Afgelopen zaterdag reed ik ‘s ochtends naar Zaltbommel voor het jaarlijkse symposium van het Lewis Carroll Genootschap. Leuk, weer lekker socializen met mede Lewis Carroll- en Alice in Wonderland-nerds!
Naast lezingen was er ook de gelegenheid tot het kopen van boeken. Regelmatig nemen deelnemers wat boeken mee uit hun eigen voorraad, die ze bijvoorbeeld dubbel hebben, maar ditmaal kon er flink ingeslagen worden. Eerder dit jaar is namelijk één van de oorspronkelijke oprichters van het Genootschap overleden en die had een enorme persoonlijke verzameling, die nu werd aangeboden ter verkoop. Er was al eerder een online veiling geweest, en tijdens het symposium waren er ‘slechts’ een stuk of 10 dozen met zijn resterende boeken meegezeuld, van de… 100 ofzo?
Ik zei al tegen de bestuursleden dat we hen eigenlijk moesten aanklagen wegens het stimuleren van hebberigheid.
Ik ben met slechts 5 exemplaren naar huis gegaan. Zelf had ik één boekje dat ik dubbel had meegenomen en dat was verkocht, dus effectief ben ik maar 4 boeken rijker, dus dat valt best mee, toch?
Ik ging overigens niet alleen met boeken naar huis, maar ook een schattig klein zakhorloge! Ik was namelijk de topscoorder tijdens de quiz met Lewis Carroll-weetjes. Het zweet klotste in mijn oksels, want iedereen verwachtte dat ik ging winnen… The pressure!! Hee, ik weet echt niet alles! Zeker als de vragen zijn van het niveau “Wie van deze 4 mannen lijkt het meest op Humpty Dumpty?” (Antwoord: Pieter Cobelens. Wie?? ) Maar ondanks een close call met de hete adem van andere deelnemers in mijn nek, mocht ik toch de prijs in ontvangst nemen.
Helaas kon ik de laatste lezing van de dag niet bijwonen, want ik moest vanuit Zaltbommel rechtstreeks doorkarren naar België voor een soundcheck, want we hadden die avond ook nog een optreden met Androneda. Waarover morgen meer in een volgend blogje!
Soms moet je dik 5 jaar wachten, maar dan heb je ook wat.
In 2020 zou “The Baron of Belgrave Square” plaatsvinden – een LARP-evenement in Victoriaanse stijl dat zich afspeelt tijdens een feestje op het landhuis van een rijke baron. Maar tsja, corona. Het evenement werd dus verplaatst. Vervolgens brandde de locatie af. Snik. De arme organisatoren moesten er behoorlijk van bijkomen en er moesten een hoop plot en achtergronden worden herschreven om ze passend te maken bij een nieuwe locatie, maar afgelopen week kwam het er toch éindelijk van!
Met een internationaal gezelschap reisden we af naar het Belgische chateau Dalhem, net over de Zuid-Limburgse grens. Wat een plaatje was dat!! Niet alleen was er een prachtige eetzaal en ‘parlour’, het gebouw beschikte zelfs over een kapel. En een enorme tuin, waar we ook lekker in konden spelen.
Merk op dat de meeste items in deze ruimte niet van het chateau zelf waren, maar waren meegenomen door de LARP-organisatoren!
De organisatoren waren niet de enigen die veel meuk mee hadden gesleept. Natuurlijk moesten we sowieso minimaal één Victoriaans kostuum meenemen. Als je wilde, kon je naast je dagtenue, ook een avondoutfit meenemen. Oorspronkelijk was ik dat niet van plan, maar aangezien ik die dagoutfit al 5 jaar geleden had gemaakt, had ik nu wel tijd om nog een tweede outfit te naaien. Omdat ik een actrice speelde en er ook écht een toneelstuk zou worden opgevoerd door mij en enkele medespelers, nam ik bovendien een derde kostuum mee – met hoepelrok.
Naast al die kostuums had de organisatie ons ook verzocht ervoor te zorgen dat onze slaapvertrekken mooi aangekleed waren, zodat ook die als spelruimte konden dienen. Dat betekende o.a. mooi wit beddengoed meenemen plus een bij de setting passende koffer. Uiteraard neem ik dat dan veel te serieus. Gelukkig heeft mijn moeder allerlei schattige kussenslopen, dekbedovertrekken en matrashoezen met ruches en frutseldecoraties die ik mocht lenen, en vond ik via Marktplaats een enórme oude koffer waar zowat alle bagage behalve mijn hoepelrok en slaapzak in paste! Niet dat ik hem daadwerkelijk tot de rand toe heb gevuld, want dan zou het ding helemaal niet meer te tillen zijn geweest… Ik heb al het beddengoed maar gewoon in shoppers meegenomen die ik eenmaal ter plekke in die koffer weg kon moffelen. Ik was blij dat de locatie een lift had en dat andere aanwezigen bereid waren me te helpen het ding naar binnen te sjouwen.
En dan was er nog de pruik. Want alleen een kostuum is niet voldoende om er Victoriaans uit te zien, je haardracht is ook belangrijk, zeker als vrouw zijnde. Probleem: mijn haar is tegenwoordig veel te kort voor opsteken en bovendien ben ik enorm slecht met mijn eigen haar doen. Wat nu?
Ik besloot om een pruik te kopen en die met instructies en een bosje nepbloemen aan mijn kapper te geven, in de hoop dat hij er wel wat van kon maken. Met gekruiste vingers, want het was die kapper die wel goed kan knippen maar niet goed kan luisteren en al eerder mijn haar had verknipt omdat hij precies het tegenovergesteld had gedaan van wat ik had gevraagd…
En de eerste versie van de pruik was dan ook wederom niet wat ik in de instructies had gezet. Zucht. Nadat ik een keer langs was gekomen en nogmaals had toegelicht wat de bedoeling was, wist hij een pruik te produceren die iets meer in de richting kwam. Nog steeds niet wat ik in mijn hoofd had, maar het zag er in ieder geval fancy uit.
Mijn wens was onder andere om aan de achterkant bij de nek, lange strengen met krullen los te laten hangen. Maar ten eerste had de kapper het haar daar veel te kort afgeknipt en ten tweede bleek het nephaar niet geschikt te zijn voor krullen zetten – zodra de krulspelden eruit gingen, viel alles gelijk weer recht naar beneden.
Mijn voorbeelden vs. het resultaat:
Tsja. Als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat. De kapper was in ieder geval mega-enthousiast over mijn verzoek, want volgens hem kreeg hij nooit meer vragen om haar op die manier op te steken en kon hij eindelijk weer wat technieken toepassen die hij lang niet meer had gebruikt. Hij heeft er ook maar 25 euro voor gevraagd, dus wat dat betreft was het een goede deal.
Ik kneep ‘m wel of de boel zou houden – zowel of de pruik op mijn hoofd zou blijven zitten als of het kapsel an sich zou blijven zitten. Ik kreeg instructies mee over haarnetjes en kammetjes en de opzetprocedure, maar bleef het toch eng en lastig vinden. Hoewel het de bedoeling is dat je het fijne gaasje bij het voorhoofd helemaal afknipt, besloot ik het toch maar te laten zitten, omdat het wat extra grip op mijn hoofd bood. Het wegwerken met poeder zoals de kapper adviseerde, lukte niet. Daardoor werd het voor mijn medespelers wel nog duidelijker dat het een pruik was, maar dat moest dan maar.
Het ding is gelukkig niet afgevallen, al moest ik hem halverwege de derde dag wel een keer opnieuw opzetten. Wel zal de volgende keer de boel echt steviger vastgestoken moeten worden, want er bleven continu plukken losgaan en aan het eind van het evement zag het kapsel er niet heel florissant meer uit. Bovendien: WARM!!!
Naast die pruik had ik namelijk ook een hooggesloten dag-outfit met lange mouwen én je hoort als dame de hele tijd, behalve aan tafel, leren handschoentjes te dragen. Dat hielp ook niet voor de temperatuur.
Ik was niet de enige die het warm had – diverse dames wapperden met waaiers (ik weet nu waarom die dingen toen zo populair waren) en één van mijn kamergenootjes zat op een gegeven moment zowat huilend op bed omdat ze bijna flauwviel. Waarna we haar van een nieuwe outfit hebben voorzien door onze restant- en reserve-kledingstukken met elkaar te combineren. Ook later hielpen we een deelneemster die blaren had vanwege haar korset. Kamer 17 – voor al uw kostuum-noodgevallen!
Ondanks alle kostuumstress bij iedereen, was het wel een enorm mooi plaatje om iedereen zo bijelkaar in Victoriaanse stijl te zien! <3
Nou ja, bijna iedereen – bij de aanvang van het evenement vertelden de organisatoren dat ze die dag pas hadden geconstateerd dat er daadwerkelijk mensen in dat chateau wóónden, en dat we een door de gangen lopend ouder echtpaar met een hond maar moesten negeren… Ze hadden hen ook geïnstrueerd om ons te negeren.
Het evenement was een ‘gothic novel’, wat inhield dat het de bedoeling was dat we het gevoel hadden personages in een boekverhaal te zijn, waarbij dingen een duister randje hadden. Bijgeloof, geesten, occultisme, vervloekingen, wonderen en hekserij waren een ding, en de meeste personages zouden er niet voor kiezen te geloven in een rationele verklaring voor mysterieuze gebeurtenissen, ook al waren die wel degelijk te geven.
Het weer droeg erg goed bij aan deze setting, want op één van de avonden, net toen het gerucht zich verspreidde dat de tombe van een vrouw waarvan beweerd werd dat ze nog rondspookte was geopend ( ), begon het ineens te onweren. Uit het niets kwam er een bliksemflits en precies op dat moment haperden de lichten in het chateau eventjes. Vervolgens klonk er gestommel en gegil vanaf de eerste verdieping. Het plaatje was zó perfect dat ik in eerste instantie dacht dat het een special effect was dat de crew had geregeld, maar nee, het bleek écht een flinke onweersbui te zijn!
Uiteraard moest ook alles volgens de Victoriaanse etiquette gebeuren. Heren staan op wanneer dames van tafel opstaan, je gaat pas zitten nadat de gastheer en -vrouw is gaan zitten, het diner is voorbij wanneer zij opstaan en je veegt altijd je lippen aan je servet af voordat je drinkt om te voorkomen dat het glas vies wordt. En nog veel meer. Alleen dat was al een uitdaging om te onthouden! Een deel van de spelers speelde de rol van personeel en die deden enorm hun best om alle andere spelers zo keurig mogelijk van dienst te zijn (waarna uiteraard achter de schermen in de personeelsvertrekken van allerlei dingen gebeurden die niet door de beugel konden, en wij zetten hen ook in voor spionage, het afgeven van geheime briefjes die ze uiteráárd niet zelf zouden lezen, etc. ).
Heerlijk ook om die Victoriaanse tongue in cheek gesprekken te voeren. In plaats van “I was attacked by someone with a knife”, zei je bijvoorbeeld: “I had a run-in with some cutlery.”
Ik speelde zoals gezegd een beroemde actrice, die was uitgenodigd om tijdens het feestje met haar theatergezelschap een toneelstuk te komen opvoeren. Helaas was er een issue met de trein, waardoor het grootste gedeelte van het gezelschap niet op tijd kon arriveren, en moest de scriptschrijver (een toen nog onbekende Oscar Wilde) enkele gasten vragen om rollen over te nemen, zou hij zelf ook een rol op zich nemen en kreeg mijn personage twéé rollen in plaats van één, te weten zowel de protagoniste als de antagoniste. Er was daadwerkelijk een script en ik keek er heel erg naar uit om dat toneelstuk te mogen opvoeren!
De enige foto van mij in mijn nieuwe baljurk
Omdat de organisatoren de spelers niet wilden dwingen alle teksten uit het hoofd te leren, was vooraf aangegeven dat het in de setting heel normaal was dat je je teksten van papier voorlas. Gezien het feit dat in het spel de meeste acteurs een dag van tevoren pas waren geselecteerd om mee te doen en ze helemaal geen professionele acteurs waren, was dat ook nog eens IC te verantwoorden. Desondanks besloot ik mijn teksten wel uit mijn hoofd te leren. Ten eerste zou ik een beroemd actrice spelen en mocht er dus best wat contrast tussen mij en de anderen te zien zijn en ten tweede vond ik de teksten dermate prachtig (en lastig voorleesbaar) dat ik ze graag meer recht wilde doen. Als je de teksten kent kun je namelijk ook veel vrijer en beter acteren. En dus heb ik drie weken (Engelse) teksten zitten stampen…
Ik geloof niet dat ik ooit zo hard heb gestudeerd op een LARP-evenement! Niet alleen vanwege dat script, maar ook omdat er enórm veel gedetailleerde achtergrondinformatie was over de setting, het verleden en de doelen van mijn personage, en iedereens personages op meerdere manieren met elkaar samenhingen. Ik heb uiteindelijk een soort Venn-diagram gemaakt van alle personages waar de mijne lijntjes mee had en in welke context, om het visueel te maken zodat ik het beter kon onthouden.
Maar het was alle voorbereidingen helemaal waard, want het plot pakte fantastisch uit en ik heb me enorm geamuseerd! Sowieso was het spelen in een toneelstuk met andere deelnemers als publiek enorm leuk om te doen. Vooraf dacht ik bovendien dat mijn persoonlijke doelen nevernooitniet haalbaar waren en dat er véél te veel was om in twee dagen spelen te proppen, maar toch was het me wonder boven wonder gelukt om dingen naar mijn hand te zetten! Het zag ernaar uit dat ik om 8 uur ‘s avonds, een half uur voor tijd-uit, een ‘fairy tale’ einde ging krijgen. Maar uiteraard ontplofte de boel om letterlijk vijf voor acht.
Helaas mag ik er niet meer over vertellen, aangezien de organisatie het evenement nog een keer plaats wil laten vinden en het natuurlijk niet leuk is als de volgende spelers al weten wat alle geheimen enzo zijn. Ook zijn er (nog) geen foto’s, en als die er eenmaal zijn is het de vraag of de personen die erop staan het okee vinden als ik ze publiekelijk deel, dus vooralsnog moeten jullie het met mijn eigen kiekjes van vooraf doen. [edit] Inmiddels mét wat evenementfoto’s!
Het enige minpunt aan het evenement waren de bedwantsen… Ik was donderdagavond al naar huis gereden omdat ik vrijdag moest optreden op een middeleeuws festival en ik tussendoor nog één nachtje in mijn eigen bed wilde kunnen slapen om bij te komen. Toen ik vrijdagochtend wakker werd had ik maar liefst 27 rode bultjes op mijn lijf! Ik dacht initieel dat er een woeste kudde muggen tijdens mijn afwezigheid in mijn slaapkamer was geslopen, maar later hoorde ik dat enkele mede-deelnemers ze ook hadden, en dat het tot 3 dagen kan duren voordat beten van bedwantsen zichtbaar worden. Oh nee!! De bultjes waren op zich niet erg, maar wel het risico dat de beestjes met me mee naar huis waren gekomen! In mijn onwetenheid had ik namelijk alle LARP-spullen vrijdagochtend gewoon op de vloer en in de wasmand gekwakt en daar laten liggen totdat ik zondagavond thuiskwam van het optreden. Toen ik maandag hoorde wat er aan de hand was, heb ik al het beddengoed (dat ik op dat moment juist samen met mijn middeleeuwse outfits in de wasmachine had zitten) nogmaals gewassen, maar dan op 60 graden, om ze daarna heet te strijken, om zeker te weten dat ik de beestjes niet doorgeef aan mijn moeder als ik haar het geleende beddengoed teruggeef. Maar er is wel een kans dat de beestjes in mijn koffer zijn meegelift en zich afgelopen weekend hebben verspreid door mijn huis. Dus ik ga nu heel hard hopen dat ik geluk heb gehad en ik geen professioneel bedrijf in hoef te gaan schakelen om mijn huis bedwantsvrij te maken.
Ik loop echt dramatisch achter met bloggen… Vorige week zat ik namelijk van dinsdag t/m donderdag in België voor een LARP-evenement. Nadat ik donderdagavond (iets eerder dan de anderen, die pas op vrijdagochtend vertrokken) naar huis was gereden om nog één nachtje in mijn eigen bed te kunnen slapen, kon ik vrijdagochtend alle Victoriaanse spullen uitpakken en vervangen door middeleeuwse, want die middag reed ik alweer door naar Groningen om tot en met zondag met De Soete Inval muziek te maken op Middeleeuws Ter Apel!
Vanaf maandag moest ik overdag gewoon weer naar kantoor, ‘s avonds had ik bandrepetitie met Androneda, dinsdagavond begon mijn coupeuseopleiding weer (eigenlijk de week ervoor al, maar toen zat ik dus op het LARP) en woensdagavond namen enkele bandgenootjes van De Soete Inval me mee uit eten als bedankje voor het feit dat ze deze week van maandag t/m vrijdag in mijn huis mochten overnachten omdat ze een klusje in Nijmegen hadden. Dus… pfff….
Langzaam maar zeker begin ik alle achterstanden in huis, administratie en andere zaken weer wat in te halen, dus vandaag alsnog een blogpost over Middeleeuws Ter Apel (die over het LARP-evenement volgt morgen).
Spelen op Middeleeuws Ter Apel was zoals vanouds weer gezellig. Het voelt daar een beetje als thuiskomen, niet alleen omdat ik er al vaak ben geweest maar ook omdat ik er altijd heel veel bekenden zie. Niet alleen medemuzikanten van andere muziekgroepen, maar bijvoorbeeld ook mijn oud-groepsgenootjes van ‘t Vaerdich Volk en andere re-enactors. Onder de andere muziekgroepen bevond zich Compagnie Gallimaufrey, dus net als vorig jaar kon ik het evenement gezellig samen met Richard doorbrengen en sliep hij ‘s nachts bij mij in de tent! ^_^
Misschien moeten we wel een beetje oppassen dat we niet té klef worden en onze groepen teveel integreren, want toen ik op een gegeven moment met De Soete Inval stond te spelen, kwam er een vrouw op ons af die vroeg: “Waar is Richard?” en toen moesten we uitleggen dat hij toch echt bij een andere band hoorde.
Toen we op zondag ergens samen stonden te wachten, kwam er een bezoeker op ons af die zei: “Jullie zijn het mooiste stel van vandaag!” Awww…. <3
Zoals De Soete Inval betaamt hadden we weer eens een zeer flexibele samenstelling, maar we hadden gelukkig ruim voldoende bandleden om lekker te spelen.
Naast gewoon langs de straatjes het publiek amuseren hadden we ook dit jaar weer wat extra taakjes. Zo mochten we de stoet bobo’s begeleiden naar het podium waar de officiële opening van het evenement plaats ging vinden. Ook mochten we voorop lopen toen de vechters richting het slagveld liepen.
Nieuw dit jaar was dat we waren gevraagd om een middeleeuwse dansworkshop te begeleiden. Het was een initiatiefje van een van de vrijwilligers en de workshop was bedoeld voor re-enactors, niet voor bezoekers. Maar wellicht zou die volgend jaar worden uitgebreid als het een succes was. En volgens mij was het dat, want er was een behoorlijke opkomst! Het was nog even zoeken qua aanpak voor de workshopbegeleidster, die het voor het eerst deed, en ook voor ons, want wij hadden dat ook nog niet eerder op deze manier gedaan, maar het ging goed genoeg. Met voldoende hilariteit, want de instructie “Eerst een stap vooruit, dan eentje terug. Dan een pas naar links doen en daarna weer eentje naar rechts” werd door de deelnemers spontaan omgezet in een met zingen begeleid “Van vóór, naar achter, van links, naar re-hechts…”
foto door René Terpstra
En uiteraard sloten we zoals de traditie voorschreef, het evenement ook weer samen met alle aanwezige muzikanten af. Had ik jaren geleden nog geen idee wat er allemaal gespeeld werd, inmiddels ken ik alle gebruikelijke liedjes wel en speel of zing ik ze lekker mee!
De centrale parkeerplaats voor alle instrumenten XD
Volgend jaar ben ik er er dus graag weer bij! (Al hoop ik wel dat ze dan op het grote weiland eens een luifeltje ofzo plaatsen zodat daar ook wat schaduw is, want we zijn in de middagen zowat weggebrand…)
Over anderhalve week is LARP “The Baron of Belgrave Square”, waar ik ooit een polonaise voor naaide en recentelijk een bijpassende avond-outfit. Gelukkig ben ik goed in plannen, zodat ik mijn dingen op tijd af heb. Helaas ben ik ook een perfectionist, waardoor ik in de resterende tijd altijd dingen ga bedenken die ik toch ook écht nodig heb, en zit ik alsnog last-minute te naaien. Zucht.
Ditmaal bedacht ik me dat ik een chemise (soort van onderhemd) nodig had voor onder mijn korset. Tot nu toe droeg ik een modern spaghettitopje eronder, maar tijdens dit evenement slapen we ook IC op gezamenlijke kamers, en bovendien kun je bedienden vragen je te helpen met aankleden, dus dan is het wel leuk als je onderkleding ook historisch uitziet. Bovendien kan ik een chemise onder al mijn Victoriaanse outfits dragen, dus zo’n kledingstuk is altijd handig om te hebben.
Ik vroeg me wel af hoe ik ervoor ging zorgen dat de chemise niet boven het lijfje van mijn avondjurk uit zou piepen, want die heeft een hele lage halslijn en superkorte mouwtjes. Na wat googlen kwam ik erachter dat ze mouwloze ‘chemises de bal’ hadden met bijvoorbeeld geknoopte lintjes in plaats van schouderbandjes, of schouderbandjes met knoopjes, die je open kunt laten en in je korset kunt stoppen als je niet wil dat ze zichtbaar zijn boven je outfit. Mooi! Die ging ik maken. Klein projectje, kon vast wel in één dagje als ik het model simpel hield.
Voorbeeld van een chemise met knoopjes uit 1877
Het moest dus ook iets worden van materialen die ik nog in huis had, want ik had geen tijd om nog uitgebreid te gaan shoppen. Gelukkig lag er nog een restant katoen in mijn stoffenkast dat afkomstig was van een oud beddenlaken. Maar eigenlijk net niet lang genoeg. Ik besloot om dan maar losse schouderbandjes aan het lijfje te stikken in plaats van ze uit één stuk te knippen.
Ik vind het altijd heel mooi hoe iets dat ooit slechts een platte lap stof was, een kledingstuk wordt.
Witte kant had ik niet meer, wel een rolletje kant in gebroken wit – ooit voor een euro of wat bij de Action gekocht. Niet optimaal, maar ook goed genoeg.
Die plooitjes op dat voorbeeldplaatje waren overigens wel een leuke touch… die kon ik er ook wel in maken, toch?
Argh. Why?
Ik en mijn goede ideeën. Zucht. Nou ja, doornaaien dan maar.
Omdat ik ook wat andere domme dingen deed (geen patroon tekenen en het gewoon ‘wingen’ zorgt natuurlijk uiteindelijk altijd voor méér in plaats van minder werk…) was ik er uiteindelijk toch nog meer dan een dag mee bezig, al beperkte het werk van vandaag zich gelukkig tot het maken van de knoopsgaten en aannaaien van de knopen (van paarlemoer, ooit gedoneerd gekregen van iemand) en het strikje (kort stukje lint dat in mijn voorraad rondslingerde, waarschijnlijk heeft het ooit om een cadeautje gezeten).
En hoewel de chemise wat korter is geworden dan ik had gewild, is hij niet té kort en prima draagbaar geworden:
Bestede tijd: 6,5 uur (*snik*) Kosten: Een euro of wat voor dat kant dat ik ooit heb gekocht dus. De rest is gerecycled materiaal / donatie.
Mooi, snel een blogpost over schrijven. Even kijken, heb ik nog gerelateerde posts om eraan te koppelen? Hee, een post over een chemise… wat was dat ook alweer? …..!! Ik heb al eens eerder een Victoriaanse chemise gemaakt!! Alleen was dat in coronatijd, nooit gedragen dus, en was ik inmiddels totaal vergeten dat ik het ding had. Diepe, diepe zucht…
Mijn enige troost is dat die toch niet geschikt zou zijn geweest voor onder mijn avond-outfit, alleen voor onder mijn dag-outfit. Dus toch niet voor niks snel last-minute iets in elkaar genaaid. Al is die andere natuurlijk wel vele malen schattiger en netter genaaid…
Vorig jaar gingen Richard en ik kajakken op de Ourthe. Dat beviel dermate goed, dat we besloten dit jaar weer samen te gaan kajakken in de Ardennen! Alleen vonden we de tocht de vorige keer wat kort, dus in plaats van 15 kilometer, kozen we ditmaal voor een route van 21 kilometer, te weten op de Lesse.
Volgens de site stond er 5 uur voor die tocht. Uiteraard roeiden we in praktijk sneller, dus deden we er slechts 4 uur en 20 minuten over, inclusief een picknickpauze van ongeveer een half uur langs de kant en het ietwat asociaal inhalen van de dobberende wachtrij voor het fotomoment. Volgende keer dus nóg een langere route nemen…?
Uiteraard probeerden we onze peddeltechnieken te optimaliseren. Omdat Richard de vorige keer al achterin had gezeten, besloten we ditmaal mij achterin te plaatsen (ook al was het advies om de zwaarste persoon achterin te laten zitten). Na de picknickstop zijn we van plaats gewisseld en dat bleek toch net iets beter te gaan wat betreft bijsturen en daardoor in een rechte lijn varen in plaats van te zigzaggen. Waardoor weten we niet precies – uiteraard kan het niet aan mijn peddelvaardigheden hebben gelegen.
Goed team!Nog beter team!
We hadden geluk met het weer, want het was droog en de temperatuur van 20 graden was perfect om te kajakken! Hoewel het water niet ultiem hoog stond, zijn we maar één keer dermate vastgelopen op de bodem waardoor we (lees: Richard ) uit moesten stappen om de kajak weer vlot te trekken en dat was zowat gelijk aan het begin.
Ik vond deze route op de Lesse ook leuker dan die op de Ourthe, omdat het op sommige plekken toegestaan was om te picknicken en omdat er twee kleine watervalletjes in zaten. Die we uiteraard zonder problemen overwonnen! Het scheelde dat we zagen waar en hoe de kajakkers voor ons vastliepen.
Ook waren de uitzichten op grote rotspartijen én een kasteel de moeite waard.
Aan het eind van de tocht reden we naar het nabijgelegen Dinant om de dag af te sluiten met een hapje eten. Met als toetje authentiek Belgische wafels crèpes met chocolade (aangezien mijn Frans blijkbaar niet goed genoeg was om de ober het verschil tussen ‘gaufre’ en ‘crèpe’ te laten verstaan… )
Ik kan me niet herinneren hoevaak ik al naar Castlefest ben geweest. Ik begon mijn blog in 2009 en uit mijn eerste post over Castlefest kan herleiden dat ik er toen al vaker naartoe was gegaan. Sinds 2009 heb ik maar één editie gemist (die in 2011 vanwege mijn bruiloft) en in 2020 en 2021 ging Castlefest niet door wegens corona.
Ik ben er als bezoeker geweest, als muzikant met Tweededum & Tweedledee, en als vrijwilliger voor Stichting Draailier & Doedelzak. Dat laatste deed ik de afgelopen jaren, maar vorig jaar was ik toch wel een beetje te druk geweest, dus besloot ik om dit jaar o.a. de hoeveelheid festivals en vrijwilligerswerk wat af te schalen. Aangezien Richard op zijn beurt besloten had om eens een jaartje Wacken Open Air over te slaan, bood dat een mooie gelegenheid om dit jaar samen naar Castlefest te gaan – slechts één dagje, en gewoon als consument.
Hoewel ik dat in het verleden ook al vaker had gedaan, is de ervaring toch elk jaar weer anders. Het was bijvoorbeeld heel lang geleden dat ik met iemand samen naar het festival was geweest en dus de hele dag met dezelfde persoon was opgetrokken. Gelukkig was dit een bijzonder leuk exemplaar! <3 En ook doordat het festival steeds groter wordt. Dit jaar (de 20e editie) was het voor het eerst volledig uitverkocht. Het festival begon met zo’n 4.500 bezoekers en inmiddels zitten ze op de 55.000 ofzo. Persoonlijk vind ik dat geen optimale ontwikkeling, want het doet wel afbreuk aan de sfeer die er vroeger was. Het was toen knus, en nu voelt het heel massaal.
Toch viel het gisteren relatief mee. Zaterdag is altijd de drukste dag en ik had me mentaal voorbereid op structureel vaststaan in drommen mensen, maar dat was niet het geval. Deels omdat we er op tijd waren – tot een uur of 12 was het relatief rustig en konden we gemakkelijk alle kraampjes bekijken. Daarna werd dat lastiger, maar gelukkig hadden we tegen die tijd al het meeste gezien. De rijen vielen ook mee – er was alleen een enorme rij voor de drankstand op het Village-veld, maar voor de toiletten en muntjes hoefden we niet lang te wachten. Natuurlijk was er ook de uitrijd-file, maar omdat we niet op prime-time wilden vertrekken, viel die ook mee.
Ook trof ik relatief weinig bekenden. Natuurlijk herkende ik een hoop mensen, maar het was niet zoals voorheen, dat ik een uur erover deed om van de ene kant van het terrein naar de andere kant te lopen omdat ik onderweg steeds met spontaan tegengekomen met vrienden en kennissen kletste. Het kan zijn dat er minder van mijn vrienden heen gaan (het is de leeftijd), of misschien was ik teveel bezig met verliefd naar Richard kijken en heb ik ze domweg over het hoofd gezien.
Misschien gaan we volgend jaar wel verkleed als ANWB-stelletje
We hebben onder meer geshopt: ik twee kledingstukken en een ketting, Richard stof voor een nieuwe outfit en een mooie Viking-muts.
We bewonderden dingen, zoals een supergaaf gemaakte steampunk-helikopter, de wicker (voordat die in de hens ging) en we bekeken de show ‘De Kooi’, die erg leuk inelkaar was gezet.
En natuurlijk was er muziek, onder andere die van Trolska Polska.
Gedanst heb ik deze editie zo goed als niet, wat heel uitzonderlijk is. Tegenwoordig plannen ze de balfolkbands namelijk op vrijdag, en hoewel ik had gehoopt dat Trolska Polska wat dansbare liedjes speelde, bleef het bij (hoe verrassend) een polska en een schottis.
Na de traditionele wickerverbranding (die we oversloegen – veel te druk; we zijn in plaats daarvan even bij de vrijwilligers van Draailier & Doedelzak gaan buurten) hebben we nog één band geluisterd, maar rond kwart over 10 ging het kaarsje bij mij echt uit en heeft Richard mij half slapend naar huis gereden.
Het was een fijne dag. Maar ik heb nog geen idee of en in welke vorm we Castlefest volgend jaar gaan bezoeken.
Gisteravond gingen Richard en ik naar de bios. Er draaide niet bijzonder veel interessants, dus we kozen voor Jurassic World – Rebirth.
Na een kwartier ofzo vroeg ik aan Richard of we alsjeblieft naar een andere stoel in de zaal konden verhuizen, want de dame naast me had een zeer prominent aanwezige parfumlucht om haar heen hangen en de vanillegeur maakte me letterlijk misselijk… Gelukkig waren er genoeg lege plekken om uit te kiezen.
Over de film zelf is niet bijzonder veel te vertellen, want met een Jurassic World-film weet je precies wat je kunt verwachten: vluchten voor enge dino’s waarbij her en der wat minder leuke personages worden opgepeuzeld. Perfect voor op het grote scherm met goed geluid. 😛
De klassieke elementen zaten er dan ook allemaal weer in, zoals het verstoppen achter rekken terwijl een dino aan de andere kant langsloopt.
De vorige keer dat ik een Jurassic World-film keek, vond ik dat het een cross-over leek tussen de oude Jurassic Parc-films en die vulkaan-rampenfilms. Ditmaal leken ze ervoor gekozen te hebben om Jurassic Parc meets Godzilla te doen, lichtelijk geïnspireerd op Alien plus een zweem van cute Disney sidekick.
Nou ja, het was vermakelijk. En gelukkig heb ik vannacht niet over mens-etende dinosaurussen gedroomd. 😛
Nadat ik zondagavond terugkwam van een optreden op Middeleeuws Montfort, had ik een halve avond de tijd om mijn spullen te herpakken en één nachtje om in een normaal bed te slapen, voordat ik weer doorging naar het volgende kampeerevenement. Ik had Richard en mij namelijk ingeschreven voor een bushcraftweek!
Ik wilde al langer een keer een bushcraftworkshop volgen en had al een paar keer aan de Heksengodinnen voorgesteld om zoiets samen te gaan doen. Maar zoals veel andere voorstellen, kwam ook dit er niet van.
Een aantal weken geleden vertelde een collega me dat hij een bushcraft-dagje had gedaan en dat erg leuk had gevonden. Hij deelde de link naar de organisatie met me en ik nam een kijkje op hun website. Daar las ik dat ze niet alleen een workshopdag aanboden, maar dat je het ook een weekend kon doen én zelfs een hele week! Hmmm… die week zou natuurlijk wel intensief zijn, maar ook superleerzaam. En hoewel het te lang zou zijn voor een Heksengodinnen-uitje, vermoedde ik dat Richard ook interesse zou hebben om dat met mij te gaan doen. Alleen waren alle data voor dit jaar al volgeboekt. Ik besloot ze een mailtje te sturen om te vragen per wanneer de data voor volgend jaar bekendgemaakt zouden worden.
Binnen niet al te lange tijd kreeg ik een mailtje terug: de nieuwe data zouden in oktober volgen, maar wellicht zou er in de week van 21 juli een plekje vrijkomen. Had ik daar wellicht interesse in? Ik mailde terug dat ik het met mijn vriend samen wilde gaan doen en we dan dus twee plekjes nodig zouden hebben. Vervolgens kreeg ik bericht dat dat waarschijnlijk ook wel ging lukken – en ja hoor, weer een paar dagen later bleek dat we ons alsnog in konden schrijven! Gelukkig vond Richard het inderdaad een top-idee én viel die week precies in de periode dat we beiden sowieso zomerverkantie wilden nemen, dus toen was onze aanmelding een feit!
Maandagochtend reden we dus samen richting een scoutingterrein in de bossen van Testrik, bij Venray.
Ik zal er gelijk bij zeggen dat het niet meteen een week lang full-survivalmodus was hoor. Het was een workshopweek, oftewel er werd nog niet van ons verlangd dat we in zelfgebouwde onderkomens overnachtten, een latrine groeven om de hele week te gebruiken, en we alleen iets zouden eten als we dat zelf hadden gevangen (al was het alleen maar omdat je in Nederland geen vallen mag zetten en een jachtvergunning nodig hebt). Het idee was dat we iedere dag meerdere vaardigheden zouden leren, zoals zelf vuur en touw maken, en we mochten gewoon in onze eigen tenten slapen. Er was ook een toiletgebouwtje met wastafels en een (ijskoude ) douche. (Die ik dus niet gebruikt heb; ik heb me aan de wastafels met een washandje gewassen en heb één keer mijn hoofd onder de kraan gehouden om mijn haar te wassen. Brrr….) Koken deden we weliswaar boven het kampvuur, maar voor het eten werden er gewoon boodschappen gehaald.
We hadden twee instructeurs: eerst kregen we les van Bas en op donderdag nam Tars het stokje van hem over. Het waren twee heel verschillende types: Bas was een echte sfeermaker, hield de groep goed bijelkaar en vertroetelde ons, Tars was beter in grondig en gestructureerd uitleggen en delegeerde meteen diverse kamptaken aan ons. Uiteraard prefereerde ik het laatste.
Bas legt uit hoe je vuur maakt zonder lucifers of aansteker.
Ik was erg blij met de samenstelling van onze groep! Het is natuurlijk altijd maar afwachten wat voor types erbij zitten en of je een beetje met elkaar kunt opschieten, maar dat kwam helemaal goed. Mede dankzij instructeur Bas waren de slechte woordgrapjes de hele week lang niet van de lucht. We waren met 12 deelnemers, waaronder twee broers, een man en een vrouw die alleen waren gekomen, een gezin met twee kinderen (meisjes van 10 en 12) en een vader met zijn 16-jarige zoon. Ook de kinderen hebben zich uitstekend gedragen en meegedaan! Natuurlijk haakten vooral de jongsten af en toe even af en kwamen ze niet zo snel mee als de rest, maar ze hielden de groep niet op en waren ook niet lastig en behoorlijk zelfstandig. De meiden kregen geen bijlen om mee te hakken maar mochten wel net als wij met een bushcraftmes aan de slag gaan, wat prima ging. Daar was ik wel verbaasd over – kinderen zijn zo verschillend! Het zou niet in me zijn opkomen om mijn stuiterende, fysiek enigszins ongecoördineerde ADHD-nichtje hier mee naartoe te nemen, laat staan om haar zo’n scherp mes in handen te drukken…
Richard doet een poging tot vuur maken met een firesteel.
Na aankomst bouwden we onze tenten op en gingen we gelijk aan de slag met vuur maken en andere lessen. Na het avondeten begon de lucht te betrekken en kwam er een flinke plensbui naar beneden vallen, dus werd het een avondje doorbrengen onder de tarp en in onze tenten, in plaats van gezellig aan het kampvuur te zitten. Gelukkig was dat de enige hevige regenbui; de rest van de week hebben we alleen maar af en toe wat lichte druppels gehad. Ook de temperatuur in het bos was prima te doen. Gelukkig maar, want de weersvoorspelling vooraf was dat het 24 tot 26 graden zou worden met flinke buien, waarbij het alleen eind van de week wat droger zou worden, dus ik zag er wel een beetje tegenop om de hele week in die omstandigheden te moeten bikkelen (ook al was ik inmiddels wel wat hitte en regen gewend dankzij Middeleeuws Montfort…).
Sowieso heb ik (als volwassene) nog nooit zo lang gekampeerd – de meeste festivals duren maar 3 of 4 dagen en meestal vind ik dat ruim voldoende. De eerste dag was dan ook even acclimatiseren, maar de rest van de week vloog voorbij en ik vond het helemaal niet te lang! Het was juist heerlijk om er eventjes tussenuit te zijn, amper op mijn telefoon te kijken en geen nieuws mee te krijgen, en lekker intensief dingen samen met Richard te doen. <3
Ik moest de shelter die we met onze groep bouwden, natuurlijk wel even uitproberen. Het bedje van bladeren en mos lag verrassend comfortabel!
Niet alle vaardigheden ging ons uiteraard even goed af. Vuur maken was een uitdaging, maar dat lag ook een beetje aan de manier waarop we de instructies initieel hadden gekregen. Nadat de tweede instructeur er iets dieper op in was gegaan, begreep ik beter waarom het me in eerste instantie niet goed lukte. Richard en ik vrijwilligden vervolgens om de volgende ochtend extra vroeg op te staan om het kampvuur voor het ontbijt vast aan de gang te krijgen en dat ging toen wél heel goed!
Mijn nemesis was voornamelijk het boogmaken. Het idee was dat we een boog uit een plank hout sneden, met behulp van een haalmes. Man oh man, wat een pokke-klus om dat ding uit te dunnen… Ik liep al snel behoorlijk achter. Mijn boog wilde maar niet goed doorbuigen en moest nog dunner. Wat later realiseerde ik me pas dat mijn haalmes niet het scherpste was, mijn boog veel korter was dan die van de anderen (hij moest even lang zijn als de spanwijdte van je armen) wat natuurlijk uitmaakt voor hoe hard je moet trekken aan de uiteindes om hem even ver door te buigen, en ik had te laat meegekregen dat de meeste mensen het advies hadden gekregen om hem niet alleen dunner te snijden in de dikte, maar ook in de breedte, om hem soepeler te maken. Ik was dan ook niet bepaald gemotiveerd om hem af te maken, maar heb toch doorgezet.
Richard lukte het wel, want die heeft natuurlijk goede houtbewerkingsvaardigheden en heeft al vaker met dat bijltje gehakt een haalmes gewerkt. In no-time had hij dan ook zijn boog af en oogstte bovendien bewonderende blikken over hoe netjes die eruit zag. Trots op mijn lieverd! <3
Helaas is uiteindelijk geen enkele boog functioneel geworden. Die van mij en die van iemand anders braken toen we ze probeerden op te spannen. Bij de anderen brak structureel de zelfgetwijnde pees over. Achteraf concludeerden we dat raffia niet het beste materiaal was om een boogpees van te maken. Waarschijnlijk hebben we dat spul gekregen omdat een echt goede pees maken teveel tijd zou hebben gekost. Normaal gesproken duurt een workshop boogmaken namelijk twee hele dagen, en wij probeerden het in een middag te doen met gedurende de volgende twee dagen wat huiswerk tussendoor…
Ter compensatie ging mij het twijnen van de pees (en ook het op dezelfde manier maken van touw met brandnetels) juist heel goed af. Hee, ík heb ervaring met dingen die op garen en draad lijken! Richard en ik waren dus een uitstekende combinatie: hij een goede boogmaker, ik een goede peesmaker.
Links: touw maken van brandnetel. Rechts: een deel van mijn boog en mijn zelfgetwijnde pees.
Een van de andere activiteiten was sporen zoeken in het bos. Leren kijken is echt nog wel een ding!
Herten en reeën bleken er volgens de sporen in overvloed te zijn en we hadden zelfs een soort van huisdier in de vorm van een ree (of damhert?). Het beest is bijna iedere dag wel even zichtbaar langs ons kamp gelopen en leek zich niet te storen aan onze aanwezigheid.
Martersporen en onze kamp-bambi
Verder spotten we muizen en kikkertjes en werden we ‘s nachts wakker gehouden door een overenthousiaste uil.
Helaas waren er ook muggen, bromvliegen en teken in overvloed. Drie teken wist ik gelukkig tijdig van mijn arm af te slaan voordat ze zich konden vastbijten, maar drie andere exemplaren wisten zich in mijn been te settelen. Daarmee was ik bij lange na niet de winnaar onder de groepsleden; de tekentang heeft overuren gemaakt.
Oefenen met een strik maken.
Als je erin bent geslaagd om dieren op te sporen én te vangen, dan moet je natuurlijk ook weten hoe je ze klaarmaakt. Dus leerden we hoe je vis en gevogelte moet ontweiden. Zoals te verwachten was dat niet het favoriete onderdeel van iedereen, maar ik had er tot mijn verrassing zelf helemáál geen problemen mee. En zoals een groepsgenootje zei: de van een jager afkomstige duiven die we klaarmaakten, hebben echt een beter leven gehad dan de gefokte beestjes die je in de supermarkt koopt.
Vis schoonmaken en duif plukken, en het resultaat ervan. :-9 (Ik heb de meer confronterende foto’s maar weggelaten uit dit blogje. 😉)
Het meest bevredigende eindresultaat van een opdracht vond ik de rookhut, bedoeld om vlees te drogen en het zo langer te kunnen bewaren. Volgens mij gold dat voor de meeste groepsleden. Het was sowieso heel tof om het hele proces te doorlopen om hem met z’n allen te bouwen, er lapjes vlees in te leggen, deze te roken en ze naderhand op te eten. Maar het was ook gewoon een heel gaaf ding om te zien!
Een vaardigheid die niet officieel op het programma stond maar die wel een voorwaarde bleek om andere dingen te kunnen doen, was hout herkennen. Een eik, berk of naaldboom kan ik echt wel herkennen als die nog rechtop staat, en Richard weet prima wat voor soort hout hij voor zich heeft als het in een plank is gezaagd, maar wat nou als er een dode stam zonder bladeren en bast op de grond ligt…? Dat was dus ook heel nuttig om te leren. Niet dat ik nu alle bomen kan identificeren, maar in ieder geval wel de belangrijkste om vuur mee te maken.
De klus die me het makkelijkste af ging was het lepelsnijden. Dat had ik niet verwacht, gezien mijn onhandigheid bij het maken van de boog, maar dit was veel meer een precisie-klusje. Met mijn bushcraftmes kon ik beter overweg dan dat haalmes. (Tijdens de les over je gereedschap onderhouden en slijpen op de laatste dag van de week, zei de instructeur verbaasd toen hij mijn mes bekeek, dat het er amper gebruikt (lees: mishandeld) uitzag. ) Bovendien was het hout dat we ervoor gebruikten veel zachter.
Stap voor stap van houtblok naar lepel.
Naast bovengenoemde vaardigheden hebben we nog véél meer behandeld, zoals navigeren met een kompas en je oriënteren op de sterren, water zuiveren, een mok maken, welke planten eetbaar zijn of een medicinale werking hebben, en lijm en fakkels maken. Ik heb behoorlijk wat aantekeningen gemaakt die ik binnenkort netjes moet gaan uitwerken.
Na hard werken is het natuurlijk goed rusten en al helemaal als er een kampvuur is! ‘s Avonds regen we dan ook regelmatig wat marshmallows aan een stok. Richard had zijn gitaar meegenomen en dus hebben we ook nog wat kunnen muziek maken en zingen. ^_^
We hebben een stuk meer ambachtelijke vaardigheden behandeld dan ik vooraf had verwacht. Het was dan ook een bushcraftweek en geen survivalweek, en dan ligt daar meer nadruk op. Zelf vond ik de meer overlevingsgerichte vaardigheden het meest nuttig, maar gelukkig kun je heel veel bushcraftvaardigheden natuurlijk ook inzetten voor survival.
Aan het eind van de week kregen we allemaal een BSI-certificaat niveau 1 uitgereikt. Handig als je door wil voor instructeur, maar dat is niet mijn insteek.
Bushcraft zal ook niet mijn nieuwe hobby worden (als ik daar überhaupt tijd voor zou hebben). Ik vind het vooral belangrijk om bepaalde vaardigheden en kennis die mensen vroeger allemaal gewoon bezaten, zoals het bereiden van gevangen wild, te behouden. En ik wil graag wat meer zelfredzaam zijn, mocht hier ooit de pleuris uitbreken (wat helaas niet een geheel ongefundeerde angst is, gezien de actuele gebeurtenissen op het wereldtoneel). Dat gezegd hebbende – de algehele conclusie na zo’n week is toch wel dat we waarschijnlijk gewoon keihard doodgaan als we meerdere weken in een bos moeten overleven zonder tools zoals een mes, zaag en tarp.
Dus ook al gaat een wekenlange trektocht om vrijwillig flink af te zien in de natuur ‘m niet worden, ik zou wel graag nog wat aanvullende cursussen willen doen, zoals het ontweiden van zoogdieren en me verder verdiepen in eetbare en medicinale planten.
En het was ook gewoon een hele fijne week! Lekker even hélemaal weg van alle to-do-lijstjes thuis en de natuur in gaan. Het was ook heel fijn om zo intensief met Richard dingen te kunnen doen. We zijn echt nog meer naar elkaar toe gegroeid. We wisten al lang dat we een goed team zijn en zonder ruzie samen een tent kunnen opzetten, maar nu weten we ook dat we samen een duif kunnen ontweiden.
Overigens was Richard op de laatste dag van de bushcraftweek jarig, dus nadat we thuis grondig hadden gedouched, zijn we nog ergens gaan eten om het te vieren.
Inmiddels zijn alle spullen weer opgeborgen en de wasjes gedaan. Het enige wat nu nog rest, is mijn aantekeningen uitschrijven en de kampvuurlucht uit mijn haren proberen te krijgen (wat na 3x wassen nog steeds niet is gelukt…).
Vijf jaar geleden maakte ik een Victoriaanse ‘polonaise’ jurk voor LARP-evenement “The Baron of Belgrave Square”, dat zich afspeelt in 1876. Dat evenement ging eerst vanwege corona en daarna vanwege een brand op de locatie helaas tweemaal niet door, dus de outfit bleef ongebruikt in de kast hangen. Begin september doen ze echter een derde poging en ik schreef me wederom in.
In de briefing stond dat je, naast een outfit voor overdag, optioneel ook een avond-outfit mee kon nemen. Omdat ik destijds vond dat ik al genoeg tijd in het naaien van een outfit moest stoppen, had ik alleen een kledingstuk voor overdag gemaakt. Maar ja, nu ik extra tijd had, wilde ik eigenlijk alsnog die avond-outfit naaien…
Alleen heb ik nooit genoeg tijd om alles te doen wat ik wil, dus ik besloot om niet een 100% nieuwe outfit te maken, maar de onderrok en petticoat van de polonaise dress te hergebruiken, en ‘alleen maar’ een andere overrok en baljurk-lijfje ervoor te naaien. Historisch correct, want destijds hadden ze ook rokken waar ze verschillende bovenlijfjes op konden dragen, afhankelijk van de gelegenheid!
Het was even zoeken welke overrok ik kon naaien, want de meeste zijn ontworpen om over bustles (van die poef-kontjes) te dragen. Maar dat vind ik geen mooi silhouet geven, vandaar dat ik voor mijn dag-outfit had gekozen voor de ‘natural form’, die verre van natuurlijk is, maar in ieder geval wel een meer schuin aflopende achterkant heeft bij de rokken. Uiteindelijk vond ik het patroon TV367 (1887 Cascade Overskirt) van Truly Victorian, die eigenlijk voor bustles is maar waarvan ik inschatte dat die ook wel op mijn natural form-rok & -petticoat zou moeten werken. Voor het lijfje hergebruikte ik mijn TV442-patroon waar ik ooit een 1860’s baljurk voor een ander evenement van dezelfde LARP-organisatie van naaide, aangezien dat type lijfje volgens mij ook in latere periodes werd gedragen.
Eigenlijk wilde ik de nieuwe outfit in een andere kleur maken dan de polonaise-jurk. Maar het was heel lastig om een stofje te vinden dat zowel voldoende historisch oogt als matcht met de lichtpaarse onderrok. Dus kwam ik toch weer op paars uit. Helaas was de keuze niet reuze op de Utrechtse lapjesmarkt, dus heb ik nu een stofje dat doffer is en dus wat minder luxe oogt dan de eerdere stof als je ze naast elkaar houdt. Nou ja, het is niet anders. Het was in ieder geval wel een goedkope stof én het helpt om mijn personage herkenbaar te houden voor mijn mede-spelers.
Ik moet bekennen dat ik niet heel veel plezier heb beleefd aan het naaien van deze outfit. Het voelde vooral als een ‘moetje’, terwijl het dat eigenlijk niet was. Er waren ook diverse frustraties over onduidelijkheden in het patroon van de overrok. Daardoor heb ik besloten de kraag van het lijfje simpel te houden en me er gemakkelijk vanaf te maken door, in plaats van allerlei kantjes en frutsels toe te voegen zoals ik destijds bij mijn baljurk deed, een gerimpelde kraag te maken en er alleen wat bandjes en strikjes tegenaan te naaien, min of meer volgens de instructies in het patroon in plaats van zelf iets te bedenken. Het mixen & matchen van kantjes en stofjes is namelijk een behoorlijk tijdrovende klus en om historisch ogend materiaal in de juiste kleuren te vinden is een flinke uitdaging, had ik de vorige keer gemerkt. Ook geplooide decoratieve randjes maken neemt ontzettend veel tijd in beslag. Verder houd ik persoonlijk niet zo van enorm veel frutsels. In de Victoriaanse tijd gold ‘meer is beter nog steeds niet genoeg’, maar zelf vind ik mijn huidige opleukingen ruim voldoende. Mijn enige persoonlijke toevoegingen zijn dan ook de strikjes voor- en achterop en de lintjes met bloempjes aan de zijkanten van de overrok.
Het eindresultaat is wat lastig beoordelen op mijn paspop, aangezien ik die geen korset aan kan snoeren, waardoor het lijfje en de rok niet dicht kunnen. En als ik de outfit aantrek, krijg ik in mijn eentje het lijfje aan de achterkant niet dichtgemaakt. Het silhouet wordt dus bij de taille en rug uiteindelijk slanker en beter passend dan dit:
Bestede tijd: 41,5 uur Kosten: Zo’n €37,25 (Voor de donkerpaarse taftzijde (6,5 meter à €4,-) en het patroon van de overrok. De lichtpaarse stof is een restant van de onderrok. Baleinen, haakjes & oogjes, garen, voeringstof en het patroon voor het lijfje had ik nog liggen.)
Ik heb mijn eerste officiële betaalde opdracht als coupeuse afgerond!
Een collega van me loopt al jaren de Nijmeegse 4Daagse en ze had bedacht dat ze dit jaar op de laatste dag in een bijzondere outfit over de finish wilde gaan: in een jurk gemaakt van vierdaagsevlaggen! Nou is dat niet iets wat je gewoon in de winkel kunt kopen, dus moest het op maat worden gemaakt. Ze wist dat ik iets met kleding maken deed, onder andere omdat ze me jaarlijks in een bijzondere outfit op de kerstborrel zag verschijnen. Dus benaderde ze me om te vragen of ik voor haar iets in opdracht wilde maken?
Nu is het niet mijn intentie om heel veel kleding in opdracht te gaan maken, want ik heb genoeg te doen in mijn leven en ik zie me ook niet full-time als kleermaakster aan de slag gaan. Mijn idee is om af en toe iets voor iemand te maken, mits ik tijd heb en de opdracht leuk vind. Een soort cherry-picking dus. Maar dit verzoek viel zeker in de categorie ‘origineel en uitdagend’. En hoewel ik er waarschijnlijk meer uren in ging steken dan ik volgens een fair ZZP-tarief terug kon verdienen, was het voor mij ook een goede oefening voor mijn nog lopende coupeuse-opleiding (want het is aan te raden om voor zoveel mogelijk verschillende vormen lichamen dingen te maken, omdat ieder model weer zijn eigen uitdagingen heeft). Dus zei ik ‘ja’!
Het model jurk dat ze wilde was niet heel complex (recht lijfje met knielange uitlopende rok en pofmouwtjes), maar het was de vraag in hoeverre er met vlaggen te naaien ging zijn. Dat spul is natuurlijk 100% polyester, oftewel: het ademt voor geen meter, en vlaggen zijn ook niet gemaakt om te stretchen. Ik waarschuwde haar dus al dat het waarschijnlijk geen comfortabele jurk ging worden, maar haar reactie was dat de Vierdaagse lopen sowieso afzien was, dus gingen we door met het plan.
Ik maakte voor haar een offerte en we probeerden ook te inventariseren hoeveel de materiaalkosten gingen zijn. Dat viel nog niet mee, want stof koop je op rol en is doorgaans 140 of 150 cm breed, maar vlaggen hebben een vaste lengte- en breedtemaat en zijn er in verschillende formaten, en dus moest ik puzzelen welk formaat vlag ik voor welke patroondelen nodig had, en vervolgens moesten we een webwinkel vinden die al die formaten aanbood (om de verzendkosten beperkt te houden) én dat voor een acceptabele prijs deed.
Dus begon ik met haar maten op te meten en een patroon op 1/4e schaal te tekenen, zodat ik deze op verschillende formaten ook op 1/4e schaal getekende vlaggen kon leggen om te kijken of en hoe het uit zou komen.
Het liefst wilde mijn collega dat de jurk ‘rommelig’ zou worden, waarmee ze bedoelde dat het oranje kruis in de vlag niet perfect over de jurk moest lopen, maar juist schots en scheef en her en der een plukje oranje in het groen. Helaas lukte dat niet, tenzij we een heel veel grotere vlag zouden kopen, maar daarmee zou de prijs gelijk flink oplopen, terwijl ze nu al moest slikken vanwege de kosten. Uiteindelijk ging ze ermee akkoord om het patroontje dan wel netjes over het lijfje te laten lopen, maar niet over de rok.
Eigenlijk had het kruis ook recht over de rok moeten lopen, want je hoort een rokpatroon met de middenlijn recht op de stof te leggen. Zo dus:
Maar omdat ik haar graag in haar wensen tegemoet wilde komen, deed ik de concessie om hem met de zijnaad recht op de stof te leggen, zodat de oranje banen daar schuin over zouden lopen:
Coupeusetechnisch niet verantwoord, want de rok gaat daardoor iets minder mooi hangen. Maar ach, het hoefde geen haute couture te worden; de jurk was bedoeld om slechts één dag gedragen te worden over een zweterig lijf.
Na een passessie vond ze dat de pofmouwtjes toch wat truttig waren en vroeg ze me om die weg te laten. Geen probleem, er was nog genoeg vlaggenstof over om belegjes voor in het armsgat van te maken.
Hier is het resultaat tijdens de laatste passessie:
Op de foto draagt ze er een petticoat onder, zodat de jurk mooi uit gaat staan. (Extra warm, ja… ) De eerste foto vind ik het leukste, maar daarop zit de jurk niet zo mooi – dat komt door haar beweging. Op de tweede foto kun je iets beter zien hoe die valt, al hangt hij nog steeds wat gekreukt (portfoliofoto’s maken is ook een vak… ).
Hieronder nog een foto van de achterkant, zonder petticoat:
Die petticoat kocht ze pas nádat ik de jurk in elkaar had geregen, dus ik had geen idee hoe vol en lang die zou zijn… Ik had haar gevraagd deze zo snel mogelijk te kopen en al mee te nemen bij de maatneemsessie, maar ja… *fingers crossed dat het zou passen*
Hoewel ik achteraf gezien beter voor een hele cirkelrok in plaats van een halve cirkelrok had kunnen gegaan (wat wel weer meer stof had gekost en dus een flinke stijging in de kosten had betekend) en ik nog steeds niet helemaal tevreden ben over de pasvorm (haar achterschouderlengte kwam raar uit bij het patroontekenen, waardoor de instructies in mijn boek niet werkten, en zelfs mijn juf wist niet hoe dit opgelost moest worden), is mijn collega er gelukkig helemaal blij mee!
En ja, ze heeft de Vierdaagse uitgelopen (voor de 30e keer! ) en de jurk was een succes!
Het is overigens ook het eerste kledingstuk waar ik mijn nieuwe merklabeltjes in heb kunnen naaien. Op expliciet verzoek van mijn klant aan de buitenkant zichtbaar, “Want ik wil niet dat iedereen de hele tijd in mijn nek gaat lopen graaien om te kijken wie de jurk gemaakt heeft!” Hij past qua kleurstelling ook nog eens prima bij de vlaggen!