Victoriaanse ‘Polonaise’ jurk

In mei zou ik weer een Victoriaans evenement hebben, maar het is vanwege corona verzet naar oktober. Gelukkig niet geannuleerd, want dan zou ik voor niets aan mijn nieuwe outfit hebben gewerkt! En ook al had die ineens geen haast meer, ik heb hem toch maar gelijk afgemaakt.

Het evenement speelt zich af in 1876 en in de richtlijnen stond dat je kleding mag dragen uit de periode 1868 tot 1901. Oftewel: géén hoepelrokken! Want de locatie heeft een paar smalle gangetjes en dan kom je er niet met je jurk doorheen… Jammer, want daardoor kan ik niet mijn eerder gemaakte outfits hergebruiken.

Wat dan wel? Ik heb in het verleden al twee keer een ‘bustle dress‘ gemaakt, dus met zo’n kontje, maar ten eerste vind ik die niet chique genoeg om voor dit evenement aan te trekken en ten tweede houd ik eigenlijk helemaal niet zo van bustles…

Nou was er van 1877 tot 1882 de zg. ‘natural form era’, waarin er geen bustles werden gedragen (als je modieus was, uiteraard). De naam is wat verwarrend, want de lichaamsvorm is nog steeds verre van natuurlijk – je draagt nog steeds een korset en met behulp van een petticoat creëer je nog steeds een bulk aan de achterkant, alleen zit die bulk meer ter hoogte van je knieën, en je hebt geen stalen constructies meer onder je kleding. Rond die periode werd ook de zg. ‘polonaise’ weer populair: een lange jas-achtige jurk die je over een onderrok draagt, in plaats van een kort lijfje op een gewone rok. Dat vind ik een mooi model, dus besloot ik dat mijn kostuum een ‘natural form polonaise dress’ ging worden.

Als basispatroon voor de polonaise gebruikte ik Truly Victorian 430 en voor de petticoat koos ik Truly Victorian 125. De onderrok heb ik gebaseerd op een rokpatroon dat ik nog had en de bulk aan de achterkant heb ik er een beetje op de gok aangetekend.

Het basispatroon voor de polonaise heb ik flink aangepast. Zo verplaatste ik o.a. de sluiting op de rug naar de voorkant, veranderde ik de vorm van het voorpand zodat het lijfje en de rok daar losse delen lijken, en voegde ik manchetten toe. Het was dan ook maar goed dat ik eerst van de voeringstof een proefmodel maakte, want het ging niet in één keer goed zal ik maar zeggen…

Ik had gehoopt dat door het dragen van een onderrok waarin ook bulk aan de achterkant zit, het niet nodig zou zijn om ook nog een petticoat te dragen. Maar helaas, die dingen droegen ze toch echt niet voor niets. Om die mooie aflopende vorm te krijgen moest ik toch echt ook zo’n ding gaan maken.

Het naaien ervan was een stuk meer werk dan ik had ingeschat. Mede doordat ik een best uitgebreid model had gekozen: de sleep is optioneel en knoop je aan de basispetticoat vast, waardoor je hem makkelijk kunt weglaten als je een jurk zonder sleep wil dragen. En er zit onwijs veel meter stof in (zo’n 8,5 meter gewone stof en 4,5 meter tule). In totaal heb ik zo’n 24 meter aan stofstroken zitten rimpelen om de ruches te creëren. Je ziet aan de buitenkant alleen de witte katoen, maar de achterkant van de basispetticoat bestaat uit twee lagen stof over elkaar heen, waartussen nog een hoop ruches van tule gesandwiched zitten:

En ja, ik had de stoffen ruches gewoon kunnen aflocken, maar ik heb de volledige 12 meter netjes omgezoomd. Zucht.

De omtrek van de petticoat lijkt enorm, maar door die binnenlaag aan de achterkant houd je maar heel beperkt ruimte over om te lopen. Dat was wel een beetje een ding met dit model kleding. Aangezien ik deze outfit het hele evenement draag omdat ik er niet voor heb gekozen ook nog een avondjurk te naaien (die was optioneel voor mijn personage), hoop ik maar dat er ‘s avonds niet al te veel gedanst hoeft te worden. Niet alleen vanwege de beperkte bewegingsruimte, maar ook omdat iedereen dan op die sleep gaat staan. (Ik zou natuurlijk alsnog een tweede outfit kunnen maken, nu het evenement verzet is naar oktober…. NEE LENNY, AF!!)

Over de petticoat zit deze onderrok:

Hierop geen gerimpelde ruches, maar wel heul veul plooien aan de zoom!!

En over de onderrok komt deze jurk:

Bestede tijd: 69 uur (rok en jurk) / 26 uur (petticoat)
Kosten: €126,91 (rok en jurk) / €87,68 (petticoat; enórm veel stof en tule, plus patroon)

Het kan zijn dat ik nog wat meer tijd in de jurk ga steken. Ik vind het voorpand namelijk wat saai. Het oorspronkelijke idee was om er met lint een strik aan te maken, maar dat werkt niet lekker als de sluiting aan de voorkant zit. Mijn tweede plan was om er bloemenapplicaties op te naaien. Ik vond een hele mooie, maar die werkte qua kleur niet goed. En ook alle andere paarse applicaties die ik vond hebben een verkeerde paarstint, die te fel is en niet matcht met dit donkerpaars, de blauwige franjes en het paars van de onderrok (ik was al superdankbaar dat ik franjes kon vinden die matchten met de stoffen). Plan C is nu om er op te gaan borduren. Dat is een hoop werk maar daar heb ik nu wel tijd voor. Moet ik alleen borduurgaren in de juiste kleur vinden. Gezien het kleurverschil op computermonitors zal online bestellen niet handig zijn en moet ik dus wachten totdat ik weer fatsoenlijk naar buiten kan om te gaan winkelen voordat ik garen kan aanschaffen. Vandaar nog enigszins to be continued, maar ik wilde de outfit toch al aan jullie showen!

Andronedoek update

De backdrop die ik voor Androneda maakte was de avond voor het optreden pas af. Ik was toen al lang blij dat het ding werkte en dat er een basiseffect in zat. Maar uiteraard was het eigenlijk de bedoeling dat er meerdere coole lichteffecten in zouden komen.

Inmiddels heb ik tijd gehad om wat extra effecten te programmeren en te uploaden naar de controller. Dit is wat het logo nu doet:

Tussen deze effecten door twinkelen de sterren er omheen willekeurig. Ook dat effect heb ik verbeterd; eerst gingen de ledjes gewoon uit en weer aan, nu zit er een mooie fade-out/fade-in in.

Het zal helaas nog even duren voordat we de backdrop weer kunnen gebruiken, maar het voordeel van corona-isolatie is dan weer dat je tijd hebt voor dit soort dingen! :-)

Haarbloemen

Het Victoriaanse LARP-evenement van Obscurus is verzet van mei naar oktober vanwege corona. :-( Mijn motivatie om mijn kostuum af te maken (ik hoef alleen nog de petticoat) viel eventjes geheel weg. Maar ik wilde ook niet thuis gaan zitten sippen. Dus dan maar iets kleins oppakken, om toch aan de gang te blijven.

In dit geval: haaraccessoires! Een Victoriaans kapsel is voor mij altijd een probleem, dus heb ik bedacht dat ik de boel op ga leuken met / eventuele oepsjes weg ga werken onder een laagje bloemen.

Bij de Xenos had ik al een tijdje geleden een bosje nepbloemen gescoord en ik hoefde er alleen maar wat bloemen in verschillende formaten af te knippen en die op haarspelden vastnaaien.

Zo gepiept, prima resultaat! Hoop ik, want ik moet ze natuurlijk nog uitproberen in het uiteindelijke kapsel.

En dat lukt natuurlijk alleen als ze niet voortijdig worden opgevreten door mijn kat. Zucht.

Banieren op verzoek

De avond dat we met Androneda onze vet coole backdrop met lampjes voor het eerst aan de wereld lieten zien, sprak Menno me gelijk aan: “Oh, vind jij het leuk om zoiets te naaien? We willen namelijk een paar banieren voor stichting Draailier en Doedelzak…” :-)

Nou is het naaien van banieren met een logo niet het meest inspirerende karweitje. Het leukste van een creatief project is natuurlijk het verzinnen ervan en iets maken wat je nog nooit eerder hebt gedaan. Dit zou vooral productiewerk worden. Maar ach, dat had ik wel over voor de stichting. Zij bezorgen mij veel leuke weekenden en steken daar ontzettend veel vrijwillige tijd in, dus dan doe ik graag iets terug. <3

Zo gezegd, zo gedaan. Dorine maakte een gedetailleerde instructie en bereidde zelfs het patroon voor me voor, hoewel ik had aangegeven dat ook wel te willen doen, en leverde de materialen aan.

Van het maken van onze backdrop had ik geleerd dat grote applicaties enorm kunnen gaan trekken, dus ik was van plan om de applicaties ditmaal eerst met vliesofix op de basisstof te gaan lijmen en daarna pas vast te zigzaggen. Maar Dorine had vilt gehaald voor de applicaties en doordat dat zo dik was, kon ik een brede zigzagsteek gebruiken en trok het totaal niet! Maar goed ook, want het plakspul, wat ik op het eerste exemplaar uitprobeerde, hechtte voor geen meter aan het vilt. :-S

Het nadeel van vilt is dan wel weer dat smalle strookjes ervan snel scheuren. En er zitten nogal wat smalle strookjes in dat logo… *vloek*

De opdracht was om twee kleine banieren van anderhalve meter hoog te maken en drie lange banieren van drie meter hoog. Dat was dus nogal wat stof proppen onder de arm van de naaimachine, maar de zwarte stof was gelukkig best dun, dus dat lukte goed.

Ik ben dan ook heel tevreden over het resultaat:

Zelfs de achterkant is eigenlijk best toonbaar geworden! :-P

Het moest af zijn voor het workshopweekend in april. Het leek me dat dat net moest lukken, maar ‘dankzij’ het coronavirus had ik veel meer tijd om te naaien en waren ze afgelopen weekend al af. Alleen jammer dat het niet zeker is of het workshopweekend door kan gaan… We blijven duimen!

China light festival

Er passeerden een hoop leuke opties de revue, maar uiteindelijk besloten Kitty en ik om weer eens bij te praten tijdens een bezoekje aan het China light festival in Ouwehands dierenpark.

In eerste instantie zouden we voorafgaand ook nog in de buurt gaan wandelen, maar gezien de hoosbuien, mijn pijnlijke knieën (ja, ik word oud…) en het feit dat ik Sammy niet langer dan nodig alleen wil laten nu hij weer met een ‘cone of shame’ rondloopt, besloten we dat maar te skippen.

We ontmoetten elkaar om 5 uur in het park. Het was nog licht, dus zijn we al snel een van de restaurantjes binnen gegaan om een hapje te eten. Het restaurant bij de panda’s serveerde Chinese wokgerechten, dus eten kon lekker in het thema!

Hoewel de meeste dieren hun hokken al in waren en dus niet meer te zien waren, konden we de twee panda’s gelukkig wel nog bewonderen.

Na de maaltijd en pandakijken, was het voldoende donker om van de lichtstellages te kunnen genieten. Dat zag er kleurrijk uit! Veel lampjes knipperden of veranderden van kleur (ik moet zeggen: zeer subtiel, voor Chinese normen!) en sommige delen van de stellages bewogen ook nog.

Erg leuk om door het donker door zo’n park te wandelen, met dit soort dingen om te bekijken, terwijl je gezellig bijbabbelt! En wonder boven wonder hebben we het volledig droog gehouden.

Desondanks was het maar goed dat ik Sammy niet al te lang alleen had gelaten. Bij thuiskomst trof ik aan:

  • Een kattenbak met klodders aarde uit de naburige plantenpot (ik had de kattenbak zonder kap in de gang gezet, aangezien hij er anders niet in kan wegens zijn cone of shame);
  • Een vijver rondom zijn waterbak;
  • Sammy zonder cone of shame. Die lag ergens op de grond.

Zucht.

Melocorde concert

Na zaterdag al cultureel te hebben gedaan met een museumbezoekje, ging ik zondagmiddag naar een concertje van Melocorde, de groep waarin mijn voormalig doedelzakdocent speelt. Ik had ze nog niet eerder gehoord en aangezien ik wonder boven wonder geen andere plannen voor de zondag had, greep ik mijn kans.

Het concert was in de Hortus in Nijmegen, oftewel een grote plantenkas bij de botanische tuin. Ik had al zo’n vermoeden dat het er niet heel warm zou zijn, dus ik had een dikke trui onder mijn jas aangetrokken. Maar het hoosde gisteren ook nog eens enorm en het dak bleek op enkele plekken te lekken. Dus moesten de instrumenten strategisch worden opgesteld en was niet iedere stoel geheel vochtvrij. :-D

Ik had eigenlijk niet verwacht bekenden tegen te komen, maar naast mijn voormalig doedelzakdocent spotte ik ook mijn voormalig viooldocent! En de voormalig partner van Ernic, met wie ik in Tweedledum en Tweedledee speelde. En hee, kende ik die ander niet van balfolk…? Het is toch wel een klein wereldje, die Nijmeegse folkmuziek. :-)

Het was leuk om eens geheel andere muziek te horen dan ik gewend ben. Ze speelden namelijk behoorlijk uiteenlopende dingen. De roffelende regen op het glazen dak gaf extra sfeer aan het geheel. Note to self: volgende keer wel m’n laarzen aantrekken als ik nog een keer in de regen over dat onverharde pad moet…

Heksengodinnen in het museum

Een paar maanden geleden zag ik de tentoonstelling ‘Slow Fashion‘ langskomen op Facebook. Nou ben ik helemaal niet van de musea, maar als de tentoonstelling over een heel specifiek onderwerp gaat wat me interesseert, maak ik een uitzondering. Deze gaat over de ontwikkeling en het hergebruik van kleding in de 18e t/m de 20e eeuw. Oftewel: een kans om onder andere Victoriaanse outfits van nabij te zien! Da’s veel beter dan van een plaatje op internet, waarop je alleen de grote lijnen kunt zien. Als je kleding in het echt ziet krijg je een veel beter gevoel bij het soort stofjes dat werd gebruikt en kun je details bekijken zoals de zoombreedte en manier van plooien.

In de Heksengodinnen-groepsapp vroeg ik of iemand van hen wellicht interesse had om mee te gaan? Het antwoord was een driemondig ‘ja’, dus we besloten om er het volgende Heksengodinnenuitje van te maken. :-)

Gisteren reden we naar Dordrecht en begon de close-up inspectie. Oh, wat was het een uitdaging om die kleding niet aan te raken! Must… touch… fabrics… En ik wilde eigenlijk ook wel zien hoe dit alles er aan de binnenkant uitzag!

Toch viel het me een klein beetje tegen. Ik had gehoopt dat er wat meer stukken zouden staan uit de periode waar ik specifiek interesse in heb (rond 1865), maar daar waren er maar weinig van. En ik heb geen ‘natural form’ model of polonaise gezien; iets wat ik momenteel aan het naaien ben voor een LARP en waarvoor ik inspiratie hoopte op te kunnen doen. Desondanks waren de outfits die er stonden, erg mooi om te zien.

Tsja. Het ene moment ben je een prachtige, bij het lijfje passende onderrok, het andere moment ben je gerecycled tot sofabekleding…

De tentoonstelling was over twee locaties verspreid en het was ook heel leuk om even door het centrum van Dordrecht te kunnen wandelen. Wat een leuk stadje is dat! Er staan echt superveel authentiele oude gebouwen, met van die naar voren hellende gevels!

Op de tweede locatie stonden geen bordjes met toelichting bij de items, maar het was daardoor leuk om te raden uit welke periode welke kleding kwam. (Ik raadde het goed, volgens het boekje dat we achteraf inkeken. :-) ) Hint: er zit bijna 100 jaar tussen de oudste en meest recente outfit op deze foto!

We hadden wat weinig tijd om ook nog uitgebreid te gaan shoppen, al zijn er desondanks enkele items uit de binnenstad aan onze vingers blijven plakken. Het vinden van een restaurantje na afloop van het museumbezoek was ook een uitdaging, want er waren er niet zo heel veel en een hoop vielen er al gelijk af omdat er ‘carnaval’ (ja, tussen aanhalingstekens… mensen in onesies die stilstaand in een kluitje bier staan te drinken rondom een bar is geen carnaval) werd gevierd en we niet zo’n zin hadden om tijdens het eten over hoempapamuziek heen te moeten schreeuwen.

Met wat aanwijzingen van behulpzame locals vonden we gelukkig toch nog een eettentje waar ze ruimte voor ons hadden en sloten we de dag gezellig smullend af.

Blowzabella-concert

In de nieuwsbrief van Stichting Draailier & Doedelzak zag ik staan dat Blowzabella naar Nederland kwam voor een concert. Die kans moest ik natuurlijk grijpen! (Voor degenen die niet in de folkmuziek zitten: zij zijn een Grote Naam en bovendien is één van hen de bouwer van mijn doedelzak!)

Misschien vonden mijn bandgenootjes van Androneda het wel leuk om mee te gaan, bedacht ik. En jawel, die waren daar inderdaad voor in. En misschien ook wel onze vriendjes van band Paracetamol? Ja hoor! Aldus gingen we gisteravond met een delegatie van 7 man naar Zaandam.

Ik had uiteraard kunnen verwachten dat wij niet de enige folkmuzikanten/balfolkies waren die op dat concert af kwamen. Bij de parkeerautomaat werd ik al aangesproken: “Hee, speel jij niet met Wouter in Androneda?” :-D En eenmaal aangekomen op de locatie was het een feest der herkenning. “Hee, jij óók hier??”, bleven we maar roepen.

De zaal bleek volledig uitverkocht (tot verbazing/opluchting van de organisatoren, die normaal gesproken een ander type muziek programmeren) en het was een mooi concert. Alleen jammer dat de verhouding van de instrumenten niet optimaal was: de bas stond te hard en de melodie van de draailier was niet te horen. Maar het was juist motiverend dat ook bij hen niet alles perfect verliep – dat geeft hoop voor onszelf. ;-) Ik was even bang dat ze mijn favoriete nummer, Falco, niet gingen spelen, maar gelukkig hadden ze die bewaard tot het allerlaatste, als toegift.

Indrukwekkend hoor, 7 mensen op het podium, met een enorm arsenaal aan instrumenten! (Wat ze zelf ook maar moeilijk uit elkaar wisten te houden, blijkens het feit dat een van muzikanten een andere op een gegeven moment moest aanspreken omdat zij per ongeluk zijn saxofoon in plaats van haar eigen van de standaard had geplukt. :-D )

En inspirerend ook. Niet alleen om o.a. John Swayne op de doedelzak te horen, maar ook wat betreft viool begonnen mijn handen weer te jeuken. Ik moet dat ding toch echt weer eens gaan oppakken…

Lewis Carroll Genootschap symposium 2020

Jeetje, het Nederlandse Lewis Carroll Genootschap bestaat al 3 jaar! Vandaag was de 4e bijeenkomst en ik was gevraagd om een lezing te geven over de illustraties die John Tenniel voor de Alice in Wonderland-boeken maakte.

Hapjes in stijl!

Hartstikke leuk om te doen, dus ik had gelijk ‘ja’ gezegd toen ik werd gevraagd. Maar toen werd ik een beetje onzeker: ik had helemaal niks nieuws te vertellen! Ik verzamel alleen maar wat anderen hebben onderzocht en geschreven. En alles wat ik weet, staat al openbaar op mijn website. Zouden de aanwezigen zich niet gaan vervelen?

Gelukkig had ik de vorige keren gemerkt dat lang niet iedereen (eigenlijk: maar weinigen) zo’n die-hard fan zijn als ik. Heel veel mensen vinden de boeken gewoon leuk, maar ze kennen ze echt niet uit hun hoofd. Ze vinden de verschillende illustraties die worden gemaakt interessant, of hebben interesse in kinderboeken in het algemeen ofzo. Dus er zouden vast wel mensen zijn die iets konden leren van mijn presentatie.

En dat was gelukkig ook zo. Blijkbaar heb ik zelfs één van de ‘oude rotten’, die in de jaren ’70 het genootschap al eens had opgericht, iets nieuws verteld. :-)

Maxim Februari (de andere spreker) vertelt waarom schildpadden insecten zijn :-)

Dat werd verder bevestigd door de kennisquiz, die gelijk op mijn presentatie volgde. Ik had van tevoren weinig hoop op een goede score, want ik focus me natuurlijk op de Alice-boeken, niet op de auteur of zijn andere werken. Maar de meeste vragen bleken over Alice in Wonderland te gaan. En hoewel er een paar heel lastige tussen zaten (en hoewel ik over een aantal antwoorden nog wel even in discussie wil gaan ;-) ), ben ik niet af gegaan als een gieter. Sterker nog, ik bleek veruit de hoogste score van iedereen in de zaal te hebben… :-O – Quod erat demonstrandum wat betreft aansluiting van het niveau van mijn presentatie op de doelgroep dus. (Enkele mensen keken ook steels naar welke kleur antwoordkaartje ik opstak als ze twijfelden over het juiste antwoord, omdat ze verwachtten dat ik het vast wel zou weten. Euh… nee hoor, ik voel helemaal geen druk! XD )

Nope, hier wist ik ook het antwoord niet op.

De bijeenkomst was ditmaal gelukkig veel minder frustrerend dan de vorige keer – doordat er meer ruimte in het programma was, liep niet alles structureel uit. En ook de techniek werkte veel beter (al moest ik wederom even inspringen om een videopresentatie te redden omdat het geluid het niet meer deed).

Ik heb ook weer wat oude bekenden kunnen spreken én eindelijk iemand in levende lijve ontmoet met wie ik járen geleden voor het eerst mailcontact heb gehad en sinds enige tijd een Facebookvriendschap heb. Toch leuk om mensen niet alleen digitaal te kennen.

En hoewel het nieuwe magazine van het Genootschap helaas niet af was gekomen voor het symposium, ben ik toch met leuk aan mij geschonken leesvoer naar huis gegaan.

Dansstage 2020

De Dansstage is heerlijk: het balfolkevenement heeft ieder jaar dezelfde opzet dus ik weet precies wat ik kan verwachten, waar ik moet zijn en wat ik moet meenemen. Het is een kwestie van slaapspullen en (veel) kleding in mijn tas mikken en gaan. Geen voorbereidingsstress, alleen maar lol. <3

Twee jaar geleden begon ik heel voorzichtig met het af en toe eens leiden van een dansje. Vorig jaar deed ik één van de workshops voornamelijk als leider mee. En hoewel ik me dit jaar officieel als volger had ingeschreven, heb ik tijdens zo veel mogelijk workshops de rol van leider uitgeprobeerd en ook tijdens het bal heb ik heel veel dansjes geleid – volgens mij minimaal net zo veel als ik er gevolgd heb!

Dat ging heel makkelijk, want de workshops faciliteerden dat je steeds van rol kon wisselen, zodat je de oefeningen zowel vanuit de positie van volger als leider kon doen. En gelukkig waren de meeste deelnemers ook bereid om die wisseling aan te gaan – er waren er maar weinig die graag aan één van beide rollen vast wilden houden.

Dat was maar goed ook, want de workshops over variaties in mazurka’s en variaties in schottishes hadden me anders niets nieuws verteld. Ik was heel verbaasd dat de variaties die werden geïntroduceerd blijkbaar niveau 4 (het hoogste niveau workshop dat werd aangeboden) waren. Ik kende ze al lang, want dat is het voordeel van volger zijn: je ondergaat een hoop variaties die leiders gewoon op je toepassen. Volgers hoeven niet noodzakelijk de pasjes geleerd te hebben; als je goed kunt volgen en de leider goed kan leiden, hoort het vanzelf te gaan. (In de meeste gevallen dan. Er zijn koppeldansen of pasjes, zoals de draai in de polska, waarbij enige toelichting toch wel heel handig is.) Dus als volger had ik weinig aan de workshop, maar het was heel nuttig om te kunnen oefenen met het aangeven en inzetten van deze variaties als leider.

Ik was ook heel verbaasd over de inhoud van de workshop rondeaux. Aangezien we met Androneda een rondeau en chaine in ons repertoire hebben, leek het me wel handig om eens goed te leren hoe die gaat, zodat ik hem correct kan uitleggen aan de dansers als dat nodig is. Wat blijkt: op de meeste bals wordt hij anders gedanst dan hij oorspronkelijk bedoeld is. De meeste mensen kijken gewoon van elkaar af hoe het moet en dan krijg je natuurlijk ‘verval’ van de pasjes en eigen interpretaties. Het was heel fijn om terug naar de basis te gaan, want ik voelde nu veel beter de cadans in de pasjes en dus de lol ervan. Maar wat raar dat je dat pas op niveau 4 te horen krijgt – zou je deze dans niet gewoon gelijk goed aangeleerd moeten krijgen…?

De vierde workshop die ik volgde ging over het dansen van branles – leuk om eens te doen, maar waarschijnlijk ben ik alles alweer vergeten tegen de tijd dat die op een bal langskomt. :-)

De workshop na het avondeten op zaterdag sloeg ik over, want Marco had me gevraagd of ik met hem de dansuitleg voor beginners, voorafgaand aan het open bal van die avond, met hem wilde doen. Leuk!!

Hier demonstreren we hoe je tijdens een gigue je oorspronkelijke danspartner kwijtraakt. :-)

Het open bal had als thema ‘royal ball’ en degenen die het leuk vonden, werden uitgenodigd om in bijpassende outfit te komen. Tsja. Ik vind themakleding erg leuk en mijn kast hangt natuurlijk propvol met mooie prinsessenjurken, maar die zijn niet noodzakelijk geschikt om in te dansen. Te warm en te belemmerend. En ik kom er natuurlijk in eerste instantie om fijn te dansen, dat heeft prioriteit. Natuurlijk kan ik alleen een lullig kroontje op mijn hoofd zetten, maar dat voelt dan toch een beetje jammer, omdat ik weet hoe ik óók had kunnen verschijnen. Dan kies ik er liever voor om maar helemaal niets met het thema te doen. Ik doe het goed of ik doe het niet. ;-)

Dat bal heb ik overigens niet volledig meegekregen, want ik was zó moe dat ik om half 1 ben gaan slapen. Dankzij o.a. piepende stapelbedden en een woelende bovenbuurvrouw had ik van vrijdag op zaterdag geen oog dicht gedaan en voelde ik me al op zaterdag net zo moe als ik me normaal gesproken op zondag voel… Zaterdagnacht heb ik in ieder geval tussen half 1 en 3 uur nog wat goede slaap kunnen krijgen (daarna stommelden een hoop andere blokhutslapers binnen, waaronder mijn bovenbuurvrouw en iemand die het nodig vond om het felle licht in de blokhut aan te doen – zucht).

Gelukkig heb ik het ook zondag nog goed getrokken en kwam ik veilig weer thuis. Maar jeetje, ik merk wel dat ik flink wat ‘bounce’-dansen heb gedaan! Ik heb nog nooit zo veel spierpijn in mijn kuiten gehad na een dansstage en mijn knieën voel ik ook! Maar dat heb ik er graag voor over.

Ik heb inmiddels duidelijk een stuk meer zelfvertrouwen wat betreft leiden dan ik vóór de dansstage had, dus naast al het plezier dat ik heb gehad, was het ook echt heel nuttig. Zeker omdat ik tijdens de dagelijkse bals meteen alles kon uitproberen op anderen en ik daar veel (ongevraagde!) positieve feedback kreeg. Ik blijf me er over verbazen dat mijn danspartner volledig gelukkig kan zijn na afloop van een dansje, terwijl ik duidelijk heb gemerkt dat het niet geheel soepel liep en niet alle aanwijzingen vlekkeloos werden opgevolgd. Maar blijkbaar ervaar je als leider een dans vanuit een iets ander perspectief. En misschien ben ik ook weer gewoon te perfectionistisch. ;-)