Draailier & doedelzak workshopweekend 2023

Dit weekend heb ik mijn oren weer gepijnigd door mezelf met 12 andere doedelzakspelers in één kleine ruimte te proppen. Oftewel: het was weer tijd voor het workshopweekend van Stichting Draailier & Doedelzak!

Ik volgde de workshop ‘doedelzak voor (ver)gevorderden’, gegeven door Paul James – een van de muzikanten van de bekende folkband Blowzabella. Zoals ik vooraf al vermoedde had de workshop geen specifiek thema of specifieke techniek waar we op gingen focussen. We hebben vooral liedjes meerstemmig gespeeld. Van de meeste partijen kregen we bladmuziek, andere deden we uit het hoofd en ook werd ter plekke wat bedacht. Mijn doel was zoals altijd niet om iets te leren, maar vooral om een leuk weekend te hebben, en dat is dan ook zeker weer gelukt! De nummers die we op zaterdag speelden waren gelukkig ook liedjes die me erg aanspraken, zoals Falco, mijn favoriete nummer van Blowzabella (en nu weet ik eindelijk hoe die ene leuke variatie precies gaat, die op de opname zo slecht te volgen is!) maar ook nog een wals en een mazurka, geschreven door de docent, die ik zeker uit mijn hoofd wil gaan leren.

Doordat ik de melodie van Falco al kende, begon de workshop voor mij lekker relaxed. Voor de andere liedjes moest ik harder werken, ook al kregen we bijna overal bladmuziek van. Want er werd wel verwacht dat je het liedje dan gelijk en op tempo van blad kon spelen, óók een enorm snelle gigue met lastige overblaas-loopjes! Argh. En op een gegeven moment kregen we een nummer dat de meeste anderen van de groep al kenden, maar ik niet. En de bladmuziek was in A, terwijl we het in G moesten spelen, dus moest ik al spelend de boel in mijn hoofd transponeren naar de juiste toonsoort en bijbehorende vingerzetting. Dus ik ben zeker uitgedaagd!  :P

Een bijzonder moment tijdens de workshop was toen we het tempo van een wals moesten testen. Ik en een andere deelnemer vrijwilligden om te dansen terwijl de rest speelde. Het is echt heel bijzonder om op een oppervlak van twee bij twee meter te walsen, terwijl je omgeven bent door een kring van doedelzakspelers en bijbehorende zee van geluid! ^_^

Naast lekker spelen heb ik ook weer leuke nieuwe mensen ontmoet en bekenden weergezien, en heb ik heerlijk gedanst tijdens het bal op vrijdagavond. Zaterdagavond kon ik helaas maar kort dansen, want de avond begon met twee luisterconcerten waardoor er daarna maar tijd was voor 2 balfolkbands, waarvan wij zelf met Androneda de laatste waren!!  :D  Superleuk om daar weer te mogen spelen (in 2019 speelden we er ook en dat was ons allereerste optreden), maar uiteraard ook enorm vermoeiend om, na al een nacht nauwelijks geslapen te hebben (want: sessie tot half 2 en daarna nog een hoofd bomvol fijne gedachten) en vervolgens een hele dag intensief workshop te hebben gevolgd, ook nog zelf op te moeten treden!

Foto door Andreas Rauer. (Ik moest kiezen tussen ons zelfgemaakte achtergronddoek en de door mij genaaide banieren op de achtergrond… :lol: )

Het was natuurlijk extra spannend om tijdens dit weekend te spelen, want er zijn enerzijds een hoop beginnende doedelzakspelers die wellicht naar je opkijken en die je wil stimuleren om vooral door te gaan met spelen. Anderzijds zijn er de docenten en andere veel verder gevorderde spelers dan jezelf, die vast met een behoorlijk kritisch oor naar je gaan zitten luisteren… Dus ook al was ik niet zenuwachtig (dat ben ik gelukkig zelden tot nooit meer voor een optreden), ik voelde wel behoorlijk wat druk om het goed te doen!

Doorgaans spelen op de bals tijdens dit workshopweekend bands waar de docenten van dat weekend in spelen – die zijn er immers toch al, dus dan is het een kleine moeite (en goedkoper) als ze dan ook gelijk optreden. Bandgenoot Wouter was een van de docenten, maar ik heb daardoor ook enkele vreemde blikken gekregen toen mensen vernamen dat ik geen workshop gaf, maar er zelf eentje volgde.  :P

Gelukkig ging het best goed. Ik had natuurlijk de hele dag al kunnen inspelen, dus mijn vingers waren soepel. Ik was wel bang dat mijn doedelzak veel te vochtig was geworden van de hele dag erin blazen, maar die heeft zich fantastisch gehouden! Wel had ik af en toe wat problemen om me te focussen op de nummers, omdat ik de hele dag iets anders had gespeeld. Er waren twee momenten waarop ik wist dat ik zo moest gaan inzetten, maar ik me realiseerde dat ik eigenlijk geen idee meer had wat ik ook alweer moest spelen!  8O Ik wist bijvoorbeeld alleen maar dat het melodietje met een E begon, maar hoe lang die moest duren en wat er daarna kwam…? Ik heb er maar op gegokt dat het vanzelf goed zou komen als ik begon met spelen en jawel hoor: zodra ik op goed geluk maar een E inzette, wisten mijn vingers nét op het moment supreme weer wat ze daarna moesten doen! Pfff….   :lol:

We kregen behoorlijk wat applaus en diverse complimentjes achteraf, over verschillende dingen, zoals mijn vooruitgang in zangvaardigheden maar ook de dansbaarheid van onze liedjes, en dat is natuurlijk superleuk om te horen. (Overigens zei mijn workshopdocent de volgende dag er geen woord over, dus waarschijnlijk is er ook nog een hoop ruimte voor verbetering…   ;) )

Na het optreden was ik toch nog klaarwakker van de adrenaline en heb ik ook nog even meegedaan met de sessie, waardoor ik pas om 2 uur in bed lag en weer nauwelijks heb geslapen. Dus de zondag was wat tammer (en helaas waren de liedjes en partijen die we die dag speelden wat minder aansprekend), maar toch verliep de gezamenlijke eindpresentatie van ons groepje aan de andere groepen (waarvoor uiteraard dat nummer op bladmuziek in de verkeerde toonhoogte werd gekozen…) succesvol.

En nu ben ik D.E.D. Welterusten, wereld!

 

De tegeltoer

Ik had deze week vrij genomen om mijn mentale gezondheid wat heel te houden, want werk is heel druk en mijn privé-to-do-lijst ook veel te lang. Het idee was om enkele dingen van die to-do-lijst te gaan aftikken, maar dan wel dingen die niet alleen nuttig maar ook leuk zijn: een liedje schrijven voor Androneda en een jas naaien voor Charm (met een kraagtype dat ik moet oefenen voor mijn coupeuse-opleiding). Maar toen kreeg ik de planning van de keukenbouwer en aannemer binnen en konden al mijn plannen het raam uit, want ik moet nu als de wiedeweerga keuzes gaan maken over wat ik precies wil hebben in mijn keuken, want die wordt eind juni al geplaatst – voorafgegaan door 3 weken verbouwing!

Qua indeling en stijl had ik wel al een idee, en mijn Pinterestbord stond al vol met opties, maar ik moet nu concrete apparaten, aanrechtblad, kraan en spoelbak gaan uitkiezen, en bovendien zowel vloer- als wandtegels aanschaffen. Argh. Dus ik besloot dat deze week geheel in het teken van de keuken zou komen te staan en ik aan het eind van de week alle keuzes moest hebben gemaakt, zodat ik verder kon met andere dingen.

De afgelopen dagen waren niet leuk. Normaal gesproken doe ik al 2 volledige dagen over het kiezen van een vaatwasser, dus kun je nagaan hoe lang het duurt als alle apparaten en onderdelen van een keuken moeten worden uitgezocht! Ik ben namelijk zo’n type dat álle opties wil bekijken, om te voorkomen dat ik De Perfecte Variant per ongeluk over het hoofd zie. Maar dat is natuurlijk ondoenlijk. Bovendien eindigt het er altijd mee dat ik van merk A het uiterlijk mooi vind, de features van merk B wil en graag de kwaliteit van merk C zou willen hebben (en de prijs van merk D, maar ik heb me er al lang geleden bij neergelegd dat ik een dure smaak heb). Dus moet ik concessies doen en raad eens waar ik niet goed in ben…? *zucht*

Maar goed, inmiddels heb ik een lijstje samengesteld en nu maar hopen dat die varianten allemaal te bestellen zijn bij de leverancier van de keukenbouwer, dat alles past in de beschikbare kastruimtes, dat de zwarttinten van alle verschillende merken apparaten een beetje bij elkaar passen, etc.
Bleef over: de tegeltjes. Dat was de missie van vandaag.

Online had ik al een rondje tegelwebsites gedaan en een lijstje gemaakt van interessante opties. Omdat tegelkleuren digitaal beoordelen echt niet te doen is, had ik bij enkele sites sample-tegels besteld, maar de meeste bedrijven sturen niets op en dus moest ik toch langs de showrooms gaan. (Verkoper, kijkend naar het pak papier in mijn handen met daarop geprint alle varianten die ik overwoog: “De klanten die ik over de vloer krijg zijn doorgaans niet zo goed voorbereid als jij…” – Mjah, hoe doen andere mensen dat dan? Ik ga toch niet op goed geluk diverse showrooms bezoeken? De kans dat ze iets in mijn smaak hebben is verwaarloosbaar en ik heb echt wel wat beters te doen met mijn tijd!  :P )
Dus stippelde ik een optimale route uit en… realiseerde ik me dat dit een Rondje Nederland ging worden. Nog meer zucht. Maar hee, je moet wat overhebben voor een mooie keuken, dus zette ik op tijd de wekker, stopte ik een gevulde boterhammentrommel en thermoskan thee in mijn tas, zette ik een lekker muziekje op, en gaf ik gas.

Van Nijmegen naar 2 plekken in Arnhem, Nunspeet, Halsteren en Tiel en dan weer terug naar huis.

Toen ik opzocht waar Halsteren lag dacht ik initieel: “Ah, Noord-Brabant, da’s mooi!”, totdat ik me realiseerde dat ik vanuit Nijmegen weliswaar behoorlijk snel in Noord-Brabant ben, maar dat die provincie echt heel ver westelijk doorloopt… :-S

Toch wilde ik heel graag naar die showroom, want die hadden de meest veelbelovende tegeltjes. En ja hoor: mijn keus is op die van hen gevallen! De duurste van allemaal, uiteraard. Want ik kan natuurlijk geen genoegen nemen met tegeltjes van de Megadump of Sanitairwinkel.nl, nee, ik moet per sé naar ‘De Tegelgalerie’ en dan die authentieke gecraqueleerde Engelse cottage-stijl tegeltjes hebben… *zoveelste zucht*

Maar hee, deze dag was echt veel minder frusterend dan ik vooraf had gevreesd, want met al die tussenstops viel het rijden heel erg mee (en bij sanitairwinkels laten ze je maar al te graag van hun toiletfaciliteiten gebruikmaken en overal werd me nog meer thee aangeboden) én ik heb daadwerkelijk zowel vloer- als wandtegels gevonden waar ik blij van word, waar ik niet op had durven hopen!

De enige concessie die ik heb moeten doen, is dat het hoogglans is geworden, waar ik niet van houd. Matte tegels in deze stijl zijn blijkbaar een uitzondering en bovendien heb je dan het risico dat vuil er niet goed uit gaat of dat je ze beschadigt met schoonmaakmiddel, volgens de verkoper. Raar, want mijn huidige tegels hebben alleen een heel subtiele glans en daar zit toch echt een goede beschermende laag glazuur op?

De collectie sample-wandtegels die ik online bestelde of door middel van lieve glimlach van de showroom-verkopers los wist te peuteren. Wie kan raden waar de keus op is gevallen? :-) (En in het echt zie je meer verschil dan op de foto hoor.)

Zojuist heb ik mijn aannemer laten weten waar de keus op is gevallen, zodat hij kan berekenen met hoeveel speling ik het spul moet gaan inslaan, en dan kan ik hopelijk eind deze week gaan bestellen en alle laatste knoopjes doorhakken!

Dungeons & Dragons: Honor among thieves

Gisteravond ging ik gezellig met Mike uit eten om daarna een bioscoopje te pikken.

We aten in Nijmegen-centrum bij Frank’s Food & Grill – daar had ik al eerder heel lekker gegeten en ook nu was het weer zeer smakelijk. Het is alleen heel veel vlees. Ik ben flexitariër en eet dus wel vlees, maar niet altijd en als ik vlees eet, maar zo’n 75 gram per maaltijd ofzo (en zo mogelijk biologisch). Als ik uit eten ga wil ik juist vlees eten, want dan is het iets bijzonders (en wordt het goed klaargemaakt), maar hoewel het water me in de mond loopt bij de ‘mixed grill’, bedank ik toch echt voor een halve kilo vlees of meer hoor… dat kan ik tegenwoordig echt niet meer op!
Dus hield ik het bij de kip giros en zorgde ik ervoor dat mijn maag alsnog bijna ontplofte door het ‘Death by chocolate’-toetje.  :roll:

Ik had voorgesteld om naar de nieuwe ‘Dungeons & Dragons’-film te gaan, want die leek me wel hilarisch. Helaas was op het voor ons handige tijdstip alleen de 4D-versie beschikbaar. Dat hoeft voor mij niet zo. De vorige keer constateerde ik al dat het maar beperkt wat toevoegde en ook nu vond ik het vooral gaaf bij de helicopterview-scènes, omdat de subtiel bewegende stoel je echt een beetje het gevoel geeft dat je zweeft. Maar de wind, sneeuw en het water mogen ze van mij weglaten, net als dat irritante gebonk in je rug. Ik vond het nog steeds ‘too much’ en niet altijd passend bij de scène of het perspectief.

De film zelf was ook niet zo hilarisch als ik had gehoopt, al was hij wel vermakelijk. Ik ben natuurlijk geen ervaren tabletop-speler. Ooit deed ik op een blauwe maandag mee aan de Hackmaster-campaign van Mark, maar ik was al snel klaar met al dat rollen met dobbelstenen, opzoeken van dingen in eindeloze tabellen, en wachten op je beurt voordat je eindelijk iets kon doen. Laat mij maar LARPen. Het meeste wat ik weet van tabletop roleplay is vooral van observatie van en verhalen van anderen. Dus misschien heb ik heel wat incrowd-grapjes gemist.

Toch was ook veel herkenbaar: de standaard party met klasses zoals een fighter, bard, druide, magiër, paladijn, etc. Ook was het wel heel duidelijk wanneer een persoon extreem hoog of laag had ‘gerold’… En uiteraard was er de klassieke situatie (die ook regelmatig bij LARP voorkomt), dat de spelers overenthousiast een ad-hoc actie ondernemen en zich achteraf realiseren: “Hm, hier hadden we wellicht iets beter over na moeten denken…” :P

Verder noemenswaardig was Hugh Grant. Ik heb de man op zichzelf altijd al enigszins irritant gevonden, maar in deze rol bereikte hij een heel nieuw niveau van irritantheid.  :lol:

Het was dus wel een gezellig avondje, maar ik ben benieuwd hoe meer ervaren D&D’ers de film hebben ervaren. (Er zijn vast veel mensen in mijn vriendenkring die deze film ook hebben / gaan zien?)

17e Eeuws jack

Fase 3 en ook de laatste fase van mijn 17e eeuwse outfit was het jack, voor tijdens de koudere momenten.

Fragment uit ‘Boerenkermis’, David Teniers, ca. 1665.

Dit is het geworden:

(Bij nader inzien had ik het schort er overheen moeten dragen)

Ik ben er niet tevreden over. Na de linnen voering, die tevens als proefmodel fungeerde, in elkaar gezet te hebben, constateerde ik al dat de taille te laag zat. Die heb ik vervolgens verhoogd, maar toen ik alles over elkaar aantrok bleek die nog steeds te laag te zitten. Omdat ik er best wel veel wollen en linnen lagen onder draag, dacht ik bovendien dat ik in de breedte meer speelruimte moest inbouwen dan ik eigenlijk nodig blijk te hebben om nog lekker te kunnen bewegen in het jack. Vooral bij de rug had ik hem nog een stuk kunnen innemen; nu zit daar overtollige stof. En de mouwen zijn te lang. Door dat allemaal samen ziet het ding enorm frommelig uit.

Op de paspop ziet het er wat beter uit. Je kunt daar ook beter zien hoe het jack in elkaar zit: met een soort ‘vleugeltjes’ boven de mouwen en met ingezette driehoekjes om de onderkant te laten uitlopen (dat laatste deden ze in de middeleeuwen ook). De mouw heeft splitjes en bestaat uit twee delen zodat hij met een knik bij de elleboog kon worden gevormd (wat ze in de Victoriaanse tijd ook nog deden).

Ook de zijnaad is bijzonder, want die loopt niet recht omhoog tot onder de oksel, maar zwenkt naar achteren om halverwege het armsgat op de rug te eindigen. Ik had dat gezien in het patronenboek van Annelies en was wel benieuwd of dat de pasvorm zou beïnvloeden. Maar om dat goed te kunnen beoordelen, zal ik het jack toch eerst in het algeheel beter passend moeten maken.

Een leuke uitdaging voor het patroontekenen!

Waar ik wel tevreden over ben: hoe de zijnaad, de mouwnaad en het vleugeltje netjes op dezelfde plek bijelkaar eindigen. :-)

Ik zal het ding dus weer uit elkaar moeten gaan halen en verbeteren, maar dat ga ik voorlopig niet doen. Er zijn diverse andere projecten die mijn tijd en aandacht nodig hebben. Als we straks een optreden hebben dan heb ik in ieder geval iets liggen dat ik aan kan trekken en dan moet ik tijdens het speelseizoen maar kijken of er een momentje is waarop ik het jack kan verbeteren. Want ook mijn hoofdkapje is inmiddels voorzien van haarklemmetjes om te zorgen dat die op mijn korte haar blijft zitten:

Bestede tijd: niet bijgehouden
Kosten: zo’n €40 (ongeveer €17 aan wol en €15 aan linnen, plus metalen haakjes en een klosje garen. De anderhalve meter blauwe wol lag nog in de kast, want die had ik voor een ander project gekocht maar niet gebruikt, en ik heb er nu nog een stukje van over. Ik had bijpassend blauw linnen gekocht voor de voering, maar dat was ik vergeten, dus heb ik een restant wit linnen van de andere kostuumonderdelen gebruikt – *zucht*. Dus nu snap je hoe het komt dat ik steeds nog wat spul heb liggen dat ik voor een nieuw project kan gebruiken, maar mijn voorraadkast nooit leger raakt.  :roll: )

5 Bals in 11 dagen

Zo, net terug van weer een middag/avond lekker dansen! Dat was maar liefst het 5e bal waar ik de afgelopen 11 dagen naartoe ben geweest….

Donderdag de 16e: zelf optreden tijdens het folkbal in Amsterdam
Zaterdag de 18e: Dansen in De Wilde Wereld in Wageningen
Woensdag de 22e: Dansen in Nijmegen
Vrijdag de 24e: zelf optreden tijdens het folkbal in Rotterdam
Zondag de 26e: Dansen in de Junushof in Wageningen

En jeetje, wat was het overal vol en wat waren er veel nieuwe dansers, maar ook steeds weer dezelfde gezichten! Het is alsof ineens iedereen behoefte heeft gekregen aan veel balfolken.

Heb ik er inmiddels genoeg van? Natuurlijk niet! Wanneer is de volgende?? :D

Androneda in De Doelen

Sinds enige tijd werd er weer een folkbal georganiseerd in Rotterdam en wij waren met Androneda gevraagd daar gisteravond te komen spelen.

Het was voor het eerst in De Doelen Studio – een soort subzaaltje van concertgebouw De Doelen. Dat was heel luxe, want daardoor konden we als muzikanten gebruikmaken van alle faciliteiten van De Doelen. Dus arriveerden we officieel via de artiesteningang, waar we werden opgehaald door een ‘hospitality manager’ die ons begeleidde naar onze hoogsteigen kleedkamer, waar bakjes met chips, chocolade en fruit voor ons klaarstonden en waar je ook gebruik kon maken van douches, een strijkplank etc.!  :o Het podium zag er zo goed uit dat we besloten om ons achtergronddoek voor een keertje niet op te zetten. En na de soundcheck werden we getransporteerd naar een horecaruimte specifiek voor artiesten, waar we niet alleen gratis konden drinken maar waar ook avondeten werd geserveerd. Zo’n professionele ontvangst en faciliteiten kreeg ik ook in de Stadsschouwburg in Utrecht toen ik meezong in het koor met K’s Choice, maar het voelt toch net iets specialer als je specifiek zelf de hoofdact bent. Dus sterallures, here we come!! Vanaf nu mag het bakje met alleen blauwe M&M’s definitief op onze rider. :P

De toegewezen kleedkamer was speciaal voor doedelzakspelers :-D
Aan het eind van de avond waren die zakjes chips en reepjes chocolade uiteraard nergens meer te bekennen. ;-)

Het geluid goed inregelen blijft helaas toch een dingetje, want in De Doelen Studio worden uiteenlopende acts geprogrammeerd, dus de geluidstechnici hebben niet noodzakelijk ervaring met het goed uitversterken van doedelzakken en andere folk-instrumenten. Ik leer zelf ook steeds meer daarover en ben inmiddels tot de conclusie gekomen dat ik op mijn eigen monitor alleen maar mezelf wil horen, want Patricia en Wouter maken genoeg herrie naast me op het podium om ze toch wel te horen, en als ze hun volume verhogen (wat ik niet kan) dan hoor ik mezelf gewoon echt niet meer. En ik moet vragen of ze de doedelzak niet zachter op de monitor zetten dan de andere instrumenten, want in de zaal is dat blijkbaar wel nodig vanwege het scherpere geluid, maar op de monitor juist niet. De verhouding bourdon / speelpijp blijft ook steeds experimenteren; de ideale verhouding heb ik nog niet gevonden en is natuurlijk deels een kwestie van smaak.

Omdat Patricia afgelopen week niet in Nederland was, hebben we niet meer kunnen repeteren tussen ons optreden in Amsterdam en dat van afgelopen avond in, en dat merkten we helaas wel een beetje. Maar het optreden was wel een succes, want de opkomst was veel groter dan waar zowel de organisatie als de mensen van de locatie op hadden gerekend, er waren veel blije gezichten en we kregen veel enthousiaste reacties.

De setting van De Doelen Studio is eigenlijk meer gericht op zitten aan een tafeltje en luisteren naar de artiesten, dus de indeling van de ruimte was niet optimaal voor dansers. De meeste tafeltjes en bankjes mochten aan de kant worden geschoven, maar de dansvloer was meer langwerpig dan vierkant. Gelukkig zijn balfolkies creatief en het was superleuk om vanaf het podium te zien hoe er ook gedanst werd in de foyer en het garderobe-gedeelte, en hoe mensen tijdens de reidansen gewoon lekker tussen de tafeltjes in het eetgedeelte door dansten. :-)
Hopelijk was het dermate succesvol dat ze de volgende keer een grotere zaal kunnen krijgen, of dat ze het voor elkaar krijgen dat het podium wordt verplaatst om een vierkante dansvloer te krijgen in plaats van een smal strookje tussen bar en podium.

Na afloop van het optreden werd er zeer enthousiast sessie gespeeld, want blijkbaar is er in Rotterdam een vast sessiegroepje en die waren ook in grote getale naar deze avond gekomen. Ik heb nog even meegeprutst op de doedelzak, maar had eigenlijk mijn nieuwe fluit mee moeten nemen. Les voor de volgende keer!

17e eeuwse kostuumonderdelen

Fase 2 van het 17e eeuwse kostuumproject: de diverse accessoires en andere kleinere kostuum-onderdelen!

Ik heb erg hard doorgenaaid en inmiddels zijn ook af:

  • Een linnen hemd
  • Een linnen hesje (het ding heeft vast een specifieke naam, maar ik weet niet hoe je het noemt)
  • Een linnen hoofdkapje
  • Een linnen schort
  • Een paar losse mouwen van wol, gevoerd met linnen

De losse mouwen zijn handig om even snel aan te kunnen spelden als het fris wordt, zonder dat ik meteen een andere outfit aan hoef te trekken. Ik had gehoopt dat ik ze niet hoefde te maken en ik gewoon mijn middeleeuwse mouwen kon recyclen, wat qua model zijn ze volgens mij niet echt veranderd. Maar toen realiseerde ik me dat ik die mouwen heb gemaakt voor bij een jurk met korte mouwen en ze dus te kort zijn om te gebruiken bij een mouwloze jurk. Ach ja, heel veel werk was het niet om ze te naaien, ze zaten nog sneller in elkaar dan het schort.

Pieter Aertsen; 1559

Wat wel veel meer werk was dan je wellicht vermoedt, was het hoofdkapje. Hoofddeksels komen zo ontzettend nauw qua pasvorm! Op mijn opleiding leer ik patroontekenen, maar niet voor dingen voor op je hoofd (behalve capuchons), dus het blijft trial-and-error om een passend patroon te krijgen. Poging 4 was pas ongeveer goed.

Al die proefversies zijn ideaal om je lelijke stofjes op te gebruiken. Geen idee hoe deze ooit in mijn kast is beland. :-P

Nadat de vorm van de stof goed was, moest ik ook bedenken hoe ik het ding op mijn hoofd ga vastzetten, want het kapje is erg klein en bij wat wind kan ik er waarschijnlijk achteraan rennen. Waarschijnlijk speldden ze het kapje vast, maar met mijn korte haar heb ik helaas geen mogelijkheid om een praktische knot ervan te maken waar speldjes of kammetjes goed in blijven haken (het wordt sowieso nog een uitdaging om het haar netjes onder dat kapje weg te werken – bij mijn middeleeuwse outfit wordt alles bedekt, maar nu kom ik niet weg met sjoemelen vrees ik).

Een andere optie is het oorijzer. Wellicht bekend van de Hollandse klederdrachten, maar dan zonder alle opzichtige uitsteeksels eraan. Als je goed kijkt naar tekeningen en schilderijen uit die tijd, zie je ze soms zitten: een stukje metaal dat via het achterhoofd langs de oren loopt en eindigt op de wang. Het ziet er niet supercomfortabel uit, maar wellicht lukt het me met dit ding wel om het kapje op mijn hoofd te laten zitten. Dus fröbelde ik van hoedendraad een exemplaar. Het is vast niet zo stevig als de echte versie, maar ik weet niet welk ijzerdraad ik hier het beste voor kan gebruiken en dit had ik nog in huis. De eerste keer ga ik maar eens gewoon uitproberen in hoeverre dit werkt, mocht het niets zijn dan kan ik makkelijk een nieuw exemplaar buigen.

Dankzij het oorijzer blijft het kapje inderdaad op mijn hoofd zitten, maar superstabiel is het niet. Bij wat wind kan de bovenkant makkelijk naar achteren zakken, dus ik vrees dat het ding verder getweaked moet gaan worden. Mochten mensen dit lezen die ervaring hebben met 17e eeuwse outfits en relatief kort haar: ik hoor graag jullie advies…

Oh, en ik wil ook nog wat stijfsel gaan gebruiken om de stof van het mutsje wat stijver te krijgen; volgens mij geeft dat een mooier en authentieker effect.

Het maken van het hemd was niet lastig, want dat kwam niet zou nauw. De enige uitdaging waren de mouwen. Niet qua naaien, maar om te bepalen hoe breed ze moesten worden. Op afbeeldingen zie je vaak behoorlijk wijde mouwen die de dames soms opgestroopt droegen, dus onderaan moeten ze daar wijd genoeg voor zijn. Maar het moet ook geen gefrot worden als je er losse mouwen of een jackje met mouwen overheen draagt. Ik heb dus maar wat gegokt en ook dit is een kwestie van uitproberen, en wellicht observeren tijdens een 17e-eeuws evenement hoe de andere dames het hebben aangepakt.

Het hesje is bijzonder kort, maar dat hoort zo. De pasvorm aan de voorkant kostte ook nog wat pogingen voordat het goed zat en toen ik het geheel over elkaar aantrok voor de foto, zag ik dat het middenvoor onderaan toch iets te ruim is, dus dat ga ik nog innemen. Ik ben wel heel tevreden over hoe het kraagje heeft uitgepakt! Ik was bang dat de kraag door het gewicht van de ruches zou omkiepen, maar hij blijft mooi recht staan!

Argh…

Het is nog steeds niet mijn favoriete type kleding (vooral het hoofdkapje vind ik niet super), maar ik vind het wel mooi dat je in deze kleding de Hollandse klederdracht al kunt herkennen. Het is duidelijk uit welke periode die stamt! Om de details van 17e eeuwse kleding beter te begrijpen is het dus wellicht de moeite waard om die klederdracht-outfits eens beter te gaan bestuderen. Van de andere kant… ik had besloten me niet al te veel te gaan verdiepen in deze periode, het doel was om een outfit te produceren die goed genoeg was om in te kunnen optreden.

Zonder de losse mouwen
Met de losse mouwen

Het enige kostuumonderdeel dat nu nog rest is een wollen jackje, voor als het wat kouder wordt. Maar dat wordt fase 3. Met wat ik nu heb, heb ik in ieder geval een basis om in te kunnen optreden, dus dat geeft rust!

Bestede tijd: Zoals eerder gezegd, niet bijgehouden
Kosten: Erg lastig om te schatten, want ik heb bijna alleen maar materiaal uit mijn voorraadkast hoeven te gebruiken. De zwarte wol van de mouwen is een restant van mijn winterjas. Voor het kapje, hesje en hemd heb ik bewust verschillende lappen linnen gebruikt, want als alles van exact hetzelfde linnen is gemaakt dan ziet dat zo gemaakt uit. Nu hebben alle items een nét iets andere structuur en kleurtint, waardoor het meer uitziet alsof de outfit in de loop der tijd bij elkaar is verzameld. Slechts één van die drie lappen linnen heb ik nieuw moeten kopen, maar die heb ik ook gebruikt voor het voeren van de andere kledingstukken en bovendien heb ik er veel van over. Ook het grijze linnen van het schort was een restant, en het hoedendraad was over van mijn Victoriaanse bonnet.

Androneda in Amsterdam

Dankzij mijn balfolkbandje kom ik ook eens op andere folkbals dan gebruikelijk. Er zijn diverse bals in Nederland op doordeweekse avonden en die in Nijmegen zijn voor mij geen probleem om bij te wonen als danser, maar de bals in het westen van het land zijn een grotere uitdaging. Gisteravond waren we met Androneda geboekt voor het bal in Amsterdam, dus ging ik toch eens daarheen. Gelukkig is mijn werk flexibel, want ik moest wel wat eerder weg om om 6 uur daar te kunnen zijn voor de soundcheck.

Het was een zaaltje met lekkere hangplekken met kussentjes langs de vloer (en blauw licht op de toiletten tegen drugsgebruik – het blijft Amsterdam), waardoor we na de soundcheck ons met een heerlijke kom soep en brood, verzorgd door de locatie, konden terugtrekken op een loungeplateautje en even konden uitzonen. Dit gaan we op onze hospitality rider zetten! ;-)

Het optreden gaat nooit 100% foutloos en ook nu hadden we wat uitdagingen, onder andere doordat bandgenootje Patricia normaal gesproken het geluid verzorgt voor de optredens daar. Aangezien er geen ervaren vervanger te vinden was, moest ze het samen met een wat minder ervaren vervanger erbij doen naast het optreden. De apparatuur werkte niet helemaal mee en daarnaast had ik mijn andere doedelzak meegenomen en die blijkt weer zijn eigen bijzonderheden te hebben wat betreft versterking: hij kwam heel scherp door de microfoons heen en de lucht uit de bourdonpijpen werd ook opgepikt, waar ik bij de andere doedelzak geen last van had. Maar ik wil deze toch eigenlijk wel graag blijven gebruiken. Ik gebruikte bij Androneda voorheen de borderpipes van John Swayne en hoewel ik die qua klank mooier vind dan mijn andere, ligt hij ondanks diverse aanpassingen nog steeds niet lekker onder/op mijn arm. De positie van de blaaspijp is niet optimaal en ik voel me beperkt doordat de bourdons over mijn arm liggen. Mijn andere doedelzak is mijn ‘Frankendoedel’ – zo noem ik hem liefkozend, omdat er inmiddels zo veel aan verbouwd is: oorspronkelijk kocht ik bij Frans Hattink een cornemuse du centre, die ik al snel liet ombouwen tot lage landen-doedelzak, waarna ik er een zak naar eigen ontwerp op liet zetten en uiteindelijk ook de speelpijp heb vervangen door eentje van Matthias Branschke. Ik gebruik hem voor optredens met De Soete Inval. Ik realiseerde me op een gegeven moment dat het me zo veel meer moeite kostte om op de borderpipes te spelen dan op de Frankendoedel – mijn druk viel herhaaldelijk weg tijdens een liedje en ik kon er maar niet de vinger op leggen (pun intended) waarom of wanneer. Op een gegeven moment was ik er klaar mee en wisselde ik tijdens het oefenen thuis even van doedelzak – en ik speelde alle nummers zó weg. Het plezier in het oefenen kwam ineens ook weer terug. Toen was het voor mij duidelijk: speelgemak en speelplezier gaat toch boven klank. En inderdaad, tijdens het optreden gisteren stond ik toch een stukje relaxter te spelen dan anders.

Alle complimentjes die ik de laatste tijd van dansers en luisteraars krijg over mijn zang zijn ook heel fijn. Want ook zangles is nogal een struggle en ik heb niet het idee dat het heel veel zoden aan de dijk zet, maar door deze feedback realiseer ik me dat ik op de een of andere manier toch vooruit ga. Gelukkig maar! Dus toch maar niet opgeven.

Dansers zijn trouwens wel sadisten… Wij houden doorgaans geen liedjes achter voor een toegift, in plaats daarvan mogen dansers (als ze hard genoeg hebben geklapt  ;) ) een liedje kiezen dat ze nogmaals willen horen. Een eerder optreden werd gekozen voor de gigue – daar hebben we maar ééntje van en die is maar liefst 10 minuten! Als je net 2 uur hebt staan spelen is het best een opgave om die er nog uit te persen. Ditmaal zei ik dus dat ze alles mochten kiezen, behalve de gigue. Wat kiezen ze? ‘Oscar’, oftewel het meest emotionele zangnummer dat we hebben, want het gaat over mijn jeugdtrauma. Fijn hoor, nog een keer zingen met emoties vanuit je tenen over dat je kat dood is…  :roll:  :lol:

Het werd een latertje, want na afloop is daar blijkbaar altijd een sessie en we bleven nog even plakken om na te kletsen en zelf een dansje te doen. Wat leidde tot zeer diepzinnige, filosofische vraagstukken met Dennis: waarom hebben mannen navelpluis en vrouwen niet, en sterker nog: waarom is het altijd blauw, ook al draag je geen blauwe kleding?? (Hebben jullie een idee? Gooi het in de comments!) :lol: Om kwart voor 3 ‘s nachts crashte ik in mijn bedje en nu is het wachten op de foto’s, want helaas heb ik die zelf niet gemaakt.

Costumièredag 2

Jaarlijks wordt er vanuit de stichting waar mijn naaijuf bij is aangesloten, een soort workshopdag georganiseerd. Vorig jaar ging ik voor het eerst naar de costumièredag en vandaag voor de tweede keer.

De opzet was precies hetzelfde: we werden ingedeeld in groepen op basis van niveau en kregen verschillende mini-workshops om specifieke naaitechnieken te oefenen. Tussendoor waren er presentaties en kon je snuffelen tussen kraampjes met stofjes en handige naaihulpmiddeltjes.

De verkoopster legde het verschil uit tussen een stretchnaald, een jerseynaald, een jeansnaald, en nog twintig varianten. Oh, en hadden we deze superhandige spelden al gezien? Slechts 0,5mm dik in plaats van de gebruikelijke 0,6mm! Een wereld van verschil, uiteraard.
Modeshow! Dit is helaas slechts een deel van de totaaloutfit, die echt briljant en fantastisch mooi was, maar ik was te laat met fotograferen.

Het is grappig om de verschillende werkstijlen van mensen te zien: houden ze hun werkplek netjes of wordt het een complete chaos?
Een van de juffen, die eerst een stukje stof van me leende om iets te demonstreren, dat ik daarna zelf weer terug moest vinden op een stapel, en die daarna mijn stofschaar leende die ik ook zelf moest terugclaimen, waarna ze zonder te vragen mijn zoommaatje aan een andere deelneemster uitleende waardoor ik tevergeefs naar dat ding zat te zoeken toen ik hem nodig had, tegen een andere deelneemster: “Oh, ik ben altijd alles kwijt!” Ja, ik snap waarom…  :roll:

De gemiddelde leeftijd was wat hoger dan de mijne (“Hee, hoor ik je nou zeggen dat je ook historische outfits maakt?” “Ja, mijn kinderen gaan naar Elfia.” Ah.) en er was ook dit jaar geen enkele man in de zaal aanwezig…

Gelukkig verliep de dag wat minder chaotisch dan vorig jaar. Er werd vooraf duidelijk gecommuniceerd hoeveel werkstukjes je groepje ging doen en hoeveel tijd je er voor had. En ik had overal (net) genoeg tijd voor om het af te krijgen. Ik was aan het eind zelfs snel genoeg klaar om nog een bonusdingetje (een decoratief bloempje) te fröbelen! Het kan natuurlijk ook zijn dat ik inmiddels meer ervaren ben dan vorig jaar en dus domweg sneller dingen in elkaar zet… diverse groepsgenootjes slaagden er namelijk niet in om hun werkstukjes allemaal af te krijgen, en enkelen die het wel lukte, bedankten voor de bonusopdracht omdat hun hoofd inmiddels wel vol genoeg zat. Maar naar mijn eigen gevoel was de dag om gevlogen! Het scheelde dat de juffen niet zo streng waren als tijdens de lessen en examens – het was niet erg als je werkstukje niet tot op de millimeter perfect was, het ging er vooral om dat je de techniek begreep.

Met een tas vol tips & tricks en voorbeelden toog ik dus weer naar huis. Er is niet veel spul van de kraampjes aan mijn vingers blijven plakken: alleen twee setjes naalden en een tornmesje met ergonomisch heft, wat ik allemaal sowieso nog moest hebben. Maar wel nieuwe hoedjes, want we waren op tijd klaar en de hoedjeswinkel lag op de route tussen workshoplocatie en parkeerplaats. Dus vanaf nu weet ik hoe je paspelband moet maken en aanzetten (okee, dat wist ik al en dat hadden we vorig jaar ook al geoefend…), hoe je netjes een stuk stof ergens middenin repareert door er een nieuw stukje tussen te zetten (spoiler: met veel vloeken en schelden), hoe je een decoratief zigzag-bandje en soort van roosje maakt (oeh, zo’n bandje had ik op mijn bonnet moeten gebruiken!), en hoe je een blaasbalgzak maakt (superhip… not)!

17e eeuwse kirtle

Leuk hoor, spelen in een middeleeuws muziekgroepje! Maar de laatste tijd worden we ook steeds vaker geboekt voor evenementen in 17e eeuwse setting. Daar kunnen we niet in ons middeleeuwse kloffie komen aankakken. De twee keren dat ik mee ben geweest naar zo’n evenement heb ik kleding kunnen lenen van de Compagnie te Voet, maar ja, die past natuurlijk niet optimaal en het is ook niet de bedoeling dat ik dat blijf doen. Dus als voorbereiding op het nieuwe festivalseizoen ben ik bezig een 17e eeuwse outfit te maken.

Het is niet een periode waar ik me heel erg in heb verdiept, want om heel eerlijk te zijn vind ik 17e eeuwse kleding niet zo mooi… zowel die van de fancy-schmansy mensen met van die enorme kragen en gespen op de schoenen, als het eenvoudige kloffie van de boerenpummels. Ik ben daarom wat minder gemotiveerd om er net zo diep in te duiken als in middeleeuwse kleding en heb besloten dat een outfit die globaal aan de richtlijnen voldoet, maar goed genoeg moet zijn.
(‘Globaal aan de richtlijnen voldoen’ is dan nog steeds wel volgens Lenny-standaarden, hè? Dus wel historisch correcte stoffen en alle zichtbare naden met de hand genaaid! :P Maar ik zou je bijvoorbeeld niet kunnen vertellen of bepaalde elementen specifiek uit begin van die eeuw of halverwege die eeuw zijn, of het klopt dat/hoe ik baleinen in het lijfje heb genaaid en in hoeverre/waar er beleg zat aan de binnenkant.)

Mijn inlezen bestond dan ook vooral uit het via internet zoeken van afbeeldingen uit die tijd van het eenvoudigere volk en muzikanten. En gelukkig wilde Annelies me wel op weg helpen met foto’s van haar outfits en wat pagina’s uit een patroonboek (dank, Annelies!). Uiteraard heb ik ook de leenkleding goed bestudeerd toen ik die aan had.  ;)

Boerenkermis, Cornelis Dusart, 1680 – 1704
Boerenkermis, David Teniers, ca. 1665
Musicerende en dansende boeren, Cornelis Pietersz. 1650 – 1664
Feest in een herberg, Jan Havickszoon Steen, 1674

Anyway, you get the idea.

Als basis voor het patroon voor het lijfje gebruikte ik het patroon dat ik destijds voor mijn middeleeuwse kleding had getekend op basis van om mijn lijf gespelde stof. Want ik leer op mijn coupeuse-opleiding wel patroontekenen, maar dit soort kleding heeft toch echt een andere pasvorm… volgens mij deden ze nog niet aan coupenaden. :-)

Het betekende ook dat het maken van de rok wat anders ging. Gewoon twee rechte lappen en dan plooien, plooien en nog meer plooien… die allemaal met de hand moesten worden vastgestikt aan het lijfje. Argh!

Ook het koord maakte ik zelf, met behulp van een lucet.

Het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf. Want ook al ziet het er op de paspop niet uit (het ding is wat breder dan ik en vele malen minder flexibel), hij past me wonderwel goed! Van de allereerste versie van een nieuwe historische outfit verwacht ik doorgaans minder goed resultaat!

 

Ik was bang dat al die plooien bij de taille gingen leiden tot een enorme bulkende plek, maar dat is niet het geval. Er is alleen een klein issue met de baleinen die middenvoor om de een of andere reden omhoog piepen. Dat komt waarschijnlijk door de manier waarop ik de oogjes heb vastgenaaid en de plek en richting waar kracht wordt gezet door het koord. Ik ga er nog even op kauwen hoe ik dat oplos.

Maar deel één van de outfit is in ieder geval af! Volgende fase: een linnen hemd voor eronder en accessoires zoals een hoofdkapje, schort en ‘kletje’. En dan fase 3: een jackje om er overheen te dragen wanneer het wat frisser is. Ja, dat wordt doornaaien om alles op tijd af te krijgen…

Kosten: €63,50 (2 meter rode wol á €15, ongeveer €15 aan linnen voor de voering, twee doosjes met haakjes en oogjes (waarvan ik alleen de oogjes heb gebruikt), een klosje garen, en een rol balein van €10,50 waar ik wel nog veel van over heb voor een volgende keer. De lichtbruine wol van het lijfje, de donkerbruine wol voor de band op de rok en het rode wollen garen had ik nog liggen.) 
Bestede tijd:
niet bijgehouden, omdat ik met meerdere kostuumonderdelen tegelijk bezig ben en ik bovendien mijn mentale gezondheid probeer te behouden.