Vrijdagochtend moest ik even in het winkelcentrum zijn en liep ik langs een winkel waar een superschattig schommelbankje voor de deur stond. Hélemaal mijn stijl: van metaal met krullen en blaadjes en in de kleur groen. <3
Na wat te hebben gekwijld, ben ik doorgelopen, want het ding was bijna 200 euro, ik was met de fiets en kon hem niet meenemen, plus ik had al een tuinbankje en had dit exemplaar dus echt niet nodig.
Ik maakte er wel nog even een foto van.
Die ik de rest van de dag meermaals bekeek.
En eenmaal thuis checkte ik toch even hoe het bankje precies in mijn tuin zou staan.
Desondanks was ik trots op mezelf dat ik deze overbodige uitgave niet had gedaan.
Die avond had ik een etentje met Judith vanwege mijn coupeuse-examen van later die dag (waar ik overigens voor geslaagd ben – yay!). Ik liet haar de foto van het bankje zien. “Oh, gewoon kopen!” was haar reactie: “Boeien; je hebt het geld en je hebt het verdiend na al dat stressen voor je examen.” Ja, dat hielp dus niet, hè??
Dus toen was al mijn zelfbeheersing weg en ben ik de dag erna teruggereden om hem alsnog te halen. Ik wist op dat moment nog niet eens of ik geslaagd was, en ik was vergeten dat ik mezelf voor de gedane inspanning op zich al had beloond met nieuwe hoedjes, maar ach.
Gisteren was deel 2 van mijn coupeuse-examen, waar ik half mei al de eerste dag van had gehad. De dag zelf was niet het spannendste gedeelte, want ditmaal hoefde ik niet de hele dag, maar slechts 40 minuten aanwezig te zijn. De enige test die ik die dag nog moest ondergaan, was het ter plekke corrigeren van de pasvorm van de pasrok die ik had genaaid voor een van hun pasdames, op basis van tijdens de vorige examendag gemeten maten. Maar die rok had ik thuis al in elkaar moeten zetten. En de andere rok, die ik tijdens de eerste dag moest tekenen en uit de stof moest knippen, op de maten van Judith, moest zelfs al volledig af zijn. Judith moest komen showen hoe die rok haar stond en ik hoefde alleen te vertellen welke keuzes ik had gemaakt, welke problemen ik tijdens het naaien was tegengekomen en hoe ik die had opgelost. Feitelijk was er dus weinig wat er nog fout kon gaan die dag. Dat was allemaal al van tevoren gebeurd… *zucht*
Want hoewel het tekenen van het patroon, waar ik eerst erg tegenop had gezien, me heel erg was meegevallen, viel het in elkaar naaien van de rok me juist heel erg tegen!
Ten eerste was er het loopsplit. Ik had vooraf wel geoefendmet het naaien van rokken, maar ik had dingen gemaakt die ik zelf daadwerkelijk zou willen dragen: een strokenrok, een wikkelrok, etc. Niks met splitjes of plooien, want die vind ik gruwelijk truttig. Maar dat zijn blijkbaar juist de dingen waarop je tijdens een examen wordt beoordeeld. Daar kwam ik pas achter toen ik de oefenexamens van de afgelopen jaren ging maken en constateerde dat in bijna iedere examenrok wel een split of plooi zat. K*t. Ik had weliswaar een keer een werkstukje gemaakt van een split en daar aantekeningen bij gemaakt, maar dat was nogal een tijdje geleden en ik herinnerde me vooral dat ik het ernstig ingewikkeld vond om alles goed te krijgen. Bovendien was dat werkstukje met voering gemaakt en had ik geen idee hoe ik het zónder voering moest doen. Dus besloot ik om de examenrok ook maar te gaan voeren. Nog meer werk. Maar dan zou die vast ook mooier gaan hangen tijdens het dragen, hoopte ik.
Ten tweede was er de eenzijdig verdekte rits. Die had ik meermaals genaaid bij het maken van pasrokken op de maten van mijn lesgenootjes ter oefening, dus ik dacht dat dat kat in ‘t bakkie zou zijn. Maar ik had die rokken altijd met een tailleband erop gemaakt en in de examenrok moest er beleg in in plaats van een band. Euh… hoe werk ik de bovenkant van de rits dan netjes af zodat er nergens iets uitsteekt maar het flapje wel netjes de rits bedekt…? Paniek!
En dan waren er nog de oepsjes. Zoals dat ik aan de verkeerde kant een stuk van de stof had afgeknipt voor de split, terwijl ik echt 3x mijn aantekeningen had gecontroleerd of ik het niet verkeerd deed. Bleek dat ik in mijn aantekeningen rechts en links had omgedraaid. Zie je wel, ik had die split echt moeten oefenen, dan was ik daar eerder achter gekomen. :-/
En dat de vlieseline, die ik in het hoekje van de voering had gestreken om deze te kunnen inknippen bij de naad, had losgelaten, waardoor de voering op dat punt is ingescheurd. Snik.
En zo waren er nog een paar ‘jammer maar helaas, dit kun je niet meer ongezien herstellen’-dingetjes, waarover ik alleen nog maar de examencommissie kon informeren met een toelichting over hoe ik het had proberen op te lossen.
Het was ook nog een lastige klus om het ding passend te maken op Judith. Haar houding is wat scheef, waardoor alle rokken die ik eerder voor haar maakte, naar voren hingen. En ik kreeg het maar niet voldoende gecorrigeerd, waardoor ook de zijnaad van mijn examenrok naar voren helde. Vast niet okee, maar alleen het inkorten van de achterlengte (het enige trucje dat ik daarvoor had geleerd) loste het onvoldoende op. Dus moest ik ook dit maar accepteren.
De volgende keer moet ik ook een pasdame kiezen die dichter bij mij in de buurt woont. Want hoewel Judith fantastisch flexibel was en meermaals bezoekjes aan mij in haar volle agenda heeft inpland (beste vriendin evah!!! <3), is het wel makkelijker als je tussentijds regelmatig kunt passen in plaats van slechts 2x. Het eindresultaat heeft ze zelfs nooit voor de dag van het examen aan gehad en dus moest ik maar afwachten of al mijn wijzigingen goed hadden uitgepakt… :-X Wat dat betreft was ik jaloers op mijn mede-examenkandidaat die haar nog thuiswonende dochter bleek te hebben ingezet als pasdame!
Over de pasvorm van de rok ben ik dus ook niet tevreden. Aan de voorkant zag hij er best mooi uit, maar de achterkant zag er slonzig uit en in de zijnaad bleek de stof wat te trekken. Dat was pas te zien toen Judith het ding aan had.
Links de rok die ik voor Judith naaide op basis van een tekening, rechts de pasrok die ik maakte op basis van de maten van iemand die ik op de eerste examendag had moeten opmeten.Prachtige pasdame, minder mooi vallende achterkant van de rok.
Maar in ieder geval hing wél het loopsplit mooi dicht én waren beide kanten perfect even lang! Dat had ik de avond voor het examen nog zitten herstellen. Die avond had ik ook nog naailes, en toen heb ik in algemene bewoordingen aan de juf gevraagd hoe ik een enkelzijdig verdekte rits in combinatie met beleg moest naaien. Na haar uitleg (“Oh, ja, dat moet heel anders dan wanneer je een tailleband erop zet!” :-S) en ter plekke een proefmodelletje te hebben genaaid, ben ik eerder naar huis gegaan en heb ik de rits voor de 6e(!) keer uit mijn rok getornd om ‘m opnieuw erin te zetten. En heb ik gelijk dat loopsplit dus alsnog gecorrigeerd. Om kwart voor 12 ‘s avonds was de rok pas klaar, maar ik voelde me dankzij die laatste aanpassingen wel een stukje zekerder over dat hij nu ‘slaagbaar’ was.
Mijn troost is dat ook andere examenkandidaten, die ik ter plekke trof, vertelden dat ze wat issues hadden gehad. Ik was niet de enige die ergens een stuk stof te veel had weggeknipt, een techniek moest toepassen die die nog niet geoefend had, of die een rok had gemaakt die niet perfect paste. Daarentegen had iedereen wel vele malen strakker gestreken rokken dan ik… Mijn excuus ‘het is linnen, dus dat kreukt nu eenmaal als een gek’ ging dus niet op. Blijkbaar moet ik niet alleen teken- en naailessen volgen, maar ook strijklessen. :-S
Ik durf te hopen dat ik wel geslaagd ben. Een negen gaat het zeker niet worden, maar mijn pogingen moeten toch wel goed genoeg zijn om in ieder geval te slagen…? De examencommissie leek mijn uitleg en toegepaste alternatieve oplossingen goed te accepteren, maar ja, fouten zijn nu eenmaal fouten en de rok paste echt niet zo mooi.
Ik verwacht dus geen hoog cijfer. Tijdens de les van een paar weken geleden hoorde ik al van mijn juf dat de examencommissie ‘not amused’ was geweest over een paar dingen in mijn jeans, die ik de vorige keer had ingeleverd, en dat me dat ‘flink wat punten’ had gekost. Wat was het probleem? Ten eerste zat er twee millimeter verschuiving bij een aansluiting van een naad in het kruis. Ten tweede had ik verkeerd doorgestikt. Ik had inderdaad wat zitten hannesen met het dubbel doorstikken van het stuk naast de gulp en wist niet hoe ik dat mooi recht kreeg. Wat bleek: ik had de kruisnaad naar de andere kant moeten klappen en hem aan de andere kant door moeten stikken, zodat de naad op de gulp hier in door was gelopen. Oh. Het was niet eens bij me opgekomen om na te denken over de richting waar ik die naad naartoe klapte toen ik het achterpand in elkaar zette (wat je doet voordat je aan de gulp begint)!
FOUT. En nogmaals FOUT.
Als dit soort dingen al ‘flink wat punten’ kosten, dan weet ik echt niet hoe streng al mijn andere oepsjes bij de rokken worden beoordeeld en hoeveel er daar voor van mijn cijfer af gaat… Ik moet op alle onderdelen een voldoende hebben om te kunnen slagen, dus ik ben er echt nog niet 100% zeker van.
Maar stel dat ik zak, dan kan ik volgend jaar pas herexamen doen. Vooralsnog zit het er dus gewoon op. Dus die avond ben ik met Judith gaan uit eten, om haar te bedanken voor alle tijd die ze voor mijn examen heeft vrijgemaakt, het gewillig ondergaan van kritische blikken en opmerkingen over haar lichaamsvormen en -houding, en het aanhoren van al mijn stress en frustraties! (Want hoewel ze de rok mag houden, is alleen al de kleur van de stof voldoende om er vanuit te gaan dat dat nou niet het beste bedankje ooit is.)
Leuke dingen doen met een goede vriendin gaat boven het halen van welk examen dan ook! <3
Dat was een fijne afsluiting van een stressvolle periode. En nu… afwachten op de uitslag. Als het goed is, belt mijn juf me vanavond op…
*Kreun* Optreden is leuk hoor, maar twee weekenden achter elkaar is toch best heftig! Speelden we vorig weekend nog in België, dit weekend stonden we in Duitsland, op Sturm auf Zons. Jawel, de Soete Inval is momenteel op tour door Europa!
In 2019 was ik ook al eens mee geweest naar dit evenement. Toen constateerden we dat het behoorlijk veel lopen was tussen de plek van ons kampement (in een weiland) en de plek waar we het meeste moesten spelen (het stadje). Dat was dit jaar echt een probleem, want Flip heeft last van zijn knie en wacht momenteel op een operatie. Gelukkig was de organisatie zo lief om ons ditmaal een kampeerplekje in het stadje zelf toe te kennen, tussen de handelaren. Daardoor was het goed te doen. Flip heeft alleen niet meegelopen tijdens de optocht, die allebei de dagen werd gehouden, maar dat kon ik ook wel met solo-doedelzak plus onze twee trommelaars doen (het bewijs).
Foto door Michael Gornig Photography
Het is wel leuk om zo veel Duitse re-enacters bij elkaar te zien. Je ziet duidelijk de regionale verschillen tussen de Duitse en Nederlandse outfits, vooral wat betreft hoofddeksels en sluierdracht! Het schreeuwen van “Jubel!” in plaats van te klappen blijft ook bijzonder. Duitsers lijken wel veel beter dan Nederlanders te weten dat onze instrumenten ook gewoon doedelzakken zijn, al lijken ze niet op de Schotse highland pipes.
Net als op et vorige evenement waren er wat logistieke uitdagingen, want alle spullen moesten wederom herverdeeld worden. Ik had mijn auto na het vorige weekend zo goed als niet uitgeladen en gewoon met de meeste meuk er nog in, veilig in mijn garage gestald. Vrijdag was het dus een kwestie van alle gewassen kleding, etenswaren, instrumenten en toiletspullen er weer tussen proppen en gaan. Na afloop was het een uitdaging om alle gezamenlijke spullen weer in Wigo’s auto te krijgen, want hij had ook twee carpoolers plus hun bagage mee, omdat Flip’s auto afgelopen week niet door de keuring was gekomen. Argh. Maar we waren al blij dat de auto open kon, want tijdens het opbouwen had hij de deur van de auto dichtgegooid met de sleutel er nog in. Nog meer argh! Gelukkig is ook dat goed gekomen. Ik moest, naast mijn eigen meuk, wel weer een extra tent mee naar huis nemen: Wigo had een nieuwe besteld, maar die was niet op tijd geleverd (argh #3) en dus had ik snel nog een onderkomen voor hem moeten regelen om te voorkomen dat we weer met z’n drieën in mijn tweepersoons-tent moesten slapen (eeuwige dank aan Maaike voor het uitlenen!).
Maaike’s tent hangt momenteel, samen met mijn eigen tent, te drogen in de garage. Want zondag was het helaas prutweer met continu flinke buien. We hebben gelukkig tussendoor wel kunnen spelen, maar zaterdag was het toch echt een stukje leuker. Het meest jammere was dat het ook tijdens de optocht van die dag begon te regenen en we dus halverwege eruit hebben moeten stappen – onze instrumenten kunnen nu eenmaal niet tegen nattigheid. Al is het ook best sfeervol om met bezoekers dicht op elkaar gepakt voor de regen schuilend onder een historische poort te staan en zo goed en kwaad als het kan toch wat te spelen, om de stemming erin te houden. Dat is wel een belangrijke rol die we hebben als muzikanten: als het weer of andere omstandigheden slecht zijn, moeten wij vooral niet gaan sippen maar proberen het toch leuk te maken voor de bezoekers, ook al balen we zelf net zo hard. Just smile and play, boys…
Zo zagen mijn kousen er zondagmiddag uit na een wandeltochtje om het resterende brandhout terug te brengen… nat tot ver boven mijn enkels! :-O
Dus nu is het wachten totdat de tenten weer droog zijn en ik de laatste restanten van alle meuk kan opruimen. Maar het was leuk genoeg om dat er voor over te hebben!
Het evenementenseizoen is weer begonnen. Normaal gesproken gebruik ik de winterperiode om dingen te herstellen en nieuwe nuttige dingen te fabriceren, zodat ik daarna weer gewoon kan gáán, maar corona heeft alle routines nogal doorelkaar geschopt. Dus realiseer ik me nu dat we o.a. nog wat zakjes nodig hebben om moderne elementen in ons kampement te verstoppen. Zoals de brandblusser (moet bij sommige evenementen verplicht naast het kampvuur liggen) en de pindakaaspot.
Gelukkig zijn dit ‘ik gooi dit tussendoor wel even in elkaar van wat restjes stof’-projectjes. Dus vandaag maakte ik deze tussen allerlei andere klusjes door, zodat we er komend weekend gelijk plezier van hebben:
Er is een min of meer ongeschreven afspraak bij diverse middeleeuwse evenementen dat je je brandblusser in een rood zakje stopt. Het vuur-symbooltje maakt het (hopelijk) nog eens extra duidelijk voor omstanders dat hier een brandblusser in zit, in geval van nood. Met moderne regelgeving tijdens historische evenementen moet je nu eenmaal een middenweg vinden.
Het pindakaaspotzakje heeft een tunneltje met een touwtje, voor het geval we op een later moment een kleinere pot krijgen. Dan kun je ‘m aantrekken zodat die toch om de pot past en niet naar beneden zakt. Misschien had ik het zakje iets minder hoog moeten maken, maar laten we dit weekend even kijken wat praktisch is. Inkorten kan altijd nog.
Het is niet alsof ik nog nooit zakjes als deze had gemaakt. Voor ‘t Vaerdich Volk maakte ik ook al een brandblusserzakje, dus dit gaf een beetje een ‘déjà cousu’ gevoel. Ach ja, het houdt je van de straat…
We mochten afgelopen weekend met De Soete Inval spelen op Quondam, een evenement in België! Erg bekend onder re-enacters, maar ik was er nog niet eerder geweest.
Het had wel wat voeten in de aarde wat betreft logistiek. Niet alleen omdat alles op z’n Belgisch was aangegeven (Als in: niet. En zelfs Google Maps had geen idee waar ik heen moest), maar ook wat betreft het vervoer van personen en spullen. Want Wigo, die normaal met zijn mega-auto alle gezamenlijke kampementspullen meeneemt, ging ditmaal niet mee. We hadden tijdens de vorige repetitie dus alles verdeeld onder de bandleden die met auto naar Quondam zouden gaan. Dat waren we niet allemaal, want twee van ons hebben geen auto en moesten met het OV komen, want met al die meuk in de auto (waaronder een complete bolderwagen!) was er geen zitplek vrij voor carpoolen. Eenmaal gearriveerd moesten ze ook nog van het station opgepikt worden door mij, want de evenementlocatie was een half uur lopen vanaf het station. En Flip had weliswaar een auto maar heeft last van zijn knie, dus moest ik, nadat ik mijn eigen auto had gestald, ook zijn auto naar het parkeerterrein rijden en terug lopen naar het festivalterrein – en aan het eind van het evenement dus ook weer eerst mijn auto ophalen van de parkeerplaats, iemand op het station afzetten, terug naar het terrein rijden om mijn auto klaar te zetten om in te pakken, wéér terug naar de parkeerplaats om dan weer met Flip’s auto naar het terrein te rijden zodat ook hij zijn spullen kon inladen. Omdat Matthijs toch heel graag niet ook op de terugweg 6 uur in het OV wilde zitten, hebben we bij het inpakken wederom de spullen herverdeeld zodat bij Flip in de auto een zitplek ontstond, en moest ik naast de shitload aan zooi die ik op de heenweg al meezeulde, ook nog eens twee extra tentpalen en de zijkant van Flip’s bed, plus de enorme trom van Matthijs (die niet plat kon liggen) in mijn auto tetrissen. Zucht. Maar het is wonder boven wonder allemaal gelukt en ik bleef er zelfs vrolijk onder!
En het is ook nog eens droog gebleven! Dat was tegen verwachting, want volgens het weerbericht zou ik door enorme hoosbuien richting het evenement moeten rijden en dus verwachtte ik dat het daar één grote moddelpoel zou zijn. Maar nee hoor, ik reed weliswaar door wat buien heen, maar niets heftigs. En hoewel er op het evenemententerrein wat dingen waren omgewaaid en luifels waren gescheurd, was het weer alweer prima toen ik arriveerde en waren de modderpoelen zeer beperkt. Het is zelfs nog behoorlijk heet geworden op zaterdag en zondag! Dus ik klaag zeker niet.
De bezoekersaantallen waren op zaterdag wat lauwtjes, maar op zondag werd het goed druk. Ik trof diverse oude bekenden, voornamelijk mede-muzikanten, wat heel erg leuk was. Ook maakten we vriendjes met verschillende buurgroepen, zoals de Tunesische marktlui die ons voorzagen van gratis kaas, dadels en olijfjes (en iets te veel geflirt van de ene, en een vermanende toespraak in het Frans van een ander over dat ik niet langs had mogen lopen terwijl hij aan het bidden was en dat het maar raar was dat wij vrouwen in de middeleeuwen ook lange gewaden en hoofddoeken droegen maar het nu bij hen een probleem vinden – waar hij overigens best gelijk in heeft). En de acrobatische groep die ons spontaan vroeg om hun capriolen tijdens hun show te begeleiden met onze muziek. Het was dus erg gezellig.
Het was sowieso een goed verzorgd evenement: we kregen een groente- en fruitpakket en bonnen om het hele weekend door gratis drinken te halen, ‘s ochtends kon er koffie en thee gehaald worden (wat een heerlijkheid!) en je kon je vooraf opgeven om op zaterdagavond mee te eten met het banket. Okee, de logistiek ging weer op z’n Belgisch waardoor de rij enorm was en het vlees koud, maar hee, als je kijkt wat je normaal gesproken eet en drinkt op een evenement, dan mochten we wederom in onze handjes knijpen. En dan waren er ook nog normale toiletten in het kasteelgebouw in plaats van dixies of toiletwagens, mét een kraantje waar warm water uit kwam! Hoezee!
Gisteravond kwam ik dus moe maar voldaan thuis. Aangezien we komend weekend op een festival in Duitsland spelen en ik voor zover ik kan inschatten tot die tijd mijn auto toch niet nodig heb, heb ik besloten alleen het hoogstnodige eruit te halen (wat ik moet (af)wassen en wat ik nodig heb aan toiletspullen, plus de instrumenten) en de rest gewoon in de auto te laten en die veilig in mijn garage te parkeren (serieus de eerste keer dat ik mijn auto in mijn garage heb gestald sind ik hier woon ). Dat scheelt een hoop getetris op vrijdagmiddag, want dat hoeft van mij niet veel vaker.
Mijn mammie had me een behoorlijke tijd geleden, volgens mij toen ik net begon met mijn coupeuse-opleiding, een plaatje gegeven van een rok die ze mooi vond. Ze had het plaatje ergens op internet gevonden, maar wist niet of en zo ja waar die te koop was. Of ik die niet voor haar kon maken? Vast wel, alleen was dit niet echt het type rok dat ik leerde tekenen op mijn opleiding. Zo te zien was dit vooral een drapeer-uitdaging, oftewel: hang stof aan een paspop en speld de boel vast totdat het gewenste model is bereikt. Dus zei ik dat ik de rok zeker wel een keer voor haar wilde maken, maar dat rokken die ik voor mijn opleiding kon gebruiken, voor gingen.
En toen werd het druk met naaien en kwam ik er steeds maar niet aan toe.
Afgelopen dinsdag was mammie jarig. Die rok zou natuurlijk een prima verjaardagscadeau zijn, had ik bedacht. Maar dan moest ‘ie wel op tijd af zijn, anders zou er weer een jaar overheen gaan voordat ik hem kon geven. (Zo onhandig dat ma’s verjaardag zo dicht op moederdag valt! En met kerst trekken we lootjes.)
Zucht. Dat kwam natuurlijk voor geen meter uit. Ik had het loeidruk op mijn werk vanwege een groot project met mega-deadline. Ik was al gestresst vanwege alle praktijkopdrachten ter voorbereiding van mijn coupeuse-examen. De festivalperiode was begonnen, dus ik was weer hele weekenden weg vanwege optredens met De Soete Inval. En daarnaast had ik nog een aantal privé-projectjes die tijd kostten. Maar ja, het was wel voor mijn mammie. En familie is belangrijk. En ik had nu eenmaal gezegd dat ik dit voor haar ging doen. En als ik eenmaal iets in mijn hoofd heb, dan moet en zal ik dat doen natuurlijk…
Dus probeerde ik tussen alle activiteiten door toch ma’s maten op te meten (meermaals, ik moet nog veel leren… :-X ), te bedenken hoe die rok precies in elkaar zou zitten, en stof te kopen.
Ik had de perfecte stof nog in mijn kast liggen, maar omdat ik vermoedde dat dit een cirkelrok was, had ik daar niet genoeg (4 meter!) voor in huis en moest ik toch iets nieuws kopen. Leer had ik wel nog: ooit kreeg ik van mijn doedelzakbouwer wat reststukken, die hier prima voor geschikt waren. Ook vond ik in mijn ‘je weet nooit waar dit handig voor is’-doos twee karabijnhaakjes in de juiste kleur. Ma leverde zelf wat van een handtas afgeknipte stukken leer aan – die bleken te kort en niet de juiste bruintint te hebben om in de rok te verwerken, maar ik kon er wel de metalen stukjes vanaf slopen en recyclen.
Ik vermoed dat in de originele rok, de leren bandjes tussen de benen door lopen. Dat lijkt me super oncomfortabel, dus deed ik het anders. Ik heb twee losse bandjes gemaakt, die ik beide met hun achterkanten aan de binnenkant van de band vaststikte. Dat betekende wel dat het leer niet te stug mocht zijn, want dan zou de band onderaan niet scherp genoeg omhoog knikken, maar in een grote ronding gaan staan, wat vast niet mooi uit zou zien. Ik koos er daarom voor om niet een brede leren band te knippen, die dubbel te vouwen en door te stikken, maar om de achterkant van een smaller leren bandje van stof te voorzien.
Het tegen het leer aanstikken van de stof (dezelfde die ik voor de tailleband gebruikte, voor de eenheid), die omklappen en aan de andere kant weer doorstikken, was een behoorlijk gepriegel. Het naaien is gelukkig veel beter gelukt dan ik vreesde, maar het resultaat is in zijn geheel minder mooi geworden dan ik had gehoopt: het ziet er toch minder fancy uit omdat de band tijdens het dragen gaat draaien, waardoor je zowel de voor- als achterkant ziet.
Het was een beetje gokken waar ik de stof moest samenstikken om ongeveer de rok van het oorspronkelijke plaatje te kunnen krijgen. Bijkomende factoren waren natuurlijk dat mijn stof vast niet dezelfde was (bij nader inzien had ik misschien een iets stugger, meer opfrotbaar stofje moeten kiezen, want deze dunne katoen viel wel erg netjes recht naar beneden) en dat de rok op het plaatje vast en zeker heel erg netjes gestyleerd is om de productfoto te nemen – in praktijk hangt hij waarschijnlijk ook wat minder optimaal, zeker als je hem draagt en er dus in gaat bewegen!
Dit is het eindresultaat:
Op de pop hangt de rok ook totaal niet mooi. Ten eerste omdat mijn pop niet dezelfde maten heeft als mijn moeder (misschien toch maar eens zo’n verstelbare paspop aanschaffen) en ik hem daarom met spelden vast heb moeten prikken, maar waarschijnlijk ook omdat er geen benen onder zitten die de boel wat meer uit laten staan.
Gelukkig bleek hij mijn mammie wel te staan zoals bedoeld toen ze hem aantrok en bleek ze er zéér blij mee te zijn. Ze vond het ook erg grappig dat zij vroeger kleding voor mijn zusje en mij naaide, en inmiddels de rollen om zijn gedraaid.
Ik was heel bang dat ik de rok te wijd en te kort had gemaakt, maar dat bleek heel erg mee te vallen. Ma vond de lengte perfect, en hoewel hij een tikje aan de wijde kant is bij de taille, is hij wel draagbaar. En zo niet, dan kan ik hem altijd nog wat voor haar innemen.
Vraag van ma: “En de leren riempjes kunnen eraf, zodat ik de rok kan wassen neem ik aan?”
Euh… oh ja, wasbaarheid is ook een factor waar je over moet nadenken. :-X Ik moet toch nog een hoop leren.
Vandaag was het dan zo ver: de eerste dag van mijn coupeuse-examen. Er zijn er namelijk twee; de volgende is half juni.
De eerste examendag moet je diverse werkstukken inleveren:
Een doos met lapjes stof waaraan je ritsen hebt gezet, bijzondere zomen hebt gemaakt, zakken hebt aangebracht, etc. om te laten zien dat je een specifieke naaitechniek beheerst.
Een klapper met verschillende soorten patronen die op schaal zijn getekend.
Je jeans, die je eerst aan moet trekken om te showen dat hij goed past en daarna moet inleveren zodat de manier waarop hij genaaid is aan grondige inspectie onderworpen kan worden.
Daarnaast moet je dingen voorbereiden voor de tweede dag:
Een model (‘pasdame’) die zij leveren opmeten. Thuis moet je een standaard rok uit proefstof voor haar naaien en op de tweede examendag moet je laten zien dat hij haar goed past. En zo niet, moet je ter plekke aangeven hoe je het zou fixen om het alsnog te laten passen.
Een patroon tekenen op basis van een tekening van een rok die je ter plekke krijgt, op de maten van een zelfgekozen pasdame, en deze uit stof knippen die je aangeleverd krijgt. Thuis zet je de rok in elkaar en op de tweede examendag moet die pasdame (in mijn geval is dat Judith) mee en de rok showen. Die rok moet dan zowel passen als exact zijn zoals de examencommissie die bedoeld heeft.
Dat laatste onderdeel is de grootste uitdaging. Als je op de eerste dag namelijk je patroon niet goed hebt getekend, heb je thuis een probleem, want je kunt niet opnieuw de stof knippen – je zit vast aan wat je die dag hebt gedaan.
Vooraf was ik dan ook best wel gestressed over dit onderdeel. Ik had alle examenopdrachten van de afgelopen 15 jaar als oefening getekend, maar van sommige snapte ik echt geen drol. Ik had er in totaal ook maar ééntje foutloos gemaakt… dat stemde me weinig hoopvol dat ik dit examen ging halen. En je moet wel voor álle onderdelen een voldoende halen, je kunt niet compenseren met een hoog cijfer voor een ander onderdeel. Okee, ik hoef het werkstuk natuurlijk niet 100% foutloos te maken (herinnerden mijn studiegenootjes mij – oh ja ), maar als je een paar basisfouten in je patroon maakt, kun je er wel echt op zakken.
Afgelopen week had ik nog een laatste les waarin ik vragen kon stellen en toen vielen gelukkig de laatste kwartjes. Het is echt een worsteling hoor, deze opleiding. Want ik ben totaal niet blij met de manier waarop de les wordt gegeven. Ik heb het gevoel dat ik continu zelf alle theorie bij elkaar moet puzzelen. Het lesboek vertelt je alleen wat je moet tekenen, op het niveau ‘trek een lijn van punt A naar punt B’ en ‘ga 1 of 2 cm omhoog op lijn C’. Maar waarom je iets doet of welke gevolgen een bepaalde keuze heeft, dat staat er niet! Dat hoor ik pas van de juf als ik een tekening met fouten terug krijg – achteraf dus. Leren door alles eerst fout te doen is niet bepaald mijn manier van dingen leren en bovendien krijg ik de theorie zo heel erg gefragmenteerd bij elkaar. Denk ik dat ik eindelijk een ‘if…then’-regel heb ontdekt, blijkt het de volgende keer tóch weer anders te zitten. Grom.
Maar inmiddels zit ik op het punt dat ik weet hoe ik het lesboek zou herschrijven. Dat is voor mij een teken dat ik de stof voldoende beheers.
En waarempel: de examenopdracht was goed te doen! Dat wil zeggen – voor zover ik kan inschatten. Wellicht heb ik niet door wat ik allemaal fout heb gedaan of over het hoofd heb gezien, maar toch: de rok is dit jaar gewoon een rechte rok die uit verschillende stukjes bestaat en een loopsplit achter heeft. Ik hoef niets te geren, er zitten geen zakken in, geen band met knoop en riemlusjes, tig stolpplooien of ander gedoe. De enige uitdagingen zijn dat Judith niet zo’n handige maten heeft voor dit model rok, waardoor ik niet alleen een extra figuurnaad erin moet zetten maar ook meer bij de zijkant weg moet halen dan officieel mag, en het is de vraag in hoeverre dat driehoekje onderaan de achterkant door moet lopen vanuit het voorpand, of dat daar een zijnaad doorheen loopt.
Mijn juf waarschuwde vooraf nog: “Bedenk altijd zelf of het mooi is als er ergens een naad doorheen loopt, of dat je die beter kunt wegwerken”, maar ja, ‘mooi’ is subjectief. Ik vind het mooi als er geen naad doorheen loopt, maar in het stuk erboven moet hoe dan ook een zijnaad want anders kun je de patroondelen niet tegen elkaar krijgen bij de heupronding. En een zijnaad die opeens ophoudt is ook niet mooi. Mijn tijdelijke oplossing: gewoon het puntje aan het voorpand erbij knippen én ook nog eens los uitknippen uit de stof. Dan kijk ik thuis wel wat het effect is en wat ik het mooist vind. Houd je opties open, toch? O:-) (Aan die foto heb je helaas helemaal niks, alleen dat je ziet hoe lang het ding is. Verder hadden ze ‘m net zo goed weg kunnen laten. :-S )
En ja, dit model rok is truttig en de stof spuuglelijk, maar ik had Judith al gewaarschuwd dat ze waarschijnlijk hier niets aan ging overhouden dat ze zou willen gaan dragen. :-X Vandaar dat ik al eerder een spijkerbroek voor haar naaide.
Ik was als een van de eersten klaar en ging daardoor best wel twijfelen of ik niet iets over het hoofd had gezien. En waarom stond er eigenlijk een strijkbout in de zaal? Waarom zou ik dat ding willen gebruiken bij deze opdracht?? Paniek!
Maar toch, het zou dus niet onmogelijk moeten zijn om dit examen te halen, waar ik eerst bang voor was. Nu komt wel de fase van het in elkaar zetten en hem passend op Judith proberen te maken, wat ook nog wat voeten in de aarde kan hebben. Van de andere kant: ik heb maar liefst 3x een oefenrok voor haar genaaid van proefstof om te controleren of ik haar maten wel goed had genomen, en de laatste keer leek hij eindelijk best goed te hangen. Dus dat zou nu ook in orde moeten zijn.
Het was eigenlijk ook best gezellig, met al die lotgenoten bij elkaar. Tijdens het examen mochten we natuurlijk niet met elkaar praten, maar in de momenten waarop we buiten moesten wachten, wel. Alle stress-verhalen kwamen eruit, zodat duidelijk werd dat jij niet de enige was, en we konden elkaars broeken zien, wat ook heel leuk was want iedereen had iets heel anders gemaakt!
Toen ik eerder klaar was dan de rest, heb ik mijn tijd ook nuttig besteed. Een deel van de tijd besteedde ik aan het alvast lussen van de geknipte stukjes stof, maar ik vond ook dat ik wel een beloning had verdiend voor al het harde werk voorafgaand aan het examen en op de dag zelf, dus ben ik gaan shoppen. Want in Nunspeet centrum kun je best lekker winkelen en er blijkt een hoedenwinkeltje direct om de hoek te zitten! Score!! O:-)
En vanavond ga ik lekker onderuit op de bank hangen met een zak chips en het Eurovisie Songfestival kijken (en anderen beoordelen in plaats van zelf beoordeeld te worden ). Een avondje rust heb ik namelijk ook wel verdiend. Het naaien van die twee examenrokken komt later wel.
Een paar jaar geleden mochten we met Androneda al eens op het verjaardagsbal van Eline en anderen spelen. Dat was toen erg leuk. We waren dan ook heel blij dat ze ons dit jaar weer vroeg om te komen spelen op haar verjaardagsfeestje, dat ze gisteravond hield tijdens het bal in Zeist! Ditmaal was het helemaal haar partijtje en waren we de enige band – maar gelukkig hebben we inmiddels iets meer repertoire, zodat we de avond redelijk kunnen vullen.
Eigenlijk zouden we afgelopen vrijdag repeteren met Androneda, maar relatief last-minute hoorde ik dat we met De Soete Inval toch op Middeleeuws Festijn Cannenburch zouden mogen spelen, dus dat ging niet door. Gelukkig konden alle bandleden ook maandagavond langskomen, zodat we toch nog even geoefend hadden voor dit optreden (wat ook redelijk last-minute werd geboekt)…
We wisten van de vorige keer dat het geluid in de zaal in Zeist redelijk ruk is. Gelukkig was er genoeg budget om Lucas te vragen om wat extra apparatuur mee te nemen en als onze geluidsman te functioneren. Hoewel er nog steeds heel veel geluid vanuit de zaal terug bleef komen, scheelde dit enorm en hebben we lekker en stressloos kunnen optreden.
Soundcheck!
Als speciale toegift hebben we een gloednieuwe mazurka gespeeld, die eigenlijk amper af was. Dat was een spontaan idee aan het eind van de repetitie – waardoor we dus ook geen tijd meer hadden om die te oefenen en ik na de repetitie, rond half 12 ‘s nachts, nog aan de tekst heb zitten sleutelen. Maar we wilden hem toch heel graag introduceren en gelukkig ging het goed – en hij viel ook erg in de smaak!
Maar poeh, dit is toch best intensief… een heel weekend spelen & kamperen met De Soete Inval, de dag erna ‘s avonds repetitie met Androneda, de avond daarna optreden met Androneda, en a.s. vrijdag heb ik dan weer een repetitie met De Soete Inval! Terwijl ik natuurlijk ook nog mijn kantoorbaan heb en mijn coupeuse-examen moet voorbereiden. Ach… ‘sleep when you’re dead’, zeggen ze toch?
Met ‘t Vaerdich Volk was ik al tweemaal eerder op Middeleeuws Festijn Cannenburch geweest, maar ditmaal mocht ik er met De Soete Inval staan! Het was weer even wennen, een weekend kamperen (onder andere omdat ik het vorige weekend al was gaan LARPen, en daarnaast omdat het in de nacht van vrijdag op zaterdag richting het vriespunt ging…) maar het was de moeite zeker waard!
Het was duidelijk dat veel mensen zaten te wachten op een leuk uitje, want het was beide dagen behoorlijk druk! Er waren veel meer bezoekers dan ik had verwacht, ze waren enthousiast én ze bleven behoorlijk lang staan om te luisteren naar ons: we hadden regelmatig een hele drom mensen om ons heen staan. We hebben ons dan ook steeds strategisch geprobeerd te positioneren: aan het begin en het eind van de dag bij de in-/uitgang, en bij de horeca / naast het slagveld wanneer mensen zich begonnen te verzamelen in afwachting van de veldslag. Er is ook weer veelvuldig muntgeld in ons visitekaartjesbakje geworpen (waaronder twee Engelse ponden, een Israëlisch muntje van 2 shekel en een consumptiemunt van middeleeuws Ter Apel).
Het was wel even zoeken naar een nieuw evenwicht, want we hadden een nieuwe aanwinst: Geert was voor het eerst mee. We hadden al een kennismakingsbijeenkomst gehad en vluchtig een paar nummertjes doorgespeeld, maar echt grondig samen gerepeteerd hadden we nog niet. Gelukkig is hij een goede muzikant en had hij zich ook goed voorbereid, dus hij speelde de meeste nummertjes prima mee (en maakte niet eens meer fouten dan wij… ). Het is nu wel weer kijken welke liedjes we met welke arrangementjes en in welke samenstelling kunnen spelen, maar doordat we nu meer mogelijkheden hebben, zit er wel potentieel in! En de verbeteringen die we in het verleden al hadden gedaan aan onze nummers werkten erg goed – de Bultendans is meermaals als verzoeknummer aangevraagd en nu onze nieuwe favoriet.
Naast lekker spelen was het ook fijn om diverse bekenden weer te zien, zowel bezoekers als deelnemers, die ik vanwege corona al jaren niet meer had gezien. We werden ook zeer gastvrij uitgenodigd bij iemand in het kampement en volgestopt met eten. Ik trof zelfs nog een paar LARPers die ik kende van Dawn, een evenement dat al vele jaren geleden is gestopt. Een van hen had zijn dochtertje bij zich, die vertelde dat ze mijn boek ook had gelezen, het ‘echt heel goed’ vond, en het bij haar klasgenoten (van een tweetalige school) aan het aanraden was. <3
Nog mooier: iemand die mij via Tweedledum & Tweedledee kende, en mij in het verleden al eens gemaild had via mijn website omdat hij boeken over Alice in Wonderland zocht, stuurde mij voor het evenement weer een mailtje: hij had gehoord dat ik er met De Soete Inval zou staan. Of ik gelijk twee gesigneerde exemplaren van mijn boek voor hem wilde meenemen? Eentje voor hemzelf en eentje voor zijn docent Engels. Wat leuk!
En dan was er nog het berichtje dat ik tijdens het evenement via Facebook Messenger kreeg van een mede-LARPer/balfolker: “Hey, in mijn vriendenkring zijn mensen enthousiast aan het vertellen dat ze weer naar evenementen kunnen. Met deze foto erbij – ben jij dat…?” Euh, ja dus.
Er zit blijkbaar ontzettend veel overlap in onze kringetjes!
foto door Theo Hamoen
Omdat zowel Wigo als Geert nu kleding van Flip lenen, zullen er binnenkort wel behoorlijk wat nieuwe outfits genaaid moeten worden. En we moeten wat nieuwe spullen voor in het kampement aanschaffen/maken, omdat Alexandra bij haar vertrek een aantal zaken wilde houden. Weer iets voor op de to-do-lijst, maar dat komt wel pas ná mijn coupeuse-examens, want anders word ik gillend gek…
Slaap is de afgelopen weken sowieso al overgewaardeerd. Maar ach, zolang mijn bezigheden me mentaal goed doen, kan mijn lichaam wel tegen een stootje. En dit was zeker weer een oppepper!
Het is inmiddels precies een jaar geleden dat mijn boek “Alice’s Adventures under Water” verscheen. De publicatiedatum volgens de titelpagina is 23 april 2021, maar ik presenteerde het boek officieel op de 28e, tijdens een digitale bijeenkomst van het Lewis Carroll Genootschap.
Die publicatie had een hoop voeten in de aarde en ook daarna heb ik echt hard gewerkt om het boek te promoten en dus te verkopen! Want nee, een boek verkoopt zichzelf echt niet! En als self-publisher sta je toch al gelijk met 1-0 achter, omdat self-publishing een slecht imago heeft. (Onterecht: hoewel er inderdaad een hoop zooi wordt geproduceerd, zitten er ook uitstekende werken tussen. Self-publishing is al lang niet meer alleen de laatste optie voor schrijvers die door alle uitgevers worden afgewezen. Maar dat heeft de boekenwereld helaas nog niet helemaal door.)
Toen ik nog met mijn uitgever samenwerkte, vroeg hij mij hoeveel exemplaren ik dacht te gaan verkopen. Ik maakte een grove schatting en kwam uit op 300 exemplaren in het eerste jaar. Geen idee of dat realistisch was – ik zou wel zien. Later moest ik ook een inschatting maken hoeveel exemplaren ik als persoonlijke voorraad wilde bestellen bij mijn print-on-demand drukker, om zelf te kunnen verkopen. Dat was nog lastiger inschatten, want te veel inkopen betekent geld verliezen. Ik bestelde er uiteindelijk 100: net iets meer dan ik dacht te kunnen kwijtraken, maar vanaf dat aantal kreeg je korting bij de drukker, waardoor 100 stuks feitelijk goedkoper waren dan 85 of ietsje meer. Vanwege een oepsje bij de drukker, kreeg ik nog eens 10 exemplaren gratis, waarmee het totale aantal voorradige exemplaren op 110 uitkwam.
De huidige stand van zaken na 1 jaar? 305 Verkochte exemplaren, waarvan 105 uit eigen voorraad!
Naast het gepubliceerd krijgen van mijn boek, was het mijn doel om er geen verlies op te maken. Dat is inmiddels bíjna gelukt. Initieel was ik na precies een half jaar al uit de kosten, maar toen besloot mijn ex-uitgever ineens toch nog van zich te laten horen. Hij vond oudjaarsavond, 4 uur voor middernacht, blijkbaar een perfect moment om zijn administratie te doen en na 8 maanden(!) radiostilte out-of-the-blue alsnog een rekening te sturen voor het proeflezen, voor een niet van tevoren besproken bedrag van €750. Echt hè… hoe slecht kunnen je sociale vaardigheden zijn?? Ik heb wijselijk besloten om er geen woorden meer aan vuil te maken en heb de factuur per direct betaald, zonder op zijn mail (waarin hij deed alsof er niks aan de hand was) te reageren. Vanaf toen stond ik dus weer in de min, maar was dat hoofdstuk in ieder geval écht afgesloten.
Inmiddels heb ik het bedrag bijna weer helemaal terugverdiend: nog maar een kleine €100 en dan heb ik quitte gespeeld. Daarbij moet ik zeggen dat ik bewust meer geld heb uitgegeven aan mijn boek dan strikt noodzakelijk was geweest. Zo heb ik mijn illustrator meer betaald dan het in mijn ogen schamele bedrag dat hij vroeg, heb ik speciale verpakkingen voor het verzenden van boeken ingeslagen (ze moeten een reis de grens over immers wel overleven) en heb ik kaartjes laten drukken om een begeleidend schrijven mee te kunnen sturen in de verzenddoos – want het oog wil ook wat en als marketeer wil ik de ontvang-ervaring natuurlijk ook leuk maken!
Het was natuurlijk ook afwachten hoe het boek ontvangen zou worden. Jullie lieverds hebben mijn boek waarschijnlijk vooral besteld om mij blij te maken (en dat wordt gewaardeerd! :-* ), maar de echte Lewis Carroll-kenners zouden er natuurlijk veel kritischer naar kijken. Eigenlijk was het behoorlijk arrogant van mij, om te denken dat mijn verhaal zou kunnen tippen aan een wereldberoemd boek en ik mijn schrijfstijl zou kunnen matchen met dat van een fantastisch schrijver. Achteraf gezien had dit behoorlijk kunnen backfiren. Niet voor niets hebben veel andere schrijvers ervoor gekozen om ‘geïnspireerd op’-werken te produceren, in plaats van ‘in de stijl van’-werken. Maar gelukkig had ik genoeg zelfvertrouwen om het lekker tóch te proberen, en gezien alle positieve recensies van zowel algemene recensie-organisaties als Lewis Carroll genootschappen, mag ik wel claimen dat ik geslaagd ben in mijn opzet! ^_^
Al met al kan ik dus zeggen dat het boek een succes is geworden en ik mijn doelen heb bereikt: iets uitgeven wat ik al lang wilde en waar ik qua vorm en inhoud helemaal achter sta, dat de doelgroep aanspreekt, en waar ik geen geld op hoef toe te leggen!
Vanaf nu ga ik waarschijnlijk niet heel veel moeite meer doen om het boek aan de man te brengen, dus ik verwacht dat ik in de komende jaren alleen incidenteel nog wat zal verkopen.
Momenteel heb ik dus nog maar 5 boeken op voorraad liggen, dus wil je nog een exemplaar direct bij mij bestellen, wees er dan snel bij! Ik koop namelijk geen nieuwe meer in. Zijn ze op, dan kun je weliswaar nog steeds bij mij bestellen, maar niet meer voor een kortingstarief (€17,50 in plaats van €15) en wordt het boek rechtstreeks vanuit de print-on-demand-drukker naar jou verzonden. (En zul je dat boek op een later moment naar mij moeten meenemen als je wil dat het gesigneerd wordt.)