-X

Ik herinner me nog dat ik dat lichtgroene shirtje kocht toen ik in 2003 vrijwilligerswerk in Thailand ging doen. Ik moest een makkelijk zittend shirtje hebben dat niet al te duur was, wat ik eventueel ter plaatse weg kon gooien als ik te veel bagage had voor op de terugweg. Dat liep anders… :-P (Het geeft ook maar aan hoe veel beter de kwaliteit van kleding 17 jaar geleden was. Dat hoef je nu niet meer te proberen met een H&M-shirtje.)

Anyway, als ik het niet kan kopen, dan maak ik het wel, is mijn motto. Het probleem is alleen dat ook stoffenwinkels aan mode onderhevig zijn en dat ik dus ook niet het gewenste kleur tricotje kon vinden. Maar dankzij een tip van Annet kwam ik terecht op Textielstad.nl, waar ze ook tricot in minder hippe kleuren verkochten. Hoezee! Gelijk het spul in drie tinten besteld.

Helaas is kleuren inschatten vanaf een monitor erg lastig, dus wat ik opgestuurd kreeg bleek nog steeds niet helemaal de juiste tint te zijn (het groen is te fel en het gebroken wit te geel, maar het bruin is gelukkig prima). Desondanks ben ik maar gewoon aan de slag gegaan en dan zie ik wel in hoeverre ik ze kan combineren met mijn andere outfits.

Nog een probleem: ik ben in de loop der tijd iets breder geworden bij de armen, dus het naaipatroon dat ik had voor een basic shirtje, knelde daar een beetje. Nou kan ik best goed naaien, maar van patroontekenen heb ik geen verstand en vooral van mouwen en mouwgaten snap ik weinig. Gelukkig kwam ik een eind met mijn ruimtelijk inzicht en gezond verstand, en de rest was gewoon trial-and-error totdat het goed zat.

Toen ik eenmaal weer een goed passend patroon had, was het een kwestie van lopende bandwerk om drie shirtjes in elkaar te zetten. Met dit als resultaat:

Mijn mouwpatroon is vast niet helemaal zoals het hoort, maar de shirtjes zitten nu heel fijn. Tegen de tijd dat ik daadwerkelijk met die naaiopleiding ben gestart, pas ik het patroon wel weer aan volgens de officiële richtlijnen. :-)

Illustratie-update

Ik heb een illustrator gevonden voor mijn boek!

Het is een Amerikaan die van zijn hobby zijn werk probeert te maken. Zijn tekenstijl sluit heel goed aan bij de stijl van John Tenniel, de oorspronkelijke illustrator, en aan het werk op zijn portfolio en Instagramaccount kon ik zien dat hij echt talent heeft. Bovendien vroeg hij superlage prijzen – dermate laag dat ik expliciet heb gevraagd waarom (want op internet geldt nu eenmaal: ‘if it looks too good to be true, it often is’). Wat blijkt: hij heeft nu nog voldoende andere inkomsten, en vindt het ook gewoon heel leuk om dingen voor andere mensen te tekenen omdat die om onderwerpen vragen waar hij zelf niet zo snel aan zou denken. Om snel een goede portfolio op te bouwen en referenties binnen te halen zodat hij professioneel aan de slag kan, heeft hij tijdelijk zijn prijzen enorm verlaagd. Hij stond eigenlijk net op het punt die weer te verhogen toen ik hem vond, dus ik heb gewoon ontzettende mazzel gehad.

Inmiddels heeft hij twee proefillustraties voor me gemaakt en nu weet ik helemaal zeker dat hij degene is die ik wil hebben! Dus hoera!! Niet alleen heb ik nu iemand die kwalitatief aan mijn eisen voldoet, maar ik ga nu ook daadwerkelijk 42 illustraties krijgen zoals ik eigenlijk wilde, in plaats van concessies aan dit aantal te moeten doen vanwege een budgetlimiet! Terwijl ik eigenlijk de hoop daarop al had opgegeven…

Ik ben natuurlijk superenthousiast over het hele project, en ik merk dat ik het heel lastig vind om niet (delen van) mijn boek alvast aan een hoop mensen te laten lezen, en hetzelfde geldt voor de illustraties. Maar vooruit, voor mijn trouwe blogvolgers maak ik een uitzondering en toon ik één van de aangeleverde illustraties hieronder, zodat je een idee krijgt van wat het gaat worden. Zie het als een teaser – voor de anderen moet je het boek maar aanschaffen. ;-)


(En nu kan ik gelijk testen hoeveel mensen de verborgen verwijzing erin (her)kennen… :-) )

Veel dank aan iedereen die me heeft proberen te helpen bij de zoektocht – in het speciaal Gideon voor het uitzetten van een eigen zoekopdracht, Alexandra voor het maken van een proeftekening, en Brenda voor het verwijzen naar Fiverr waar ik de illustrator uiteindelijk op gevonden heb!

En nu is het dus afwachten terwijl alle illustraties stapsgewijs binnendruppelen, en hopen dat ik hem in de tussentijd niet gillend gek maak met mijn pietluttigheid en veeleisendheid… :-X

Ventilatiekanaal-verrassingen

Dit wordt een beetje een smerig verhaal vrees ik.

Niet zo lang geleden ontdekte ik maden op mijn toilet. IEUW, IEUW, IEUW!!! Ze zaten onder het bakje waarin de wc-borstel staat en er liepen in de hoek een paar tegen de muren op. Ik schaamde me uiteraard dood – wat was ik voor slechte huishoudster dat ik dit liet gebeuren?? Terwijl ik toch echt braaf iedere week het toilet schoonmaak.

Snel alle maden verwijderd en de vloer met chloor behandeld.

Niet heel veel later had ik desondanks een bromvliegenplaag in huis. Huh, waar kwamen die nou weer vandaan?

Na enig speurwerk kreeg ik het vermoeden dat ook die uit het toilet kwamen. En begon ik ook te vermoeden dat ik de maden niet van de vloer omhoog had zien kruipen, maar dat ze juist omlaag gingen – en uit het ventilatieroostertje in het plafond kwamen. Dat zou wel een hoop verklaren. Eerder die maand had ik ook al gerommel in mijn ventilatiepijpen gehoord, alsof er vogels in aan het rondscharrelen waren. Wellicht was er eentje blijven steken en had ‘ie het niet overleefd…

Dus dan maar een schoorsteenveger laten komen. Dat was nog een heel gedoe op zich. De eerste die ik belde zei gelijk dat ik het kon vergeten. Te druk, pas in de herfst had hij tijd om langs te komen. De tweede die ik probeerde had geen contactgegevens op de site staan, het was zo’n ‘vul je gegevens in en we bellen je binnen 24 uur terug’-site. Hun definitie van 24 uur bleek echter heel anders dan die van mij, dus na een week ging ik wéér verder bellen. De derde kon geen prijsindicatie geven en vertelde dat ik maar een mailtje moest sturen, dan zou ze het aan haar collega doorgeven en die zou dan wat laten weten. Weer een week later had ik nog steeds geen reactie en belde ik schoorsteenveegbedrijf . Nee mevrouwtje, druk druk druk! En vakantie enzo. In september hadden ze weer een gaatje voor me.

Argh. Ik had het al bijna opgegeven, toen bedrijf ‘we bellen u binnen 24 uurdagen terug’ toch nog iets van zich liet horen. En waarempel: ze konden deze week al langs komen!

Nou, dat was dus vandaag. De schoorsteenveger ging enthousiast het dak op met een camera en kwam al snel melden dat in zowel de ventilatiekanalen voor mijn toiletten (2 stuks) als die van de keuken (afzuigkap) vogelnesten waren aangetroffen, en in eentje daarvan zat ook nog eens een dode kraai. Ah.

Nog steeds enthousiast haalde hij het mechanische ventilatortje uit de pijp van mijn toilet en ging hij met een soort stofzuiger aan de slag om het beest te verwijderen. Maar enige tijd later kwam hij bedremmeld melden dat hij de werkzaamheden per direct moest stoppen. Want er was asbest uit het ventilatiekanaal naar beneden gekomen. Wut??

Blijkbaar hebben normale huizen een kanaal dat uit één soort materiaal bestaat: gemetseld, of pvc ofzo. Maar nee, mijn huis moet weer speciaal zijn en had allerlei verschillende delen onderweg. Waaronder dus stukjes asbest. De schoorsteenveger had dit nog nooit eerder meegemaakt, terwijl hij ‘toch al behoorlijk wat jaren meedraaide’. Verder werken was in ieder geval niet toegestaan – en hij hoopte ook maar dat hij zijn apparatuur nog uit de buis kreeg, want die draaide zichzelf steeds vast.

Heel fijn. Dus ik ben nu €390 armer, met amper resultaat (hij heeft wel gelijk roostertjes op de pijpen geplaatst, zodat er in ieder geval niet nóg meer beesten in kunnen kruipen). En ik heb nu twee mogelijkheden: een asbestsaneringsbedrijf bellen, die voor duizenden euros de boel komen open breken, of de ventilatieschacht in het toilet domweg afsluiten zodat de ontbindende vogelrestanten niet op termijn naar beneden mijn huis in komen zetten, plus leren leven met de achtergebleven nesten in de overige pijpen.

Beiden niet bepaald opties waar ik naar uitkijk. Ik wil op zich best investeren om mijn huis op orde te krijgen, maar ik kan de gevolgen van zo’n asbestsanering niet echt overzien. Wat gaat er dan precies opengebroken worden en waar? Moet ik dan muren opnieuw gaan laten stucen en verven enzo? Ik weet niet of ik de moed heb om dat te laten uitzoeken… :-(

Picture This Challenge: Alice’s Day

Op 4 juli wordt er in Oxford altijd ‘Alice’s Day’ gevierd. Het is namelijk de dag waarop de eerste versie van het verhaal “Alice’s Adventures in Wonderland” ontstond. Het staat al een tijdje op mijn bucket list om er eens heen te gaan, maar ook dit jaar lukte het niet, vanwege Corona. De organisatie van het evenement besloot er dan maar een virtuele dag van te maken.

Een van de dingen die je vandaag kunt doen is meedoen aan de ‘Picture This’-opdracht. Oftewel: recreëer zelf een scène uit het boek met dingen die je in huis hebt. Dat leek me wel leuk – kon mijn Alice in Wonderland-jurkje ook nog eens uit de kast! (Even testen… gelukkig; hij past nog steeds! :-X )

Initieel dacht ik me er gemakkelijk vanaf te maken. Gewoon, een tafeltje met een sleutel erop en een ‘drink me’-flesje, of even een gordijn open trekken. Makkelijk zat.

Te makkelijk, eigenlijk, zelfs al moest ik alles in mijn eentje doen met de timerfunctie van de camera…

Uiteraard was dat toch wel een beetje mijn eer te na. Dus liep het weer eens volledig uit de hand. Met dit als gevolg:

Ja, de buurvrouw heeft zich rot gelachen toen ze langs fietste.
Ja, ik was zo slim om de ‘Pool of Tears’-foto als laatste te doen.
Ja, 10 seconden tussen camera aanzetten en perfect in positie liggen is erg weinig.
Ja, hij moest vaak opnieuw.
Nee, de badkamer was daarna niet zo zeiknat als je zou verwachten.
Ja, we’re all mad here;-)

Mijn boek in wording!

Ik merk dat er verschillende fases zijn in mijn corona-isolatieperiode. In het begin heb ik fanatiek mijn to-do-lijst af proberen te werken. Enerzijds met veel resultaat, anderzijds blijkt het ook een beetje hopeloos, want hoe meer klusje ik aftik, hoe meer nieuwe klusjes ik verzin om te doen. Ergo: het lijstje blijft domweg even lang. (Er is altijd iets te doen – kamayaya yippieyippieyee!)

Toen kwam fase 2: nieuwe dingen gaan leren. Mijn Duolingo-streak is inmiddels immens, dus mijn Spaans is er zeker op vooruit gegaan. Ik heb sinds een paar weken vioolles via webcam, en ik heb plannen gemaakt om in september wellicht toch maar eens aan die coupeuse-opleiding te gaan beginnen in plaats van mijn naaiclubje te blijven bezoeken.

Inmiddels heb ik fase 3 bereikt en die kenmerkt zich vooral door creativiteit. Het opnemen en editen van filmpjes. Het schrijven van nieuwe nummers voor Androneda. En… het schrijven van een boek!

Dat laatste stond al een tijdje op mijn bucket-list. Iedereen die mij kent weet wel dat ik groot fan van Lewis Carroll’s boeken “Alice’s Adventures in Wonderland” en “Through the Looking Glass and what Alice found there” ben. Naast het feit dat ik de boeken zowat van buiten ken, weet ik ook heel veel over hun achtergrond en allerlei verborgen verwijzingen in de verhalen. Dus ik wilde heel graag een soort ‘derde deel’ schrijven, volledig in de stijl van Carroll.

Niet dat dat nog nooit eerder is gedaan, maar de meeste schrijvers hebben of enkel wat Wonderland-personages gerecycled voor hun eigen compleet andersoortige verhaal, of hun schrijfstijl komt niet genoeg overeen met die van Carroll en ze komen niet verder dan een paar tenenkrommende woordgrapjes – verwijzingen en versjes zitten er in het geheel niet in. Ik als ‘expert’ zijnde ben dan arrogant genoeg om te denken dat ik het beter kan… :-X

Niet dat ik denk een heel goede schrijver te zijn hoor. Mij breekt het klamme zweet al uit als ik een achtergrond voor mijn LARP-personage moet verzinnen. Plot schrijven is niet mijn ding, maar gelukkig hoeft dat ook niet voor een ‘Alice’-boek. Het plot daarin komt neer op ‘Alice komt in een rare wereld terecht, loopt van de ene naar de andere scène met nieuwe wezens en wordt vervolgens wakker’. Niks opbouw van spanning, niks verrassende plotwendingen, niks karakterontwikkeling, niks climax. Maar wel een hoop omdenk-grapjes, woordspelingen en gedichten. Laat ik dát nou wél kunnen! :-)

Ik was in februari al begonnen met het bedenken van de grote lijnen voor het boek en het maken van een rode draad en hoofdstukindeling, en heb daarna voorzichtig de eerste stukjes geschreven. Maar de afgelopen periode heb ik natuurlijk ineens enorm veel tijd erbij gekregen en ben ik zo hard opgeschoten dat ik het boek vandaag genoeg af vond om het op te sturen naar een uitgever!

Ik hoor jullie al denken: “Ja ja, nu begint het pas. Wacht maar totdat je afwijzing na afwijzing krijgt.” Maar ik zit in de ‘Alice in Wonderland-scène’ (jawel, dat is een ding!) en dus heb ik Connecties. Ik ken een Ierse uitgever die onder andere Alice in Wonderland-gerelateerde boeken publiceert, zoals vertalingen, dus die heb ik benaderd. Hij is overigens ook degene die het resultaat van ons bibliografieproject gaat uitgeven (hopelijk komende herst!). Ik had dus al zo’n vermoeden dat hij mijn verhaal wel zou willen publiceren, maar zelfs ik was verrast. Want een uur nadat ik hem het verhaal had gemaild, had ik al een reactie binnen: “Of course I’ll publish it :-)”

Dus ik heb een uitgever!! \o/ \o/ \o/

Ik heb echt ontzettende mazzel gehad. Alle horrorverhalen die je altijd hoort over mensen die hun boek willen uitgeven heb ik overgeslagen: ik heb er niet jaren over gedaan om het te schrijven, ik ben niet door een uitgever opgesloten om over mijn writers block heen te komen (wat niet wil zeggen dat ik geen hoofdbrekens heb gehad over bepaalde scènes hoor…) en ik heb niet wanhopig bij uitgevers hoeven te leuren met mijn verhaal om afwijzing na afwijzing te moeten incasseren.

Toegegeven: mijn boek is natuurlijk maar een relatief kort verhaal in plaats van een driedelige fantasyreeks met duizend pagina’s per boek. En mijn uitgever is geen grote naam zoals een Macmillan. Het is een eenmansbedrijfje, wiens eigenaar het volgens mij grotendeels voor de lol doet en er zijn huur mee probeert te betalen. Commercieel is hij dan ook niet – hij doet niet aan promotie, dat moet ik zelf doen. Maar hee – als online marketeer heb ik daar uiteraard al lang een plan voor klaarliggen. ;-)

In principe gaat het publiceren me gelukkig niets kosten, want alle kosten worden door de uitgever op zich genomen (waaronder het corrigeren van mijn spelling enzo, wat vast erg nodig gaat zijn omdat ik in het Engels heb geschreven). Dat houdt natuurlijk wel in dat de marges laag zijn en ik er waarschijnlijk amper geld aan ga overhouden. Maar dat maakt me niet uit. Mijn doel is om mijn boek gepubliceerd te krijgen en het liefst zonder dat ik er geld op toe moet leggen.

Het enige ding wat me de komende tijd hoofdbrekens zal gaan kosten, is het vinden van een illustrator. Want, zoals Alice zelf al zei: “What is the use of a book without pictures or conversations?”. En enkele van mijn grapjes moeten via afbeeldingen duidelijk worden.

Het ding is: de kosten van de illustraties moet ik wel zelf ophoesten. En omdat ik nauwelijks winst verwacht, betekent dat waarschijnlijk: hoe meer / beter de illustraties, hoe groter het verlies. Van de andere kant verkoopt een boek met mooie illustraties veel beter. Ik weet dat veel collega-Carrollians vooral interesse hebben in de boeken vanwege alle verschillende illustraties die ervoor zijn gemaakt, dus alleen dat moet de afzetmarkt al vergroten.

Daar komt ook nog eens bij dat ik natuurlijk wel afbeeldingen wil in de stijl van John Tenniel, de oorspronkelijke illustrator. Dus het kan niet zomaar iedere illustrator zijn. En als ik zo veel mogelijk Carroll’s boek wil immiteren, moeten er minimaal 42 illustraties in. Slik. Auw.

Stiekem heb ik al maanden iemand op het oog: https://www.redmerhoekstra.nl/. Hij maakt de meest fantastische illustraties die hélemaal in de juiste stijl zijn. Nadat ik zijn werk had gezien was ik er meteen van overtuigd dat hij de aller-aller-enige is die mijn boek kan illustreren en dat ik daarna nooit meer iemand ga vinden die ook maar in de buurt komt. (Je kent het wel: het effect van dat éne perfecte stofje voor je kostuum zien liggen om er dan achter te komen dat het €100 per meter is. Of dat er nog maar 1 meter op de rol zit terwijl je er 6 nodig hebt. Waarna je nooit meer helemaal blij kunt zijn met het alternatieve stofje dat je kocht, omdat je weet hoe het ook had kunnen zijn.) Heel fijn Lenny, heel fijn. Want ik vermoed dat ik één afbeelding van zijn hand kan betalen met mijn budget. Hoe ik aan de andere 41 ga komen? Misschien toch maar een Staatslot aanschaffen…? :-(

Maar wie niet waagt, wie niet wint is mijn motto. Dus ik ga hem zometeen aanschrijven en me mentaal voorbereiden op het verschrompelen van mijn droom. :-P

Hoewel ik desondanks nog wel iemand anders in gedachten heb om te benaderen, wil ik in de tussentijd aan jullie vragen: weten jullie wellicht nog een goede en enigszins betaalbare illustrator? Het gaat dus om zwart/wit pentekeningen in deze stijl. De illustrator moet daarnaast dieren in menselijke houdingen kunnen tekenen, en ook verschillende soorten vissen (dus er moet onderscheid zijn tussen bv. een zalm en een haring) en herkenbare menselijke gezichten (om bv. iemand te parodiëren). Alle tips zijn welkom!

Muziekvideo voor De Soete Inval

Helaas is voor De Soete Inval het hele festivaljaar in duigen gevallen. Alle middeleeuwse festivals zijn immers afgelast, dus we hebben geen enkel optreden meer. Maar compleet stilliggen doen we gelukkig niet!

Dit weekend zou eigenlijk Fable & Fantasy zijn in Emmen. De organisatie van het festival besloot om een soort online alternatief te gaan doen en verzocht ons om een promofilmpje op te nemen dat ze dit weekend online konden zetten.

Aangezien met z’n vijven samenkomen uiteraard geen optie was, hebben we allemaal afzonderlijk een video opgenomen. Flip maakte een basistrack en de rest heeft daar vervolgens zijn bijdrage tegenaan gespeeld/gezongen. Wigo heeft daarna in zijn studio alle audiotracks gemixt tot een mooi geheel en tot slot mocht ik aan de slag met videobewerking.

Ik vind het erg leuk om video’s te monteren, wat ik al merkte bij het maken van de Eurosing-promofilm. Inmiddels heb ik ook een fatsoenlijk programma daarvoor aangeschaft, zodat ik niet meer op Windows Movie Maker hoef te schelden. Maar desondanks is het echt een enórme klus om zoiets in elkaar te zetten! Ik ben hier dik anderhalve dag mee bezig geweest…

En hoewel ik nu een goed programma heb, heeft ook dat zijn beperkingen. Zo kun je bijvoorbeeld alleen uit een paar vaste splitscreen-templates kiezen, die uiteraard net niet de juiste indeling of het juiste aantal kaders hebben voor wat ik er mee wilde. Maar met een beetje creativiteit (een splitscreenvideo maken en die weer importeren in een splitscreenvideo…) is het toch min of meer geworden wat ik in mijn hoofd had. Desondanks: ik hoop dat ik nóóit meer een video met zó veel splitscreens hoef te maken die ook nog eens moeten syncen met de audio… :-S

Een andere uitdaging was uiteraard al het verschillende aangeleverde materiaal. Ik had van tevoren al expliciet gevraagd om landscape-opnames waar men volledig op stond (croppen kan altijd nog, iets erbij tekenen niet), maar het is toch altijd maar afwachten met welk materiaal je uiteindelijk moet werken.

En ja hoor; het ene filmpje was continu bewogen, het andere te veraf, weer andere waren van slechte kwaliteit, overbelicht, het einde ontbrak, etc. Maar ik had eigenlijk niet anders verwacht. Ik was juist ontzettend blij dát het iedereen, ondanks diverse technische beperkingen, toch was gelukt om iets aan te leveren (nota bene ook nog eens ruim voor de deadline) en dat iedereen de moeite had willen doen om buiten in kostuum opnames te maken! Zeker aangezien de buitenopnames over het algemeen te veel ruis bevatten om bruikbaar te kunnen zijn voor de audio, en we dus het geluid ook nog eens binnen afzonderlijk moesten opnemen (wat als extra uitdaging meebrengt dat je exact gelijk getimed moet zingen, omdat anders je lippen niet synchroniseren met het beeld!) Maar ach, al dat gepruts heeft ook juist z’n charme. En die heb ik dan ook juist omarmd in plaats van weg te poetsen, inclusief zuchten van verlichting als het er dan eindelijk allemaal op stond. ;-)

En dus zijn we allemaal supertrots op het eindresultaat!

(Oh ja, en die waterstoop van mij blijkt onwijs sterk! Ik heb het ding zeker 6x laten vallen, maar er kwam nog geen barstje in! :-D )

Mondmasker model #2

Het vervolgproject waarvan je wist dat het er aan zat te komen.

Want uiteraard kon ik het niet laten om vergelijkend warenonderzoek te doen en ook een ander modelletje mondmasker uit te proberen. Deze variant zag er namelijk toch wat comfortabeler uit dan de eerste die ik maakte. Bovendien: stel dát ik met het OV moet, dan moet ik voor de terugweg toch een tweede exemplaar hebben.

Als basis voor dit model pakte ik het patroontje van de Knipmode, maar ik heb het wat aangepast. Ten eerste heb ik de opening voor het keukenpapier aan de onderkant in plaats van de bovenkant gemaakt, omdat het me leek dat dat tot minder frotwerk ging leiden (en je moet het ding toch zo min mogelijk aanraken). Ook heb ik de rechte onderkant wat afgerond, zodat het masker aan de zijkant minder breed is en dus beter op mijn gezicht aansluit. En ik heb lusjes van elastiek gemaakt voor om de oren.

Het resultaat:

Op zich zitten ze allebei best aardig. Ik denk dat een praktijktest moet uitwijzen welke van beide het prettigste is op de langere duur. Het OV ga ik sowieso mijden, maar wellicht doet zich binnenkort een andere gelegenheid voor waarbij ik ze kan uitproberen.

Qua uiterlijk vind ik deze nét iets beter staan dan de andere, omdat die toch een beetje op een mondluier lijkt. (Deze term verzin ik ter plekke, maar wat mij betreft houden we ‘m erin. ;-) )

Vakjesbakjes

Ik ben niet iemand die heel veel spullen bewaart. Behalve als het spul is waar ik mogelijk mee kan fröbelen…

Ik ben wel iemand die haar spullen gestructureerd opbergt. Maar fröbelspul is klein en heeft de neiging te ontploffen. Dus moet je af en toe reorganiseren.

Ik was het overzicht inmiddels een beetje kwijt, want in de loop der tijd waren bij elkaar horende spullen toch verspreid geraakt over verschillende dozen. Eerst dus maar eens uitstallen wat ik allemaal moest reorganiseren.

Al dat kleine spul is mega-onhandig op te bergen. Zeker als het gaat om fournituren: lint enzo raakt erg snel met elkaar in de knoop. En het is toch best handig om in één oogopslag te kunnen zien wat en hoeveel je hebt van specifieke subcategorieën zoals gewoon band, biaisband, paspelband, franjeband, kant, lint, veter, koord, etc.

Je hebt daarvoor van die superhandige dozen met vakjes. Maar uiteraard hebben die dingen nooit precies het formaat en de indeling die je nodig hebt. De oplossing is dus weer: zelf maken. Met een paar stukken karton van een oude doos en wat tape kom je een heel eind, weliswaar onder het motto ‘niet mooi, wel praktisch’. ;-)

En hee, restjes karton kunnen prima gebruikt worden om te voorkomen dat je band in de knoop raakt!

Ik ben vast niet de enige die heel blij wordt van keurig gesorteerde én gelabelde dozen? ^_^