Category: Zelf maken

Eat me muffins

Deze week hebben mijn programmeur/designer en ik eindelijk het traject ‘nieuwe website’ officieel afgerond. Er zijn sinds de livegang nog diverse aanpassingen, verbeteringen en bug fixes aan mijn Alice in Wonderland website doorgevoerd, waaronder een flinke verkleining van de afbeelding in de header, maar nu is het to-do lijstje daadwerkelijk op!

Nou ja, het werk is nooit af natuurlijk, maar vanaf nu kan ik het alleen. :-)

Dat moest natuurlijk gevierd worden. En de ontwikkelaar moest bedankt worden. Het is een oud-collega van me, dus het contact was steeds prima en hij is extreem flexibel geweest richting mij. Want tsja, ik weet echt wel dat ik niet de makkelijkste klant ben… misschien zelfs wel één van de meest veeleisende. :-X
Ik heb in het verleden dan ook al meerdere ontwikkelaars versleten. De meesten renden gillend bij me weg of gaven het domweg op om aan mijn eisen te voldoen. Maar deze heeft het gelukkig met me uitgehouden tot het einde, ook al heeft hij er volgens mij veel meer tijd in gestoken dan vooraf geoffreerd (en, mezelf kennende, doe ik uiteraard alleen aan fixed-price-contracten…).

Naast het netjes betalen van de facturen, wilde ik dus iets extra’s doen. En wat is nou meer passend voor de livegang van een Alice in Wonderland site dan…. zelfgebakken ‘eat me’-muffins en een fles ‘drink-me’-wijn?! :-)

Mjah, leuk idee, maar ik blijk dus zo slecht in de keuken dat ik zelfs een pakje voorgeprogrammeerde muffins kan laten mislukken. :-X

De instructie ‘voeg 150 ml water toe aan dit pakje poeder en roer’ doorstond ik nog wel. De instructie ‘plaats de muffins in het midden van de oven’ had ik wellicht iets serieuzer moeten nemen. “Want,” dacht ik: “ik moet 10 muffins bakken en er passen er maar 6 in een tray. Dus als ik ze met behulp van een tweede roostertje boven elkaar zet, passen ze tegelijk in de oven en da’s efficiënt!”

Het resultaat: enthousiast overgroeide muffins links, plat afgetopte & aangebakken muffins rechts. Zucht.

muffins

Ach, ik los dat dan creatief op. Wie zei dat ik ze alle 10 moest geven? Precies, niemand. Dus versierde ik de goed gelukte 6 exemplaren. En vooruit, voor de vorm beschreef ik de andere 4 ook, voordat Mark en ik ze zelf verorberden. Omnomnom! ;-)

eat-me-1

eat-me-2

De mooie zes* muffins stopte ik in een afsluitbaar bakje, dat ik decoreerde met een zelf gephotoshopt ‘Eat me’-label.

Ik had ook een fles wijn gekocht, die ik voorzag van een gelijksoortig ‘Drink me’-label.

drink-me-label eat-me-label

Uiteraard ben ik vanochtend in de haast vergeten foto’s van het eindresultaat te maken, voordat ik de boel in een doos stopte en naar het postkantoor bracht. Nou ja. Hopelijk komen ze goed aan en vallen ze (letterlijk en figuurlijk) in de smaak!

 

Okee, okee, vijf muffins. Maar als ze alle zes in het doosje hadden gepast, had ik die ene niet ook hoeven opeten. Dus.

Mislukte maïs & zalige zalmwraps

Een filmdag betekent ook altijd zelfgemaakte snacks. Dus struinde ik het internet af op zoek naar recepten die niet al te moeilijk oogden en waar niet al te exotische ingrediënten voor nodig waren.

Mijn oog viel op een recept voor Indische maïskoekjes. Die moest toch wel te doen zijn?

Dat viel tegen…

Het maïsmengsel was blijkbaar niet plakkerig genoeg, want zodra ik een schep in de olie deed, viel de boel gelijk uit elkaar. Het werden dus meer gefrituurde maïskorrels dan koekjes.

olie

mais

Na enkele pogingen begon de olie bovendien omhoog te bubbelen en kwam het zo hoog dat olie over de rand van de pan begon te stromen. Gelukkig had ik de tegenwoordigheid van geest om gelijk het vuur uit te draaien, om een steekvlam te voorkomen, aangezien me dat al eens eerder was overkomen

 

Gelukkig had ik nog een Plan B: tortillarolletjes met zalm. Nou ja, eigenlijk was het de snack voor de tweede dag. Maar die bleek voor best veel personen te zijn, dus kon ik de helft op zaterdag serveren en de andere helft op zondag.

Bij het uit de verpakking halen van de wraps, zakte de moed me gelijk in de schoenen, aangezien ik er geen enkele onbeschadigd van de ander getrokken kreeg. Zucht. En ik was nog niet eens echt begonnen. :-S

stuk

Vervolgens bleek het ook nog best een uitdaging te zijn om de zalm netjes over de rondjes te verdelen, zonder dat er ergens lege plekken ontstonden.

belegd

Maar het eindresultaat mocht er toch zijn! Al vond ik ze zondag beduidend minder lekker, omdat de wraps een beetje zompig waren geworden.

rolletjes

Ze zijn dit weekend allemaal op gegaan, dus da’s een goed teken. En ik heb nog van niemand gehoord dat ze ziek zijn geworden. ;-)

Paspop perfectioneren met pur

Een tijdje geleden maakte ik zelf een paspop. Ik vulde het ding toen op met gewone vulling uit een kussensloop, in de hoop dat dat stevig genoeg zou worden.

Bij nader inzien was dat toch niet de beste oplossing. Want als je een paspop aankleedt, komt er best wel wat spanning op het ding te staan. Immers, je eigen borsten, billen etc. geven wel een beetje mee als je kleding over je lichaam trekt. Maar een pop niet.

Dus was ik steeds bang de pop in te deuken. En dat is natuurlijk ook niet de bedoeling.

Alsnog vullen met purschuim dan maar.

Ik was een beetje bang voor het spul, want wat als het er aan alle kanten uit zou spuiten? Of wat als het zo hard uit zou zetten dat het mijn paspop zou vervormen? Maar dat bleek allemaal heel erg mee te vallen!

Voor degenen die het ook willen doen, een verslagje in foto’s, zodat je weet wat je kunt verwachten.

De eerste stap was natuurlijk om mijn paspop aan de onderkant weer open te maken en alle vulling eruit te halen. De top even aftapen om beschadiging te voorkomen, en hem op de kop zetten.

Ik heb het geheel met touwtjes aan het dak van onze overkapping vastgemaakt, want ik heb nu eenmaal maar twee handen en bovendien was ik niet van plan om uren in dezelfde houding te gaan staan wachten totdat de pur was uitgehard.
Het meubilair er omheen is om ervoor te zorgen dat de pop recht om de paal blijft staan – je wil immers niet dat hij scheef op de stok komt te hangen.

stellage

Ik begon met een grote en een kleine bus (750 en 500 ml) isolatieschuim / pu schuim / purschuim. Geen idee of dat genoeg zou zijn (en of het wel het juiste materiaal was… waarom heet het steeds anders?), maar ik zou wel zien.

purschuim

Dat viel even tegen: in no-time was de grote bus leeg en was slechts dit deel van de pop gevuld:

pur-laag-1

Maar, geduld is een schone zaak. Ik onderdrukte de neiging om meteen naar de bouwmarkt te racen om nog 2 bussen te halen en wachtte af totdat de boel was uitgezet en uitgehard. De gebruiksaanwijzing vermeldde enthousiast dat het schuim na drie kwartier al volledig hard zou moeten zijn. Mjah, dat is vast waar als je het in smalle openingen spuit, maar als je zo’n groot oppervlak als dit wil vullen, blijk je ten minste 3 uur te moeten wachten. :-/
In de tussentijd ben ik maar onkruid gaan wieden en het gras in de voor- en achtertuin gaan maaien. Gelijk weer iets van mijn to-do-lijst geschrapt.

Uren later bleek de pur gelukkig behoorlijk te zijn uitgezet:

pur-laag-1-gehard

Tijd voor de tweede bus. Die was kleiner, en weer vroeg ik me af of ik er wel genoeg aan zou hebben.

Na weer heul veul geduld bleek: jawel; precies genoeg!!

pur-laatste-laag

De pur was in het midden een ietsjepietsje te hoog opgebold, maar het teveel kon ik er supermakkelijk met een klein zaagje af zagen. Met het eraf gehaalde spul vulde ik de openingen aan de randen verder op en de overgebleven gaten stopte ik alsnog vol met kussenvulling.

opgevuld

Onderkantje er weer op tapen en klaar!!

dichtmaken

De dwarsbalk aan de onderkant waar de torso op steunde, is nu niet meer nodig, want de pur blijft aan de kapstok kleven. Bovendien zit er nog steeds een dwarsbalk op armgathoogte door de kapstok heen, wat zorgt voor extra steun nu ook die is omvat met isolatieschuim.

Dit ging allemaal veel makkelijker dan ik van tevoren had gevreesd. Alleen bij de hals is hij ietsje vervormd en bij kont is de tape een beetje losgekomen door het uitzetten, en is de pop dus wat breder geworden dan de oorspronkelijke vorm. Maar ach, heel veel zal het niet schelen. Bovendien, ik verwacht in de toekomst daar eerder breder dan smaller te worden. ;-)

uitgescheurd

Het stofje dat ik voor de afwerking had gemaakt, past er ook nog steeds perfect overheen.

paspop-gevuld paspop-gereed

Ook qua gewicht valt het alleszins mee: het is helemaal geen lomp zware blok geworden; de paspop is nog prima te tillen want purschuim weegt nauwelijks wat.

En ja, ik kan er ook nog steeds spelden in prikken! Je moet even hard duwen voordat hij erin glijdt, maar volgens mij komt dat meer doordat je eerst door de laag tape moet, want purschuim blijkt prima doorprikbaar.

Aanrader dus voor iedereen die ook zelf een paspop wil maken!

(Un)Seelie kostuums

Vanwege het velours de panne-drama, zijn de Seelie-kostuums die ik voor Charm 28 maakte niet gedragen tijdens dat evenement. Afgelopen evenement waren er meerdere personen die het betreffende ras gingen spelen en had niemand zijn eigen kostuum meegenomen. Dus nu zijn ze wel gebruikt en kan ik ze eindelijk op mijn blog laten zien zonder de verrassing te verpesten!

Seelie zijn droomwezens, dus de gedachte achter de kostuums is dat ze een beetje flowy en doorzichtig moeten zijn, alsof de wezens niet helemaal aanwezig zijn. Vandaar het gebruik van het organza. Bovendien houden ze van bling, dus zitten er overal kraaltjes en dergelijke op. De broeken heb ik gemaakt naar een model dat ik al eerder in gedachten had toen ik Mark’s Unseelie-broek maakte. Verder dragen Seelie vooral zo min mogelijk kleding, zodat hun (kleurig geschminkte) huid goed zichtbaar is.

Het was dus een uitdaging om de afweging tussen ‘zo bloot mogelijk’ versus ‘niet te onfatsoenlijk / gênant voor NPC’s om te dragen’ te maken. De meeste mannen kun je nog wel vragen om alleen een doorschijnend hesje, of helemaal geen bovenkleding aan te trekken, maar voor dames is het toch wel prettig als je in ieder geval de bh kunt bedekken.

Onderstaande setjes zijn dan ook gemaakt om te combineren naar wens, afhankelijk van wie het draagt (man of vrouw, slank versus vol, …):

seelie7

seelie1 seelie2

seelie5 seelie6

(even een kartonnen rol erin gestopt om het effect van de ‘cape-bolero’ te laten zien)

seelie3 seelie4

 

Er was nog één ‘oepsje’: een van de NPC’s bleek ontzettend allergisch te zijn voor katten. De klik maakte ik pas achteraf, toen ik hoorde dat hij ademhalingsproblemen had gekregen na het aantrekken van een Seeliekostuum. Ai… ik kan inderdaad niet garanderen dat mijn outfits kattenhaarvrij zijn… :-S

 

Uiteraard heb ik ook voor afgelopen evenement kleding gemaakt. Dat was ‘de donkere variant’ van de Seelie-kostuums, te weten Unseelie-kostuums. Hoewel uiteindelijk beide soorten kostuums door elkaar zijn gebruikt.

Voor de vrouwen: een lange, aan de voorkant openvallende rok met een schulprandje aan de bovenkant, plus een wikkeltopje (makkelijk in breedte te variëren dus), versierd met kralen en plakglimmers:

unseelie3 unseelie4

Voor de mannen: een wikkelbroek met een openvallend mouwloos hesje, wederom versierd met kraaltjes.

unseelie1 unseelie2

Ook die vormden een uitdaging, want de opdracht was: gebruik de materialen die we nog hebben liggen, om de voorraad stof kleiner te maken. Ik kon dus niet opnieuw de stofjeswinkel in om fancy organza en dergelijke te scoren. Deze stoffen had ik de vorige keer al gehaald met het idee er Unseelie-outfits van te maken, maar als ik had geweten dat het het enige was dat ik ook daadwerkelijk mocht gebruiken, dan had ik nog wel wat meer gehaald.

Deze stoffen zijn namelijk slechts semi-transparant. Wat niet genoeg is voor het doorzichtige effect dat ik met de organza in de Seelie-kostuums probeerde te bereiken, maar wel weer te doorzichtig is om er bijvoorbeeld een complete broek of rok van te maken. Want dan zie je het ondergoed zitten… ook niet heel leuk voor de NPC’s die het moeten dragen!
Bovendien bleek de hoeveelheid voorradige stof te weinig om twee volledige kostuums uit te kunnen maken, tenzij ik zeer minimalistische outfits had gemaakt, zonder flapjes of andere decoraties.

Uiteindelijk heb ik dus maar een zwarte voeringstof die ik nog in mijn eigen stoffenkast had liggen, gebruikt ter aanvulling. Het levert niet het mooiste resultaat op om daar een broek van te maken, maar goed, het glimt en het was beter dan een gênante vertoning. En ik had nog net genoeg over om ook een onderrokje te naaien voor onder de lange, aan de voorkant openvallende rok.

 

Het blijft frustrerend, om kleding te maken die iedereen moet passen. Je weet vooraf niet of een man of vrouw de outfit gaat dragen, of hij lang of kort is en of hij dik of dun is. Het resultaat is dat je erg beperkt bent in wat je kunt naaien en dat het in praktijk altijd floddert of niet goed zit.
En dan heb je nog de budgettaire beperking, waar ik ook niet goed in ben. Als ik inspiratie heb, wil ik precies kunnen maken wat in mijn hoofd zit! En ik blijf erbij: het type stof dat je gebruikt, kan een kostuum maken of breken.

Het is heel begrijpelijk dat je voor een vereniging, die het moet doen met beperkte middelen, niet de allerduurste stofjes en fournituren kunt inkopen. En dat je niet een half jaar vooraf al weet wie welke rol gaat spelen. Maar het zorgt er wel voor dat ik altijd teleurgesteld ben in het resultaat dat ik als kostuumcommissielid oplever.

Bovendien is het ook voor een deel productiewerk. Voor afgelopen evenement moesten er bijvoorbeeld 20 hoofddoeken en buikbanden worden gemaakt voor de kloosterlingen. Ik kreeg de opdracht om de basis te naaien, anderen zouden ze daarna verder pimpen met bling en kraaltjes. Natuurlijk kan en doe ik dat, maar 20 vierkanten en 20 rechthoekige lappen (plus 20x bijbehorende voering en vlieseline) knippen en locken is nu eenmaal niet het meest bevredigende klusje. Liever maak ik één compleet uitgewerkt kostuum voor iemand op maat.

banden

En ook dit was frusterend, omdat het passen en meten was om wederom alles uit de reeds aanwezige lappen stof te kunnen halen, waarbij de setjes ook nog in kleur moesten matchen. Ook voor deze outfits heb ik maar weer eigen materiaal gedoneerd. En ben ik uiteindelijk teleurgesteld dat ik de hoofddoeken niet groter (=mooier en makkelijker passend) heb kunnen maken.

 

En daarom heb ik besloten om te gaan stoppen met de kostuumcommissie. Ik ga mijn kostbare tijd besteden aan het maken van dingen waar ik oprecht blij mee en tevreden over kan zijn.

Ik weet dat het vooral in mijn eigen hoofd zit en dat Charm echt wel blij is met de kostuums die ik maak. En het voelt ook een beetje alsof ik de vereniging in de steek laat, aangezien de andere kostuumcommissieleden wat minder naaiervaring hebben dan ik. Maar ik heb de afgelopen jaren eigenlijk wel genoeg bijgedragen aan de vereniging vind ik, zij het als kostuumcommissie, zij het als bestuurslid. Bovendien: als ik kijk naar de prachtig versierde banden en hoofddoeken die er voor afgelopen evenement zijn gemaakt door mijn commissiegenoten, kunnen ze het prima zonder mij!

Nieuwe koopwaar

Fijn, zo’n re-enactmentweekend! Want ook al was ik thuis te druk met mijn nieuwe website, zo heb ik toch nog fröbelwerk af kunnen krijgen. ;-)

Aangezien er afgelopen evenementen diverse kaartgeweven spulletjes door bezoekers zijn gekocht uit onze marktkraam, had ik maar weinig koopwaar over. Hoog tijd om wat bij te maken.

Het voordeel van mijn weefgetouw is, dat ik hele lange draden kan inrijgen, en daar meerdere stukjes weefsel in kan maken, die ik dan achteraf in losse stukjes opknip. Zo hoef ik niet voor elk stukje de boel opnieuw in te rijgen.

Lange banden zijn namelijk interessant voor mede-re-enactors, maar de gemiddelde bezoeker kan er weinig mee. Die vindt het gewoon leuk om een souvenirtje mee te nemen van een mooi stukje weefsel. En voor zo’n souvenirtje gaan ze geen tientallen euro’s neertellen, terwijl een lange band flink aan de prijs kan zijn (want: veel werk!). Vandaar dat ik ook historisch niet-correcte spulletjes maak, zoals sleutelhangers, boekenleggers en armbandjes:

image

Dit is dan ook gelijk een goede gelegenheid om mijn niet-handgeverfde wol mee op te maken. De handgeverfde wol bewaar ik wel voor de re-enactorbanden.

Zoals je ziet heb ik nu ook metalen uiteinden bevestigd aan sommige bandjes. Dat is uiteraard nodig voor de sleutelhangers, maar ik ben ook aan het experimenteren met armbandsluitinkjes. Vanwege de inkoopkosten wordt het bandje daardoor duurder, maar het ziet er wel mooier uit, ook als je hem om je arm draagt.

Eens kijken of dit soort bandjes beter verkopen dan degenen zonder metalen sluitingen. Zo ja, dan moet ik maar eens op zoek naar een leverancier om dit spul in bulk in te kopen, want ik heb het nu gehaald bij zo’n winkeltje dat spulletjes verkoopt voor het zelf maken van sieraden, waarbij je alles per stuk kunt kopen. En daar betaal je natuurlijk de hoofdprijs voor.

Doedelzakvaandel

Ik had al eens kwastjes gemaakt voor aan mijn doedelzak. Maar echt weg was ik er niet van. Bovendien wilde ik graag iets hebben dat specifiek voor Tweedledum & Tweedledee is. Nu Ernic rondloopt met een promotionele draailierhoes, kan ik immers niet achterblijven? :-)

Ons logo namaken op een vaandel was natuurlijk leuk. Maar ik zag er wat tegenop, vanwege alle minuscule details. Van de andere kant had ik ook al eens wapenschilden voor Omen gemaakt met veel details – daar had ik als oplossing stukjes van geborduurd, in plaats van uit stof geknipt. Dat werkte prima, dus dat kon ik hier ook doen.

Desondanks was het behoorlijk wat gepriegel voordat alles erop stond…

close-up doedelzakvaandel

Over de naam aan de onderkant ben ik ook echt niet tevreden; die is veel te ongelijk. Ik heb alleen geen idee hoe ik die strakker geborduurd krijg. Als het een kruissteekjesdoek was geweest, had ik me netjes aan een patroon kunnen houden. Maar nu heb ik maar met kleermakerskrijt de tekst ongeveer op de stof getekend. Kleermakerskrijt is daar niet alleen te grof voor (zeker op pluizige wol); het vervaagt ook nog eens heel snel als je er met je vingers overheen gaat. Wat nogal vaak gebeurt als je borduurt.

Mjah, misschien dat ik ooit nog eens goed word in borduren. Vooralsnog doe ik het met dit vaandel. Mensen moeten maar gewoon niet té dichtbij gaan staan. Pas op, zwenkt uit! ;-)

Structuur- & brokaatweefsels

Het uitproberen van een paar nieuwe kaartweeftechnieken had ik al heel lang op mijn to-do lijstje staan. De afgelopen dagen kwam ik er eindelijk aan toe.

 

Mijn eerste probeersel was een bandje met alle draden in dezelfde kleur. Het motiefje dat er in zit (strepen, blokjes, ander soort strepen), wordt enkel gevormd door variaties in de wijze waarop de draden door de kaartjes zijn geregen (van links naar rechts of van rechts naar links door de gaten) en de draairichting van de kaartjes (vooruit draaien of achteruit draaien).

structuurweefsel structuur close-up

Niet het mooiste resultaat, want dit was voor het eerst dat ik mijn (superfijne, supersterke en superzachte!) zijdegaren gebruikte. Omdat het zulke minuscule draadjes zijn, blijkt het erg lastig om de bandbreedte overal gelijk te houden. Maar ik kan dit bandje desondanks goed gebruiken om te demonstreren wat voor effect de manier van inrijgen en het draaien van kaartjes kan hebben op het weefsel. Wat dat betreft werkt het zijde daar weer erg goed voor, dankzij de glans.

 

De tweede techniek die ik uitprobeerde, was er eentje waar ik al heel lang tegenaan zat te hikken, maar die ik écht moest leren, omdat het typisch iets uit de late middeleeuwen is: brokaat. Bij brokaatweefsels gaat het er niet meer om wat voor moois je door middel van de kaartjes kunt produceren; dat weefsel dient enkel als ondergrond voor de motiefjes die je er met een gouden draad tussendoor weeft. 

Je hebt dus twéé weefdraden: je normale draad (in de kleur en materiaal van je andere draden) en een gouden draad, die je nadat je de normale weefdraad er doorheen hebt gehaald, tussen enkele draden doorhaalt. Je pakt sommige bovendraden op, andere niet, waardoor dus een patroontje ontstaat op de plekken waar de gouddraad over de bovendraden ligt. De gouddraad wordt op zijn plek gehouden door de draden waar hij onderdoor loopt.

Dat is niet alleen een kwestie van erg goed tellen (draad 6 oppakken, draad 13 en 14 oppakken, draad 21 oppakken… en bij de volgende toer weer een heel ander setje), het gaat ook ontzettend TRAAAAAAG!!! Mijn hemel, want een k*tkarwei… het duurt zeker 3x zo lang als normaal kaartweven – wat al niet bepaald snel gaat. Maar als goede re-enactor ik zal hier toch vaker mee aan de slag moeten. :-S

Ook deze band is niet geheel gelijk in breedte geworden, maar ik ben best tevreden over hoe de patroontjes zijn gelukt! Behalve dan de ‘negatieve’ versie van de patronen: daar zie je heel veel losse draden liggen voor en na het begin van het patroon. Dat lijkt me onvermijdelijk, want omdat daar geen patroon is moet je nu eenmaal over alle bovendraden heen, maar wellicht kan ik door wat oefening de boel wat strakker aangetrokken krijgen, want nu oogt het rommelig.

brokaatweefsel brokaat close-up

Het zou ook kunnen liggen aan het gouddraad. Ik heb namelijk moeten sjoemelen met het materiaal, want in de middeleeuwen werd echt gouddraad (al dan niet om een zijden draad heen gewikkeld) gebruikt. Dat is momenteel natuurlijk nauwelijks verkrijgbaar en bovendien onbetaalbaar. Er zijn wel kaartwevers die een alternatief hebben gevonden, maar ik ben nog steeds op zoek naar een webshop o.i.d. waar ik dat kan aanschaffen.

Tot die tijd gebruik ik zeer niet-historisch correct goudkleurig DMC-garen… :-X  En dat is dus veel soepeler dan echt gouddraad, wat een stuk minder buigzaam zal zijn en dus waarschijnlijk uit zichzelf recht op het weefsel blijft liggen.

Nostepinne

“Hee Lenny, wat heb je gemaakt?”
“Een nostepinne!”
“Een wat?”
“Een taps toelopende stok.”
“Oh. Euh… apart…?”

Ja, sorry, niet al mijn fröbelprojectjes zijn even indrukwekkend.:-P

Nu ik een fancy wolwinder heb, wil ik natuurlijk wol gaan winden! Ik heb een voorraad middeleeuwse klosjes, maar die gaan er behoorlijk snel doorheen. Dus zal ik sommige garens gewoon tot een bolletje moeten gaan winden.

Iedereen die wel eens met bolletjes garen heeft gehandwerkt, weet dat het fijn is als je je draad vanuit het midden van de bol kunt trekken. Dat voorkomt een hoop heen en weer gerol van je bol (waar de kat dan weer achteraan gaat) en het is ook makkelijker om de bol vast te houden, als je bijvoorbeeld draden wil afmeten voor je weefgetouw.

Er zijn speciale apparaatjes te koop om zo’n soort bal mee te winden, maar je kunt het ook heel makkelijk zelf doen. Daar heb je dan wel zo’n ‘nostepinne’ (da’s Scandinavisch) voor nodig.

Op deze site wordt heel goed uitgelegd hoe je dat dan doet.

Er zijn een hoop fancy nostepinnes te koop, maar feitelijk is het dus niet meer dan een ietwat taps toelopende stok, zodat je na het opwinden je bolletje weer makkelijk van de stok kunt afschuiven. Misschien dat ik de mijne ooit nog wel eens wat versier, maar nu ga ik puur voor functioneel.

image

Dit soort stokken zijn gevonden op het Oseberg-schip, dus in de Vikingtijd hadden ze ze al. Ik heb helaas nog geen middeleeuwse afbeeldingen gevonden waarop zo’n ding te zien is, behalve wellicht deze:

nostepin
“Les Métamorphoses d’« OVIDE » allégorisées [par PHILIPPE DE VITRY], avec glose marginale du même.” 1301-1400 http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b8490152m
De middelste dame heeft duidelijk een middeleeuwse wolwinder voor zich staan, dus als ze van daaruit iets om een stok aan het winden is, lijkt me dat zo’n nostepinne.

Als iemand meer afbeeldingen weet, houd ik me aanbevolen!

Thom’s houppelande

En weer een naaiprojectje af! Ik heb vakantie, is het te merken? ;-)

Vandaag kon ik Thom’s houppelande van mijn to-do-lijst afstrepen. Ik had al heel lang geleden beloofd eentje voor hem te maken, maar tot nu toe was het er niet van gekomen. Ik had overigens al gelijk gezegd dat het best pas juli kon worden voordat ik ‘m af kon hebben, vanwege tijdgebrek. En dat vond hij geen probleem. Poeh, toch nog krap twee weekjes voor het verstrijken van de zelfbenoemde deadline gered… Ik kom mijn beloftes nu eenmaal graag na. ;-)

Overigens lag dat niet helemaal aan mij – ik kon in het begin niet veel anders dan alleen de voering van de outfit maken. Gekleurd linnen had ik namelijk nog liggen en die stof kon Thom van me overnemen. Maar wol in de juiste kleur, type en lengte had ik helaas niet meer. En wat is het altijd lastig om goede wol voor re-enactmentoutfits te vinden! Pas een maand geleden, op de Quaeye Werelt, vonden we een wolletje dat voldeed.

Op zich was het wel goed dat ik kon beginnen met de voering. Omdat ik nog nooit kleding voor Thom had gemaakt (nou ja, alleen een wapenrok, maar die heeft geen nauwe pasvorm), had ik namelijk geen patroon op maat voor hem. Heh, ik had zelfs überhaupt geen patroon, alleen een afbeelding in een boek. Dus op basis daarvan en op basis van zijn maten, moest ik eerst iets gaan uittekenen. En dan gaat er nog wel eens iets mis. Dat past nooit in 1x goed. En soms zie je ook pas nadat je iets in stof hebt gemaakt, of het wel of niet werkt. Zoals in dit geval de ‘bag sleeves’ – want vanaf welke plek op de arm beginnen die eigenlijk precies uit te lopen…?

Heel onhandig dan ook dat hij niet continu in de buurt was om even door te passen. Wat dat betreft is iets voor jezelf maken toch een stuk makkelijker. :-)

Een deel van de voering heb ik daarom eerst met een proeflapje gemaakt, om te voorkomen dat ik al het mooie linnen zou verspillen. Desondanks heb ik in de definitieve versie stiekem nog ergens een extra stukje moeten inzetten. Vandaar dat het maar goed is dat het de voering is – dat zie je toch niet. ;-)

Toen ik na enkele doorpas-sessies en diverse malen de boel verstellen (poeh, wat is het toch lastig een kraag goed aan te laten sluiten zonder iemand te wurgen!) de voering passend had, kon ik die stofdelen weer gebruiken als patroon voor de buitenstof. Die ging dan ook gelukkig wel in 1x goed.

Het resultaat:

houppelande houppelande2

(Euh, ja, het ziet er misschien ietwat vreemd uit omdat mijn paspop niet Thom’s maten heeft, maar wel een flinke taille en boezem. Denk er zelf maar een brede borstkas in. :-P )

Alle binnennaden zijn met de naaimachine gestikt, maar de naadtoeslag van de buitenstof heb ik volledig met de hand opengestikt. Ook de voering is met de hand aan de buitenstof gestikt. En de knopen en knoopsgaten zijn met de hand gemaakt. Daar gaat toch altijd meer werk in zitten dan je denkt…

stiksels

Behalve de knopen bij de kraag, hebben de mouwen ook ieder twee knoopjes gekregen, zodat ze lekker nauw om de pols kunnen sluiten (zoals toen mode was).

mouw kraag kraag-open

Perfect ronde stoffen knoopjes maken is helaas nog steeds niet mijn forte, zoals je ziet. Maar deze knoopsgaten zijn alweer een stuk netter geworden dan in mijn vorige middeleeuwse kostuums.

kraag-achter

Bestede tijd: 41,5 uur (exclusief doorpas-afspraken)
Kosten: €32,- voor de voering (4 meter rood linnen). De groene wol (ook 4 meter) heeft Thom zelf gekocht, dus de prijs daarvan weet ik niet. Ik gok rond de €17,50 per meter.

 

[edit] Inmiddels heeft Thom foto’s gemaakt van de houppelande in combinatie met de rest van zijn outfit (dat ziet er toch altijd een stuk mooier uit dan mijn crappy foto’s van alleen een paspop ;-) ):

houppelande houppelande2

Kaartweefgetouw update

Regelmatig denk ik: “Zo, dat is af!”, waarna voortschrijdend inzicht me inhaalt en ik toch opnieuw aan de slag ga. Zo ook met mijn middeleeuwse kaartweefgetouw.

De afbeelding waarop het ding is gebaseerd, toont namelijk alleen de achterkant van het weefgetouw:

The Holy Family at work, The Hours of Catherine of Cleves (PML M.917, fol. 149), c. 1440 - full

De voorkant was dus mijn eigen interpretatie.

Nu ik er een tijdje mee heb geweven, kan ik zeggen dat mijn opzet, met een spleetje in het rondhout waar de draden doorheen worden gebonden, niet optimaal werkt. Doordat het rondhout zo smal is, is het erg lastig om de spanning gelijk te houden tijdens het opwinden. Je draait de draden bovendien steeds over hun eigen knoopjes heen, wat ook weer bobbels veroorzaakt.

oud

In de loop der tijd ben ik bij andere kaartwevers een constructie tegengekomen die me beter lijkt werken. Niet alleen is het rondhout dikker, ook wordt er gewerkt met een soort stokjes aan stof, waar de weefdraden aan worden gebonden, in plaats van aan het draaiende rondhout zelf.

Na dat bestudeerd te hebben, heb ik geconcludeerd dat ik mijn weefgetouw prima zo kan aanpassen dat ik ook met die constructie kan gaan werken, zonder dat het getouw er anders dan op de afbeelding uit komt te zien. Of de constructie historisch correct is weet ik niet, maar dat wist ik van mijn vorige interpretatie ook niet – ik heb nog geen enkele andere afbeelding van een weefgetouw als deze gezien, laat staan eentje waarbij de bevestigingswijze te zien was. En aangezien ze deze constructie destijds prima moeten hebben kunnen fabriceren, lijkt het me plausibel genoeg om het zo te gaan doen.

Aan de slag dus!

Gelukkig kon ik het geraamte van het weefgetouw recyclen en hoefde ik alleen de opwindmechanismen te vervangen. Daartoe zaagde ik twee stukjes rondhout (van dezelfde dikte als het huidige gat in het getouw), twee tandwielen, en maakte ik een gat in twee dikke klossen hout.

onderdelen

Die klossen vinden was nog een uitdaging! Zo’n dik rondhout krijg je dus niet bij de bouwmarkt. Volgens de medewerkers dan. Dit was namelijk een kwestie van creatief denken: na ‘nee’ gehoord te hebben op de afdeling hout, ben ik verder gaan snuffelen in de winkel en vond ik in het rek gelabeld ‘tafelpoten’, twee houten exemplaren die al precies de juiste lengte hadden en waar ik alleen de metalen schroef uit hoefde te halen. Oh yeah! B-)

De tandwielen zijn nu ook van een stuk betere vorm dan mijn vorige, waar ik (zoals op de eerdere foto te zien is) stokjes aan de zijkant in had gestoken. Op de middeleeuwse afbeelding is echter te zien dat het tandwiel uit één stuk gevormd hout is gemaakt, en niet zoals ik het eerst had gedaan. Ook weer winst dus.

Het tandwiel lijmde en timmerde ik aan de klos vast (nee, da’s niet historisch correct, maar ik heb helaas geen verstand van middeleeuwse timmerwijzen). De pin stak ik er vervolgens in. Die hoeft niet vast te zitten – juist niet. Het idee is dat de klos om het rondhout heen kan draaien. Aangezien het rondhout ook los in de opening in het weefgetouw zit, kan die daar ook nog eens draaien, wat niet per se hoeft, maar op zich wel helpt.

montage in-elkaar

In mijn vorige weefgetouw stak het rondhout aan de achterkant uit en zorgde ik er met een pinnetje dat er doorheen ging voor dat het rondhout er niet meer uit kon. Maar uit ervaring blijkt dat dat niet nodig is: de spanning op het weefsel zorgt er vanzelf voor dat de pinnen er niet uit komen.

Terwijl het hout mocht genieten van een badje lijnzaadolie, ging ik aan de slag met stof en draad om het bevestigingsmechanisme te maken. Eén houtje gaat in een stuk linnen, dat daarna met spijkertjes op het rondhout wordt vastgezet:

linnen

Via de gaatjes in de houtjes wordt er een tweede houtje aan vastgeknoopt. Aan dat houtje kan ik straks mijn weefdraden bevestigen.

latje

latje
Tijdens het opwinden van de weefdraden wikkelt het houtje zich ook om de klos

Het voordeel is, dat door de dikte van de houtjes, de weefdraden iets van het rondhout af gaan staan. In die opening kunnen de knoopjes van de weefdraden vallen, waardoor het hopelijk allemaal wat gelijkmatiger kan worden opgedraaid, zonder bobbels en dus verschil in spanning tussen de weefdraden.

Zo ziet mijn getouw er nu uit:

af

En dit is de achterkant. Nu nog beter vergelijkbaar met de middeleeuwse illustratie, toch?

achterkant

closeupEn weet je: ik dacht altijd dat dat kleine balkje op de foto een tweede uitstekende pen was, om het weefsel over te hangen. Maar bij nader inzien kan het best een zwevend stukje hout zijn, namelijk het houtje waar je de weefdraden aan bevestigt! Wat betekent dat Maria daar op de afbeelding het eind van haar draad heeft bereikt en niet verder kan draaien aan het wiel. Of dat ze net is begonnen, en dat die kant het weefsel dat gereed is, vasthoudt, wachtend op het opdraaien als het weefsel verder gevorderd is…

Het verklaart alleen niet het bovenste uitstekende pinnetje, waarvan ik ook niet weet waar het voor dient. Mjah, wie weet wat voor voortschrijdende inzichten ik over een tijdje weer allemaal ga hebben…

Nu rest alleen nog de proef op de som, door hem in gebruik te nemen!