Category: Zelf maken

Klare klussen

De afgelopen weken heb ik, naast verven, ontzettend veel gedaan in mijn nieuwe huis. Ik had alleen noch zin noch tijd om over ieder individueel dingetje te gaan bloggen.

Heel veel klusjes leken in eerste instantie iets dat je ‘even snel’ kunt doen, maar in praktijk blijkt dat tegen te vallen. Het gaat lang niet zo makkelijk als je dacht, of het levert nieuwe klussen op die dan óók gedaan moeten worden, of je bent uren op internet aan het zoeken naar het juiste materiaal.

Om te voorkomen dat jullie wekenlang met alleen gefrustreerd geklaag geconfronteerd zouden worden, hierbij een post over de meest uitdagende projectjes nu ze eenmaal af zijn. ;-)

Het kattenluik
In mijn vorige huis stond de deur tussen de woonkamer en de gang steeds open, zodat Sammy overal bij kon komen. Dat vond ik eigenlijk maar niks, want het tochtte nogal, zo’n open deur is niet knus en ik moest bezoek en vakantie-oppassen er continu aan herinneren om de deur niet dicht te doen. Maar omdat het een holle kunststof deur was die bij het huis hoorde, heb ik er nooit een kattenluik in durven zetten.

In mijn nieuwe huis zit een houten binnendeur die overduidelijk niet dezelfde is als wat er verder in het huis zit, dus die is al een keer vervangen. Bovendien vind ik hem niet zo heel mooi – ik houd niet van glas. Ik voelde me dus niet bepaald bezwaard om er een gat in te zagen, want als het mislukte en de deur geheel vervangen moest worden, zou ik daar niet zo rouwig om zijn.

Plan A was om een kattenluik te kopen dat in glas kon. Maar toen ik me inlas, bleek dat je helemaal niet zo makkelijk in glas snijdt als ze je doen geloven in films-met-inbrekers. Ten tweede bleek het glaspaneel te hoog te zitten, waardoor Sammy een sprong zou moeten maken om door het kattenluik te kunnen. Not gonna happen. Dus besloot ik het onderste glazen paneel te gaan vervangen door een houten paneel en daar het kattenluik in te plaatsen.

De glaslatjes (dankzij Google weet ik nu dat dit latjes zijn die de boel bij elkaar houden en dat je deze los moet halen om het glas te kunnen verwijderen) kwamen na wat tactisch wrikken gelukkig erg makkelijk los. Maar het glas bleek aan de andere kant muurvast in de opening gekit te zijn. Met geen ruimte om met een stanleymes er tussen te komen om het los te snijden. Na veel frustratie en een ingeving liet ik de föhn op de kit los en lo and behold, binnen een paar minuten was het glazen paneel eindelijk los!

Stap 1 geslaagd, dus ik naar de bouwmarkt. Maar welke dikte hout moet je dan hebben? Het mag niet zo dun als dat glas zijn want dan trap je er zo doorheen, maar ook niet te dik want dan passen er geen nieuwe glaslatjes meer bij in de uitsparing. Gelukkig vond ik een stuk hout van 8 of 9 milimeter dat een middenweg leek te bieden, al keek de meneer van de bouwmarkt twijfelachtig over mijn keuze.

Afmeting van het kattenluik uitgetekend op paneel en deur en uitgezaagd uit beide. So far so good.

De volgende uitdaging: het verschil in ruimte opvullen. Want het paneel valt een stuk naar binnen, terwijl de onderkant van de deur wel dik is (zie foto). Als het kattenluik over beide delen loopt, zou er anders een opening blijven aan de bovenste randen. Dus met pijn en moeite uitgemeten hoe dik en breed de opvulling moest zijn, restjes hout op maat gezaagd en op elkaar gelijmd tot de juiste dikte, en die weer op het paneel geplakt.

Weer een uitdaging: de boel in de juiste kleur schilderen. De deur leek me redelijk ‘gewoon wit’, maar er zijn 300 verschillende tinten wit dus je weet maar nooit. En moet het mat of glanzend zijn? Hoogglans of zijdeglans? Aangezien ik nog een potje ‘hoogglans wit’ in de schuur vond, heb ik die maar gewoon gebruikt. Hoera, deze bleek goed te matchen! Helaas, het was @%#-verf die voor geen meter droogde, en de gelijmde latjes zogen als een spons waardoor het 3x moest.

Uiteindelijk had ik dan éindelijk een passend paneel in de juiste kleur. De lelijke plekken waar de krant tijdens het drogen aan de verf was gaan plakken negeerde ik maar. Nu de nieuwe glaslatjes verstek zagen en plaatsen. Dat ging wonderbaarlijk goed: ze passen heel mooi en de koploze spijkertjes die je er in moet slaan om ze vast te timmeren, waren niet zo dramatisch hanteerbaar als ik had gevreesd (alleen jammer dat ze enkel in pakjes van minimaal 300 stuks komen, terwijl je er maximaal 12 nodig hebt).

Nu hoefde ik ‘alleen nog maar’ het luikje te monteren. Dat paste maar nét. Was de deur iets dikker geweest, dan had ik een verlengstuk voor de tunnel moeten kopen. Maar domgenoeg waren de meegeleverde schroeven aan de lange kant en zaten de schroefgaten in de paneeltjes precies tegenover elkaar. Waardoor de uiteinden van de schroeven bij het monteren elkaar raakten en zichzelf weer naar buiten drukten. *KRAK* zeiden mijn mooi gelijmde en geverfde opvullingslatjes. ARGH!! Dus nu zit er aan beide kanten een scheurtje in. :-(

Maar het is af. En als je niet van al te dichtbij kijkt, ziet het er best goed uit. En nog belangrijker: Sammy snapt en gebruikt het luikje…

kattenluikje in paneel binnendeur

De kattenbakcamouflage
In mijn nieuwe huis was er geen plek in de gang of keuken waar ik de kattenbak enigszins uit het zicht kon stallen. En je wil hem niet in je woonkamer hebben, in verband met de geur. Op de eerste verdieping zetten was weer niet handig met het dagelijks moeten uitscheppen.

Ineens had ik een idee. De vorige bewoners hadden een extra deurtje gemonteerd naar de trapkast, zodat je makkelijker bij de hele lage ruimte onder de trap kon komen. Wat als ik daar nou eens een opening in zou maken en de kattenbak achter die deur zou plaatsen? Dan kon ik makkelijk de kattenbak iedere dag eruit halen en terug zetten, zonder dat je de hele tijd naar een lelijke bak of gigantische opening zit te kijken!

De opening was snel gezaagd met een decoupeerzaag. De enige vraag was of het niet te donker zou worden. Want katten hebben weliswaar een goed nachtzicht, maar als er echt geen licht is dan zien zij ook niks meer (we hebben het wel over een afgesloten kattenbak in een zo goed als afgesloten berghok in een gang die ‘s nachts niet wordt verlicht). Dat heb ik opgelost met een lampje met bewegingssensor op batterijen, dat aanspringt zodra de kat door de opening loopt. Mijn ma lachte me er om uit, maar ik ben best wel trots op mijn oplossing. B-)

Bijkomend voordeel is dat Sammy nu verplicht over het eerste én tweede roostertje moet lopen, waardoor de hoeveelheid door het huis verspreide kattengrit drastisch is verminderd vergeleken met het vorige huis!

Natuurlijk, ook hier een kattenluikje in zetten zou nog net wat mooier zijn, maar het is een heel dun deurtje en dat gaat niet passen. Tenzij ik ook deze opening verdik met latjes. Maar dat heb ik wel even gehad…

De badkamerventilatie
De vorige eigenaren hadden alleen een luchtroostertje in het plafond van de badkamer gemonteerd. Niet fijn, want dan krijg je uiteindelijk een vochtprobleem. Dus ik wilde een actieve afzuiging. Die haal je gewoon bij de bouwmarkt en schroef je in het plafond. Dacht ik.

Er bleek een reden te zijn dat de vorige eigenaren voor een simpel roostertje hadden gekozen. De luchtschacht in het plafond zit namelijk strak tegen de muur aan. Terwijl je een ventilator niet strak tegen de muur kunt monteren: die bestaat uit een buis die je in de luchtschacht moet schuiven, plus een vierkantje er omheen voor montage:

Voor een doorlink-buis was geen plek: tussen mijn houten plafond en het betonnen plafond zit maar 7 cm ruimte en daar krijg je zelfs geen flexibele buis in gefrot. Sterker nog: de uitstekende buis achter het ventilatortje is al langer dan je daar ruimte hebt! Er zat dus niets anders op dan een opbouwdoos bij de ventilator aan te schaffen (eigenlijk bedoeld voor montage in een raam), waardoor ik lang online heb moeten zoeken naar een ventilator waar zoiets bij geleverd kon worden, en de uitgang maar zo goed mogelijk boven de luchtschacht te positioneren, zodat er in ieder geval een groot deel overlap in de openingen zit.

Was het dat? Nee, want een stuk van de plafondplintjes moest eruit om de boel te kunnen monteren, maar de rand van het plafond dat erachter tevoorschijn kwam, bleek best ver van de muur af te staan. En de schroefgaten in de opbouwdoos vielen precies in dat gat. Dus ik moest eerst nog latjes tegen het plafond timmeren om daar de opbouwdoos tegen te kunnen monteren om daar weer de ventilator in te kunnen monteren. Grom.

Gelukkig zaten er wel al stroomdraden, zodat ik de boel op het elektriciteitsnet aan kon sluiten. De enige uitdaging was daarna nog om de vochtsensor goed in te stellen. Initieel had ik een ventilator met timer en naloop gekocht, die op de lichtschakelaar reageerde, pas een minuut nadat het licht aan ging aan sloeg, en nog even doorliep nadat je het licht weer uit had gedaan. Klinkt heel handig, maar in praktijk blijkt hij toch ook aan te gaan als je ‘s avonds alleen maar je tanden staat te poetsen. Dus ding teruggestuurd naar de winkel en eentje (flink duurdere) met vochtsensor gekocht, zodat hij écht alleen aan gaat als je staat te douchen.

Geprobeerd wat de juiste instelling is, en het afdekroostertje over de ventilator geplaatst. Wat blijkt: het afdekroostertje maakt de vochtsensor minder gevoelig, waardoor hij niet meer aan ging. :-S En om het afdekroostertje er weer af te halen moet je een dingetje op de zijkant indrukken. Dat dingetje heb ik per ongeluk aan de achterkant gemonteerd, dus bijna strak tegen de muur aan (ik had vooral gelet op de opening voor de stroomkabels, die eigenlijk maar op 1 plek kon komen). Dus eenmaal vastgeklikt, is hij extreem lastig weer los te krijgen. Grrr…

Inmiddels heb ik door een hoop trial-and-error, en het tijdelijk vastplakken van het roostertje met tape, volgens mij de juiste instelling gevonden en durf ik hem weer permanent dicht te klikken. Hopelijk werkt het ding nu éindelijk zoals bedoeld. Niet mooi, wel effectief. Het esthetische aspect komt wel als ik de badkamer een keer geheel naar mijn wensen laat verbouwen.

De plinten
Hoe moeilijk kan het leggen van plinten zijn? Ik heb een verstekbak en verstekzaag, dus gaan met die banaan? Uiteraard niet.

Onderaan mijn muren zitten houten latjes, waar de vorige eigenaren plinten tegenaan hadden geschroefd. Dat werkt prima met vloerbedekking. Maar ik heb laminaat gelegd. Dan moet je 1cm afstand houden van de muur, in verband met mogelijk uitzetten. De houten latjes zitten echter ter hoogte van het laminaat, waardoor je die 1cm moet berekenen tussen laminaat en latje. De totale afstand tussen muur, latje en laminaat wordt daardoor groter dan een standaard overzetplint aan kan!

De latjes van de muur halen was geen optie. De vorige bewoners hebben dat zo te zien ergens geprobeerd, waar ze een bed strak tegen de muur wilden zetten, en daar is de hele onderkant van de muur zowat afgebrokkeld. Lekker van af blijven dus, tenzij je bereid bent ook de muren compleet te restaureren.

De enige oplossing was twéé plinten leggen: eerst een plakplint om het gat direct naast het laminaat te overbruggen en dan nog eens een overzetplint om de houten latjes te verbergen. En die overzetplinten moest ik lelijk met schroeven bevestigen, want zo’n kliksysteem neemt ook wat ruimte in en de latjes zijn dermate dik dat de overzetplint nu al niet overal helemaal strak tegen de muur aan zit.

Mijn kasten staan dus best een stukje van de muren af, maar goed, het is niet anders. Het is nu in ieder geval redelijk mooi afgewerkt.

En daarmee beëindig ik deze klaag-over-klussen-post, lieve lezertjes. Don’t try this at home. Tenzij je ontzettend mindful en zen bent, of een ervaren doe-het-zelvert. Of als je net zo koppig en volhardend bent als ik. ;-)

Victoriaanse bonnet

Toch nog een knutselprojectje voor Orenda. Omdat dingen creëren mijn hoofd wat rust geeft, tussen alle huisoptimalisatie door.

Ditmaal maakte ik een ‘spoon bonnet’, oftewel een Victoriaanse hoed van rond 1860. De bonnet is bij veel mensen wel bekend via de Dickens-taferelen. Maar die bonnets komen uit een eerdere tijd, toen de hoed ook nog diende als bescherming tegen de zon (lees: tegen bruin worden). Rond 1860 waren parasolletjes in de mode en werd de bonnet alleen nog als accessoire bij de outfit gedragen. Daarom werd de grote rand smaller en zag je meer van het gezicht. En die variant noemt men de spoon bonnet, omdat hij dus meer lepelvormig is.

Enkele authentieke exemplaren:

 

In de ‘So Low’ winkel in Nijmegen vond ik voor slechts een paar euro nepbloemen voor in het haar, die goed kleuren bij mijn Victoriaanse zomerjurk. Voor de rest heb ik alleen maar dingen uit mijn voorraad gebruikt. (Dus voor iedereen die tijdens mijn verhuizing klaagde dat ik te veel spullen heb: zie je wel, het komt allemaal van pas! ;-) )

Als basis voor de hoed nam ik een oud zomerhoedje, dat ik ooit tijdens een veel te hete vakantie in Tenerife kocht. Inmiddels helemaal ingezakt, want een keer goed nat geworden in een regenbui. Ik weet niet precies wat voor materiaal het is – geen echt riet, maar het lijkt goed genoeg en oogt natuurlijk.

Stap 1: Knip een stuk uit de hoed. Eng!! Klein beginnen, groter maken kan altijd. Uiteindelijk heb ik de zijkanten toch nog te kort geknipt, maar daar is niks meer aan te doen. :-/

Stap 2: Voeg bloemen aan de binnenkant toe.

Stap 3: Pas af hoe breed je de rand wil hebben, zodat je die ook op maat kunt knippen. Geen oordeel alsjeblieft, wasknijpers blijken hier een zeer geschikt hulpmiddel voor. :-P

Stap 4: Werk de randen netjes af, zodat ze niet gaan rafelen.

Stap 5: Verstevig de rand met metaaldraad. Helaas nodig, aangezien het dus geen echt hard riet is.

Stap 6: Rimpel een strookje kant (deze is overgebleven van mijn parasolletje) en stik die in de nekopening. Dat deel van je nek liet je natuurlijk niet zomaar in het openbaar zien!

Stap 7: Meer kant is meer beter. Voeg een strook kant toe aan de binnenkant. (Binnen-kant… *gniffel*)

Stap 8: Stik ook een lange reep kant op de buitenkant. (Méér kant; omdat het kan(t)! :-P )

Stap 9: Er is niet zo iets als te veel kant. Mik er nog meer op.

Stap 10: Er is ook niet zo iets als te veel bloemen. Bij twijfel: blijf toevoegen.

Stap 11: Klaar!!

Hoewel de vorm van de hoed niet helemaal perfect naar origineel model is, ben ik toch erg tevreden over het resultaat.

En omdat ik nog een bloemetje over had, maakte ik gelijk even een bijpassende diadeem. Een dame moet immers keuze hebben in haar haaraccessoires, toch? ;-)

Victoriaans handtasje

Jawel, lieve lezers: ook ik maak me wel eens ergens makkelijk vanaf. ;-) In dit geval een Victoriaans handtasje, om bij mijn Orenda en Dancing at the Darcy’s outfits te kunnen gebruiken. Mijn excuus: een verhuizing.

Victoriaanse handtasjes zijn er in allerlei vormen en maten, dus keus genoeg. De gehaakte en geborduurde exemplaren vind ik erg mooi, maar ik heb nu even geen tijd om mezelf haken te leren. Dus dan maar een andere variant. Zoals deze:

 

Een tijd geleden scoorde ik een Victoriaans ogend tasje bij de Claire’s (zo’n cheap-ass sieradenwinkeltje). Van synthetisch materiaal, maar de vorm en decoratie was op zich okee. Alleen de draagband was wel zeer duidelijk modern – in de Victoriaanse tijd had je geen schouderbanden, maar korte kettinkjes aan je handtasje.

 

Nou, dat was natuurlijk snel te fixen. Tornmesje en tangetje erbij gepakt, en hoppa, klaar!

Dit tasje is een mooie aanvulling op mijn reistas, waar veel meuk ik past. Deze kan ik dan gebruiken voor de kleine spulletjes.

Project Parasol

Ter compensatie van het veel te gemakkelijk gemaakte haarnetje, hierbij een knutselwerkje waar wat meer tijd in is gaan zitten. :-P

Een parasol is namelijk het perfecte accessoire voor de Victoriaanse dame. Maar de kant-en-klare commerciële exemplaren kunnen mijn goedkeuring niet wegdragen: die bestaan ten eerste alleen uit een laagje kant, terwijl er eigenlijk stof onder hoort. Ten tweede zijn ze doorgaans veel te groot. Ons formaat paraplu is niet het formaat parasol dat ze destijds hadden!

Aan de studie dus, en zelf maar weer wat maken.

Er blijken een hoop verschillende soorten parasolletjes in omloop te zijn geweest, ook als je de periode beperkt tot ongeveer 1865. Mooi, want daardoor kon ik een variant kiezen die makkelijk zelf te maken is! Dit waren mijn voorbeelden:

 

 

Desondanks moest ik al snel mijn verwachtingen bijstellen.

Ten eerste wat betreft het frame. Ik kan dat mechanisme niet zelf maken, dus ik moest daar iets bestaands voor kopen. Eerst overwoog ik om een paraplu van een tweedehandswinkel te strippen en als basis te gebruiken. Maar de meeste paraplu’s hebben een ongeschikt handvat: zo’n grote haak, of een lange verdikking. Toen vond ik online een niet al te duur parasolframe, waarbij je kon kiezen uit meerdere soorten handvaten. Ideaal, want dan kon ik het ding er gewoon af laten en bijvoorbeeld een houten bolletje aan de onderkant bevestigen! Bovendien was de stok van hout, dus makkelijker overschilderbaar dan bijvoorbeeld kunststof.

Helaas; toen het ding arriveerde bleek het handvat er al aangelijmd te zijn! En met geen mogelijkheid er af te krijgen zonder de stok te beschadigen. Bij navraag bij de verkoper werd me verteld dat die dingen inderdaad vaak los werden meegestuurd maar dat ze er soms ook al aan vast zaten. Ze zou de omschrijving verduidelijken voor de volgende klanten, maar ik had er natuurlijk niets meer aan. Moppermopper…

Verder had ik gedacht dat ik gewoon een mooie lap kant in de winkel kon scoren. En ja, dat kan inderdaad, maar… een brede lap is heel wat anders dan een randje, en loeiduur! Ik wilde uiteraard weer iets fancy’s, met een mooi schulprandje om over het einde van de parasol te laten bungelen. Via Markplaats.nl vond ik de perfecte lap! Ik kon mijn geluk niet op. Toen bekeek ik de prijs: €425,-. Bleek het een of ander haute couturestofje uit Parijs te zijn. Ik en mijn dure smaak…

Uiteindelijk moest ik me dus neerleggen bij goedkoop stretch-kant zonder extravagant schulprandje.

Door de moderne stof en het handvat is het dus helaas geen parasolletje geworden dat ik ook voor authentieke Victoriaanse evenementen kan gebruiken, maar voor Orenda voldoet hij wel.

Zo heb ik hem gemaakt:

Stap 1: De metalen pennen van het frame inkorten. (Hee, dat ging veel makkelijker dan gevreesd! Kwestie van een knipje met een blikschaar!)

Stap 2: Dichtbuigen van de uiteinden, zodat de dopjes er weer op passen. (Argh! Scheld! Vloek! Ik en mijn briljante ideeën ook altijd… :evil: )

Stap 3: Topje maken. Ik vond in mijn voorraad twee kraaltjes en een metalen dekselvormig dinges, waarmee ik een mooi topje voor de parasol kon samenstellen.

Stap 4: De boel verven. Zo heeft het toch nog een beetje weg van ivoor. En nee, verven wordt nooit mijn forte. Kijk vooral niet van te dichtbij…

Stap 5: De onderstof op maat maken. Dit is geen echte zijde, maar cheap-ass synthetisch spul. Het lijkt goed genoeg, en aangezien het kant ook niet authentiek is wilde ik hier dus ook niet te veel geld aan uitgeven.

Stap 6: Het kant op maat maken en met een schaartje de patroontjes langs de rand uitknippen, zodat ze toch nog een beetje rond lopen. Sommige randjes zijn iets langer dan andere geworden omdat je nu eenmaal aan het patroontje bent gebonden, maar hopelijk valt dat niet te veel op als ik de parasol heb opgestoken.

Omdat naden me niet mooi leken, heb ik hier geen aan elkaar gestikte taartpunten van gemaakt. Volgens mij werd kant voor parasolletjes in de Victoriaanse tijd speciaal voor die dingen op maat geproduceerd, dus zullen zij er ook geen naden in hebben gehad. Dat het een beetje losjes zal hangen lijkt me gezien de voorbeelden uit die tijd geen probleem, en nu komt de stretch zelfs wel enigszins van pas.

Stap 7: Kwastjes maken. Dit is wél echte zijde, die ik nog had liggen van kaartweven.

Stap 8: Alles aan elkaar maken. Klaar! :-D

  

Nou ja, klaar… Heel eigenlijk zou ik nog een soort voering aan de binnenkant moeten maken, zodat je de metalen pennen niet ziet, en ook niet ziet uitsteken als de parasol dicht is. Maar ik heb net te weinig van dezelfde stof over daarvoor, en omdat ik de pennen wit heb geschilderd is het op zich zo ook wel okee.

Denk ik.

Of zou ik misschien toch…?

Victoriaans haarnetje

Mijn haar opsteken is een drama, maar voor de aankomende Victoriaanse evenementen is loshangend haar echt geen optie. Ik scoorde dus al wat nephaar, maar ik wil ook nog wat makkelijkere alternatieven hebben.

Nou was rond 1865 een haarnetje blijkbaar in. En een haarnetje is gelukkig heel makkelijk na te maken!

 

Uiteraard heb ik overwogen om het netje helemaal met de hand te maken – met losse reepjes stof, of door mezelf even te leren haken ( :-X ). Gelukkig bood Marktplaats.nl een makkelijkere oplossing: daar vond ik een kant-en-klaar haarnetje dat voldoende leek op een Victoriaans exemplaar wat betreft materiaal en knoopwerk, voor slechts €3,-. Blijkbaar dragen paardrijdsters deze dingen.

Toen hoefde ik alleen nog een meter zwart verlours lint erbij te kopen.

Lintje op hoofdomtrek afmeten en als cirkel vaststikken, strikje erop naaien…

…lint aan de rand van het haarnetje vaststikken (alleen op enkele tactisch gekozen plekken, anders stretcht het elastiek niet meer!) en je hebt een Victoriaans haarnetje!

Ik ben er alleen nog niet helemaal over uit of hij me staat. Destijds was het misschien hip, maar tegenwoordig associeren we een haarnetje toch met een oude vrouw. Bovendien zit alles nu wel héél plat en ik weet niet of ik mijn gezicht zo mooi vind. De dames op de afbeeldingen hebben nog een mooie rol haar aan weerszijden van hun hoofd, maar daar is mijn haar te dun voor, dus dan zou ik alsnog met nephaar moeten gaan werken.

Doordat het verlours niet meegeeft, blijkt het ook nog best lastig te zijn om hem netjes op te doen. Al je haar moet aan de achterkant eronder worden gepropt (ik had mijn haar in twee vlechten gedaan en met schuifjes aan mijn hoofd vastgepind, maar dan nog piept vanalles er onderuit) en aan de voorkant moet er een mooie platte scheiding blijven.

Nog even oefenen dus. En blijven rondkijken naar meer alternatieven.

T-shirt tweak

Ik heb al tijden een stapeltje longsleeves in de kast liggen die er nooit uit komen. Longsleeves draag ik eigenlijk alleen onder andere kleding, zoals mouwloze jurkjes, maar nooit op zichzelf omdat ik ze niet zo mooi vind staan. Ik heb liever iets dat minder strak zit en langer is, zoals een trui, of iets dat er minder ‘massief’ uitziet, zoals een shirtje met korte mouwen.

Een paar longsleeves die inmiddels echt te strak zitten heb ik dus maar naar de kledingcontainer gebracht. Maar er waren er ook twee waarvan ik wegdoen toch best zonde vond. Hmm… idee! Ik kan natuurlijk de mouwen gewoon afknippen en omzomen, zodat het een t-shirtje wordt!

Zo gezegd, zo gedaan. Want dit klusje is in no-time klaar. Alleen nog even de kreukels eruit wassen. ;-)

Nu worden ze hopelijk wel gedragen!

Victoriaanse zomerjurk

Mijn nieuwe outfit voor Orenda is eindelijk af! Nou ja, genoeg af om te showen. Ik ben er nog niet helemaal tevreden over.

Natuurlijk had ik al eerder een Victoriaanse jurk gemaakt voor dit evenement, maar die is van wol en dus best warm voor Frankrijk in augustus. Bovendien duurt het evenement een week, dus zelfs als ik ‘m aanvul met mijn Old West dress, zijn het wat weinig outfits. Daarom moest er naast het badpak, ook een zomerjurk komen.

Na wat onderzoek leerde ik dat er in de Victoriaanse tijd vaak jurken werden gemaakt van ‘sheers’, oftewel enigszins doorschijnend katoen. Dat is lekker luchtig, zelfs wanneer je behoorlijk bedekt bent, en het valt heel mooi soepel in plooien. Dit soort stofjes waren vaak geheel wit, of met een klein patroontje op witte stof.

Toen ik onderstaande plaatje had gevonden wist ik zeker dat dit was wat ik wilde – wat een mooi model! En wat een leuk stofje!

Mijn voorbeeld, uit 1864

Vervolgens bleek het zowat onmogelijk te zijn om zo’n sheer te vinden. Ik heb in Nijmegen, in Utrecht en in Den Bosch gezocht, maar ik vond slechts twee stofjes die globaal in de buurt kwamen qua dikte, en een niet al te modern motiefje hadden, en daar was lang niet genoeg van over om zowel een rok als blouse van te maken. Meh.

Uiteindelijk vond ik er eentje via Etsy. Ik koop normaal gesproken geen stof online omdat ik het wil kunnen zien en voelen – plaatjes zeggen lang niet alles! Maar deze foto’s waren zo duidelijk en ik had dermate weinig alternatieven, dat ik het er toch maar op waagde en bijna 13 meter helemaal vanuit Zuid-Korea liet aanrukken.

En ik heb geen spijt! Want het stofje was precies zoals ik dacht dat het zou zijn! En het kreukt wonderbaarlijk genoeg ook nog eens nauwelijks. Het enige dat is mis gegaan is dat er in de omschrijving stond dat de stof zo’n 1,10 meter breed was (een gebruikelijke maat voor de VS; Europese stoffen zijn doorgaans 1,50 meter breed). Dus heb ik al mijn patroondelen hertekend, zodat het efficiënter op de stof zou passen. Wat bleek toen ik wilde gaan knippen? Hij was wel gewoon 1,50 meter… Dus kon ik wéér de patroondelen aanpassen en heb ik ook nog eens een paar meter te veel besteld (en betaald). Maar goed, beter te veel dan te weinig.

Wel jammer dat het roze bloemetjes zijn. Ik had liever blauw gehad, zoals in mijn voorbeeld. Roze is gewoon niet mijn kleur en ik vind het ook niet zo passen bij mijn personage. Maar ja, het was dit of niks.

Het patroon was ook een uitdaging. Want uiteraard is er nergens een kant-en-klaar patroon voor zoiets te krijgen. Het meest in de buurt kwam dit basispatroon voor het blouseje. Wat ik uiteindelijk alleen voor de uitlopende ondermouwen, de schoudernaad (die iets naar achteren zit) en de methode van dubbel aanrimpelen heb gebruikt. Want de mouwen zaten voor geen meter. Victoriaanse blouses hebben niet de moderne mouwkoppen die wij kennen en ze beperken je enigszins in je bewegingsvrijheid. Met mijn brede schouders scheurde ik er zowat uit als ik mijn armen naar voren deed! Dus na twee niet werkende proefmodellen te hebben gemaakt, besloot ik er een ‘fuck it’ tegenaan te gooien en er een moderne mouwkop in te zetten. Het is voor LARP, dus ik moet kunnen bewegen! (Je weet immers nooit wanneer je een wit konijn door zijn hol moet volgen. ;-) )

De derde, werkende, mockup voor het lijfje had ik van witte katoen gemaakt, omdat ik die nog op voorraad had en het goedkoop spul is. Achteraf gezien handig, want ik kon ‘m (na het verwijderen van de ondermouwen) daardoor als voering hergebruiken. Dat doorschijnende katoen is heel leuk, maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat men je korset ziet zitten. ;-) (Voor de rok is voering niet nodig, want er zit een witte petticoat tussen de rok en de hoepelrok. )

Het lange onderstuk dat aan het lijfje zit, heb ik zelf getekend, na er ook eerst een mock-up voor te hebben gemaakt. Omdat de boel enorm wordt gerimpeld, vond ik het namelijk erg lastig om te bepalen hoe het uiteindelijk zou vallen.

Het rokpatroon was eenvoudiger: daarvoor kon ik mijn al eerder zelfgetekende patroon van de andere Victoriaanse outfit recyclen, aangezien ik dezelfde hoepelrok eronder ga dragen. Dat ik van plan was hem ditmaal bij de band te rimpelen in plaats van te plooien, maakte voor het patroon niet uit. De enige wijziging was de boel wat korter maken en de strook voor de ruches apart knippen.

Al met al heb ik behoorlijk veel tijd gestopt in de voorbereidingsfase. Ik was dan ook blij toen ik eindelijk daadwerkelijk kon beginnen met naaien! Hoewel… toen moest ik dus enorme hoeveelheden gaan rimpelen. Twee rijen boven elkaar ook nog eens. Zucht… Maar ik zag in ieder geval progressie, al ging het langzaam.

Omdat ik de strik op mijn vorige jurk zo leuk vond uitzien, vroeg ik me af of ik er hier ook eentje op moest maken. Maar toen ik de eerste versie van de jurk had aangetrokken om te passen en mezelf in de spiegel zag, kon ik alleen maar denken: “OMG WAT IS DIT VEEL ROZE!!” En dan ook nog al die ruches… dat werd wel heel overdadig! Maar mijn naailesgenootjes riepen allemaal “Mét strik!!” in koor. Okee, okee… Als het dan toch mierzoet wordt, dan inderdaad maar beter overtuigend mierzoet. :-)

Dus dit is het geworden:

Het blouseje kon niet dicht aan de voorkant, want er kan natuurlijk geen korset om mijn paspop, dus dat ziet er wat raar uit.

Hieronder daarom ook foto’s waarbij ik het geheel aan heb, al zijn ook die niet optimaal. Ik was in mijn eentje, dus ik moest goochelen met statief en timerfunctie. Het hielp niet dat de zon inmiddels erg fel was, het waaide, en de kat spontaan moordneigingen kreeg van de bewegende ruches en ook nog eens ontdekte dat je ook ónder een hoepelrok kunt duiken. Zucht…

De fotosessie was gelijk mijn test om te zien of alles wel werkte zoals bedoeld. Ik constateerde dat de rok niet strak genoeg dicht kon en daarom te laag hangt, waardoor hij achter iets op de grond valt. Blijkbaar heb ik in mijn eentje mijn korset strakker weten aan te trekken dan mijn naai-juf, toen ik haar vroeg om de gewenste omtrek voor me af te spelden! Gezien die flexibiliteit in korsetstrakte heb ik inmiddels twee rijtjes met knoopsgaten gemaakt, zodat de taillewijdte van de rok variabel is.

Waar ik echt niet tevreden over ben en wat ik opnieuw moet gaan doen, is de voorkant van de blouse. Daar flubbert een enorme hoeveelheid stof. Dat ik dat nu pas zie, komt doordat ik hem zoals gezegd op de paspop niet kon dichtknopen, en in je eentje passen met korset erg lastig is. In de voering heb ik figuurnaden gemaakt, maar de patroonstof heb ik alleen gerimpeld. Ik dacht dat, als ik het merendeel van de rimpels zou positioneren ter hoogte van de buste, dit wel zou compenseren. Niet dus. Blijkbaar moet ik ook hier figuurnaden in zetten om dat een beetje strakker te krijgen. Vreemd, want ik kan ze op mijn voorbeeldplaatje niet bespeuren. En balen, want het gaat flink wat tijd en moeite kosten om het geheel weer los te tornen. :-(

Als ik er toch opnieuw mee aan de slag moet, kan ik misschien ook de moed verzamelen om de onderkant van de mouwen van ruches te voorzien, net als op het voorbeeld. Initieel had ik die weggelaten omdat ik ten eerste helemaal klaar was met al die ruches maken en ik het ten tweede zo ook wel mooi vond. Maar nu ik het terugzie op de foto, denk ik dat het wel meerwaarde heeft. Een extra laagje erop zorgt er waarschijnlijk ook voor dat ze iets mooier uit gaan staan.

Een ander verschil tussen mijn jurk en die op mijn voorbeeldafbeelding is, dat laatstgenoemde een lage neklijn heeft, waarbij de voering even hoog is als de patroonstof. Ik heb er voor gekozen om de patroonstof hoger te laten doorlopen dan de voering, zodat je nog een stukje huid er doorheen ziet. Dat kwam destijds ook vaak voor, zag ik op andere plaatjes.

Beide halsranden zijn afgewerkt met een biaisbandje (de witte is afkomstig uit de winkel, die met bloemetjes is zelf gemaakt). Het stukje beleg achter de sluiting dat boven de voering uitkomt heb ik verstevigd met een huidskleurig stukje vlieseline, uit angst dat anders de stof scheurt als er spanning op de knopen en knoopsgaten komt te staan.

Voor de blouse heb ik stofknopen gemaakt, zodat ze mooi matchen. Voor de roksluiting vond ik in een door Alexandra gedoneerde bak oude knoopjes, twee enigszins op elkaar lijkende paarlemoeren knopen. Die werken heel mooi bij deze stof! Jammer dat je ze niet ziet als de blouse er overheen valt.

Bestede tijd: 71 uur (waarvan bijna 25 uur patroon schetsen, mock-ups maken en patroondelen hertekenen vanwege de verkeerde stofbreedte, en exclusief de tijd die het herstellen van het blouseje gaat kosten)
Kosten: €160,- (€5,50 voor de stofknopen, €3,50 voor het garen* en de rest is voor de 13 meter stof**. Voering en vlieseline komen uit mijn voorraad, de paarlemoeren knopen waren een donatie.)

* Normaal gesproken reken ik garen niet mee, tenzij ik het er speciaal voor heb moeten kopen, maar in dit kostuum zit minstens een halve kilometer aan draad…
** Inclusief 20% kwantumkorting (onderhandelen heeft zin, ook via Etsy!), dik €20,- aan verzendkosten en de 3 meter die ik te veel kocht. In totaal heb ik zelfs 4,5 meter stof over. 

Drakenknuffeldoek

Vrijdag ging ik op bezoek bij Bob en Alice, zaterdagmiddag op kraamvisite bij Kitty. Hm, en als ik toch in Den Haag was… kon ik het misschien combineren met een bezoekje aan Petra en Roland? Die bleken heel toevallig met Mike en Yvonne afgesproken te hebben. Dus kon ik na de kraamvisite doorrijden en partycrashen gezellig aanschuiven in een restaurant dat ze hadden uitgekozen om samen te eten. In twee dagen tijd heb ik dus met maar liefst 7 vrienden kunnen bijpraten – hoe efficiënt! :-P

Anyway, een kraamvisite. Dus dat betekende weer iets naaien!

Ook Kitty was van haar tweede kindje bevallen en had al een baddoek gehad voor haar eerstgeborene. Dus ook zij kreeg van mij een kraamcadeautje nieuwe stijl: iets met labeltjes.

Hoewel het het laatste kraamcadeautje in de reeks was dat ik gaf, had ik het eerder gemaakt dan de knuffelkubus en het speelkleed. Dus dit was eigenlijk mijn eerste experiment met labeltjes na het oorspronkelijke knuffeldoekje. (Daarna zijn de cadeautjes qua omvang wat uit de hand gelopen vrees ik.)

Ik wilde graag een combinatie tussen een knuffeltje en een labeldoekje maken. De labeltjes moesten wel goed bij de knuffel passen, vond ik. Uiteraard kun je in iedere naad zo’n ding meenaaien, maar ik wilde de labeltjes integraal onderdeel van het ontwerp laten uitmaken.

Nou zijn draken niet alleen cool, maar ze hebben ook van die kartels op de rug. Die prima kunnen worden vervangen door labeltjes. Dat ging ‘m dus worden!

Mijn knuffeltje heeft bewust een plat lijfje gekregen, zodat het toch een soort knuffeldoekje is gebleven. Alleen het kopje is opgevuld. En in beide vleugels heb ik knisperfolie verwerkt – mijn eerste poging iets met dat materiaal te doen. Hopelijk wordt het speeltje zo nog interessanter voor de kleine. Het buikje kreeg stiksels voor de mooi. Als finishing touch borduurde ik de naam op de vleugel (gelukkig is het geen lange naam :-P ).

Klaar om te knuffelen!

 

‘Grote’ zus Ella vond het ding ook interessant en begon gelijk aan de labeltjes te frutten, maar kende het woord ‘draak’ nog niet. Tss… gelukkig kon ik helpen dit gat in haar algemene ontwikkeling te vullen! Het speeltje heeft dus ook nog een opvoedkundige meerwaarde. ;-)

Speelkleed

Thom heeft inmiddels een tweede kindje gekregen! Omdat ik voor zijn dochtertje al een baddoek maakte, moest ik iets anders verzinnen voor zijn zoontje.

Gelukkig leer ik een hoop over baby’s door naar Josh te kijken. Mij was opgevallen dat ze momenteel gek is op een stoffen boekje, waar losse vormpjes met klittenband in geplakt kunnen worden. Niets leuker dan die dingen steeds opnieuw lostrekken en in je mond steken! Het feit dat er harde klittenband op zit, is blijkbaar geen belemmering.

Ik besloot daarom een kleed te maken waar dit soort losse objectjes op zitten. Het is een soort quilt geworden, dus doorgestikt op de naden van de lapjes, met een dikke stof als vulling. Het idee is dat je het kleed bv. aan de rand van de box kunt hangen. Of gewoon ergens kunt neerleggen.

Nou vermoed ik dat het niet veilig is om je baby zonder toezicht aan dit soort losse stukjes te laten sabbelen, dus daarom heb ik hem wat multifunctioneler gemaakt zodat je je kind er ook even mee alleen kunt laten: als je de objectjes er af laat, heeft baby nog steeds diverse labeltjes om aan te frutten, en verschillende soorten stofjes om te bevoelen en te aanschouwen.

(Niet-kattenbezitters hebben geen idee hoe onmogelijk het is om je huisdier niet erbij op de foto te krijgen… zeker als het te fotograferen object doosvormig is. :-S )

Enerzijds is hij goed gelukt: hij zit goed in elkaar genaaid en is qua functionaliteit precies zoals bedoeld. Maar ik twijfel wat over de esthetische waarde.

Ik heb stofjes uit mijn voorraad gebruikt, die natuurlijk niet allemaal perfect met elkaar matchen. Zeker niet aangezien ik verschillende voelervaringen wilde creëren. Nou maakt het bij een knuffelkubus niet zo veel uit als alle zijden compleet anders zijn, maar als je alle stofjes plat naast elkaar legt, vind ik het toch wel een beetje een issue.

Ik heb geprobeerd om ‘landschap’ als insteek te nemen bij de stofkeuze: ruimte en lucht op de bovenste rij, bos en weide op de middelste rij, en onderaan aarde, zee en zand. Dat thematische is redelijk geslaagd, zeker omdat ik er passende klittenbandvormpjes bij heb kunnen vinden. Zo kun je nu de vis in het water, een buitenaards wezen in de ruimte, en vogeltjes in het bos plakken.

Maar al met al is het toch nogal een allegaartje geworden. Ook de vormpjes zijn niet helemaal geslaagd: de ‘paddenstoel’ is niet echt als dusdanig herkenbaar en de ‘zon’ is niet eens rond geworden (curse you, gladde gouden glibberstof, die ook nog eens gaat ladderen als je hem binnenstebuiten probeert te draaien waarbij de klittenband op de achterkant aan de voorkant van de stof blijft haken!).

Ik hoop dat baby Thijs ze desondanks leuk vindt. In twee vormpjes heb ik ook knisperfolie verwerkt, en zoals je kunt zien heb ik ook een zakje op het kleed genaaid en een flapje waar je een vormpje onder kunt verstoppen. Als de ouders het te eclectisch vinden, kunnen ze het ding zo ophangen zodat ze alleen de neutrale achterkant zien. ;-)

En ja, de achterkant is roze, terwijl het voor een jongetje is. Ik stimuleer genderneutraal opvoeden. :-P (Enig idee hoe moeilijk het is om een geboortekaartje te vinden dat niét blauw (of roze) is??)

Victoriaanse reistas

Damn you, Pinterest! Ben ik onderzoek aan het doen naar het juiste model voor een Victoriaanse jurk, laat je me ook Victoriaanse reistasjes zien. En laat ik die nu ontzettend goed kunnen gebruiken voor mijn personage op Orenda, die aan een wereldreis bezig is… *zucht*

Vorig evenement sleepte Alice namelijk continu een klein koffertje mee. Niet heel praktisch, maar wel goed te verantwoorden, want we waren toen te gast in een gevangenis. No way dus dat ze haar spullen onbewaakt in een slaapzaal zou achterlaten! Maar voor de volgende keren is een iets handzamer object om haar belangrijke spulletjes in te vervoeren wel prettig.

Aan de naai dus maar weer.

Er zijn diverse originele exemplaren bewaard gebleven die ik als voorbeeld kon gebruiken:

Gelukkig zijn dit soort tassen heel erg makkelijk te maken. Een kwestie van twee cirkels uitknippen en aan een rechthoek vaststikken. En wat band erop stikken, want het oog wil ook wat. En natuurlijk borduren, want hoe gaaf is het om je initialen er op te hebben?? En als je toch bezig bent, ook tussen de bandjes in borduren, want the devil is in the details. En zo ben je voordat je het weet, drie avonden verder. *nog meer zucht*

Maar hee, nu heb ik wel een supergave reistas naar authentiek model!

De initialen staan voor “Alice Pleasance Liddell”.

De zwarte band had ik nog over van de wollen jurk die ik voor haar maakte, dus nu matcht de tas ook nog eens met haar outfit.
Een tweede, kleinere cirkeltje op de zijkanten heb ik niet durven maken. Aangezien mijn band niet schuin van draad geknipt is, had ik al genoeg moeite om de grote cirkel netjes te maken zonder bobbels en vouwtjes.

De knopen moet ik op termijn nog even vervangen, want ik had alleen kunststofmeuk in huis, terwijl ze eigenlijk van glas (of metaal of stof) horen te zijn.

En eigenlijk zou de voering een fancy katoentje moeten zijn, maar ik had ook daarvoor niets geschikts in huis. In plaats daarvan heb ik de tas gevoerd met dezelfde stof als de buitenkant; grijs linnen. Ook in de hoop dat de tas daar wat steviger van zou worden. Want ik vermoed dat het linnen dat de Victoriaanse dames gebruikten, wat stugger en steviger was dan het spul dat nog in mijn kast lag, aangezien ik die kocht met het idee er kleding van te maken.

Desondanks vraag ik me af of die tassen allemaal wel uit zichzelf omhoog bleven staan. Ik vermoed dat ze voor de foto’s hierboven, gewoon opgevuld zijn. Ik kwam namelijk ook een foto tegen waarop de tas min of meer in elkaar is gezakt:

Zo lijkt hij al een stuk meer op de mijne als die niet gevuld is:

Voor mijn foto’s heb ik er twee handdoeken in gepropt zodat de vorm mooi werd, maar tijdens het LARP-evenement waar ik hem op ga gebruiken, zullen er dingen zoals boeken en een waaier in zitten. Waarschijnlijk is hij dan lang niet zo mooi. Maar dat zal vroegah dus waarschijnlijk ook niet het geval zijn geweest.

Bestede tijd: 11 uur en een kwartier (dik 6 uur voor het naaiwerk, 5 uur voor het borduren)
Kosten: €0,- (alleen restjes gebruikt uit mijn voorraad)

En nu weer hard verder werken aan de jurk! Want ik heb de afgelopen weken een beetje uitstelgedrag vertoond. Het patroon passend maken is nooit het leukste karweitje en aangezien ik toch nog geen stof had, mocht ik van mezelf een beetje dralen. Ik wilde per sé een ‘sheer’, oftewel doorschijnend katoen, met een Victoriaans ogend bloemenprintje. Wat uiteraard nergens te vinden is. Maar na een lange zoektocht heb ik nu éindelijk geschikte stof gevonden. Voor het eerst besteld via Etsy. En helemaal uit Zuid-Korea laten opsturen… Verder ben ik niet veeleisend en perfectionistisch hoor.