Zo, de collecteweek voor de Dierenbescherming zit er weer op. Vorige week ben ik langs de deuren in mijn nieuwe buurt gegaan, net zoals mijn twee andere collectanten. Vanavond en gisteravond telde ik samen met hen onze opbrengst. Maar… wat een verschil zat daar tussen! :-O
Een van de collectanten had 6 dagen lang, 2 uur per dag gelopen en… nog net geen €20,- opgehaald. Een andere collectant had ongeveer net zo veel uurtjes gelopen als ik (3 avonden, ongeveer 2,5 uur per keer) en die had dik €54,- opgehaald. En ik bleek… dik €325,- in mijn bus te hebben zitten!! Dat is inclusief €50,- die ik van Mark kreeg, maar dan nog. :-O
Als marketeer ben ik natuurlijk ontzettend geïntrigeerd en wil ik weten wat daar de oorzaak van is, zodat we daar volgend jaar beter op in kunnen spelen.
Waarschijnlijk heb ik straten gehad met meer vermogende bewoners. Of hele andere types. De collectant die het minst had opgehaald zei dat veel mensen klaagden dat ze geen contant geld in huis hadden en ze niet met pin konden doneren. Dat had ik nauwelijks. Maar de andere collectant liep in dezelfde wijk als ik, dus dat zouden meer dezelfde types moeten zijn. Bovendien heb ik echt wel een hoop zeer slecht onderhouden rijtjeshuizen gehad op mijn route, niet alleen maar de luxe bungalows die bij mij tegenover liggen.
Zou ik efficiënter mijn looproute hebben ingedeeld, waardoor ik meer huizen per uur kon doen? Maar de anderen hadden ook hun routes bijna helemaal afgelopen, en die hadden zelfs grotere routes dan ik. Zou ik dan toevallig op een moment gegaan zijn dat er meer mensen thuis waren? Of is het toch de kracht van ‘klein meisje met lieve glimlach’…?
Wat mij betreft ben ik volgend jaar weer wijkhoofd en kan ik experimenteren met een andere stratenindeling. Eens kijken of dat veel verschil maakt.
Zoals inmiddels traditie, heb ik de opvallendste gesprekken en situaties die ik onderweg tegenkwam, hieronder voor jullie genoteerd.
Je moet namelijk wel over enig doorzettingsvermogen beschikken als je collecteert. Niet alle voordeuren en bellen zijn even toegankelijk. Zo moest ik me een weg banen over een compleet met onkruid overwoekerd tuinpad en toen ik eenmaal bij de voordeur was, bleek het knopje van de bel te ontbreken (toch op het binnenwerk gedrukt – mij houd je niet tegen ook al straalt je hele huis ‘blijf weg, hier komt nooit iemand’ uit).

Het is ook opvallend hoeveel mensen twéé bellen hebben. Andere jaren merkte ik dat de bel vaak stuk was, dit jaar hebben de bewoners het blijkbaar massaal opgelost. Alleen zijn ze structureel te beroerd om de kapotte bel weg te halen, dus moet ik maar gokken welke de juiste is (en je zult zien: als je maar gewoon op beide drukt, blijken ze allebei af te gaan).

Toch is er ook flink wat creativiteit met elektriciteit, zoals je struik versieren met kerstlampjes, die stroom krijgen via een kabeltje dat uit de brievenbus in de voordeur komt…

Dan hebben we nog de interessante reacties zodra de deur open gaat:
Jongen: “Hallo, met Tom!”
Euh… dit is geen telefoongesprek, toch? ![]()
Bij een andere deur doet een pubermeisje open. Ze loopt terug naar de woonkamer, roepend: “Ma, d’r is iemand met collectebus van de Dierenbescherming aan de deur!”
Moeder komt naar de deur gelopen. “Oh, je komt voor een collecte. Dat ze dat gelijk even had gezegd, dan had ik geld meegenomen. Wacht even.”
Moeder loopt terug naar de woonkamer. Ze herhaalt tegen haar dochter wat ze tegen mij zei.
Dochter: “Dat zei ik! Je bent doof!”
Andere dochter: “Ja, ik hoorde het ook hoor!”
Moeder loopt zuchtend terug en stopt wat in mijn bus. “Pubers…”
Ik houd wijselijk mijn mond.
Verderop doet een jongen op skates de deur open en rolt de huiskamer weer in nadat hij mij ziet. Uit de huiskamer komt vervolgens een jongen met slaapdronken kop, warrig haar en gescheurde pyjama gesjokt (het is op dat moment 19.00 uur). Nietszeggend gooit hij wat in mijn bus en draait zich weer om, de voordeur open latend.
“Euh… bedankt en dag?”, zeg ik, terwijl ik aanstalten maak om weg te lopen en me afvraag of het de bedoeling is dat ik zelf de voordeur dicht doe.
“Er komt nog iemand”, mompelt de jongen.
En ja hoor, de jongen op skates retourneert even later ook nog met geld. Blijkbaar was het een studentenhuis ofzo.
Een omaatje kreeg na enig gemorrel met de sleutel de deur helaas niet open, dus communiceerden we maar via de brievenbus.
Wat altijd nog handiger is dan die stomme intercoms bij flats:
“Goedeavond, ik kom collecteren voor de Dierenbescherming.”
“Voor wie?”
“Voor de Dierenbescherming!”
“Dat is niet bij ons.”
Zucht…
De volgende conversatie had ik nota bene drie keer:
“Goedeavond, ik kom collecteren voor de Dierenbescherming.”
“Ja, en?”
“Euh… Ik hoop dat u wil doneren?”
Of een variant daarop:
“Goedeavond, ik kom collecteren voor de Dierenbescherming.”
“Waarvoor?”
“Voor de Dierenbescherming.”
“Maar wat wílt u dan??”
Toen ik tegen één van de bewoonsters zei dat ik haar amper kon verstaan via de intercom was haar reactie: “Dat kan niet. Er zegt nooit iemand wat over.”
Mjah, misschien omdat je ze niet hoort omdat je intercom niet goed functioneert… :-S
Nog zo’n leuke:
“Goedeavond, ik kom collecteren voor de Dierenbescherming.”
“De Dierenbescherming? Maar de dieren worden toch al beschermd?”
“Ja… door de Dierenbescherming…”
“Goedeavond, ik kom collecteren voor de Dierenbescherming.”
“Welke dieren? Die zijn toch allemaal al dood?”
Euh…
Daarna volgde een relaas over overbemesting, vegetariër zijn, wolven in Duitsland en een vogelhuisje op zijn balkon. Fijn… mag ik nu alsjeblieft weg? :-S
Veel leuker was het verhaal van het oude, gebogen vrouwtje met lange zilvergrijze haren. Met authentieke krakende sprookjesstem begon ze na mijn introductie:
“Oh kind, ik heb geen dieren meer. Vroeger, toen had ik een volière, met zo’n dier met een grote pluimstaart… Kom, hoe heet het ook alweer…”
“Een pauw?”, probeer ik.
“Nee! Ach… Nou ja. Die sprong toen zó bovenop de vogel… en die heeft hem opgegeten!”
En ze leefden niet nog lang en gelukkig… :-O
Bij één huis vroeg ik me wel even af of ik een hulpinstantie moest informeren. Ik belde namelijk aan bij een huis wat duidelijk van een senior bewoner was. Binnen was het licht aan, maar voor de deur stond zo’n bezorgmaaltijd in warmhouddoos. Het lijkt me toch dat de senior thuis is als zijn maaltijd wordt bezorgd. Toen er in eerste instantie inderdaad niemand open deed, ging ik me afvragen of hij of zij misschien gevallen was in huis en hulp nodig had. Uiteindelijk werd er gelukkig toch open gedaan. En moest ik de dame even attenderen op de doos op haar deurmat, anders had ze de voordeur alweer dicht gedaan en had ze haar eten nog niet ontdekt.
Een andere meneer moest ik er op wijzen dat zijn sleutels nog in de voordeur staken. Ach, zo doe je niet alleen iets goeds voor de dieren maar ook voor je medemens. ![]()


















