Eva vroeg me al eens eerder om een van mijn inmiddels fameuze babybaddoeken in opdracht te maken voor een van haar zwangere vriendinnen. Of ik dat nog één keertje wilde doen, voor een andere hele goede vriendin van haar? Ach, waarom ook niet?
Deze keer wilde ze graag ‘een insect’. Dat was een uitdaging, want de vorm van zo’n baddoek moet natuurlijk wel geschikt blijven om een babietje in te wikkelen. Zo zijn bijvoorbeeld libellevleugeltjes en een -lijfje wat te smal. En werken met meerdere kleuren, zoals een gestreept bijenlijfje of een andere kleur vleugels aan een smal lijfje in het midden, is ook lastig, want dan moet de baby op naadjes liggen.
Maar ik bedacht me dat ik met wat biologisch onverantwoorde artistieke vrijheid, wel een lieveheersbeesje kon omvormen naar een wikkelgeschikte doek. Dus dit is ‘m geworden:
Het achterlijf is in verhouding wat groot, maar ik was bang dat als ik dat kleiner zou maken, er te weinig ‘flap’ overbleef om over de beentjes te wikkelen als het kindje eenmaal wat groter is geworden.
De stippen en de ogen zijn er met de hand opgestikt, wat veel tijd kostte, maar wat ook zorgt voor minder dikke naden en dus beter ligcomfort voor de kleine.
De voelsprietjes zijn ook met de hand gestikt, en enigszins gevuld met spul uit een oud kussen (dus goed wasbaar).
Twee naaiprojecten af in één weekend! En dat naast twee verjaardagen. A weekend well spent
Toen ik vrijdag in de stoffenzaak was voor een nieuw projectje, liep ik tegen een leuk gebreid stofje aan. Niet iets waar ik actief naar op zoek was, maar hee, dat kon een snelle en makkelijke maar toch leuke trui worden!
Er zat nog 1,3 meter op de rol, die ik voor de prijs van 1 meter mee kreeg. En dat bleek nét genoeg te zijn.
Tadaa:
(Ik bedenk me nu pas dat ik eigenlijk nog een Millennyum Make-labeltje in de nek moet naaien )
Kosten: €9,95 Bestede tijd: 3 uur en een kwartier
Ik ben echt positief verrast over hoe snel ik inmiddels een truitje in elkaar raus. Komt zeker omdat ik de laatste tijd zo veel met de hand naai, wat uiteraard 5x zo veel tijd kost als wanneer ik het met de naaimachine zou doen.
Ik had hier weliswaar nog een patroon voor liggen, maar de trui die ik eerder daarvan maakte draag ik zelden omdat de mouwen niet helemaal goed passen – naast het feit dat de ene mouw trekt vanwege een verkeerd lockstandje, steken ze te veel uit aan de zijkant waardoor ik een frotje stof onder en voor mijn armen overhoud. Voor dit exemplaar moest ik dat patroon dus eerst nog even bijschaven.
Maar met succes, nu past hij veel beter. En nu het patroon goed klopt, kan een volgende trui dus nóg sneller klaar zijn
Eind november hebben we weer een reënactmentkampement met The Basic Elements. Aangezien mijn verwachting is dat het fris wordt, was het een mooie deadline om eindelijk eens een gardecorpse te maken.
Een gardecorpse (of gardecorps) is een middeleeuwse reis-jas. Initieel alleen gedragen door mannen, maar in de latere middeleeuwen ook door vrouwen. Ideaal dus, aangezien wij een rondreizende laat-middeleeuwse groep voorstellen.
Het is een lang gewaad dat in verschillende varianten voor kan komen:
* lange of korte mouwen
* mouwen die niet veel meer zijn dan een loshangende lap vanaf de schoudernaad die over je arm heen hangt, mouwen die alleen onderaan gesloten zijn en die boven los over een grote split in de zijkant hangen, of mouwen die volledig gesloten zijn maar een split bovenin hebben waar je je armen uit kunt steken
* een losse kaproen of een geïntegreerde kaproen
Omdat ik echt voor de warmte ging, opteerde ik voor een model met lange gesloten mouwen met een split, en een geïntegreerde kaproen.
Op onderstaande afbeeldingen zie je goed hoe zo’n gesloten mouw met split in elkaar zit: best wel veel stof, die bij de schoudernaad is geplooid.
(Koningin Emma van Normandië: Life of Edward the Confessor, 13e eeuw / Encomium Emmae Reginae, 11e eeuw)
En hoewel onderstaande afbeeldingen van mannen zijn, zie je hier de split heel goed:
(Bible of St. Louis, ong. 1230 / Apotheker, Mauritiusrotunde im heiligen Grab, Konstanzer Münster, 1280)
Of het helemaal historisch correct is weet ik niet, aangezien de afbeeldingen die ik kon vinden van vrouwen in gardecorpse zo te zien allemaal dames van stand zijn en mijn personage dat niet is, maar ik ga er maar vanuit dat plebs het ook kon dragen. Afbeeldingen van plebs-mannen in gardecorps zijn er namelijk wel
(Die Manessesche Liederhandschrift, 1300-1315)
(Morgan bible FR (1250a) / Cantigas de Santa Maria)
Ik koos een rode wol voor de buitenkant en groen linnen voor de voering. En dit is het resultaat:
Hij is zoals je ziet niet superflatteus of body-fit, maar er moeten dan ook meerdere lagen wollen jurken onder passen en bovendien: lucht isoleert
Bij gebrek aan patroon was het even puzzelen, maar op zich zit het ding niet heel speciaal in elkaar. De voor- en achterkant zijn uitlopende lappen en tussen de zijkanten heb ik driehoeken gezet.
Ik heb een normaal mouwpatroon flink verlengd en verbreed, en de mouwkop vergroot, zodat ik ‘m kon plooien. De plek van de split heb ik er op het oog op gespeld, nadat de mouw al in de jas zat. Die lijn heb ik toen weer teruggeplaatst op het patroon, waarna ik de mouw van de voering pas heb geknipt. Toen de voering er in zat heb ik op basis van de locatie van de split in de voering, pas de buitenstof opengeknipt zodat ik zeker wist dat de splitten op dezelfde plek zaten (zeker vanwege alle plooien is het erg lastig om het vooraf te matchen).
De kaproen heb ik los gemaakt (op basis van een eerder gebruikt patroon) en later een beetje op gevoel vastgespeld tegen de halsopening en ter plekke passend gemaakt. En op basis van de weggeknipte stof heb ik mijn patroon bijgewerkt, zodat de kaproen van de voering wel in 1x paste.
Alle buitennaden zijn met de hand opengestikt. Ook alle zomen zijn met de hand gestikt. De naden in de voering heb ik alleen op de zichtbare plekken opengestikt (zoals bij de kaproen) en op plekken waar het functioneel was (bij de plooien in de schoudernaad), want voor de rest vond ik het zonde van de tijd en linnen blijft ook prima open staan als je het strijkt, in tegenstelling tot de dikke wol.
Bestede tijd: 32 uur en een kwartier Kosten: €117,- (6 meter groene linnen voering à €3,50 p/m + 6 meter rode wol à €16,- p/m; garen had ik nog liggen)
Tsja, ook al was deze wol nog best goedkoop, als er zo veel stof in gaat zitten, tikt dat behoorlijk aan…
Zoals verteld is het ook traditie om tijdens onze jaarlijkse filmdag, zelfgemaakte hapjes mee te nemen. Mijn bijdrage bestond dit jaar uit een soort chocoladebrokken met koekkruimels en stukjes marshmallows.
Het recept kreeg ik van Martine, die het al een aantal keer heeft gemaakt om op Omen uit te delen. Ik vond het altijd erg lekker en gelukkig vond ze het geen enkel probleem om het recept met mij te delen (dus ik neem aan dat het ook niet erg is als ik het op mijn blog zet – het is geen eeuwenoud van generatie op generatie doorgegeven familierecept, maar komt gewoon uit een kookboek ).
Benodigde ingrediënten:
– 125 gram boter
– 300 gram pure chocolade met minimaal 70% cacao
– 3 eetlepels golden syrup / maple syrup (of 2,5 eetlepel honing)
– 180 gram theebiscuitjes
– 100 gram marshmallows
* Verkruimel de koekjes, bijvoorbeeld door ze in een zakje te stoppen en plat te slaan met de deegroller. Je hebt zowel kruimels als (hele) kleine stukjes nodig.
* Smelt de boter, chocolade en maple syrup.
Er stond niet bij dat de chocolade au bain marie gesmolten moest worden, enkel dat je een pan met dikke bodem moest gebruiken. Gezien mijn eerdere ervaringen met chocolade smelten was ik er niet geheel gerust op dat dit geen verkoolde restjes zou opleveren, maar blijkbaar gaat het wel prima als je de boel mengt met gesmolten boter.
* Schep een klein deel van het mengsel uit de pan en zet dit even aan de kant.
* Roer de stukjes koek door het mengsel in de pan.
* Scheur de marshmallows in stukjes en roer ze er ook doorheen. (Je kunt ze al van tevoren klein maken, maar de boel gaat heel erg aan elkaar plakken, dus je kunt ze beter gelijk na het verscheuren in de pan gooien. Of koop mini-marshmallows.)
* Giet het mengsel in een vormpje. Idealiter neem je een ietwat flexibele (wegwerp)vorm, want zo krijg je straks de klont makkelijker los.
* Strijk de boel glad en giet het apart gezette mengsel er overheen.
* Zet de vorm minimaal 2 uur in de koelkast om te stollen.
* Haal het gestolde geheel uit de vorm en snijd het in brokjes.
Ready to nom!
Verbeterpunt voor de volgende keer: ik had de marshmallows te klein gescheurd en ze bleken daardoor nauwelijks merkbaar aanwezig. Het spul smelt uiteraard een beetje als je het in een warm mengsel gooit; daar had ik niet bij stil gestaan. Dus in plaats van zowel een crunchy als chewy bite, hadden de chocoladebrokjes nu enkel een crunchy bite. Jammer, maar volgende keer beter.
Oh, en probeer dit vooral niet met slechts 1 of 2 personen op te eten. Het vult enorm, maar je blijft toch dooreten totdat je er misselijk van wordt…
Na het bedenken en schetsen van het model van mijn Old West dress (dat inmiddels uiteraard toch weer een paar keer is aangepast) en het kopen van de stof, was het tijd om de patroondelen daadwerkelijk uit te gaan tekenen, door gebruik te maken van een basispatroon dat ik aanpaste. Dat vereist wel enig denkwerk, want je moet ten eerste het standaardpatroon aanpassen op jouw eigen maat (die taillelijn moet toch iets ruimer… en de lengte van de rok iets korter…).
Dan is er de kunst om beide patronen te combineren. Het schootje van blouse A kan best worden toegevoegd aan het rugpand van blouse B, mits je daar ruimte voor intekent en het voorpand erop laat aansluiten.
Het is extra uitdagend als je, zoals ik, twee patronen hebt gecombineerd waarbij de ene zonder en de ander met naadtoeslag is. Heb ik wel bij alle patroondelen van het eerstgenoemde patroon de naadtoeslag op de juiste manier bijgetekend…?
Na deze fase komt een niet moeilijk, maar vooral eng moment in het proces van het maken van een kostuum: het uitknippen van de patroondelen uit de stof. Zeker als je niet ruim in je stof zit, of als het dure stof is, is dit toch een redelijk definitief moment en moet je er wel zeker van zijn dat je geen domme fouten in je patroondelen hebt zitten.
Gelukkig heeft mijn stofje geen vleug (zeg maar een ‘aairichting’), zodat je per se alle patroondelen dezelfde kant op moet leggen, maar de lichte mate van stretch die in de stof zit verschilt toch wel per kant (links-rechts uitrekken gaat makkelijker dan boven-onder uitrekken), dus ik kan de patroondelen geen kwartslag gedraaid op de stof leggen om er efficiënter mee om te gaan.
De laatste uitdaging is het motiefje op de stof. Gelukkig is het een klein en repetitief motiefje, maar desondanks moet ik er voor zorgen dat de boven- en onderkant van de dubbelgevouwen stof precies recht op elkaar ligt. Want je knipt sommige patroondelen ‘op de vouw’ van de stof, zodat je hem later kunt openklappen en dan twee precies symmetrische helften hebt. En dan is het een beetje lullig als je motiefje scheef loopt.
Bovendien moet je er voor zorgen dat je alle patroondelen met een overeenkomstige locatie (bijvoorbeeld de taillelijn) op dezelfde hoogte op de stof legt, want als je later de verschillende stofdelen aan elkaar gaat naaien, wil je dat de lijntjes netjes in elkaar doorlopen en niet ten opzichte van elkaar gaan verspringen.
Dat kost dus heel wat verschuiven en opnieuw spelden. Maar uiteindelijk komt er een moment dat je het er op gaat wagen en de schaar erin zet…
Fase 3 is een leuke fase: het aan elkaar spelden van de patroondelen. Want dan begint zich ineens daadwerkelijk een kledingstuk te vormen. Yay, progressie!
Thom wilde voor reënactment graag een wapenrok, met daarop ‘zijn’ familiewapen. Hij had een deel van de stof al gekocht en het patroon al geschetst, maar toen hij daadwerkelijk de schaar in de stof wilde zetten ging hij zich afvragen of dat wel zo’n goed plan was en of hij het toch niet beter aan mij uit kon besteden…
Geen probleem uiteraard. En ik had ook nog wel wat gele en blauwe wol liggen voor de decoraties, die ik er gelijk op kon verwerken.
Dus hierbij zijn nieuwe wapenrok – door Thom ontworpen en door mij in elkaar genaaid (met de hand uiteraard):
Er was genoeg stof om ‘m dubbel te knippen, zodat ik hem ook kon voeren van dezelfde stof, waardoor hij extra stevig is geworden.
Bestede tijd: 26 uur Kosten: weet niet. Thom kocht zelf het dikke linnen en de grijze wol; de gele en blauwe wol had ik zoals gezegd nog liggen en is een donatie.
Enkele Omen’s geleden besloot Sander’s personage, Bertram, om te proberen een adeltitel te bemachtigen. Aimée, mijn personage, was daar helemaal voor, want dat bracht de kans op een huwelijk dichterbij! En per direct borrelde er een plan in mijn hoofd op: Aimée ging een adellijke outfit voor Bertram laten naaien door haar eigen favoriete kleermaker, als ‘welkom in de adelstand’-cadeautje, dat ze zou overhandigen zodra Bertram zijn adelbrief ontving. Verrassing!
OC impliceerde dat natuurlijk dat ik zelf aan de naai kon. Meteen na het betreffende evenement vroeg ik dus sneaky zijn maten op bij zijn vriendin.
Ik had bijna direct in mijn hoofd hoe Bertram’s nieuwe outfit uit moest komen te zien. Uiteraard blauw met wit; zijn kleuren. Iets met plooien. En van die pofmouwen, met ingezette stukjes, zodat het lijkt alsof er een ondermouw doorheen te zien is. Op de een of andere manier wist ik zeker dat dat iets voor hem zou zijn.
Bijkomend voordeel van een wijd model met plooien is dat de pasvorm niet zo nauw komt. Ik had immers geen mogelijkheid om Sander tussentijds te laten passen – dan zou de verrassing weg zijn. En ook de armlengte kwam niet op de centimeter nauwkeurig, vanwege het pof-effect in de mouwen.
Alleen de schoudernaad moest ik passend krijgen. Voor de zekerheid besloot ik de mouwen alleen vast te gaan stikken maar niet af te locken, zodat ik later ze eventueel alsnog opnieuw erin kon zetten, maar dan op de juiste breedte.
Plan klaar!
Probleem: ik had geen patroon. En ik kon ook nergens een patroon vinden voor het type mouwen dat ik in gedachten had.
Dus nam ik het patroon van Mark’s Aon-jas als basis (niet dat dat een geschikt basispatroon was – in het geheel niet zelfs, maar het was het enige mannenpatroon dat ik destijds bezat) en besloot ik om die gewoon helemaal te gaan omvormen. Hoe moeilijk kon het zijn?
Het intekenen van de plooien was het probleem inderdaad niet, maar die mouwen…
Na twee zelfgetekende patronen in de prullenbak te hebben gesmeten (ik wist weliswaar niet hoe het moest, maar wel dat dít niet ging werken), was ik de wanhoop nabij. Normaal gesproken zou ik het aan mijn naaijuf hebben gevraagd, maar ik had op dat moment geen les vanwege de zomerstop. Dit kostuum moest ik dus in mijn eentje bedenken en vervaardigen.
Yvonne bleek mijn redding: toen ik haar, afgestudeerd coupeuse, om advies vroeg, deed ze een suggestie over hoe dat mouwpatroon in elkaar kon zitten. En jawel, dat klonk tien keer logischer dan wat ik zelf bedacht had.
Thuis ging ik voor de derde maal aan de teken en dit keer kwam er daadwerkelijk iets bruikbaars uit!
Het was een hoop tekenwerk, want één mouw bestond uiteindelijk uit maar liefst 14 stukjes – en allemaal van verschillende lengte.
Maar het ging goed en na enige tijd naaien had ik een kostuum!
Jammer genoeg loopt een van de splitten in de rechtermouw dieper door richting manchet dan de rest… dat zag ik wat laat. Grom.
En ik ben echt niet tevreden over het kraagje – dat had veel hoger en strakker bij de hals moeten aansluiten.
De achterkant, die ik in een V-vorm liet doorlopen, vind ik wel geslaagd:
Tussen de mouwnaden waar de blauwe en witte stof samenkomen, heb ik een zijde-achtig wit naadband gestikt. De uiteinden van de splitten in de mouw versierde ik met kleine kraaltjes, die ik later ook gebruikte om de hoed mee op te leuken.
Ik wist initieel nog niet wat voor knopen ik wilde, maar toen ik later een kokertje vond met knopen die heel erg op deze kraaltjes leken, was ik er snel uit!
Ik heb lang getwijfeld over welk type hoed erbij hoorde. Want als Aimée een outfit cadeau geeft, kan het natuurlijk niet zo zijn dat daar geen debiel hoofddeksel bij zit.
Het is dat ik Erik’s jas OC voor hem heb gemaakt en ik daar weinig tijd voor had – anders had daar ook zeker een hoed bij gezeten. (Maar wat niet is, kan nog komen natuurlijk… >:-) )
Oorspronkelijk neigde ik naar een soort baret. Maar Mark draagt zoiets al op Omen, dus eigenlijk moest het wat anders worden. Mijn oog viel op de chaperon. Echt iets middeleeuws, maar zowel geliefd als verguisd – het ding wordt niet voor niets ook wel de ‘dead chicken hat’ genoemd
Maar hee, het is dus wel een cadeautje van Aimée, die bekend staat om haar voorliefde voor monstrueuze hoeden. Hoe belachelijker, hoe beter dus eigenlijk. Dead chicken it would be…
Uiteindelijk ben ik echt heel blij met mijn keuze. Dit ding matcht uitstekend met de jas. Een het maakt het geheel ook echt áf. Zonder de hoed was het gewoon een mooie jas met speciale mouwen geweest, maar nu is het een compleet kostuum!
Het enige waar ik een beetje van baal, is dat de overhangende ‘flap’ niet lang en breed genoeg is. Dat kwam omdat ik domweg te weinig stof over had. In de lange sliert heb ik ook al subtiel een naadje moeten verwerken omdat ik het niet meer uit één stuk geknipt kreeg, maar dat is niet zo erg. In de rest van de hoed zouden een paar extra naden helaas ten eerste niet mooi worden en ten tweede had ik het dan nog steeds niet gered.
Ach ja, da’s het nadeel van eerst stof kopen en later pas de hoed uitdenken – hoewel dat tot nu toe wel de werkwijze bij al mijn hoeden is geweest.
En zo ziet het eruit als het gedragen wordt (ik heb Mark maar even als model ingezet):
De statistieken van dit naaiproject:
Bestede tijd: 40,5 uur (was een stuk minder geweest als ik gelijk een goed patroon had gehad) Materiaalkosten: €55,80 (de knopen waren bijna net zo duur als de stof…)
Maar goed. Toen was het kostuum dus af. En moest er alleen nog een moment komen om het binnenspels te overhandigen. En dan komt dus het nadeel van LARP om de hoek kijken: er is geen vast script!
De geplande special waarop Bertram zijn adeltitel zou proberen te verdienen, kwam niet van de grond. Twee weekendevenementen gingen voorbij zonder resultaat. En ondertussen lag het kostuum maar in de kast te verstoffen.
Meh. Op een gegeven moment dacht ik werkelijk dat ik het voor niets had gemaakt.
Maar toen, meer dan een jaar later, kwam eindelijk Omen 18. Bertram kreeg zijn adeltitel vlak voor ik in het huwelijk kon treden met een ander, en in de paar minuten die mij nog restten tot de start van de ceremonie, wist ik hem dit cadeau in handen te drukken. Waardoor hij een prachtige adellijke verschijning was op het moment dat hij mijn verloofde tot een duel uitdaagde.
Mission: alsnog accomplished! B-)
(foto door Nieske)
(Achteraf gezien bleek ik de schouderbreedte perfect berekend te hebben, maar hadden de mouwen een tikje langer gemogen. Maar hee, het ding past, en ook de hoed had de juiste hoofdomvang!)
Nu ik bezig ben met reënacten, neigen de jonkvrouwenjurken die ik voor Aimée maak steeds meer naar authentieke middeleeuwse modellen, in plaats van er slechts losjes op gebaseerd te zijn. Alleen dan wel van moderne stof. Het blijft immers LARP.
Voor haar bruiloft op Omen besloot ik een houppelande te maken. Inspiratiebron was een afbeelding van de Bourgondische jurk van Clarice de Gasconne (1468) en een variant erop:
En dit is mijn versie geworden (klikbaar):
Lekker onhandig voor LARP, met meters stof en tot op de grond, maar dat hoort nu eenmaal erbij. Een goed excuus om een minion achter me aan te laten hobbelen om de boel vast te houden
Er is helaas no way dat ik met deze dubbellaags gordijnstof zo’n slanke gestalte kan creëren als op de afbeeldingen. Ik neem aan dat de jurken in die tijd van dun zijde waren, want met mijn mega-zware stof kan ik nog zo slank zijn; met al die plooien word je minstens anderhalf keer zo breed als je eigenlijk bent…
Op de foto’s zit mijn riem sowieso iets aan de lage kant, die moet eigenlijk nog wat hoger onder de borsten zitten, zodat hij bijna de bontkraag raakt.
Ik had de sleep helemaal rondlopend kunnen maken, maar dit puntige vormpje kwam uit versie 1 van mijn uit de losse pols getekende patroon. En eigenlijk vond ik het zo wel leuk, want het matcht met de puntigheid van de hoed!
Stiekem is dit een relatief goedkoop én snel gemaakt kostuum. Ik vermoed zelfs dat dit het kostuum is dat mij de minste tijd heeft gekost van alle jonkvrouwenjurken die ik tot nu toe heb gemaakt… Want eigenlijk is het niet veel meer dan vier grote lappen stof aan elkaar naaien, mouwen erin hangen en er bontrandjes tegenaan zetten.
Het ding hoeft totaal niet netjes op je lichaam aan te sluiten, want het is een enorme soepjurk die wijd uitloopt vanaf je oksels. Waardoor er ook geen sluiting in hoeft – hij gaat gewoon over je hoofd aan. De lengte aan de onderkant komt ook niet op de centimeter nauwkeurig, zolang hij maar wat op de grond ligt.
Ik heb dus ook nauwelijks tijd hoeven te besteden aan het passend maken. De riem is hier het cruciale element; daardoor creëer je een taille en dus een vorm in het ding. Ook gaat het daardoor mooi plooien.
Oh, en hij is ook niet gevoerd. Ik vond ‘m zo wel zwaar genoeg
Bij mijn vorige jonkvrouwenjurk heb ik ontzettend veel tijd gestopt in o.a. de detaildecoratie. Maar omdat deze stof van zichzelf al zoveel details heeft, is dan niet nodig. En het bont geeft er nog een extra vleugje luxe aan.
Zo zie je maar, wat de juiste stofkeuze voor effect kan hebben op je outfit.
Close-up van de stof. Let ook vooral op hoe het motiefje mooi doorloopt, ondanks de naad in het midden (*trots*):
De naadjes in het bont zijn helaas wel behoorlijk zichtbaar. Ik heb met een naald al heel veel haartjes er tussenuit getrokken, maar je blijft het zien.
De basis van de hoed is een stuk vinyl vloerbedekking die ik met breed plakband aan elkaar tapete Vervolgens heb ik de stof er gewoon omheen genaaid.
De riem maakte ik van een dubbelgevouwen stuk velours, verstevigd met vlieseline. De decoratie vond ik toevallig, op de lapjesmarkt in Utrecht. Je kon deze dingetjes gewoon los kopen en ik heb ze vervolgens op de stof gelijmd met textiellijm.
Aan de achterkant van de riem zit een grote gesp.
De stats:
Materiaalkosten: Stof: weet ik niet meer zeker. Ik geloof dat het ergens tussen de €5,- en €8,- per meter was (ja, inderdaad zo goedkoop! Lang leve gordijnstof in de uitverkoop!) en ik heb zo’n 6 meter gebruikt.
Bont: €8,-
Witte organza: ? (had ik al heel lang geleden gekocht voor dit soort hoeden)
Goudkleurig inzetstuk bij buste en zwart velours: €0,- (hergebruikte stofrestanten van een ander kostuum)
Decoratie riem plus gesp: €16,-
In totaal schat ik dat het op zo’n €70,- zal zijn uitgekomen.
Bestede tijd: Inkoop materiaal: weet ik niet meer. Ik heb heel lang gezocht naar geschikte jurkstof en uiteindelijk heb ik alles op verschillende momenten bij elkaar gesprokkeld. Jurk: 27 uur (Zoals gezegd heel weinig – de meeste kostuums kosten me 2x zo veel tijd. Het had nog minder kunnen zijn, want omdat ik te weinig bont had, heb ik die aan de binnenkant van de zoom helemaal met de hand rondom moeten vaststikken i.p.v. met de naaimachine.) Hoed: 5 uur (Exclusief het maken van de basis – ik heb de hoed van mijn tijdelijke outfit van Omen 12 ervoor gerecycled)
Ondanks dat de totale outfit me dus ‘maar’ 32 uur werk heeft gekost, kun je je afvragen of dat de moeite waard is voor iets dat ik slechts zo’n 4 uur heb gedragen. Maar ik kan je verzekeren: het antwoord is een volmondig ‘ja’.
Tot slot verklap ik hierbij nog mijn heimelijke binnenpretje: de middeleeuwse afbeeldingen bovenaan deze post heb ik in de IC-uitnodigingen voor de bruiloft verwerkt. Ben benieuwd of iemand op het evenement de link heeft gelegd en de jurk als dusdanig heeft herkend…
Stof kopen voor een kostuum is altijd een hel. Soms heb ik iets héél specifieks in mijn hoofd, dat ik dan uiteraard nergens vind, soms ga ik met een heel open instelling, waardoor ik te veel vind en vastloop in de keuzestress.
In het laatste geval wordt de keuze dan meestal beperkt door het budget, want ik heb blijkbaar een erg dure smaak als het aankomt op stoffen. Nu ook weer.
Om stof te vinden voor de Old West dress die ik voor mijn zusje’s bruiloft ga maken, toog ik naar de lapjesmarkt in Utrecht. Na eerst álle kraampjes te hebben bekeken, kwam ik tot de conclusie dat er op de hele markt maar één Perfecte Stof was te vinden. Namelijk deze:
Zowel het motiefje als de kleur als de dikte als het type stof waren perfect. De prijs was er dan ook naar: €48,- per meter. Ai… Maar, riep de marktkoopman gelijk, ik mocht ‘m voor €10,- de meter meenemen, want hij ging er mee stoppen! Ik kon mijn geluk niet op.
Totdat ik constateerde dat er wel erg weinig stof op deze rol zat en er nergens een tweede van te vinden was. Nee, zei de marktkoopman, want hij ging er zoals gezegd mee stoppen dus dit was alles wat hij nog had.
En ik had er 7 meter van nodig.
Snik.
Met pijn in mijn hart liet ik Het Perfecte Stofje liggen. Er waren wel wat alternatieven, en ik kocht uiteindelijk onderstaande geruite stof, maar nu ik eenmaal De Perfecte Stof heb gezien, krijg ik het niet meer voor elkaar om hier oprecht blij mee te zijn. Het patroontje en de kleur zijn op zich prima, maar het stofje voelt eigenlijk net wat te modern en synthetisch. Die andere voelde en oogde ‘puurder’. En daarmee authentieker.
Gelukkig vond ik wel nog een heerlijk truttig stukje kant voor aan de boordjes en mouwen.
Een matchend stofje voor de randjes van de rok kon ik helaas niet in Utrecht vinden. Het is best moeilijk om stof te vinden die met elkaar combineert qua kleur, materiaal en soepelheid! Dus daarvoor ging ik vandaag nog naar het Stoffencircus in Nijmegen. (Op de foto lijkt hij te lichtpaars, maar dat komt weer door de rare belichting van mijn camera en in mijn huis.)
En ik vond daar ook geschikt lint voor om de randen en knoopjes (die misschien bij nader inzien te shiny zijn – maar ik kan altijd nog andere kopen).
Kosten: €52,10 – geruite stof: €28,- (voor 7,2 meter – alles wat er nog op de rol zat. Better safe than sorry. Het nadeel van zelf je patroon voor een kostuum tekenen: je weet niet precies hoeveel je nodig hebt)
– paarse katoen: €5,- (1 meter. Beetje duur voor zo’n saai katoen, maar ik hoefde er gelukkig maar weinig van te hebben.)
– kant: €3,90 (2 meter)
– lint: €8,- (20 meter – beter mee verlegen dan om verlegen want ik koop normaal altijd te weinig van dit soort spul)
– knoopjes: €7,20 (12 stuks a €0,60)
Voor de kosten hoef je het dus niet te laten om zelf iets te maken. Kleding voor een bruiloft kopen of huren is volgens mij minstens zo duur
Ik sluit overigens niet uit dat ik in de loop van het project beter / mooier materiaal tegenkom en ik dit dan alsnog vervang. Maar vooralsnog ga ik hier mee aan de slag.
Jaren geleden begon ik met het aanleggen van een liederenbundel. Een boekje waarin ik de teksten van nummers plakte die geschikt zijn om rond een kampvuurtje te zingen. Steeds wanneer ik nieuwe geschikte liedjes leerde, of merkte dat anderen rondom het vuur vaak een liedje zongen dat ik nog niet kende, vulde ik het boekje aan.
Inmiddels bevat mijn liederenbundel al 51 nummers en het is iedere keer weer een groot succes. De helft van de teksten ken ik onderhand wel uit mijn hoofd, maar het is ook fijn om de bundel aan anderen te kunnen geven, zodat zij mee kunnen zingen. Want samen zingen is veel leuker!
Het nadeel van mijn uitdijende boekje is ten eerste dat hij zo dik aan het worden is, dat hij binnenkort niet meer dicht kan. Ten tweede is het steeds meer zoeken naar een nummer. Want de pagina’s zitten vast, dus de volgorde wordt gedicteerd door de volgorde waarin ik de nummers inplak. Ik wilde daarom overstappen op een klappertje, zodat ik alles op alfabetische volgorde kan blijven zetten.
Helaas vind je geen mooi vormgegeven klappertjes. Dat is allemaal saai kantoorboekhandelspul. Wel kun je van die leren omslagen kopen die je dan om een bestaand boekje schuift, maar ondanks veelvuldig zoeken heb ik er nog nooit eentje gevonden in klapperformaat.
Onlangs kwam ik zo’n leren kaft tegen op zolder. Blijkbaar had Mark ‘m ooit gekocht, maar nooit in gebruik genomen. Hmm… toch zonde om te laten liggen, ondanks het niet passende formaat.
Weet je wat? Als de omslag niet om een klapper past, zorg ik toch gewoon dat de klapper in de omslag past? Want klappers blijk je best op maat te kunnen knippen
Er zit gewoon dik karton in, dus naderhand een plakbandje om de rand om het plastic bij elkaar te houden, en klaar!
(excuses voor de wederom dramatische kwaliteit van de foto’s :-/ )
Waar ik echter geen rekening mee had gehouden, was het feit dat perforators voor meer dan 4 gaatjes blijkbaar gruwelijk onbetaalbaar zijn. Hónderd euro voor zo’n ding?? Belachelijk! Die ging ik dus echt niet speciaal hiervoor aanschaffen. Dan maar plastic inschuifhoesjes – niet zo mooi, maar je blaadjes gaan wel langer mee als er bier of mede op wordt gemorst
Jammer genoeg betekende dat dat ik ook de plastic hoesjes stuk voor stuk op maat moest gaan maken… grom.
Na wat experimenteren bleek dat een opengeknipt hoesje niet valt te lijmen, of met plakband vast te zetten is (dat houdt niet). Nieten lukt wel, maar is niet mooi en pijnlijk voor de bladerende vingers. Hmm…
Lang leve de naaimachine!
Het eindresultaat:
(De inhoud lijkt zo misschien veel te smal voor de omslag, maar de boel komt naar voren als je ‘m dichtdoet en je wil geen uitstekende blaadjes hebben.)
Achteraf gezien is het veel te veel moeite geweest en had ik beter een klappertje kunnen kaften met leuk materiaal, maar als ik eenmaal aan iets begonnen ben, dan wil ik het ook afmaken.
Mijn oorspronkelijke boekje bewaar ik ook maar denk ik. Want die is nog steeds handig om uit te delen, zodat er meerdere mensen tegelijk mee kunnen zingen, ook al zitten ze niet naast elkaar.