Tijdens het Gebroeders van Limburgfestival begon ik aan een eenvoudige band, in de hoop nog snel voor Middeleeuws Ter Apel, dat het weekend erna was, een paar armbandjes voor de verkoop te kunnen maken.
Niet dat ik die per se moest hebben, maar dat is wel iets dat verkoopt, en tijdens een evenement kan ik toch alleen simpele patroontjes maken, dus de zijden riem met brokaat die nog op de planning stond, moest sowieso wachten.
Helaas viel het weven ter plekke erg tegen: ik bleek het patroon verkeerd te hebben ingeregen. Niet geheel mijn fout, want het is zo dat er geen universele schrijfwijze voor kaartweefpatronen bestaat. Dus als je een patroon van Pinterest downloadt, moet je maar hopen dat je het op de juiste manier leest. In dit geval niet dus.
De hele zaterdag ben ik bezig geweest om het patroon goed te krijgen. Toen dat eindelijk was gelukt en ik op zondag vol goede moed opnieuw wilde beginnen, bleek de spanning op de draden niet meer gelijk te zijn en het bandje niet mooi strak te worden. Raaah!
Nou ja. Eenmaal thuis gekomen, heb ik de boel opnieuw ingespannen, zodat ik tijdens Ter Apel hopelijk wél iets goeds kon produceren.
Wat denk je: daar verliep het dermate van een leien dakje, dat ik bewust veel pauzes heb genomen en tussendoor doedelzak heb gespeeld, omdat ik anders alles te snel af zou hebben en niks meer te demonstreren zou hebben! Het is ook nooit goed…
Maar okee, ik heb dus nu één armbandje. Bij het stuk dat ik op Ter Apel weefde, heb ik niet meer de moeite genomen om het in kleine stukjes op te delen, want ik wist dat er geen nieuw evenement zou komen waarop ik het kon verkopen. En dan maak ik liever een langer stuk band, dat ik bijvoorbeeld kan gebruiken om mijn eigen kostuums mee te decoreren.
Er was niet zo heel veel draad meer over, dus de band is niet erg lang geworden. Een grote halsopening versieren red ik al niet meer. Misschien twee mouwen ofzo. Ik ga wel zien. Het komt vast een keer van pas. En dat armbandje kan ik misschien, samen met de andere overgebleven ‘souvenir-koopwaar’, gewoon meegeven aan de groep voor vulling van hun marktkraam op evenementen waar ik niet meer bij ben.
Voor Idolum wilde ik een decoratieve band weven om mijn jurk mee te versieren. Daarvoor had ik flink wat lengte nodig, want ik wilde hem ook om de zoom aan de onderkant naaien.
Vol goede moed ging ik aan de slag.
Om te constateren dat deze band een veel te grote uitdaging was voor mijn middeleeuwse weefgetouw. Ten eerste was het sowieso al hel om in te rijgen, omdat de draden steeds in de knoop bleven raken. Ten tweede was hij zo breed dat hij er amper op paste. Ten derde moest er dermate veel draad worden opgewikkeld, dat het onmogelijk was om alle draden op gelijke spanning te krijgen.
Daar ging het voorspoedig mee. Maar Idolum was al lang gekomen en weer gegaan, dus nu had de band geen doel meer. En werd het een laagprioriteitsprojectje en bleef het liggen.
Maar opgeven is niet mijn ding en bovendien had ik de kaartjes nodig voor nieuwe projecten. Ik besloot tijdens het re-enactmentfestival in Doornenburg de boel af te weven. Dat moest weliswaar weer op mijn middeleeuwse weefgetouw, maar ik was inmiddels zo ver dat de lengte van de losse draden sterk gereduceerd was. Nu moest het toch wel lukken…?
Tijdens het evenement ben ik letterlijk geen meter opgeschoten. Erger nog: in het daar geweven stuk zijn fouten ontstaan, door de afleiding van bezoekers, terwijl ik tot dan toe foutloos had geweven. En omdat een ander weefgetouw een andere spanning met zich meebrengt, is dat stuk van de band een stuk smaller geworden dan de rest. Argh.
Om het drama compleet te maken, braken er continu draden. Want het was erg regenachtig dat weekend en linnen kan niet zo goed tegen vocht.
Eenmaal thuisgekomen heb ik de boel wéér omgezet naar mijn moderne weefgetouw. Maar ook thuis bleven er draden breken. Waarschijnlijk was het linnen structureel verzwakt door al het herinspannen.
Zo goed en zo kwaad als het ging heb ik hem verder afgewerkt. Toen zo’n 30cm voor het einde wéér een draad brak, vond ik het welletjes en heb ik hem afgewerkt.
Het eindresultaat: een wokkelige band van 2,9 meter, met op één stuk een paar foutjes in het motief.
Niet mijn beste werk. Maar het patroontje is wel mooi.
Misschien dat ik hem ooit nog voor een ander kostuum kan gebruiken. Of dat er toch kopers voor zijn tijdens een festival. Ik zal wel zien.
Tijdens re-enactmentevenementen kies ik het liefst een eenvoudig patroon om te weven. Wel eentje waarbij de kaartjes verschillende draairichtingen hebben, zodat ik de techniek goed kan demonstreren, maar niet zo complex dat ik continu (letterlijk) de draad kwijtraak en ik eindig met een weefsel vol fouten.
Dit S-patroontje was behoorlijk eenvoudig en dus durfde ik het ook aan om een flinke lengte te maken. Het heeft me twee evenementen gekost en daarna heb ik er nog thuis verder aan moeten weven om het af te krijgen, maar nu heb ik wel maar liefst 2,30 meter aan wollen band! En nog geheel foutloos ook!
Hij is lang genoeg om 2x om je middel heen te wikkelen, mocht je hem als riem willen gebruiken. Dat vind ik altijd net wat leuker staan. De uiteinden heb ik afgewerkt door er kwastjes van te maken.
Ik heb er geen specifiek doel voor, dus hij gaat gewoon mee voor de verkoop en kan dan gelijk dienen als voorbeeldmateriaal.
Ik moet nog zó veel leren over kaartweven… Met name het inrijgen van het weefgetouw blijft een hel.
Mijn middeleeuwse weefgetouw blijkt vooral zeer suboptimaal wanneer het gaat om heel lange en brede banden. Het is echt onmogelijk om al die draden met gelijke spanning op de klossen te winden.
Mijn zelfgemaakte inkle loom heb ik al lang geleden afgeschreven wat dat betreft. Leuk om mee te bandweven, maar voor kaartweven vind ik ‘m niet handig inrijgen en ook daarop is het heel lastig om de spanning goed te krijgen.
Een extra probleem bij deze weefgetouwen ontstaat als je niet even vaak vooruit als achteruit draait met je kaartjes. Op een gegeven moment krijg je dan een enorme opgedraaide boel aan het eind van je draden. Dat is nog wel te negeren als je een bandje van een meter of wat maakt, maar ik was voor Idolum begonnen met een band van 4 meter, die ook nog eens erg breed is. En ik krijg het gewoon niet voor elkaar om dat ding af te maken, puur vanwege de spanningsproblemen. Ik heb hem al 6 (!) keer opnieuw op het weefgetouw gezet, maar iedere keer weer smijt ik het geheel gefrustreerd in een hoek.
Extra cru om dan anderen op de kaartweef-Facebookgroep te zien, die in no-time allerlei mooie bandjes vervaardigen. Maar ja, die hebben dan ook allemaal andere weefgetouwen die wat handiger zijn dan de mijne.
Dus toch tijd voor iets anders. Want hee, ik hoef natuurlijk geen historisch correct weefgetouw te gebruiken als ik thuis aan het weven ben. Ik kan mijn correcte model bewaren voor evenementen en daar gewoon de wat kortere bandjes op maken. En voor thuis gebruik ik dan een superpraktisch model.
Na een hoop moderne kaartweefgetouwen te hebben bestudeerd, besloot ik dat de weefplank mij het handigste én makkelijkst te maken leek. Ik combineerde wat elementen van verschillende varianten en stelde zelf een versie samen die hopelijk voor mij goed werkt:
Het ding zat behoorlijk snel in elkaar en bleek echt niet moeilijk te maken. Al het hout is restanthout dat nog in de schuur lag. Alleen voor de bouten met vleugelmoeren moest ik nog even naar de bouwmarkt.
En zo ziet hij er ingeregen uit:
Nou ja, deels ingeregen. De rechterkant is nog een losse kluwen draadjes. Ik heb nog niet de moed kunnen verzamelen om die te gaan ontwarren… :-S
De spijkertjes zorgen ervoor dat je draden niet over elkaar heen gaan lopen. Zo voorkom je klitten.
Aan beide uiteinden zitten losse plankjes, die je met de vleugelmoeren tegen de onderste plank kunt klemmen. Daar gaan aan de ene kant je weefdraden door en aan de andere kant het geweven stuk band dat al af is.
Het idee is dat je de draden heen en terug over de plankjes leidt, zodat ze er niet tussenuit glippen zodra er kracht op komt te staan (wat bij kaartweven heel erg het geval is).
Zo dus: (links is zoals gezegd nog een warboel; niet op letten)
Zodra je met je weefsel bovenaan bent gekomen, kun je de moeren losschroeven en het weefsel in zijn geheel doorschuiven. En mochten bepaalde draden losser zitten dan de andere, dan kun je ze zo (hopelijk…) makkelijk bijtrekken. Plus, als de boel in elkaar gedraaid zit, kun je het weer makkelijk uitdraaien omdat de uiteinden van de draden niet ergens aan vastzitten.
Vandaar dat de plank ook zo lang is. Niet nodig voor het weven (langer dan je armen kunnen reiken heeft geen zin), wel om de draaduiteinden van een tafel af te kunnen laten bungelen.
Aan de voorkant zit maar één los plankje, aan de achterkant zitten er twee. Eigenlijk wilde ik er vooraan ook twee, maar de vierde brak door tijdens het boren en ik was te lam om een nieuwe te maken. Hopelijk is eentje ook genoeg, aangezien daar alleen complete banden doorheen hoeven en die minder snel wegglijden dan losse draadjes.
En dan nu… met hernieuwde moed aan de slag. Deze band moet snel af, want voor het eerstvolgende re-enactmentweekend heb ik de weefkaartjes weer nodig. En ik heb geen zin om die hier van af te gaan halen en later weer opnieuw in te gaan rijgen…
Waarschijnlijk ga ik tijdens het gebruiken van deze weefplank weer tegen nieuwe onhandigheden aan lopen. Waardoor ik op termijn vast weer een nieuw model ga maken. Daar heb ik me nu al bij neergelegd. Zo is mijn leven.
Tijd om te experimenteren met andere middeleeuwse toepassingen van kaartweven! Naast losse bandjes, kun je namelijk ook naden ermee afwerken. Zoals de naden van tasjes.
Het lijkt een hoop gedoe, maar eigenlijk is het veel sneller en makkelijker dan het weven van een normaal bandje, want er zit ten eerste geen patroon in en ten tweede zijn het maar enkele kaartjes die je hoeft in te rijgen.
Ook de techniek is heel eenvoudig: je weeft op de normale manier een bandje, alleen gebruik je geen shuttle maar een naald om de weefdraad door je weefsel te halen. En in plaats van heen en weer te weven, weef je maar één kant op en steek je daarna de naald met de weefdraad door de stof van het tasje, zodat je het weefsel tijdens het weven al aan het tasje vaststikt:
Ik had nog wel een gevalletje ‘I did not think this through…’, toen ik bij de bovenkant van het tasje aankwam. Het idee is, dat je met de helft van de kaartjes linksom gaat en met de andere helft van de kaartjes de rechterbovenrand afwerkt. Heel leuk, maar… hoe kantel ik dat tasje een kwartslag, zodat ik bij de bovenkant kom, als alle draden strak gespannen zijn in mijn weeftgetouw??
De oplossing bleek uiteindelijk ook heel eenvoudig en veel minder werk dan ik vreesde: het weefsel losmaken van het weefgetouw en met een tijdelijk draadje in de hoek van het tasje opnieuw bevestigen:
Het uiteindelijke resultaat:
De kwastjes in de buitenste hoeken zijn dus gewoon de uiteinden van het weefsel, die ik samen heb gebonden!
Ik heb voor deze eerste poging hele dikke wol gebruikt, dus de afwerking is nu nogal grof. Ik wilde het mezelf niet meteen al te moeilijk maken (en dikke wol schiet een stuk meer op dan dunne zijde…). Maar dit tasje is voor demonstratie-doeleinden en daarom is het eigenlijk juist goed dat je duidelijk kunt zien hoe de draadjes lopen.
Ooit maak ik nog een keer een luxe tasje van zijde, met afwerking van zijdegaren. Ooit…
Ik heb inmiddels een leuk setje demonstratiebanden voor bij het kaartweven tijdens re-enactmentevenementen. Maar ik merk dat bezoekers wat moeite hebben zich voor te stellen wat je dan precies kunt doen met de geweven bandjes. Dus ga ik ook een aantal kant-en-klare objecten meenemen.
Ik had al een riem, en nu heb ik ook een setje kousenbandjes geweven:
Het is geweven van superfijne zijde en dat blijft toch altijd lastig. Ten eerste blijft het haken achter ieder los velletje of wat voor uitsteeksel dan ook dat aan je vingers zit. En omdat het zo fijn is, is het ook heel lastig om het weefsel dicht te krijgen en ook nog eens de band overal even breed te houden. Maar ik word er zo te merken wel steeds beter in.
Alle draadjes waren dezelfde kleur, maar door te variëren met de inrijgrichting en de draairichting van de kaartjes, heb ik er een blokjesmotief in gekregen.
Fijn, zo’n re-enactmentweekend! Want ook al was ik thuis te druk met mijn nieuwe website, zo heb ik toch nog fröbelwerk af kunnen krijgen.
Aangezien er afgelopen evenementen diverse kaartgeweven spulletjes door bezoekers zijn gekocht uit onze marktkraam, had ik maar weinig koopwaar over. Hoog tijd om wat bij te maken.
Het voordeel van mijn weefgetouw is, dat ik hele lange draden kan inrijgen, en daar meerdere stukjes weefsel in kan maken, die ik dan achteraf in losse stukjes opknip. Zo hoef ik niet voor elk stukje de boel opnieuw in te rijgen.
Lange banden zijn namelijk interessant voor mede-re-enactors, maar de gemiddelde bezoeker kan er weinig mee. Die vindt het gewoon leuk om een souvenirtje mee te nemen van een mooi stukje weefsel. En voor zo’n souvenirtje gaan ze geen tientallen euro’s neertellen, terwijl een lange band flink aan de prijs kan zijn (want: veel werk!). Vandaar dat ik ook historisch niet-correcte spulletjes maak, zoals sleutelhangers, boekenleggers en armbandjes:
Dit is dan ook gelijk een goede gelegenheid om mijn niet-handgeverfde wol mee op te maken. De handgeverfde wol bewaar ik wel voor de re-enactorbanden.
Zoals je ziet heb ik nu ook metalen uiteinden bevestigd aan sommige bandjes. Dat is uiteraard nodig voor de sleutelhangers, maar ik ben ook aan het experimenteren met armbandsluitinkjes. Vanwege de inkoopkosten wordt het bandje daardoor duurder, maar het ziet er wel mooier uit, ook als je hem om je arm draagt.
Eens kijken of dit soort bandjes beter verkopen dan degenen zonder metalen sluitingen. Zo ja, dan moet ik maar eens op zoek naar een leverancier om dit spul in bulk in te kopen, want ik heb het nu gehaald bij zo’n winkeltje dat spulletjes verkoopt voor het zelf maken van sieraden, waarbij je alles per stuk kunt kopen. En daar betaal je natuurlijk de hoofdprijs voor.
Het uitproberen van een paar nieuwe kaartweeftechnieken had ik al heel lang op mijn to-do lijstje staan. De afgelopen dagen kwam ik er eindelijk aan toe.
Mijn eerste probeersel was een bandje met alle draden in dezelfde kleur. Het motiefje dat er in zit (strepen, blokjes, ander soort strepen), wordt enkel gevormd door variaties in de wijze waarop de draden door de kaartjes zijn geregen (van links naar rechts of van rechts naar links door de gaten) en de draairichting van de kaartjes (vooruit draaien of achteruit draaien).
Niet het mooiste resultaat, want dit was voor het eerst dat ik mijn (superfijne, supersterke en superzachte!) zijdegaren gebruikte. Omdat het zulke minuscule draadjes zijn, blijkt het erg lastig om de bandbreedte overal gelijk te houden. Maar ik kan dit bandje desondanks goed gebruiken om te demonstreren wat voor effect de manier van inrijgen en het draaien van kaartjes kan hebben op het weefsel. Wat dat betreft werkt het zijde daar weer erg goed voor, dankzij de glans.
De tweede techniek die ik uitprobeerde, was er eentje waar ik al heel lang tegenaan zat te hikken, maar die ik écht moest leren, omdat het typisch iets uit de late middeleeuwen is: brokaat. Bij brokaatweefsels gaat het er niet meer om wat voor moois je door middel van de kaartjes kunt produceren; dat weefsel dient enkel als ondergrond voor de motiefjes die je er met een gouden draad tussendoor weeft.
Je hebt dus twéé weefdraden: je normale draad (in de kleur en materiaal van je andere draden) en een gouden draad, die je nadat je de normale weefdraad er doorheen hebt gehaald, tussen enkele draden doorhaalt. Je pakt sommige bovendraden op, andere niet, waardoor dus een patroontje ontstaat op de plekken waar de gouddraad over de bovendraden ligt. De gouddraad wordt op zijn plek gehouden door de draden waar hij onderdoor loopt.
Dat is niet alleen een kwestie van erg goed tellen (draad 6 oppakken, draad 13 en 14 oppakken, draad 21 oppakken… en bij de volgende toer weer een heel ander setje), het gaat ook ontzettend TRAAAAAAG!!! Mijn hemel, want een k*tkarwei… het duurt zeker 3x zo lang als normaal kaartweven – wat al niet bepaald snel gaat. Maar als goede re-enactor ik zal hier toch vaker mee aan de slag moeten. :-S
Ook deze band is niet geheel gelijk in breedte geworden, maar ik ben best tevreden over hoe de patroontjes zijn gelukt! Behalve dan de ‘negatieve’ versie van de patronen: daar zie je heel veel losse draden liggen voor en na het begin van het patroon. Dat lijkt me onvermijdelijk, want omdat daar geen patroon is moet je nu eenmaal over alle bovendraden heen, maar wellicht kan ik door wat oefening de boel wat strakker aangetrokken krijgen, want nu oogt het rommelig.
Het zou ook kunnen liggen aan het gouddraad. Ik heb namelijk moeten sjoemelen met het materiaal, want in de middeleeuwen werd echt gouddraad (al dan niet om een zijden draad heen gewikkeld) gebruikt. Dat is momenteel natuurlijk nauwelijks verkrijgbaar en bovendien onbetaalbaar. Er zijn wel kaartwevers die een alternatief hebben gevonden, maar ik ben nog steeds op zoek naar een webshop o.i.d. waar ik dat kan aanschaffen.
Tot die tijd gebruik ik zeer niet-historisch correct goudkleurig DMC-garen… :-X En dat is dus veel soepeler dan echt gouddraad, wat een stuk minder buigzaam zal zijn en dus waarschijnlijk uit zichzelf recht op het weefsel blijft liggen.
Regelmatig denk ik: “Zo, dat is af!”, waarna voortschrijdend inzicht me inhaalt en ik toch opnieuw aan de slag ga. Zo ook met mijn middeleeuwse kaartweefgetouw.
De afbeelding waarop het ding is gebaseerd, toont namelijk alleen de achterkant van het weefgetouw:
De voorkant was dus mijn eigen interpretatie.
Nu ik er een tijdje mee heb geweven, kan ik zeggen dat mijn opzet, met een spleetje in het rondhout waar de draden doorheen worden gebonden, niet optimaal werkt. Doordat het rondhout zo smal is, is het erg lastig om de spanning gelijk te houden tijdens het opwinden. Je draait de draden bovendien steeds over hun eigen knoopjes heen, wat ook weer bobbels veroorzaakt.
In de loop der tijd ben ik bij andere kaartwevers een constructie tegengekomen die me beter lijkt werken. Niet alleen is het rondhout dikker, ook wordt er gewerkt met een soort stokjes aan stof, waar de weefdraden aan worden gebonden, in plaats van aan het draaiende rondhout zelf.
Na dat bestudeerd te hebben, heb ik geconcludeerd dat ik mijn weefgetouw prima zo kan aanpassen dat ik ook met die constructie kan gaan werken, zonder dat het getouw er anders dan op de afbeelding uit komt te zien. Of de constructie historisch correct is weet ik niet, maar dat wist ik van mijn vorige interpretatie ook niet – ik heb nog geen enkele andere afbeelding van een weefgetouw als deze gezien, laat staan eentje waarbij de bevestigingswijze te zien was. En aangezien ze deze constructie destijds prima moeten hebben kunnen fabriceren, lijkt het me plausibel genoeg om het zo te gaan doen.
Aan de slag dus!
Gelukkig kon ik het geraamte van het weefgetouw recyclen en hoefde ik alleen de opwindmechanismen te vervangen. Daartoe zaagde ik twee stukjes rondhout (van dezelfde dikte als het huidige gat in het getouw), twee tandwielen, en maakte ik een gat in twee dikke klossen hout.
Die klossen vinden was nog een uitdaging! Zo’n dik rondhout krijg je dus niet bij de bouwmarkt. Volgens de medewerkers dan. Dit was namelijk een kwestie van creatief denken: na ‘nee’ gehoord te hebben op de afdeling hout, ben ik verder gaan snuffelen in de winkel en vond ik in het rek gelabeld ‘tafelpoten’, twee houten exemplaren die al precies de juiste lengte hadden en waar ik alleen de metalen schroef uit hoefde te halen. Oh yeah! B-)
De tandwielen zijn nu ook van een stuk betere vorm dan mijn vorige, waar ik (zoals op de eerdere foto te zien is) stokjes aan de zijkant in had gestoken. Op de middeleeuwse afbeelding is echter te zien dat het tandwiel uit één stuk gevormd hout is gemaakt, en niet zoals ik het eerst had gedaan. Ook weer winst dus.
Het tandwiel lijmde en timmerde ik aan de klos vast (nee, da’s niet historisch correct, maar ik heb helaas geen verstand van middeleeuwse timmerwijzen). De pin stak ik er vervolgens in. Die hoeft niet vast te zitten – juist niet. Het idee is dat de klos om het rondhout heen kan draaien. Aangezien het rondhout ook los in de opening in het weefgetouw zit, kan die daar ook nog eens draaien, wat niet per se hoeft, maar op zich wel helpt.
In mijn vorige weefgetouw stak het rondhout aan de achterkant uit en zorgde ik er met een pinnetje dat er doorheen ging voor dat het rondhout er niet meer uit kon. Maar uit ervaring blijkt dat dat niet nodig is: de spanning op het weefsel zorgt er vanzelf voor dat de pinnen er niet uit komen.
Terwijl het hout mocht genieten van een badje lijnzaadolie, ging ik aan de slag met stof en draad om het bevestigingsmechanisme te maken. Eén houtje gaat in een stuk linnen, dat daarna met spijkertjes op het rondhout wordt vastgezet:
Via de gaatjes in de houtjes wordt er een tweede houtje aan vastgeknoopt. Aan dat houtje kan ik straks mijn weefdraden bevestigen.
Tijdens het opwinden van de weefdraden wikkelt het houtje zich ook om de klos
Het voordeel is, dat door de dikte van de houtjes, de weefdraden iets van het rondhout af gaan staan. In die opening kunnen de knoopjes van de weefdraden vallen, waardoor het hopelijk allemaal wat gelijkmatiger kan worden opgedraaid, zonder bobbels en dus verschil in spanning tussen de weefdraden.
Zo ziet mijn getouw er nu uit:
En dit is de achterkant. Nu nog beter vergelijkbaar met de middeleeuwse illustratie, toch?
En weet je: ik dacht altijd dat dat kleine balkje op de foto een tweede uitstekende pen was, om het weefsel over te hangen. Maar bij nader inzien kan het best een zwevend stukje hout zijn, namelijk het houtje waar je de weefdraden aan bevestigt! Wat betekent dat Maria daar op de afbeelding het eind van haar draad heeft bereikt en niet verder kan draaien aan het wiel. Of dat ze net is begonnen, en dat die kant het weefsel dat gereed is, vasthoudt, wachtend op het opdraaien als het weefsel verder gevorderd is…
Het verklaart alleen niet het bovenste uitstekende pinnetje, waarvan ik ook niet weet waar het voor dient. Mjah, wie weet wat voor voortschrijdende inzichten ik over een tijdje weer allemaal ga hebben…
Nu rest alleen nog de proef op de som, door hem in gebruik te nemen!
Afgelopen weekend heb ik vanwege de lage bezoekersaantallen flink door kunnen weven en zo’n anderhalve meter band af gekregen. Het is een relatief eenvoudig patroon van een plantenstengel met bloemetjes. Weliswaar bestaande uit meerdere verschillende draairichtingen per kaart, maar daarna wel alles steeds weer in spiegelbeeld terug, zodat zich geen draaiingen in mijn draden ophoopten als ik meer meters maakte.
Tijdens het weekend droeg ik mijn al eerder kaartgeweven riem, maar ik was er eigenlijk toch niet zo blij mee. Omdat de wol niet handgeverfd is, steken de kleuren behoorlijk af tegen mijn donkerblauwe jurk. Terwijl, zoals Rinske recentelijk opmerkte, natuurlijke kleuren nooit met elkaar vloeken, hoe je ze ook combineert.
Een waarheid als een koe, want mijn nieuwe band, die bestaat uit groen, geel en twee tinten rood, werkte wél heel mooi samen met mijn jurk.
Dus eenmaal thuisgekomen heb ik er een gesp en riem-einde aangezet, zodat ik ‘m als ‘praktijkvoorbeeld’ kan dragen tijdens een evenement, om de gebruiksmogelijkheden te laten zien.
De gesp en riemuiteinde zijn eigenlijk te fancy voor deze riem, want ik heb ze ooit gekocht om aan een zijden riem met brokaatweefsel te zetten. Maar die techniek heb ik nog niet onder de knie, dus voorlopig kan ik ze hiervoor gebruiken. Ik kan ze te zijner tijd weer loshalen en op een andere riem zetten.
So much to do, so little time… Dus ik ben erg blij dat ik deze band van het weekend af heb gekregen, zodat ik er thuis niet verder aan hoefde.
Wel heb ik van de restjes aan de uiteinden nog wat kwastjes gemaakt:
Inmiddels ook enigszins gebruikelijk geworden. Hoewel ik beter wat nieuwe armbandjes en sleutelhangers kan gaan maken, want die zijn afgelopen weekend dus allemaal verkocht, in tegenstelling tot mijn kwastjes.