Toen we naar ons huidige kantoorpand verhuisden, maakte ik van papier een soort indicatoren om aan te geven of het toilet bezet was. In al zijn wijsheid had iemand namelijk besloten dat het op kantoor niet nodig is om dit te weten en dat je maar gewoon aan de deur moet rammelen. Superirritant natuurlijk als je degene bent die op de pot zit.
Wonder boven wonder hebben ze het een jaar volgehouden! Maar recentelijk zijn die papiertjes toch verwijderd, omdat de sloten werden gerepareerd. Een van de sloten deed het niet goed en een ander stond niet goed afgesteld (het lijntje op het slot stond precies in de tegenovergestelde richting als die van de andere, waardoor je al helemaal niet meer wist welke richting nou ‘open’ en ‘dicht’ impliceerde). En tijdens die actie hebben ze mijn maaksels er af gehaald.
Maar zelfs toen alle lijntjes dezelfde kant op wezen, onthielden mijn collega’s niet of dat betekende of het toilet bezet was of niet. Met als gevolg dat er wederom iedere keer dat je op het toilet zat, iemand aan de deur rammelde.
Okee, dan regel ik het wel weer. Nu met een verbeterd model papieren interface.
There, I fixed it. We kunnen weer rustig op de pot zitten.
Wat een superleuk uitje hadden we gisteren weer met ons Heksengodinnenclubje! <3 We zijn een workshop zilverklei gaan doen, in een supersfeervol ateliertje (met houtkachel!) in een achtertuin in het bosrijke Radio Kootwijk.
Zilverklei is eigenlijk wat de naam al aangeeft: het is kleibaar zilver. Je maakt eerst een vorm van de klei (snel, want het wordt megasnel hard!), dan moet het drogen, dan kun je het her en der nog wat bijschuren, en dan gaat het in de oven.
Mijn eerste kleisel. Grom, wat een gepruts op de millimeter… En aangezien het in de oven 10% kleiner gaat worden, moet je ook nog een beetje gokken wat de afmetingen moeten zijn.
Vervolgens poets je er met een staalborstel de witte laag af en dan heb je zilver!
Optioneel doe je daarna een soort zwartsel over je creatie heen, die je er met een sponsje weer globaal afschuurt, zodat er een donkere kleur in de groeven van je maaksel achterblijft. Of je gooit de boel in een polijstapparaat om het juist extra shiny te maken.
Rechtsboven: na het eraf poetsen van het witte spul. Linksboven: een schoongepoetst, maar daarna zwart gemaakt hangertje. Rechtsonderin: na het zwartsel er weer af te hebben geboend. Linksonderin: nadat het uit het polijstapparaat komt.
Heel belangrijk tijdens het werken is dat je genoeg snacks naar binnen werkt. Wij deden ons best om zo veel mogelijk pepernoten, chocolade, speculaaskoek, chips en groente-met-dip te verorberen en daarom zijn onze creaties zo goed gelukt.
Judith’s eikenblad(oor)hangers, Suus’ berenkophanger, Petra’s levenspadhanger met symbolische steentjes en mijn blaadje-, gewoonmooievorm- en ‘schroefdraad’hanger.
Zo leuk dat we allemaal heel verschillende dingen hebben gemaakt!
Mijn ‘schroefdraad’-hanger is totaal niet geworden wat oorspronkelijk de bedoeling was, maar het was om het restantje klei op te maken in de resterende tijd. Bij nader inzien was er genoeg tijd over geweest om het opnieuw en wel goed te doen, maar ach.
Terwijl alles in de oven lag hebben we even een wandelingetje gemaakt door de omgeving, waar Judith hoopte ons ‘haar’ wisenten te kunnen showen, maar helaas heeft geen enkel wild beest zich laten zien. Ook niet op de heen- en terugweg in de auto overigens – op een duffe pony na, maar ik vrees dat die niet telt.
Ter afsluiting hebben we de kleine gaatjes die nog in onze maag zaten, gevuld in een pannenkoekenrestaurant. (Het wild aan de muur en op de borden vonden we ook niet tellen.)
Dat was dus weer een supergezellige én productieve dag! Wat fijn om zo’n goed gelukte, tastbare herinneringen aan een fijne vriendinnendag over te houden. En wat fijn dat deze keer helemaal niets ‘op gevoel’ hoefde en het lang niet zo stonk als tijdens de vorige workshop.
Zo af en toe verlaat ik mijn Facebookbubble en kom ik in aanraking met de gemiddelde Nederlander. Meestal loopt dat niet zo goed af.
Op naailes zitten zulke typische gemiddelde mensen, die het alleen maar hebben over B-sterren in tv-programma’s, de kinderen, en ‘guttegut, het is toch weer wat’-actualiteiten. Afgelopen woensdagavond werd er eerst gediscussieerd over het feit dat Gerda Havertong haar huis te koop had gezet en waarom dat dan het geval zou zijn. Daarna ging het over het geboortekaartje dat de juf had ontvangen.
Wat was nou het probleem? De naam op het kaartje was ‘Morris’. Het was niet helemaal duidelijk of dat nou een jongensnaam of meisjesnaam was, maar het leek toch meer een jongensnaam te zijn. Maar het kaartje was roze! Dus wat nu? Moest ze nu een roze of een blauw kaartje terugsturen??
Dit dilemma werd maar liefst 20 minuten lang besproken. Er werd gegoogled of ‘Morris’ een jongens- of meisjesnaam was. Er werd gesuggereerd dat de kleur van het kaartje misschien toch meer ‘oudroze’ was in plaats van ‘babyroze’ en dat dat daarom misschien niet telde. De algehele conclusie was dat het toch echt wel zeer onhandig van deze ouders was geweest dat ze het zo hadden gebracht!
Ik suggereerde dat ze natuurlijk ook een kaartje in een andere kleur dan roze of blauw kon sturen. Maar dat was geen optie; ze had alleen deze in huis. Mijn voorstel om gewoon ‘gefeliciteerd met jullie kleine’ of ‘gefeliciteerd met de geboorte van Morris’ erop te zetten, werd zuchtend ontvangen. Dat moest dan maar… het was de énige optie in deze dramatisch verwarrende situatie! :’-)
Vandaag stond ik in de Primera om een cadeaubon voor een vriendin te kopen. “Is het een cadeautje?”, vroeg de kassamedewerkster. Ik slikte het antwoord “Nee, ik vind het gewoon heerlijk onpraktisch om eerst een bon voor mezelf te kopen en zo te betalen, in plaats van direct met pin” in en knikte vriendelijk. De medewerkster deed een mooi kartonnen doosje om de kaart heen.
“Is het voor een man of een vrouw?”, vroeg ze vervolgens. “Euh…”, aarzelde ik: “Is dat relevant?” “Ja natuurlijk!”, antwoordde ze: “Ik moet toch weten of ik een roze of blauw lintje erop moet doen?” Ik zei dat ik niet helemaal inzag wat dat uitmaakte. De medewerkster keek me ongelovig aan. “Denk je dat een man blij zal zijn als ik er een roze lintje op doe??” Ik besloot maar niet verder in discussie te gaan. “Doe maar gewoon beide kleuren erop”. “Ah,” concludeerde ze: “het is dus voor een man én een vrouw!” En tevreden rondde ze de decoratie af.
Zucht. Ik weet dat veel mensen lacherig doen om de trend rondom genderneutraal opvoeden. Maar ik ben er voorstander van. Natuurlijk zijn mannen en vrouwen niet hetzelfde en moet je op sommige punten rekening houden met verschillen. Maar zeg nou zelf, dit slaat toch hélemaal nergens meer op??
Ik organiseer al 15 jaar rond deze tijd van het jaar een filmdag. Het concept is dat we vanaf zondagmiddag tot en met zondagavond lui op/naast/voor de bank gaan hangen en films in een bepaald thema kijken. En heel veel snacks naar binnen stouwen. Een uitstekende bezigheid in de periode dat het weer slecht wordt en de mensen moe zijn. Ik had dan ook een hoop vrienden uitgenodigd die zich momenteel een beetje ‘meh’ voelen en wel een dagje dekenfort konden gebruiken.
Maar helaas, het animo voor de filmdag is al jaren tanende. De afgelopen keren zat ik ‘s middags steeds te duimen dat er in ieder geval íémand zou komen opdagen, wat niet zo heel leuk is. De trend was dat mensen niet meer al stipt om 13.00 uur arriveerden, maar steeds later op de dag kwamen binnenvallen. En ook steeds eerder weggingen. Waardoor we in plaats van 4 of zelfs 5 films, de laatste keren nog slechts 3 films konden kijken.
Voor de filmdag van gisteren had ik maar 4 definitieve aanmeldingen gehad en, naast een paar afmeldingen, voornamelijk geen enkele reactie of ‘oh leuk, ik houd het in gedachten’. Maar die laatste mensen zijn uiteindelijk allemaal niet gekomen en van de aanmelders zegde eentje ook nog ‘s ochtends af. De resterende drie mensen kwamen gedurende de dag een voor een binnendruppelen. En om 8 uur besloot men collectief dat het wel welletjes was geweest.
Dus hebben we ook nu maar 3 films gekeken: ‘Jaws’; met twee personen, ‘Muppets Treasure Island’; met 3 personen, en ‘Pirates of the Carribean’ (deel 1); met 4 personen. Het thema van dit jaar was namelijk ‘water’ en in praktijk werd dat toch vooral ‘zee’.
Ik had zelf alleen ‘Finding Nemo’ in die categorie op DVD, maar gelukkig hebben we tegenwoordig Netflix en heb ik ook een gratis proefabonnement op Disney+, dus er waren genoeg films om uit te kiezen.
Wat er ook genoeg aanwezig was, was snaai. We hebben voor de vorm nog een paar pizza’s laten bezorgen, maar eigenlijk was dat al te veel. *Burp*.
Ook Sammy heeft zich goed vermaakt. In het begin wist hij niet zo goed wat hij met de half verbouwde woonkamer en al die vreemde mensen aanmoest, en net als ik heeft hij nog steeds problemen met de overgang van de zomer- naar de wintertijd, maar uiteindelijk nestelde hij zich knus tussen ons in. En uiteraard probeerde hij af en toe wat snaai te confisceren.
Het was dus weer een gezellig en relaxed dagje, maar het einde van een lange traditie is helaas in zicht gekomen: deze 15e editie is wat mij betreft de laatste geweest.
Na mijn verjaardagsfeestje had ik een mailtje gekregen van de violist van een van de bands die was komen optreden:
Ik heb een ontzettend leuke muzikale collega, genaamd Flip, die ik graag aan je voor zou willen stellen via een blind-date. Ik weet niet of je daar voor open staat en ik ken je natuurlijk niet goed genoeg, maar zou jullie wel aan elkaar aanraden.
Bij voorbaat excuses voor mijn vrijpostigheid.
Whahaha!! Ik had in mijn hele leven uberhaupt nog nooit een date gehad, laat staat een blind date… XD ‘In mijn tijd’ ging je gewoon stappen en daar liep je dan iemand tegen het lijf, of je ontmoette iemand via je studie of vereniging ofzo. Wist ik veel hoe dat daten ging – het klonk vooral erg Amerikaans en gekunsteld.
Bovendien: ik zit nou niet bepaald te wachten op een relatie. Laat mij voorlopig maar lekker single blijven.
Desondanks vond ik het hele concept wel intrigerend. Hoe vaak regelt iemand nou een blind date voor je? Bovendien was ik natuurlijk stiknieuwsgierig geworden over wie hij dan bij mij vond passen. Dus mailde ik terug dat ik niet op zoek was naar een relatie, maar dat ik wel op het aanbod in wilde gaan als het mocht in het kader van ‘leuke nieuwe mensen ontmoeten’. Dat mocht; leuke muzikale collega Flip bleek daar gelukkig ook voor in te zijn.
Dus werd de date voor ons geregeld. (Wist ik veel… ik had verwacht dat ik zijn telefoonnummer zou krijgen en dat we dan samen een datum en locatie zouden prikken. Maar nee, ook dat werd ons uit handen genomen!). Gelukkig werd het ‘gewoon’ een restaurantje en wist ik dat van tevoren (ik moet natuurlijk wel weten of killerheels of juist wandelschoenen gepast zijn), dus mocht het nou écht niks zijn dan kon ik het toetje gewoon overslaan en op tijd weer naar huis.
Wat er níet voor ons was geregeld, was een manier om elkaar te herkennen. Dat had de koppelaar dan weer bewust weggelaten. Wel kregen we elkaars telefoonnummer.
Twee uur voor de afspraak ontving ik een hint van mijn date via WhatsApp:
Oeh, een instagrammer wellicht? Mijn fotoskillz zijn ondanks een cursus niet echt ontwikkeld en ik heb in heel mijn leven misschien tweemaal ergens een filter overheen gegooid, dus ik antwoordde maar gewoon op de Lenny-manier:
Zowat precies op het moment dat ik bij het restaurant arriveerde, arriveerde leuke muzikant Flip ook. We herkenden elkaar gelijk. En twee seconden later wist ik eigenlijk al: nope, dit wordt ‘m niet…
We hebben op zich best een gezellig etentje gehad hoor, en er zijn niet eens pijnlijke stiltes gevallen. Maar we matchen gewoon voor geen meter. Jawel, we maken beiden muziek, maar ik folk- en middeleeuwse muziek, hij klassieke muziek in een symfonieorkest. Ik ben een ochtendmens, hij een avondmens. Hij heeft kinderen, ik een kat. Hij werkt al 15 jaar bij hetzelfde bedrijf, ik heb met mijn 5 jaar bij de universiteit een record gebroken. En zo ging het de hele avond door.
Bij het afscheid nemen deed hij geen poging iets nieuws af te spreken. Ik zei dat ik het gezellig had gevonden, maar dat we ook behoorlijk verschillend waren. Hij was het daar mee eens. Dus we zijn weer ieder ons weegs gegaan.
En ik heb er niet eens een hilarisch rampverhaal aan overgehouden om aan mijn vrienden te vertellen en er achteraf nog eens hartelijk om te kunnen lachen! Eigenlijk is dat nog wel de grootste teleurstelling.
Onze secretaresse had het initiatief genomen om een bowlinguitje te organiseren voor onze dienst. Geen officieel bedrijfsuitje, gewoon voor de mensen die het leuk vonden, omdat het kan.
Dus pakten we gisteren om 4 uur al onze spullen in en verlieten we kantoor, om eerst een half uurtje te gaan borrelen en te horen in welke teams we waren ingedeeld. Ondertussen werden ook ‘Big Lebowski’ plakbaarden en dergelijke uitgedeeld.
Die had ik niet nodig, ik was al in stemmig tenue dankzij mijn authentieke Google bowlingshirt! Spuuglelijk, maar hee, gekregen tijdens mijn bezoekje aan Google’s hoofdkantoor toen we met alle partners gingen bowlen. Hij heeft jarenlang in de kast liggen wachten tot deze gelegenheid en hierna mag hij eindelijk weg.
Vervolgens hebben we een uurtje gebowld, waarin we net (niet) twee rondes konden doen.
Ik was in een team ingedeeld waarin ook een collega zat die ik altijd een beetje probeer te mijden, omdat ze zo ontzettend zinloos kan ouwehoeren. Het gaat alleen maar over koetjes en kalfjes; om het praten op zich en niet om de inhoud van het gesprek. Maar nu kon ik haar uiteraard niet vermijden. “Gezellig hè? Nou, het is wel aanpoten hoor! De vorige keer dat ik ging bowlen, werd er steeds naar me geroepen dat ik aan de beurt was. Was ik net lekker in gesprek, moest ik alweer een bal gooien!” :’-)
Voor de mensen die me wel eens gevraagd hebben: “Ben jij ook ergens niet goed in??”: yep, in bowlen. :’-D Ik geloof dat ik op één collega na, de laagste score van iedereen had… Ondanks dat ik bewust allerlei verschillende ballen en werptechnieken heb uitgeprobeerd om mijn worpen te optimaliseren. Het had geen enkele zin. Ach ja.
Nou was het ook best moeilijk om te me te concentreren, want de muziek stond enorm hard en overal knipperden lampen en flitsten beelden op monitors. Ik ben blij dat ik niet autistisch ben of gevoelig voor epileptische aanvallen, want dan had ik geen minuut op die banen overleefd. Ik moest echt mijn best doen om ook nog te horen wat een medewerker steeds omriep, aangezien het ook de bedoeling was dat we tussen het bowlen door spelletjes deden voor extra snacks, shotjes, ballonnen, of andere meuk.
Diverse andere collega’s zijn achteraf nog gaan eten in een pizzeria, maar aangezien ik de afgelopen twee weken al meermaals was gaan uit eten, vond ik het wel welletjes en ben ik naar huis gegaan voor de start van een welverdiend weekend!
Het was gisteravond weer tijd voor een reünietje van oud-collega’s. We spraken af bij Stadskasteel Oudaen in Utrecht.
Dat klonk als een mooi restaurant, want het schijnt het oudste gebouw in Utrecht te zijn. De gevel was inderdaad mooi, maar binnen was het ontzéttend rumoerig. Het gebabbel van alle aanwezigen werd nog eens overtroffen door de muziek die veel te hard stond.
Omdat René helaas had afgezegd, hadden we de grote ronde tafel die ons was toebedeeld niet nodig en informeerde ik of er ook een tafeltje voor 4 over was. Dat was het geval, maar helaas stond die niet in een rustiger gedeelte van het pand. Wel zaten we nu dichter bij elkaar, zodat we door voorover te leunen naar elkaar, wel enigszins konden converseren.
De bediening was ook een beetje bijzonder. Het duurde even voordat iemand naar ons toe kwam met de vraag wat we wilden eten, maar wij zaten nog te wachten op de menukaart… Blijkbaar stond er één exemplaar verscholen in het houdertje op onze tafel. Maar ze besloten toen ons toch maar 3 extra exemplaren te overhandigen.
Als hoofdgerecht bestelde ik kipsaté. Ik verwachtte een spiesje met wat stukjes vlees, maar ik kreeg een bord met zowat een complete kip in stukjes erop, bedekt onder een deken van heftige satésaus. Na excavatie ontdekte ik ook nog wat groenten onder die berg, die blijkbaar voor de gado-gado door moest gaan. Uiteraard zat ik na twee happen van het spul al vol. :-S
Maar goed ook, want een toetje bestellen was blijkbaar niet de bedoeling. Nadat ons hoofdgerecht was afgeruimd kwam er ook iemand langs om de vier menu-kaarten, die we in dat houdertje hadden teruggestopt, weg te halen. Euh… maar daar stonden toch ook de toetjes in? Na minstens een half uur genegeerd te zijn door het personeel, kwam er iemand naar onze tafel om te vragen of we nog koffie of thee wilden. Okee… geen toetje dus.
Ach ja, de traditionele slechte selfie is wel goed mislukt. Dankzij mijn nieuwe telefoon, die ondanks theoretisch dezelfde specs doorgaans een veel slechter cameraresultaat geeft dan mijn vorige model.
Vorig jaar was ik helaas niet naar balfolkfestival CaDansa kunnen gaan vanwege de Moresnet LARP, maar dit jaar werden de evenementen gelukkig in verschillende weekenden gepland. CaDansa was voor het eerst in Steenwijk, in plaats van het makkelijk dichtbij gelegen Duiven. Dat betekende dat ik een hotelletje moest boeken voor overnachting en dat was weer een drempel om wat langer te gaan. Maar aangezien mijn herfstvakantie al volgepland genoeg was, vond ik het eigenlijk wel prima om alleen op zaterdag en zondag te gaan.
De zaterdag was vooral bedoeld om zelf te kunnen dansen. De zondag zou namelijk voornamelijk in het teken staan van ons tweede optreden met Androneda!!
foto door Ronald Rietman
Op CaDansa is er namelijk ook altijd een open podium, waarvoor je jezelf kunt opgeven. We zijn dus niet officieel geboekt, maar dit was een mooie gelegenheid voor ons om onze nieuwe nummers uit te proberen en weer wat speelervaring met z’n drieën op te doen. Want op een podium samen spelen voor publiek is toch heel wat anders dan samen in de huiskamer oefenen… En dan is een open podium een ideale ‘generale repetitie’.
Een generale repetitie was ook wel nodig, want ik moet nog heel erg wennen aan versterkt spelen en bovendien gebruikte ik voor het eerst mijn nieuwe doedelzakmicrofoons. De bourdonmicrofoons werkten prima, maar de microfoon op mijn speelpijp bleek ook het geluid van mijn vingers op te pikken als ik de gaten in de pijp dichtsloeg. Waardoor je dus continu ‘pop’ hoorde. :-S Gelukkig mocht ik Wouter’s zelf gefabriceerde handschoen lenen, waar je een microfoontje aan kunt klikken, zodat je microfoon op je hand i.p.v. op het instrument vastzit. Leuk systeem, alleen had hij daarvoor een brace gebruikt die niet alleen superstug is, maar ook een beetje te groot voor mijn hand. Mijn vingervrijheid werd dus wel een beetje belemmerd en dat was raar spelen. Dat wordt dus binnenkort zelf gaan prutsen om een voor mij praktische oplossing te vinden.
Tijdens het optreden moest er nog meer bijgesteld worden, omdat er raar gekraak te horen was. Bleek dat een van de stekkers van mijn microfoons niet goed vastzat. Zucht, je moet ook alles controleren! En dan zit alles eindelijk goed bekabeld aan mijn instrument én aan mijn hand, en dan moet ik tijdens het optreden alles weer neerleggen en eraf klikken omdat ik een liedje moet zingen via de zangmicrofoon. En daarna moet alles weer om en erop worden geklikt. Zucht.
Ook was het heel erg wennen om te luisteren naar hoe je versterkt klinkt. “Is het zo goed?” Euh, geen idee… ik hoor het alleen via de monitor. “Kun je jezelf zo goed horen tussen de anderen?” Ja, prima. Oh wacht, maar nu we eenmaal zijn begonnen met optreden en de rest helemaal los gaat en dus veel meer volume gaat maken (oh ja, dat kan met trekzak en saxofoon, in tegenstelling tot met een doedelzak) ineens niet meer! :-O
Maar ondanks al de ongebruikelijke omstandigheden ging het optreden best wel goed! Natuurlijk maakten we foutjes, maar niets dat heel erg opviel geloof ik. En als er direct na afloop van het optreden iemand naar je toe komt met een visitekaartje om je uit te nodigen op zijn bal te komen spelen, is dat een goed teken.
(Nu ik er achteraf over nadenk: ik ben helemaal niet nerveus geweest! Alleen maar heel geconcentreerd.)
We hoopten natuurlijk heel hard dat er voldoende mensen zouden komen dansen/luisteren, want voor een lege zaal spelen is erg lullig, maar we hadden tactisch een slot geboekt dat samenviel met een soundcheck op het hoofdpodium en bovendien hadden we het aan veel mensen verteld, die allemaal erg nieuwsgierig waren naar onze band. Dus ook de zaal was vol genoeg.
Foto door Ork Fotografie
Iemand zei me naderhand dat hij het zo leuk vond dat ik ook ‘een Limburgse traditional’ had gezongen. Heh, die komt vers uit mijn eigen pen, maar het zou geweldig zijn als die op een gegeven moment daadwerkelijk als onderdeel van de Limburgse volksmuziekcultuur gaat worden beschouwd.
Het was inderdaad maar goed dat ik zaterdag redelijk wat gedanst heb, want zondag is er ook na het optreden niet zo heel veel van gekomen. Niet alleen vanwege ons eigen optreden, maar ook omdat ik veel meer met bekenden heb gehangen en gekletst dan ik normaal gesproken op CaDansa doe. En het dansen heb ik ook veel meer in de open podiumruimte gedaan dan bij het hoofdpodium. Het zorgde ervoor dat het een heel gezellig en knus festival was, ondanks dat het gebouw veel groter was dan dat op de vorige locatie en ondanks de grote hoeveelheid internationale bezoekers die ik niet kende.
Eigenlijk had ik er nog wel een dagje extra door kunnen brengen. Want ondanks enkele pogingen heb ik de lounge ruimte helemaal niet kunnen zien, en heb ik alleen gelegenheid gehad om met Ork de photobooth in te duiken.
Judith en ik hadden al een tijdje geleden een datum geprikt om samen wat te gaan doen, maar pas de dag ervoor werd duidelijk wat het precies ging worden. Eén van de opties die we hadden bedacht was naar de film Downton Abbey – en gelukkig draaide die nog steeds, hoewel er slechts een handjevol mensen in de zaal zat. Vooraf zijn we lekker gaan eten in het restaurant bij de Pathé en toen was het tijd voor de film.
Het verhaal draait om de familie en hun personeel die in landhuis Downton Abbey woont. Ze krijgen koninklijk bezoek en natuurlijk is daardoor het hele huis in rep en roer om alles goed voorbereid te krijgen en om geen blunders te begaan. En natuurlijk spelen er ook weer een hoop onderlinge wrevels.
Voor degenen die de serie niet kennen: de film is hier op gebaseerd, maar het verhaal is ook prima te volgen als je de serie niet of nauwelijks gezien hebt. Je mist alleen wat achtergrondkennis over de personages, die natuurlijk al een heel verleden met elkaar hebben.
Ik wist van tevoren al dat het geen film was die je per se in de bios moet gaan zien. Sterker nog, eigenlijk kun je hem beter thuis kijken, want het grote doek heeft weinig meerwaarde. Geen 3D, geen special effects, gewoon ouderwetsch interpersoonlijk drama binnen families en tussen ‘upstairs’ en ‘downstairs’, precies zoals je mag verwachten van deze film.
Het is genieten van de mooie opnamelocaties. Waarom maken we tegenwoordig niet meer van die mooie huizen en knusse straatjes? De balscène aan het eind van de film was wel een beetje tenenkrommend, omdat het overduidelijk was dat eigenlijk alleen wat figuranten fatsoenlijk konden walsen. Ze hebben er tactisch omheen proberen te monteren (na twee stappen weer een volgend shot), maar voor dansers is het plaatsvervangende schaamte als zelfs de koningin maar wat op een neer hobbelt. :-X
Het was desondanks leuk om hem te zien en Judith en ik hebben herhaaldelijk gelachen om alle nare steken onder water (of gewoon boven tafel) die men elkaar toebracht. Dat, plus het prachtige taalgebruik, is wel inspiratie voor LARP’s! Jammer dat Moresnet nét achter de rug is. Maar het was daardoor ook wel weer een beetje nagenieten.
Toen ik mijn achtertuin opnieuw inrichtte, verhuisde ik tijdelijk diverse planten naar de voortuin. Met het idee ze later weer terug te zetten in de achtertuin en vervolgens de voortuin aan te pakken. Maar afgelopen lente hoorde ik van pa dat ik daar eigenlijk al te laat mee was – planten verplaatsen kun je beter in de herfst doen. Oh.
Na me een half jaar geërgerd te hebben aan een rommelige voortuin, was het gisteren eindelijk tijd om de boel om te zetten. Pa en ma waren wederom zo lief om me te komen helpen! (Al vermoed ik dat pa ook al een half jaar zat te handenwringen om in mijn tuin te komen werken.)
Eerst werden alle herfstbladeren uit de tuin geharkt. Vervolgens werden alle kleinere plantjes eruit gehaald en kregen ze voor zover gewenst een nieuw plekje in de achtertuin toebedeeld. Sommige planten moesten helaas richting container, maar de overbuurman heeft er ook nog een paar overgenomen.
Omdat ik boomschors wilde leggen en dat betekende dat de tuin een paar centimeter hoger ging worden terwijl er al behoorlijk wat grond in die voortuin lag, hebben we heeft pa een hoop aarde uitgegraven en met de kruiwagen naar de achtertuin getransporteerd. En over mijn mooie nieuwe grasveldje gedumpt. Tsja, het grasveld lag een centimeter lager dan de rand van het terras en tuinpad, wat het erg moeilijk maakte om de randjes goed te maaien. Hopelijk gaat dat komend jaar beter, nu de boel is opgehoogd en beter is geëgaliseerd. Alleen moet ik nu weer wachten totdat het opnieuw ingezaaide graszaad ontkiemt en de boel weer mooi groen wordt.
Volgende stap: een sleuf graven langs de rand van de voortuin en het pallisadeband erin zetten. Dan de grond in de voortuin enigszins egaliseren en er worteldoek overheen leggen. Gaten knippen voor de planten en de plantjes terugzetten. En dan boomschors er overheen strooien.
Dat strooien is natuurlijk het makkelijkste werk, maar inschatten hoeveel zakken je nodig hebt niet. Op de zakken staat als indicatie dat je 40 liter per 2 m2 nodig hebt, maar daar red je het dus absoluut niet mee als je het worteldoek onzichtbaar wil wegwerken. :-/ Gisteren kregen we het daardoor niet helemaal mooi dicht gelegd. Vandaag weer naar de bouwmarkt gereden en nog meer zakken schors gehaald en nu ligt het wel mooi dicht en is het officieel af!
De voortuin is zeker niet mijn ideale ontwerp. Ik houd van organische vormen en had het allerliefste een beschut kronkelpaadje naar mijn voordeur gehad temidden van struikjes. Maar ja, er ligt nu eenmaal al een gezamenlijk looppad van mijn buren en mij, dat ga je niet zomaar opbreken. En ik vond het ook zonde om de grote struiken die al in de tuin stonden eruit te slopen, dus daar moest ik omheen werken. Ook de pallissadepaaltjes zijn niet helemaal mijn ding, maar het was of een klein afrasteringetje, of echt enórm veel aarde moeten uitgraven zodat de boomschors in een kuil zou komen te liggen, om te voorkomen dat al het spul op de stoep belandt (mijn voortuin loopt namelijk iets schuin af).
Dit is dus een soort concessievoortuin. Het is in ieder geval beter dan wat het was en hopelijk ook een stukje onderhoudsarmer vanwege het worteldoek. Er zit nu in ieder geval duidelijk een gedachte achter, in plaats dat het een stukje aarde is met op willekeurige plekken wat al dan niet ontplofte planten, en drie lullige nutteloze tegels onder het raam.
Weer een klus van de to-do-lijst af! En aangezien pa ook de rozenstruik in de achtertuin heeft gesnoeid, kan ik nu ook bij de kozijnen van de schuur om die te gaan schilderen. Pappie en mammie, héél erg bedankt voor alle hulp!! <3