Omdat ze per week maar één cadeautje uit de mand mochten openmaken, kon ik nog niet bloggen over mijn bijdrage, want dat zou de verrassing natuurlijk bederven Maar inmiddels zijn mijn pakketjes uitgepakt, dus mag de inhoud wereldkundig gemaakt worden (hoop ik).
Normaal gesproken vind ik een ‘gelukshoefijzer’ een klein beetje kazig voor een bruiloft, maar omdat Thom de smid is in onze groep, was het nu wel heel gepast. Via Marktplaats scoorde ik een oud uitziend, gebruikt (en loeizwaar!) mega-examplaar, want die zilverglimmende platte varianten ogen uiteraard te modern. Het aanbod van de verkoper om het ding mooi op te poetsen voor verzending, smoorde ik in de kiem.
Heel even overwoog ik om de trouwdatum en namen zelf te graveren, maar dat idee liet ik al snel varen. Gebrek aan de juiste tools was één ding, en zonder ervaring met graveren had ik weinig hoop op een mooi resultaat.
Het was nog een hele toer om iemand te vinden die het voor me kon doen. Ik ken wel een paar mensen die een zilver- of goudsmidopleiding hebben gevolgd, maar kunnen die dan ook metaal graveren, of is dat iets heel anders…? Gelukkig bleek ik na wat zoeken in Nijmegen zelf terecht te kunnen, bij een bedrijfje dat sportprijzen graveerde. En ik ben erg tevreden over het resultaat:
Maar ja, dat was uiteindelijk niet iets zelfgemaakts. Dus bedacht ik ook nog een bordspel, in de vorm van een soort ganzenbord waarbij je onderweg op speciale vakjes kunt uitkomen. Deze vakjes refereren naar hun hobbies, of dingen die we samen hebben meegemaakt. Ik kon het allemaal moeiteloos uit mijn mouw schudden, da’s vast een goed teken wat betreft vriendschap
Enige uitdaging was het printen van de twee A4-tjes. Je zou zeggen dat als je Photoshop-afbeeldingen precies op elkaar aansluiten, ze ook keurig gelijk uit de printer zouden moeten komen. Maar printers zijn volgens mij gemaakt om mensen het leven zuur te maken, want het vereiste nog behoorlijk wat ingrepen en gevloek voordat ik twee bruikbare printjes had :-S
Tot slot de boel plastificeren. Ik kan me niet meer herinneren wat voor spul ik ooit eerder heb geplastificeerd, maar wel dat ik dat vroeger met mijn moeder deed. Wellicht dat we de kaften van mijn kinderboeken ermee beschermden? In ieder geval kwamen er vergeten herinneringen bovendrijven van het uitknippen van de hoekjes en de manier waarop je luchtbubbels kon voorkomen bij het uitrollen. Toch fijn, ouders die creatieve dingen met hun kroost doen. Hebben ze later ook nog wat aan.
Nu maar hopen dat het bruidspaar blij is met de cadeautjes.
Weer een nieuw kledingstuk af. Het is niet iets dat ik nodig had (hoewel nieuwe kleren altijd welkom zijn natuurlijk), maar een tussenprojectje dat ik gestart was omdat ik even geen andere projecten had. Nou ja, ik had ze wel, maar ze waren nog niet startklaar vanwege geen uitgewerkt plan in mijn hoofd, nog geen geschikte stof gevonden, etcetera. Nu heb ik alweer genoeg concrete plannen en materiaal liggen om me het komende half jaar bezig te houden, dus moest dit snel af. Want ik houd er niet van om met iets nieuws te beginnen voordat het andere af is.
Ik wilde iets met lange mouwen dat niet te warm was en dat over m’n kont viel. En omdat ik weinig shirtjes met patroontjes heb, koos ik voor een bonte stretchstof:
(gelieve geen acht te slaan op mijn vetharige, oververhitte kop)
Het bijzondere aan het shirtje is de losse flap stof aan de voorkant – de ‘wapperflap’ zullen we maar zeggen
Het was best een simpel patroon, gewoon uit de Burda Style. De enige uitdaging was om de zoom aan de voorkant recht te krijgen. Je moet de flap namelijk bovenaan naar binnen vouwen en vastzetten en dat komt redelijk op de millimeter, want anders hangt je zoom niet recht. Wat dus ook niet het geval was, waardoor ik op het oog moest bijspelden.
Ik was vooraf een tikje bezorgd dat ik er dik / zwanger uit zou zien in dit ding, maar dat valt gelukkig erg mee. Dus truc is dat ik de flap in het midden, vanaf de halslijn tot ongeveer een derde van het shirt, tegen elkaar heb gestikt, zodat hij niet al te wijd openvalt.
Nou, klaar dus. Op naar het volgende project. Dat wordt iets omvangrijker…
Soms moet je niet alles zelf willen doen, maar blijven bij hetgene waar je goed in bent. Ja, dat klinkt vreemd uit mijn mond, maar als het om de veiligheid van je medespelers gaat, moet je af en toe concessies doen.
Dus toen ik lansen nodig had voor het toernooi dat ik organiseerde, schakelde ik expert Erik in. Die heeft namelijk ervaring in het maken van LARP-wapens en heeft ook voor Charm al mooie dingen van latex gemaakt.
Maar Erik was natuurlijk ook niet op zijn achterhoofd gevallen, want zoiets is behoorlijk wat werk. Of ik wellicht in ruil voor de lansen, een kostuum voor hem wilde maken? Hij kon nog wel een zuippakje* gebruiken.
* Op Omen hebben veel van onze adellijke groepsgenoten een dagelijkse outfit en daarnaast een ‘zuippakje’, dat aangetrokken wordt als de gevechten voorbij zijn en ze naar de bar / een partijtje gaan
Dat leek me een faire deal. Dus hielden we een intakegesprek waarin we elkaar vertelden wat de wensen waren en ik Erik’s maten kon nemen. En toen aan de slag!
Erik had geen heel duidelijk beeld in zijn hoofd wat het moest worden, behalve “iets chiques, liefst chiquer dan de outfit van Reinard, en in de kleuren van mijn familie (rood en geel)”. Ook na het doorbladeren van wat boekjes ter inspiratie kwamen we niet heel ver, dus schetste ik maar een globale suggestie en liet ik de rest afhangen van de stoffen die ik kon vinden en de praktische haalbaarheid tijdens het naaien zelf.
Nou, dat pakte best goed uit! Hoewel ik helaas het perfecte stofje van €35,- per meter moest laten liggen (met 4,5 meter nodig kwam dat toch iets boven zijn budget), vond ik een andere supermooie stof en een perfect bijpassende coupon voor de voering van de mouwen.
Verder had ik het idee om ‘iets met plooien’ te doen. Het was nog een heel denkwerk om dat in het patroon te verwerken, en om ze allemaal (enigszins) gelijk te krijgen, maar uiteindelijk is het gelukt!
Het resultaat (klikbaar):
Nog wat close-ups:
Voor de afwisseling de knopen eens in setjes van twee eraan gezet. Dat geeft een leuk resultaat; ga ik vaker doen!
Grote uitdaging van de stof: het patroontje netjes laten doorlopen. En natuurlijk waren mijn mouwen 2 cm langer dan het patroon in de stof, waardoor het eigenlijk nét niet paste om de twee patroondelen onder elkaar op de stof te leggen, terwijl ik te weinig stof over had om de tweede mouw uit een ander stuk te halen. Met een beetje smokkelen in het verloop van het stofpatroon en de lengte van de mouw (waardoor ik helaas ook wat poef aan de mouwkop ben kwijtgeraakt, wat achteraf iets meer had mogen zijn), ben ik er uiteindelijk toch nog in geslaagd om de mouwen (bijna) precies gelijk te krijgen ten opzichte van elkaar, en bovendien het patroontje op de voor én de achterkant van de mouwflap spiegelend te krijgen:
Maar man, wat een werk was het om al die plooien erin te krijgen…
Mag ik ook nog even showen hoe mooi het patroon aansluit bij de zijnaad, terwijl het twee losse stukken stof waren? Stiekem wel een beetje trots op namelijk:
Het zijn details die waarschijnlijk alleen ik zie, maar goed.
Ik had besloten om ditmaal eens te gaan bijhouden hoeveel tijd ik nou eigenlijk kwijt was met het maken van een kostuum. Bij mijn eigen outfits vergeet ik dat altijd, maar omdat dit toch een soort opdracht was, leek het me interessant om eens een indicatie te kunnen geven van wat zoiets nou zou kosten als je het commercieel zou laten maken.
Lees en huiver:
Materiaalkosten (stof, voering, knopen, band en garen): €42,05 Bestede tijd: 2,5 uur stof kopen (exclusief 3 uur reistijd van en naar de lapjesmarkt in Utrecht; die tel ik maar niet mee), 37 uur patroon tekenen en naaien.
Uitgaande van een zéér acceptabel theoretisch loon van €15,- per uur, kom ik daarmee uit op een totaalbedrag van maar liefst €634,55!
Ai… daar laat je inderdaad niet even commercieel iets voor maken. En dan is dit nog een relatief simpel model – de stofkeuze doet heel veel voor het eindresultaat. Al kan ik me voorstellen dat een ervaren coupeuse niet zo veel fouten maakt als ik en sneller werkt, en dus wat minder uur eraan kwijt is
Van de andere kant: normaal zijn de materiaalkosten weer hoger. Ik had echt mazzel dat ik dit stofje voor slechts €5,- per meter vond en de knopen maar €0,50 per stuk waren. Voor een beetje fancy knopen zit je anders al snel op €1,25 per stuk.
Anyway, ik vond het helemaal geen probleem om er zo veel tijd in te steken, want ik vind het nu eenmaal leuk om te doen. Bovendien, als ik zelf de lansen had moeten maken, had het me waarschijnlijk meer tijd én een hoop frustratie gekost.
Ook Erik was blij met de deal; het kostuum overtrof naar zijn zeggen zijn verwachtingen, dus dit was zeker een win-win situatie!
Helaas moest ik Orfest ervoor laten schieten, maar ik heb absoluut geen spijt dat ik afgelopen weekend voor Omen heb gekozen. Wat was het weer gaaf!
Na Omen 14 had ik het onzalige plan opgevat om de volgende keer een heus riddertoernooi te gaan organiseren. Dus maanden voor Omen 15 begon ik al met de voorbereidingen.
Het meeste werk bleek in het uitdenken van het concept te zitten. Het kostte me weken aan brainstormen om met een uitwerking te komen die op alle punten klopte:
passend bij mijn personage
leuk voor zo veel mogelijk spelers ongeacht hun IC-vaardigheden en financiële vermogen
niet storend voor spelers die er niet aan mee wilden doen
zo veel mogelijk vooraf voorbereid en verder zelfsturend, zodat ik ter plekke op de tribune kon gaan zitten en pretenderen dat ik er geen zak aan gedaan had
OC veilig
De aankondigingsposter (foto met dank aan Mirel)
Vellen met instructies schreef ik vol. Briefings, uitwerking van de regels, plattegrond voor het toernooiveld, wervende posters, inschrijfformulieren, etcetera. Vele mailtjes gingen de deur uit om zaken af te stemmen en spullen te regelen. En zelf ging ik ook aan de knutsel.
De grootste uitdaging zat in het onderdeel ‘steekspel’ – een onderdeel dat echt niet kan ontbreken aan een riddertoernooi. Maar hoe ga je in godesnaam uitbeelden dat men op paarden zit en elkaar met een lans van het paard probeert te wippen, zonder dat er daadwerkelijk gewonden vallen?
Paarden waren sowieso geen optie, dus werden het karren, die door mensen voortgetrokken moesten worden. Over een hobbelig weiland, waar de kar in kwestie dus wel tegen bestand moest zijn.
Via Marktplaats.nl kocht ik een trekkar, die jullie wellicht nog wel kennen van de kleuterschool. Die dingen zijn oersterk en hebben luchtbanden. Omdat hij er nogal suf uitzag, zaagde ik schildjes uit hout en gaf ik ze een likje verf:
Vervolgens knutselde ik ‘jousting targes’, van die schildjes om vast te maken op de schouders van de deelnemers, waar op gemikt diende te worden voor extra punten:
En dan was er nog de kwestie ‘lansen’. Voor de niet-LARP’ers: je mag met een LARP-wapen nooit steken, want dat is veel te gevaarlijk. De laatste tijd zijn er wel steeksperen in opkomst, die speciaal gemaakt zijn om, zoals de naam al zegt, mee te steken. Dus charterde ik Erik, die al eerder van die dingen had geknutseld, om een variant erop te maken in de vorm van lansen, in ruil voor een nieuw kostuum (waarover in een volgende blogpost meer).
De lansen werden voor en na het toernooi gebruikt als tentdecoratieLans close-up
Gelukkig bleken ook diverse andere mensen bereid om me te helpen en kon ik een tweede kar en ridderhelmen lenen. De organisatie van Omen verraste me zelfs door via een van de NPC’s, een heuse toernooitent te regelen. Het ding was ooit speciaal voor eenzelfde soort gelegenheid gemaakt door die persoon, en was dus helemaal perfect om als tribune voor de adel te dienen! En daarnaast mocht ik banken uit de bar gebruiken om de tribune voor ‘het plebs’ te creëren.
Het toernooiveld. Nog even zonder banken als tribunes.Aimée naast haar hertog op de tribune (foto met dank aan Martijn)
Oh ja, en bedankjes! Je kent het wel; zo’n briljant last-minute idee, waardoor ik de avond voor het evenement nog even 24 pouches heb zitten naaien, om Ferrero Rocher-chocolaatjes in te stoppen (da’s mijn IC achternaam) en aan de vrijwilligers uit te kunnen delen. Zucht.
Voor de andere toernooionderdelen (zwaardvechten, mêlee, touwtrekken en de gedichtenwedstrijd) was in tegenstelling tot het steekspel geen of nauwelijks materiaal nodig, dus hoefde ik alleen een dik touw uit de opslag van Charm te jatten lenen en aan de organisatie van Omen een aantal paaltjes met touw ertussen voor de afscheiding te vragen.
Hoewel ik dus heel veel vooraf had geregeld, moest ik het op een gegeven moment loslaten en accepteren dat het verder een kwestie was van op het evenement zelf erachter komen hoeveel animo er was voor deelname, hoeveel vrijwilligers zich meldden om het toernooi daadwerkelijk in praktijk te brengen (op-/afbouwers, omroeper, inschrijfcoördinator, karrentrekkers, scheidsrechters, juryleden, hapjesuitdelers, etc. – er waren echt veel mensen nodig!) en hoe goed ze hun taken al dan niet zouden uitvoeren. Eng! Ik hou helemaal niet van onzekerheid… waarom LARP ik eigenlijk??
Gelukkig bleek mijn harde werk niet voor niets en mijn zorgen wel: het toernooi STOND er! Er waren precies genoeg vrijwilligers, alle onderdelen hadden voldoende deelnemers en bijna het hele dorp is wel naar minimaal één van de onderdelen komen kijken. Niemand is OC gewond geraakt, de vrijwilligers hebben zich allen uit de naad gewerkt, en ik heb heel veel complimentjes gehad.
Ik kneep ‘m in het begin wel even, omdat vooral het steekspel nogal veel tijd kostte en de boel onwijs uitliep.
Je moet begrijpen dat het een hele uitdaging is: met een metalen gesloten helm op (= beperkt zicht met tunnelvisie), met slechts één hand beschikbaar om je aan een aan de kar geknoopt touw staande te houden, terwijl je over een hobbelig weiland wordt getrokken, proberen met jouw lange zwabberende lans het schildje van de tegenstander te raken! De kartrekkers kregen van mij dan ook de instructie om heel langzaam te lopen, want het was zo al moeilijk genoeg voor de deelnemers om te blijven staan. En dan moest men dus 3x op en neer over het veld… Maar het was echt hilarisch om te zien!
Mark waagt een poging tijdens het steekspel! Past zijn ‘jousting targe’ en lans niet prachtig bij zijn outfit? Bekijk ook een videootje van het steekspel (benodigd wachtwoord: ‘omen15’). Foto en video met dank aan Mirel.
Ach, het is gebruikelijk bij LARP om uit te lopen wat betreft tijdsplanning.
Ondanks dat de gedichtenwedstrijd werd verplaatst tot na het avondeten, was ook daar, tegen mijn verwachting in, een heleboel publiek opnieuw voor op komen dagen. Yay!
En dan was er natuurlijk nog plot vanuit de spelleiding. Aimée probeerde al enige tijd een huwelijk te regelen met de hertog Van Zwanenstein. Dit toernooi was dan ook georganiseerd in de hoop dat hij zou komen opdagen en het onderdeel waar de prijs ‘een kus van de jonkvrouwe’ was, zou winnen.
Uiteraard kwam hij opdagen. Uiteraard liep alles niet zoals gepland en kreeg het geheel een nare wending.
Toen ik de prijs wilde uitreiken, zeeg de hertog op zijn knieën en vroeg hij of ik met hem wilde trouwen. Het ‘Ja!’ rolde bijna van mijn lippen, maar vervolgens ontstond er paniek. Er werd verkondigd dat de hertog helemaal geen hertog was, maar een bedrieger! De ware hertog Van Zwanenstein verscheen ten tonele: een dronken man, die lang niet zo woest aantrekkelijk was als het door mij begeerde heerschap met de wapperende blonde lokken :’-( Maniakaal grijnzend vroeg deze mij of ik echt zeker wist dat ik met de man die deze naam droeg wilde trouwen… want dan zou ik feitelijk met hem trouwen!
Het aanzoek. “Doe het niet, vrouwe!” (foto met dank aan Suus)
Grote chaos natuurlijk, het hele toernooi lag even stil en ik was de wanhoop nabij. Was dit waar of was dit een vuile truc om de hertog in discrediet te brengen?
Uiteindelijk bleek het waar te zijn… exit mooie toekomst voor Aimée. Snif.
Het was een mooi stukje drama, maar eigenlijk vind ik het wel jammer dat het zo gelopen is. Door wat interne strubbelingen bij Omen, stapt een aantal oudgedienden op, waaronder Arto, die mijn hertog speelde. Dit zou hun laatste evenement zijn, waarop ze lopende plotjes zouden afronden en plaats zouden maken voor de nieuwe garde. Dus ook mijn plot rondom het huwelijk.
Vandaar dat het allemaal iets werd versneld en aangepast. Het voelde dan ook enigszins afgeraffeld. Ze hebben zeker hun best gedaan om er een mooi einde aan te maken, maar er had nog zo veel meer spel in gezeten! En helemaal naar is, dat de uitgestelde special waar iedereen zich zo op had verheugd, nu in zijn geheel komt te vervallen.
Daar kwam ook nog eens bij dat het om een NPC ging, die natuurlijk ook andere rollen moet spelen. En dus na de dramatische wending, meteen verdween. En Suus, die mijn nichtje Madeleine speelt en bij wie ik normaal gesproken zou gaan uithuilen na zo’n situatie, was ditmaal te laat geweest met inschrijven en mocht weliswaar even in haar eigen rol bij het toernooi aanwezig zijn, maar moest daarna ook weer een NPC-rol gaan doen. Dus ook zij was niet beschikbaar, waardoor het allemaal wel heel plots eindigde zonder lange nasleep.
Eindelijk kon ik mijn zelfgenaaide wapenschilden ophangen! Mark heeft die van hem nog laten rondsjouwen toen hij werd aangekondigd als deelnemer. Ik had die van mij aan de voorkant van de adeltribune willen spelden, maar dat was ik helaas vergeten in alle drukte
Ach ja, het is niet anders. Aimée heeft er in ieder geval weer een trauma bij en de personage-ontwikkeling is verder voortgezet. Nieuw evenement, nieuwe kansen… er zijn al plannen in de maak. Maar de volgende keer is toch echt iemand anders aan de beurt om iets te organiseren! Ik houd het ditmaal bij het naaien van (weer) een nieuwe jurk. Veel minder werk…
Ten eerste ga ik voortaan alle te maken knoopsgaten bewaren tot de naailes, om ze daar te maken. De juf heeft er twee nieuwe naaimachines staan, die ik niet noodzakelijk handig vind, aangezien ze het complete denkwerk van je overnemen (eng! ik moet zelluf de controle houden!). Maar die knoopsgatenfunctie… die is goddelijk!
Je stelt het apparaat in op standje ‘maak knoopsgat’ en vervolgens kies je de lengte van het knoopsgat. En dan hoef je alleen nog maar het pedaal in te drukken en wachten tot ‘ie ‘biep’ zegt. Klaar! :-‘)
Het tweede handige hulpje hing op het prikbord:
Je stelt hem in op de juiste naadbreedte en rolt het raderwieltje langs je patroondeel op de stof. En tadaa: er verschijnt een dun, duidelijk en recht krijtlijntje op de plek waar je moet knippen.
Geen gepruts meer met centimeters en botte / brekende krijtjes, want dit is krijtpoeder.
Heb ‘m gelijk gekocht, dit scheelt me vast veel tijd met het opmeten en aftekenen van alle randjes!
(Of, het zorgt dat mijn naadtoeslagen eindelijk overal even breed zijn, aangezien ik niet meer uit luiheid tijdsgebrek maar gewoon op het oog knip, terwijl ik ook al niet gelust had…)
Zojuist naar de lapjesmarkt in Utrecht geweest om stof voor een kostuum te scoren. Niet mijn eigen kostuum, maar eentje die ik maak wegens een barter deal: Erik knutselt iets voor mij, ik naai iets voor hem. Soms moet je namelijk weten waar je beter niet zelf aan kunt beginnen – ja, zelfs ik besteed af en toe iets uit
Maar heremelief, wat is dat lastig! Voor mijn eigen outfits stofjes kopen is al moeilijk, laat staan als je het voor iemand anders moet doen!
Normaal gesproken heb ik een globaal beeld in mijn hoofd van wat ik wil maken, maar als ik daar net geen geschikte stof voor vind, kan ik het concept best wat omgooien en voor iets anders kiezen.
Maar ja, nu heb ik alleen globale criteria meegekregen; op de kleuren na had Erik geen duidelijk visie van wat hij wel (of niet) wilde, dus dat bood geen houvast.
We hebben vervolgens samen een globaal model geschetst, maar ik durf daar nu ook niet spontaan te veel van af te wijken zonder overleg.
Dan heb je nog het feit ‘smaken verschillen’: wat ik mooi vind, zou hij wel eens heel lelijk kunnen vinden, en vice versa.
Oh ja, en budget. Als ik écht iets heel moois vind, wil ik er best wat meer voor neertellen. Maar ik kan anderen niet opzadelen met mijn dure smaak.
Zo vond ik hét ideale stofje voor de outift. Voor €35,- per meter. En aangezien ik 4,5 meter nodig had… nou ja, laat maar. :’-(
Bijkomende moeilijkheid: het is lente, dus alle mooie wolletjes en kwaliteitsvelours zijn weg. Ze hadden zelfs geen reststrookjes nepbont bij zich. Succes met het vinden van iets middeleeuws-chique!
Eigenlijk bleef voornamelijk gordijnstof over. Standaard conversatie bij de kraam:
“Deze is heel geschikt voor aan de muur, mevrouw! 3 Metertjes breed!”
“Het is eigenlijk voor een kostuum.”
“Hm, grappig… Ik heb al eens eerder iemand gehad die er kleding van wilde maken. Iets voor ridders ofzo.”
Heh, LARPers…
Maar na 2,5 uur rondsjokken en stofjes fotograferen (anders weet ik aan het eind van de markt niet meer wat ik in het begin gezien heb) had ik dan eindelijk én stof én voering én kant én knopen én garen. Dus ik kan in ieder geval van start.
Puur uit interesse ga ik niet alleen de materiaalkosten opschrijven, maar nu ook eens bijhouden hoeveel uur ik er nou eigenlijk in stop. Bij mijn eigen kostuums vergeet ik dat altijd, maar nu het in opdracht is, ben ik wel heel benieuwd hoeveel tijd er in gaat zitten en wat ik dus zou moeten vragen als ik het commercieel zou verkopen.
Waarschijnlijk schrik ik me dood en besluit ik dat het vooral hobby moet blijven
Als sinds ik secretaris ben geworden van Charm, had ik een idee in mijn hoofd: ik wilde graag kaproens maken voor de crewleden die tijdens een evenement de boel coördineren. Maar het kwam er pas een maand of twee geleden van (en het moest een verrassing blijven).
Mensen die vaker onze evenementen bezoeken, weten wel wie onze crewleden zijn. Maar voor nieuwelingen is het altijd even onthouden wie ze kunnen aanspreken voor plotgerelateerde zaken, en wie voor organisatorische zaken.
Daarnaast is het van een afstandje / in het schemerdonker vaak lastig te zien of er al dan niet een spelleider bij een groepje staat, mocht je er eentje nodig hebben.
En ten derde spelen crewleden soms ook even een rolletje tussendoor. Dan is het handig als het heel duidelijk is wanneer ze al dan niet in hun rol zitten, zonder dat ze zich steeds moeten omkleden of continu met hun hand omhoog moeten lopen (voor de niet-LARPers: da’s het teken dat je op dat moment even niet je rol speelt).
Bovendien: mocht het gaan regenen, dan houden onze crewleden in ieder geval een droog koppie. En schijnt de zon, dan verbranden ze niet
Ik had nog flink wat rode en gele stof in de kast liggen, plus neutraal grijs en zwart, dus het was weer een ideale gelegenheid om mijn restjes op te maken en zo wat meer plek in mijn stoffenkast te creëren.
Het resultaat: gele kaproens voor spelleiders, rode kaproens voor overige crew!
De woorden ‘Charm’ en ‘SL’ (spelleider) / ‘Crew’ zijn er met de hand op geborduurd.
Let ook op de handige lusjes onderaan – ideaal om een ronde breaklight aan te hangen zodat je ook in het donker zichtbaar bent, of om even je portofoonoortje aan te bevestigen.
In praktijk zag het er zo uit:
Tsja, Dave kreeg die van hem niet over zijn hoofd. Ik heb ze in verschillende maten gemaakt, maar ik heb een dermate klein hoofdje dat het best moeilijk blijkt om in te schatten hoe groot de opening moet zijn voor de groothoofdigen!
Ik ben behoorlijk tevreden over het effect en de bereidheid van de crew om ze te dragen. Mark was initieel sceptisch, maar bekende achteraf dat hij het eigenlijk wel praktisch vond. Dus hopelijk worden ze ook op de volgende evenementen gebruikt.
Ik had natuurlijk al eerder een kaartweefgetouw gemaakt. Maar die bleek niet heel handig voor weefsels die uit veel draadjes bestaan, aangezien het dan erg moeilijk wordt om de boel op spanning te houden. Bovendien: het ding is niet historisch correct. En aangezien ik kaartweven als tweede ambacht heb gekozen voor mijn reënactmentgroep, moest daar wel een alternatief voor komen.
Dus bestudeerde ik een hoop afbeeldingen van middeleeuwse kaartweefgetouwen.
De meeste waren gigantische installaties – eigenlijk twee hoge zijpalen, met twee dwarsbalken ertussen voor de stabiliteit, waar het weefsel gewoon omheen werd geknoopt. Maar ik moet het ding wel in de auto krijgen als ik naar een evenement ga. Bovendien had ik al gemerkt dat het continu opnieuw vast moeten knopen van het weefsel, iedere keer als de spanning is gewijzigd door al het draaien, niet bepaald praktisch is. En de boel om een paal winden maakt het wederom erg lastig om het weefsel gelijkmatig op spanning te houden.
Een constructie met gewichtjes is wel heel handig voor het behouden van de juiste spanning, en historisch correct wat betreft gewone weefgetouwen om stoffen mee te maken. Maar ik zag ze nergens in combinatie met een kaartweefgetouw, dus ook dat viel af.
Maar ineens ontdekte ik de volgende afbeelding:
Hee… dat bood perspectieven! Want als je goed kijkt, zitten er aan de achterkant van het ding waar Maria mee werkt, uitstekende stokjes, waar het weefsel over hangt. En wordt de boel op spanning gehouden door, jawel, tandwielen! Dat ziet er veel praktischer uit…
Ik zie helaas geen kaartjes, dus het zou ook een bandweefgetouw kunnen zijn, maar ik gok erop dat die dingen voor beiden werden gebruikt.
Oftewel: dit werd de basis voor mijn eigen kaartweefgetouw. Met als verschil dat die wel demonteerbaar moest zijn voor vervoer.
Het was geen makkelijke klus. Ik bedoel, tandwielen?? Gelukkig zitten er in mijn reënactmentgroep diverse enthousiaste en ervaren houtbewerkers, die het geen enkel probleem vonden om met me mee te denken over de constructie, om specialistisch gereedschap beschikbaar te stellen en om me te helpen met de productie.
Dit kaartweefgetouw is dan ook mede tot stand gekomen met de hulp van Leander, Thom en Ruben!
De bovenste tussenpaal zit hoger dan op de afbeelding. Dat heb ik gedaan omdat ik volgens mij anders met mijn knieën er tegenaan kom – of ik moet erg voorovergebogen gaan zitten om goed bij het weefsel te komen. Mjah, dan gaat voorkomen van RSI toch boven perfect namaken, zeker aangezien die schilderingen ook niet altijd even waarheidsgetrouw waren en het ding er dus best net iets anders uitgezien kan hebben.
Ik kreeg van mijn medetimmeraars zelfs wat antieke spijkers mee om te gebruiken (200 jaar oud!). Ik nagelde ze in de pootconstructie, maar ze blijken ook perfect dienst te doen als tandwieltegenhoudpin, zowel aan de voor- als achterkant
(die sleuf had eigenlijk dieper gemoeten, maar ik ben zo bang dat hij afbreekt)
De constructie is helaas niet zo stabiel als ik had gewild, maar wel stabieler dan ik vreesde
Dat krijg je nu eenmaal met wigjes – daar zit toch altijd wel wat speling in. Maar als ik alles vasttimmer krijg ik ‘m echt niet meer samen met de rest van de meuk in de auto.
En zo span je ‘m in:
Ongeweven draden aan de ene kant, weefsel aan de andere kant. En dankzij de tandwielen kun je gemakkelijk de boel opspannen en later losser maken als het te veel gaat trekken door het draaien van de kaartjes, of de boel opschuiven als je met je weefsel aan het einde van het weefgetouw bent beland.
Nee, hij is niet volledig historisch correct, en voor een groot deel met behulp van machines gemaakt, maar het is toch superleuk om bezoekers van een festival dit ding te laten zien samen met de originele afbeelding?
Nu alleen nog de boel voorzien van een laagje lijnzaadolie ter bescherming en dan is ‘ie echt af!
Maar goed dat ik de afgelopen twee weken vakantie had. Want op mijn to-do list stond het maken van een historisch correcte jurk, die ik in het eerste weekend van mei nodig heb.
Op mijn eerste reënactmentweekend hoefde het nog niet zo precies, want dat was een intern evenementje. Daar kon ik dus best mijn nieuwe muzikantenjurk aan. En volgens mijn groepsgenootjes is die ook prima voor ‘officiële’ evenementen, maar ik ben natuurlijk een eigenwijze perfectionist en vind dat niet kunnen
Nou had ik al mijn linnen kirtle, waarvan ik dacht dat hij redelijk historisch verantwoord was, maar inmiddels heb ik een hoop bijgeleerd over middeleeuwse outfits en laat ik zeggen dat ik verbaasd ben dat ze het ding hebben geaccepteerd op het Gebroeders van Limburg festival…
Dus pakte ik mijn vakliteratuur erbij en maakte ik een nieuwe.
Het kostte me mijn hele vakantie – ik ben er zowat full-time mee bezig geweest! Maar dat kan ook bijna niet anders, gezien al het handwerk dat erin zit.
Het begon al met het patroon. Ik kon geen standaardpatroon uit de kast trekken, want middeleeuwse kleding zat net iets anders dan onze confectiekleding. Alleen al doordat het allemaal op maat was gemaakt, sloot het veel preciezer aan om je lichaam. Vooral onder je armen zat het veel hoogsluitender. En mouwen sloten heel strak aan om je onderarm. (In het begin werden ze zelfs iedere keer na het aantrekken vastgenaaid om dat te bereiken. Later werden er knopen gebruikt om de mouw zo smal te krijgen.)
Het patroon heb ik dan ook met de hand getekend, nadat ik eerst mijn naaijuf een lap stof zo strak mogelijk om me heen had laten spelden zodat het mijn lichaamsrondingen volgde. Die lap knipte ik open en dat werd de basis voor mijn patroon.
Die was natuurlijk niet gelijk goed – ik heb 2x een proefexemplaar van oude stof moeten maken voordat ik een goed patroon had en ik in de definitieve stof durfde te knippen.
De oranje/rode stof is 100% wol. Het kostte wat moeite om die te vinden (en heeft ook wel wat gekost…), maar hij is heel fijn en zacht.
Alleen de lange binnennaden zijn met de machine gedaan. Alle zichtbare naden (zoals zomen) zijn handwerk.
Ook stikte ik alle binnennaden met de hand open, in een contrasterende kleur (groen, niet zo goed te zien op de foto door de supersmalle draadjes):
Voor de puristen: voor alle zichtbare naden heb ik zijdegaren gebruikt in plaats van katoengaren, wat ze toen nog niet hadden. Ik moet bekennen dat ik weinig verschil zie – het zijdegaren is iets meer glimmend, maar verder nauwelijks anders, dus eigenlijk was het een beetje overkill. Maar je bent perfectionist of niet.
Voor de sluiting aan de voorkant maakte ik alle openingen met de hand. Dus met een priem de stof uit elkaar drukken om een gat te krijgen, en dat met draad verstevigen:
Het koord is handgeweven, met behulp van een lucet. Daarvoor gebruikte ik (niet door mijzelf) handgeverfd linnengaren.
Op de foto hierboven zie je ook een stukje van het – met de hand erop genaaide – beleg, van ongebleekt linnen.
Hetzelfde materiaal heb ik gebruikt voor de onderjurk, die niet te zien is op de foto maar die ik er wel onder draag. Om de linnen jurk af te werken, heb ik draadjes linnen uit reststof zitten pulken, zodat ik dat als garen kon gebruiken. Da’s nog best lastig, want linnen breekt veel sneller dan katoengaren!
Middeleeuwse mouwen hadden doorgaans de naad aan de achterkant van de arm zitten, niet aan de onderkant. En omdat men zuinig was met stof, werden patroondelen lang niet altijd uit één stuk geknipt, maar zag je vaak dat er losse stukjes tussen werden gezet. Zoals een driehoekje om iets meer bewegingsruimte bij de bovenarm te krijgen:
Als je goed kijkt, zie je dat hier de binnennaden niet zijn opengestikt, maar op een andere manier met de hand zijn afgewerkt en tegen de mouw aan zijn gezet.
Knopen zaten aan de zijkant van de mouw en waren doorgaans van dezelfde stof als de kleding gemaakt. Dus die heb ik ook met de hand gemaakt. En natuurlijk zijn ook alle knoopsgaten met de hand gestikt. In het wederom met de hand eraan gezette linnen beleg.
Voor zover ik weet, heb ik nu alles volgens ‘de regeltjes’ gedaan. Maar ik weet zeker dat ik in de loop van tijd nieuwe dingen leer en ik erachter kom dat er ook aan deze kirtle een hoop niet klopt. Nog afgezien van het feit dat meningen altijd verschillen en de ene zal zeggen dat ze het vroeger op manier A deden, en de ander zal volhouden dat ze toch echt methode B gebruikten.
En natuurlijk gaat er altijd iets mis. Ik wist dat knoopsgaten destijds altijd aan de linkerkant zaten, gezien vanuit de drager, maar bij mouwen gaat die regel natuurlijk niet op en er stond nergens aan welke kant de knoopsgaten dan moesten. Dus heb ik maar gegokt. En pas toen ik het ding aan had, zag ik dat het andersom had gemoeten. Want nu kijk je van voren gezien tegen de opening aan in plaats van tegen de knopen.
Argh! Daar ga ik me dus de rest van de tijd aan ergeren… en opnieuw maken is zo ontzettend veel werk en ik weet ook niet of ik daar nog genoeg stof voor heb :’-(
Het allerergste is: mijn outfit is nog steeds niet af. Want deze kirtle werd eigenlijk onder iets anders gedragen, zoals een overkirtle of, in mijn geval, een cotehardie. En die moet ik dus ook nog helemaal gaan maken. Ik denk alleen niet dat die voor het reënactmentweekend in mei nog af komt, aangezien ik ten eerste nog geen stof ervoor heb gevonden en ten tweede mijn vakantie nu op is. Maar ik heb nu in ieder geval iets draagbaars waar ik me niet voor hoef te schamen!
De reënactmentgroep waar ik me sinds kort bij heb aangesloten, organiseerde gisteren een ‘Nacht van de Ambacht’. Dat doen ze wel vaker en het idee is, dat je een dagje bij elkaar komt om lekker te fröbelen. Oftewel aan je ambacht dat je in de groep doet, te werken.
De naam impliceert dat het ‘s avonds en ‘s nachts is, maar in praktijk wordt er overdag hard gewerkt en ‘s avonds lekker gezopen rondom een vuurtje in de tuin
Voor mijn tweede ambacht, kaartweven, ben ik bezig om een grote kaartweefstellage te timmeren, die gebaseerd is op een middeleeuwse tekening. Nou werk ik wel eens met hout, maar dit ding bestaat wel uit wat complexere zaken dan een paar palen of planken die aan elkaar getimmerd moeten worden. Gelukkig zitten er diverse ervaren houtbewerkers in de groep en deze knutseldag was natuurlijk een ideaal moment om advies aan hen te vragen. En om gebruik te maken van hun materiaal.
Want Leander heeft een schuur die echt tjokvol staat met alle apparaten die je ooit in je leven nodig zou kunnen hebben. Niet dat ik weet hoe of waarvoor ik ze moet gebruiken, maar het idee dat het er is, is al fijn En gelukkig waren de heren superbehulpzaam en kreeg ik van alle kanten tips en ondersteuning bij de moeilijkere dingetjes. Wat lief!
En tja, met houtbewerken is de clou toch eigenlijk gewoon dat je goed materiaal moet hebben. Dat gaat niet alleen veel makkelijker en sneller, maar sommige dingen kun je ook moeilijk met de hand maken.
Zo had ik voor mijn kaartweefstellage een rond stukje hout nodig, waar in het midden een groter vierkantje zat. Tsja. Begin maar te schuren met de hand…
Maar gelukkig was daar een draaibank en was Leander niet te beroerd om die voor me in te zetten. Ik mocht ook zelf een stukje doen:
Ziet er professioneel uit, toch?
(En ja, in de middeleeuwen hadden ze ook al draaibanken! Alleen dan niet op stroom natuurlijk…)
En het resultaat mag er zijn:
Helaas brak de tweede doormidden door een knoest in het hout (dat dat degene was waar ik zelf aan bijdroeg en dat het juist gebeurde toen ik er mee bezig was, berust dus geheel op toeval), dus moet ik nog een keertje terug om ze opnieuw te maken. En dan van wat steviger eikenhout.
Kijk ook wat een mooie kelken en kandelaars anderen gemaakt hebben op de draaibank:
Stiekem is het wel een beetje frustrerend dat zij zoiets gewoon in een middagje kunnen maken, terwijl ik weken zit te zwoegen als ik een nieuw kostuum nodig heb… Nou ja, iedere hobby heeft z’n voor- en nadelen zullen we maar zeggen.
Na een middagje klussen (in de sneeuw! :-S ) vonden we het welletjes en was het tijd om de buikjes te vullen. Om vervolgens lekker op de bank en toch ook nog even buiten om de vuurschaal te hangen en liedjes te zingen.
Ik houd wel van die dagen waarop het nuttige met het aangename wordt gecombineerd!