Castlefest!!! <3 <3 <3 <3 <3 <3 <3 <3 <3 <3 <3 <3
Voor het eerst sinds 2019 was ik er weer een heel weekend (lees: 4 dagen, want het begint al op donderdag). In 2020 en 2021 ging het niet door vanwege corona en in 2022 was ik er maar één dagje, omdat het koetshuis toen niet beschikbaar was gesteld door de Keukenhof, waardoor de instrumentproeverij waar ik zou vrijwilligen niet doorging, en alle camping- en parkeertickets al uitverkocht waren toen ik dat vernam. Dit jaar ging alles gelukkig wel weer door en mocht ik wederom als vrijwilliger mee met Stichting Draailier en Doedelzak, om bezoekers te begeleiden bij het uitproberen van de doedelzak, in de hoop nieuwe zieltjes voor dit fantastische instrument te winnen. ![]()
Vorige week zag ik er wel een beetje tegenop om te gaan, gezien de weersvoorspelling. Want vier dagen door regen en modder baggeren en ‘s nachts alleen een tent boven je hoofd waarin niks droogt, is geen pretje. Het is dat ik het vooruitzicht had dat ik overdag tijdens de instrumentproeverij kon schuilen in het gebouw waar dat zou plaatsvinden.
Verder is er altijd veel onduidelijkheid rondom het opbouwen en het vervoer van je spullen, aangezien de orga niet helemaal lijkt te weten wat ze met ons aan moeten. Wij zijn vrijwilligers, maar geen crewleden. We hebben een enorme berg instrumenten bij ons, maar zijn geen artiesten. En we verkopen niets, dus we zijn ook geen horeca of standhouders. We worden desondanks ingedeeld in de categorie ‘standhouders’, maar de bijbehorende briefing vooraf is voor ons maar deels relevant / van toepassing, en voor een ander deel ontbreekt er informatie die voor ons nuttig is. Het is dan ook ieder jaar weer de vraag waar we aan onze toegangsbandjes komen, of we met onze auto het terrein op kunnen om spullen af te gooien, welke route we dan moeten nemen, of dat wel een handige is, waar we de spullen tijdelijk kunnen onderbrengen, en waar we vervolgens moeten parkeren. En ik ben niet zo goed in onzekerheid, zeker niet aangezien ik dus een sh*tload aan spullen bij me heb, inclusief waardevol instrument, en ik liever niet onnodig die boel handmatig van een parkeerplaats 2x het complete terrein over zeul – laat staan in de regen.
Maar… het is me 100% meegevallen!!
Ten eerste doordat ik inmiddels een behoorlijk ervaren festivalbezoeker en kampeerder ben, in combinatie met mijn pack rat neiging. Daardoor was ik goed voorbereid: ik wist wat ik allemaal moest meenemen en beschik inmiddels ook over goede uitrusting. Zoals een bolderkar voor het vervoeren van al mijn meuk over lange afstanden, een goede regenjas, stevige en waterdichte wandelschoenen, etc. Ik denk er van tevoren aan mijn kleding en hoeden in te sprayen met water- en vuilwerende spray en weet dat veel setjes kleding met laagjes niet alleen leuk zijn omdat je dan iedere dag een andere outfit aan kunt, maar je ook echt niet de volgende dag in dezelfde kleffe, natte kleding wil moeten stappen, en het door de laagjes makkelijk is om het niet te koud of te warm te hebben bij wisselende omstandigheden (dansen = heet, regen = tenminste 3 graden koeler). Ik weet ook dat je te allen tijde moet voorkomen dat je natte voeten krijgt, want dan voel je je niet alleen miserabel, maar krijg je ook blaren. Bovendien weet ik inmiddels dat je áltijd zelf wc-papier bij je moet hebben, want je kunt er niet op rekenen dat er iets aanwezig is in de toiletwagens en dixies. Picknickdekens zijn handig om een droge plek te creëren om op neer te kunnen ploffen, en plastic zakken zijn nodig om natte objecten in je tas te stoppen zonder de rest ook nat te maken. Daardoor ben ik perfect door het weekend heen gekomen, en waar ik van anderen hoorde dat ze tot op hun onderbroek nat zijn geworden, had ik op zijn hoogst een natte rand aan mijn rok.
Het enige wat ik nog niet had, waren regenlaarzen. In de ochtend van de dag dat ik in de auto naar Castlefest stapte, racete ik dus nog even naar het winkelcentrumpje in mijn wijk om laarzen te scoren. Wat nog best een uitdaging was. In de eerste winkel trof ik alleen maar lompe en kniehoge standaardlaarzen aan, of panterprint-modelletjes (‘want dat vinden vrouwen leuk’?), en daarna ging in andere winkels het gesprek met een medewerker structureel als volgt:
“Heeft u ook regenlaarzen…”
“Ja hoor, die vindt u daarachter!”
“…voor dames?”
“Oh, nee, we hebben alleen laarsjes voor kinderen.”
Gelukkig vond ik uiteindelijk bij Van Haren een geschikt paar: neutraal zwart, enigszins modieus dankzij het gespje en hoog genoeg om water en modder tegen te houden maar laag genoeg om niet oncomfortabel tegen mijn benen te zitten. Ze waren wat aan de ruime kant, maar met dikke wandelsokken en een inlegzooltje zaten ze dermate prima dat ik er twee dagen full-time op heb kunnen lopen – én op heb kunnen dansen! Dus ik ben er ontzettend blij mee, want ook al had ik mijn waterdichte wandelschoenen kunnen dragen, ik had het zonde gevonden als die enorm onder de modder waren komen te zitten en ik denk ook dat ze niet hoog genoeg zouden zijn geweest gezien hoe hoog het water opspetterde tijdens het lopen.
Want hoewel de donderdag en de vrijdag te doen waren, hadden de modder en het waterniveau bij de backstage op zaterdag en zondag dramatische vormen aangenomen.

Zó veel respect voor alle organisatoren en vrijwilligers… Wat een werk moeten die hebben gehad. Zo’n festival op poten zetten is sowieso al geen kleine klus, maar als je dan ook nog eens moet improviseren omdat alles zeiknat is, het overal lekt, de waterdruk steeds wegvalt op toiletten en in douches, en er in het hele land om de een of andere reden (…) geen loopplaten meer bij te huren zijn, en je alle klusjes moet doen terwijl je met je poten in de modder en je kop in de regen staat, dan is het echt niet meer leuk. Desondanks zag ik iedereen continu zijn stinkende best doen en bleef men vriendelijk en vrolijk, of het nou bij de bandjescontrole was of bij het verkeersregelen op de parkeerplaats. Helden zijn het! <3

(eerste twee foto’s resp. door Anke en een onbekend iemand)De tweede reden dat het voor mij meeviel, was omdat ik echt heel veel mazzel heb gehad. En hulp. Dit jaar hadden we in recordtempo onze envelop met bandjes en parkeerkaarten in handen, ik kon met de auto het terrein op en mijn spullen dumpen op een droog moment en op een plek die perfect lag tussen zowel het koetshuis als de vrijwilligerscamping, en toen ik de parkeerplaats op reed opende de parkeerplaatsbeheerder om mij nog steeds onduidelijke reden, een tot dan toe met een hek afgezette plek voor me die direct aan het begin van de toegangsweg lag, zodat ik niet helemaal aan de andere kant van het veld hoefde te gaan staan.
De liefdevolle Castlefest-gemeenschap openbaarde zich al snel toen ik mijn tent wilde opzetten. Er kwam iemand achter me aangerend met een item dat onderweg van mijn bolderkar was gevallen en toen ik mijn tent begon uit te pakken, verschenen er per direct drie mensen die aanboden me te helpen bij het opzetten! <3
Het opruimen ging net zo voorspoedig – ik heb dankzij ons teamwork nog nooit zo snel en zonder zware inspanning alle meuk terug bij mijn auto gekregen en hoewel het zondagochtend echt heel veel regende, was het precies op het moment dat ik mijn tent wilde inpakken, droog!
Ik heb bovendien daadwerkelijk kunnen douchen op zaterdagochtend: de douche werd nét toen ik arriveerde schoongespoten door vrijwilligers, er was waterdruk, het was een fatsoenlijke straal én het water was warm. Wat wil je nog meer? ![]()
Ook viel het weer erg mee ten opzichte van de voorspellingen. Ja, het vrijwilligersterrein was bij het opbouwen al zeiknat geregend, maar het bezoekersgedeelte bleef voor het grootste deel prima begaanbaar, zelfs nadat het in de nacht van zaterdag op zondag non-stop had geregend (alleen het middeleeuwse terrein moest helaas op zondag dicht wegens te zware regenval). En er waren buien, maar op de meeste momenten dat ik naar een band luisterde, danste of ergens naar onderweg was, was het droog. Op vrijdag was het zelfs zonnig en behoorlijk warm! Ik ben zelfs een beetje verbrand, omdat ik uit pessimisme geen zonnebrandcrème had ingepakt (het enige item dat ik níét bij me had). ![]()
Sowieso was de temperatuur best lekker – ook op de momenten dat het regende, koelde het niet dermate af dat het onaangenaam werd.
Het scheelde natuurlijk ook dat ik warm en droog in het koetshuis was tijdens de instrumentenproeverij. Maar ook daar hadden we geluk, want om de draailier- en trekzakspelers niet te veel te hinderen, gaan we met de doeldelzakken doorgaans naar buiten en dat kan niet als het regent. Ik heb slechts 3x mijn klasje mee moeten nemen naar het veel te krappe halletje in plaats van het pleintje achterom.
De vorige keer hielp ik alleen mee op de zaterdag, omdat er toen voor die dag te weinig mensen waren, maar nu was ik er iedere dag bij. Niet full-time, want ik wilde ook nog een beetje zelf kunnen genieten van het festival. Gelukkig was er genoeg hulp zodat dat kon. Want op vrijdag waren er de hele dag balfolkbands op de podia gepland, dus daar wilde ik heel graag veel zijn. En op zondagmiddag waren er ook diverse bands waar ik naar wilde gaan luisteren. Ter compensatie heb ik op zaterdag zo goed als niks voor mezelf gedaan – en dat was wel nodig, want zaterdag is altijd de drukste dag van het festival, dus zodra het ene klasje klaar was, stonden de volgende alweer te trappelen om onze instrumenten uit te proberen! Aan het eind van de dag was ik bek-af en had ik tetterende oren van al het kabaal om me heen…
Al met al heb ik dus wel veel minder dingen kunnen doen dan andere jaren, terwijl vier dagen eigenlijk altijd al als te weinig voelde. Ik had een strak schema om van koetshuis naar podium en weer terug naar het koetshuis te rennen. De hoeveelheid bekenden die ik heb gespot, valt dus ook erg tegen, tenzij het balfolkies waren die op dezelfde plekken kwamen dansen, of mensen die me even bewust kwamen opzoeken in het koetshuis.
Met het vrijwilligersteam van Stichting Draailier & Doedelzak hebben we het natuurlijk ook onderling gezellig gemaakt, zowel tijdens de instrumentenproeverij als ‘s avonds in de backstage area. Er was een boodschappentas vol met drank en snoep. Op twee momenten hebben we met z’n allen een sessie gespeeld, ter demonstratie. En er waren meermaals per dag optredens van bands met draailier- en/of doedelzakspelers, die sowieso op het festival aanwezig waren voor een officieel optreden en we bereid hadden gevonden om een akoestisch optreden bij ons in het gebouw te komen geven.
Het was fijn om te merken dat de meeste bezoekers die langskwamen echt oprecht geïnteresseerd waren in de instrumenten. Ik had maar één heel irritante dronken kerel, die zich overal mee kwam bemoeien en stomme vragen stelde, en één groepje licht aangeschoten gozers die vooral lollig op de foto/video wilden met het instrument. Ik denk dat we een hoop nieuwe mensen hebben weten te werven voor de aankomende workshopdagen en lessenreeks!
Ook dit jaar was het niveauverschil opvallend. Je pikt doorgaans de fluit- of andere instrumentspelers er wel gelijk uit, maar ook mensen die nog totaal geen instrumentervaring hadden bleken soms opvallend snel de doedelzaktechniek op te pikken. Eén man speelde na een kwartier al een melodietje met rustig bijblazen zonder druk te verliezen. Van de andere kant waren er ook diverse mensen die er alleen gekraak en gepiep uit kregen en na nog geen tien minuten buiten adem en volledig verkrampt afhaakten. Maar ook die leken een leuke ervaring gehad te hebben, want bijna iedereen reageerde ondanks alles erg positief!

Ik heb dus lang niet alles kunnen doen en zien wat ik wilde, maar zelfs als ik niet was gaan vrijwilligen was dat gegarandeerd het geval geweest. Als je het ene doet, betekent dat dat je iets anders niet kunt doen – onder andere omdat er meerdere podia zijn en gave bands dus tegelijkertijd gepland kunnen zijn. Ik heb dan ook geen spulletjes geshopt, maar de bands die ik écht wilde zien, of op wiens muziek ik écht wilde dansen, heb ik mee kunnen pikken.
En wat heb ik weer heerlijk gedanst… <3 Er waren een hoop fijne danspartners met wie ik fantastische dansjes heb mogen doen op inspirerende muziek! Naast diverse bekende Nederlandse balfolkies trof ik ook eindelijk Vincent weer – iemand uit Parijs die ik ooit op Castlefest heb ontmoet en ook alleen op dat festival zie, die ik de afgelopen jaren wegens corona niet meer had kunnen ontmoeten. Dan zijn de dansjes natuurlijk extra bijzonder. Dansen op 10 centimeter hoog gras in regenlaarzen en in (te) lange rok bleek wel een uitdaging, maar het is me gelukt! ![]()

En wat doen balfolkies op Castlefest (nou ja, overal)? Knuffelhoopjes maken!! ![]()

Dat is echt wel een heel fijn element van het festival: al die mooie connecties met mensen. Ook met onbekenden: de drempel om contact te leggen is laag en zelfs als je iemand helemaal niet spreekt is het fijn om gewoon rond te kijken, want er lopen zó veel mooie mensen rond! <3
Na vier veel te snel omgegane dagen met veel te weinig slaap, kwam ik zondagavond laat weer thuis en werd ik besprongen door Sammy, die ook vandaag niet meer van mijn zijde wilde wijken. Ook heel fijn om weer thuis te zijn dus. ^_^ Maar toch mis ik een hoop mensen nu al, want Castlefest zorgt altijd voor een enorm fijn gemeenschapsgevoel. Het is namelijk thuiskomen bij gelijkgestemde mensen.































