Androneda: naam & logo

Afgelopen vrijdag hadden we ons eerste optreden met Androneda. Maar ik loop een beetje achter met bloggen over onze nieuw opgerichte balfolkband, want eerder hadden we nog werktitel ‘Trekdoedelsax‘. Die naam was ontstaan doordat Wouter voor ons een Whatsapp-groep had aangemaakt en het ding die naam had gegeven. Geintje, aangezien onze instrumenten een trekzak, doedelzak en saxofoon zijn. Maar die term bleef best wel hangen. En niemand kwam met een betere naam. Werd dat dan dus ook maar onze bandnaam..?

Patricia en ik vonden ‘m wel leuk en doordat we hem al zo vaak hadden gebruikt, waren we er al een beetje aan gehecht geraakt. Wouter twijfelde. Van sommige mensen kregen we positieve reacties. Van anderen niet. Hmm.

En toen moest ons eerste optreden officieel aangekondigd worden. Het was nu of nooit: over een week zou de naam wereldkundig gemaakt worden en dan zaten we er aan vast. Ai, paniek! Toch maar even brainstormen om te kijken of we met wat leukers konden komen.

We hebben tijdens een repetitie de koppen bij elkaar gestoken. We hebben elkaar 3 dagen lang bestookt met voorstellen via Whatsapp. En we kwamen er niet uit. Man, wat is het moeilijk om een naam te vinden die bij je groep past, die niet kazig is, die praktisch is, waar alle bandleden het mee eens zijn, én die nog niet in gebruik is!

Op een maandagochtend, jawel, besloot ik op een andere manier te gaan denken. Niet uitgaan van woordspelingen en betekenissen, maar van een mooie klank. Welke bandnamen vind ik mooi? Eens kijken: Naragonia, Blowzabella, zoiets.
Wouter had eerder al eens voorgesteld iets met ‘drone’ (bourdon op z’n Engels, niet het vliegende ding ;-) ) te doen. Okee. ‘Dronia’? Toen dacht ik aan ‘Andro’, een veel voorkomende dans in de balfolkmuziek. ‘Andronia’? Mijn hersenen maakten vervolgens de associatie met ‘Andromeda’, de vrouw uit de Griekse mythologie en het sterrenbeeld. Oh! ‘Androneda’! Maar liefst 3 verwijzingen in één woord! :-P

Tot mijn opluchting vonden mijn mede-muzikanten het ook een mooie naam. En wonder boven wonder vond ik via Google nauwelijks anderen die al van deze naam gebruik hadden gemaakt. Het is 12 jaar geleden gebruikt als albumnaam door een buitenlandse Ambient-groep, het schijnt een designlamp te zijn, en er is een gelijknamige site gewijd aan drones (wel de vliegende dingen), maar verder nauwelijks iets. Hoezee! We hadden een naam!

Wel een beetje jammer van het logo, waar we al over na hadden gedacht toen we nog ‘Trekdoedelsax’ overwogen. We hadden het idee om een tekening te maken van een samengesteld instrument, zoiets als dit:


Dat was wel wat druk om als logo te gebruiken, dus had
ik ook een gestyleerde versie ervan gephotoshopped:

Maar ja, inmiddels was het Androneda geworden, dus dat ontwerp kon in de prullenbak. Wat nu? Misschien iets met het sterrenbeeld?
*Klik* *klik* *klik* deed mijn brein.

Een sterrenkaart van onze instrumenten, met de Andromeda-nevel er ook nog in! :-D

Belachelijk, hoe creativiteit werkt. Drie dagen je hersenen gepijnigd over een naam, en dan bedenk je vervolgens het logo in drie seconden. Zucht.

Maar goed, creatief of niet, ik geef gelijk toe dat mijn kwaliteiten niet liggen op het gebied van vormgeving. Gelukkig is daar mijn lieve Zwusje, die een opleiding tot grafisch vormgever heeft gedaan. Met dank aan haar (zowel aan haar vaardigheden als haar geduld met mijn veeleisendheid – laten we zeggen dat het niet in een week af was…) hebben we nu daadwerkelijk een professionele versie van het logo!

Met trots presenteren we hierbij: het spiksplinternieuwe Androneda-logo! ^_^

Workshopweekend & Androneda’s eerste optreden!

Afgelopen weekend was ik weer even thuis. Bij mijn niet-biologische familie dan. Want zo voelde het. Het jaarlijkse workshopweekend van stichting Draailier & Doedelzak is altijd heerlijk: lekker muziek maken en dansen met leuke mensen, waarvan veel oude bekenden. En het zonnetje werkte ook nog eens goed mee! <3

Extra speciaal was dat we op de vrijdagavond ons debuutoptreden met Androneda hadden! Dat was best spannend, al was het alleen maar omdat het de vraag was of mijn nieuwe doedelzak op tijd zou arriveren. Die had ik namelijk opgestuurd naar de bouwer in Engeland, want zoals ik al eerder schreef, was de blaaspijp te lang voor mij. En als ik die toch liet aanpassen, kon ik gelijk de zakvorm laten veranderen en de naden naar binnen laten zetten. En als ik dat deed, kon ik ook wel de bourdons laten verplaatsen, zodat ze niet meer rechtstreeks in mijn oor zouden tetteren, maar over mijn rechterarm kwamen te liggen (zoals bij veel borderpipes het geval is).

Ruim op tijd had ik hem binnen, maar… de bourdons bleken precies voor mijn boezem geplaatst te zijn. En omdat ik de zak altijd flink diep onder mijn arm stop, werd mijn linkerborst daardoor behoorlijk geplet. Auw… dat speelt niet bepaald lekker! Dus dat werd wéér een retourtje Engeland, met een nieuwe schets voor de zak in de hoop dat het dan beter zou passen. Dat was gelukkig het geval, maar de doedelzak arriveerde pas afgelopen woensdag, waardoor ik welgeteld 2 dagen had om aan de nieuwe doedelzak te wennen…

Gelukkig had ik op vrijdagmiddag eindelijk een comfortabele houding gevonden en konden we ‘s avonds lekker spelen!

Ik steek nu wel een stukje uit aan de zijkant. :-P

Het optreden ging veel beter dan ik had verwacht. Ik dacht dat er gegarandeerd wel iets flink mis zou gaan, maar ondanks dat het natuurlijk niet 100% perfect ging, hebben we wel gewoon een goed optreden neergezet. Ik was niet eens zenuwachtig vooraf! Ik was tijdens het spelen vooral gespannen omdat ik bang was dat ik zou worden afgeleid door dansers, microfoonsnoeren, paparazzo-camera’s of wat dan ook en zou vergeten bij welke herhaling we ook alweer waren. :-P

Die microfoons zijn ook nog wel een ding trouwens. Omdat ik nog geen eigen set heb, mocht ik die van Wouter lenen. Kon ik gelijk uitproberen of ik die set-up handig vind. Maar die microfoontjes moesten met duckttape aan mijn pijpen worden bevestigd. Vervolgens gingen de kabels naar een kastje dat ik aan mijn riem moest hangen – maar ik droeg een jurkje dus had geen riem. :-) Gelukkig was dat op te lossen met een stukje touw dat de organisatie had liggen, en kon ik ‘m omhangen. Voor de volgende keer toch even een meer permanente oplossing voor bedenken. :-)

Wat jammer was, was dat het programma ontzettend was uitgelopen. We waren ingepland rond 22.30 uur, maar op dat tijdstip was de band voor ons net klaar met soundchecken… Uiteindelijk beklommen we pas rond 23.45 uur het podium en toen waren veel mensen logischerwijs al naar bed. Maar goed, we hebben desondanks niet voor een lege zaal hoeven spelen.

We hebben heel veel complimentjes gekregen, onder andere over dat onze instrumenten zo goed samen klinken. En we hebben nu al meerdere uitnodigingen in onze zak om ergens te komen spelen, zodra we genoeg repertoire hebben om een volledig uur te kunnen vullen! Dus we moeten nu flink aan de bak. :-)

De workshop die ik zaterdag en zondag volgde was ook heel geslaagd. We hebben gewerkt met spelen in andere toonsoorten. Onze doedelzakken staan in G, maar door je bourdons dicht te doen (of er gewoon een stukje af / tussenuit te halen en opnieuw te stemmen, zoals onze docent deed!) kun je sommige nummers ook in andere toonsoorten spelen. Daar is je doedelzak niet op gebouwd, dus het is wel een uitdaging om de tonen zuiver te krijgen. En het is heel erg wennen aan al die vingercombinaties die je normaal gesproken nooit gebruikt! Cis-bes-d-es-cis-b… argh!! XD

Op mijn nieuwe doedelzak klinkt de vingergreep die ik normaal gesproken voor een cis gebruik, niet optimaal, dus adviseerde de docent me een andere vingergreep te gebruiken. Dus dat was nog meer wennen. En tijdens een ander nummer raadde hij ons aan om nóg een andere greep te gebruiken, want dan konden we sneller switchen tussen de noten, omdat we dan maar één vinger erbij of eraf hoefden te doen. Ja, supermakkelijk zo, je moeten concentreren op het liedje, rare grepen én onthouden welke van de 3 vingerzettingen je ditmaal voor een cis moet nemen… :-S

Hoewel het best pittig was – al was het alleen maar omdat melodieën op gehoor aanleren nog steeds niet mijn forte is – heb ik me geen enkel moment gefrustreerd gevoeld. Ik heb juist ontzettend veel gelachen, ook om mijn eigen fouten (“Ehm, kun je deel B voor de 12e keer nog even voor me herhalen?” XD). De docent was dan ook een supertoffe kerel die het heel luchtig en relaxed bracht.

Toch typisch, hoe mijn hoofd structuur nodig heeft. Geef mij bladmuziek en ik speel het zo weg. Maar als ik een liedje hoor dat in stukjes wordt voorgespeeld, snap ik soms gewoon niet hoe het liedje in elkaar zit en daardoor onthoud ik de noten niet. Er was een scottish waarbij ik maar blééf klooien bij deel A. De noten bleven niet hangen en de timing van sommige noten kwam compleet onlogisch op me over. Later bleek dat ik de eerste noten als opmaat had gehoord, terwijl het accent gewoon op de eerste tel moest liggen. Oooooooohhhh…. En toen deed het nummer ineens ‘klik’ en speelde ik het probleemloos weg. Als ik bladmuziek had gehad, had ik die structuur gelijk kunnen zien. Soms denk ik dus wel eens dat het zou helpen als we gewoon een minuutje de bladmuziek kregen om die te bestuderen, ook al mogen we daar vervolgens niet vanaf spelen. Want dan heb ik meer tijd om te focussen op het leren van de techniekjes in plaats van veel tijd aan het leren van de melodie te besteden. Maar goed, van zo’n workshop leer ik natuurlijk ook spelen op gehoor, wat ook belangrijk is.

Veel slaap heb ik niet gehad, terwijl ik echt niet een van de bikkels was die
tot diep in de nacht opbleven om sessie te spelen. Muzikant én ochtendmens zijn is een slechte combinatie… Vandaag dus behoorlijk brak op mijn werk, maar heerlijk aan het nagenieten. Ik heb nu alweer zin in het weekend van volgend jaar. En in ons volgende optreden!

Cirque Noir aankopen

LARP is een dure hobby, weten alle LARP-ers en mijn bankrekening. Nou maak ik zelf mijn kostuums, wat enerzijds geld scheelt omdat de outfits die ik draag erg veel geld zouden kosten om kant-en-klaar aan te schaffen of op maat te laten maken, en anderzijds geld kost omdat mijn kostuums doorgaans een stuk fancy-er zijn dan het spul dat je in de kringloopwinkel kunt scoren.

Maar naast de outfit zijn er nog de accessoires. Voor Moresnet had ik een belachelijke hoeveelheid geld uitgegeven aan dingetjes die bij mijn rol horen: van papieren mappen tot een handtas, maar ook een authentieke bril, een wapenstempel en een pen.

Voor Cirque Noir, dat in mei is en zich afspeelt in 1927, heb ik me meer ingehouden. Niet eens zo zeer wat betreft het aantal accessoires, maar vooral qua kosten: ik heb veel minder semi-historisch correct spul gekocht; vooral dingen die er voldoende op lijken (“Het is geen re-enactment, het is geen re-enactment, het is geen re-enactment…” *herhaal mantra tot in den treure en geloof het dan nog steeds niet*). Maar toch heb ik superveel leuke dingetjes weten te scoren!

Ik zou een (voormalig) dierentemmer in een circus gaan spelen, dus vond ik dat ik nodig had:

  • Twee zwepen: een nepleren van Partywinkel.nl (€8,20) en een ‘longeerzweep’ van Decathlon.nl (€7,99). In eerste instantie zocht ik op Marktplaats naar een goedkope tweedehandsversie. Maar die waren nauwelijks goedkoper of zelfs duurder dan die van de Decathlon. Dan maar geen fancy leren handvat, polyester is ook goed. Het kostte alleen wat ruzie met PostNL om het enorm lange ding geleverd te krijgen (hoewel hij in theorie natuurlijk gewoon door de brievenbus zou moeten kunnen :-P ).
  • Een hoelahoep-hoepel van Decathlon.nl (€6,99). Ook hiervoor keek ik eerst op Marktplaats, in de hoop er een mooie oude houten hoepel te vinden. Niet dus, of heel duur, of niet in de buurt om op te halen. En gewone hoelahoeps waren in maatje kind, dus ongeloofwaardig dat een tijger er doorheen past. Maar weer bracht Decathlon uitkomst met dit maatje Extra Large. Hij is weliswaar van zeer niet-historisch correct blauw kunststof, maar dat was makkelijk op te lossen met wat stof: schuin van draad knippen, reepjes aan elkaar stikken en wikkelen maar!
  • Een jaren ’20 pruik via Bol.com (€27,92). Hoezee, ik hoef me eindelijk eens geen zorgen te maken over hoe ik in godesnaam een historisch verantwoord kapsel creëer met mijn onmogelijke haar! En die pruik ziet er lang niet zo nep uit als ik vreesde! \o/
  • Laarzen die tot boven de knie komen, van Zalando (€24,95). De perfecte aanvulling op mijn kostuum, want ze lijken heel goed op wat mijn grote voorbeeldpersonage destijds droeg! Ik had niet verwacht dit soort schoenen te kunnen vinden, laat staan voor een acceptabele prijs, dus ik had al plannen gemaakt om zelf laarzenkappen van leer te maken. Maar ik had geen lappen leer meer liggen die groot genoeg waren. En leer is enorm prijzig. Toen vond ik deze belachelijk goedkope exemplaren (van nepleer uiteraard), die ook nog eens perfect bleken te passen. Hoezee!

Ik was echt superblij met mijn aankopen! Maar toen ontving ik mijn rolbeschrijving. Ik wist al dat ik een ‘voormalig’ dierentemmer was en dat ik worstelde met mijn nieuwe rol in het circus, omdat mijn tijger was overleden. Dat stond in de bevestigingsmail die we ruim op tijd hadden ontvangen (een maand geleden), zodat we vast aan de slag konden met ons kostuum en eventuele act. Ik had daaruit begrepen dat ik nog zoekende was naar die nieuwe rol. Ik wist dus wel dat ik mijn hoepel en zwepen niet actief kon gaan gebruiken (al was het alleen maar omdat ook een bijbehorende tijger aanschaffen niet echt een optie is), maar er een beetje sip mee rondslepen om de sfeer neer te zetten kon natuurlijk wel.

Maar toen een paar dagen geleden de uitgebreide rolbeschrijving werd toegestuurd, stond daar ineens in dat ik al een nieuwe functie hád! En iets compleet anders dan dierentemmer! Oh… hadden ze die nieuwe rol er niet bij kunnen vermelden toen ze zeiden dat ik met het kostuum aan de slag kon…? :-(

Dat kostuum vordert namelijk ook al behoorlijk, en ook daar heb ik al flink wat geld aan uitgegeven. Dat was dus even een flinke domper. Hopelijk kan ik de rol zo insteken dat ik toch nog een dierentemmer-outfit aan kan, want ik ben echt niet van plan om dit weg te gooien en iets anders te gaan naaien. Ik denk dat het wel moet lukken, maar ik wacht nog op feedback van de spelleiding. Tot die tijd ga ik maar gewoon door met naaien… alleen een stuk minder enthousiast over mijn aankopen dan voorheen.

Bonbon etagère van theekopjes

Je hebt ze vast al eens een keertje ergens gezien: van die etagères voor snoep, gemaakt van gestapelde theekopjes en schoteltjes. Het is dan ook totaal niet meer origineel om zelf te maken, maar desondanks vind ik ze erg schattig, en natuurlijk erg geschikt voor een Mad Tea Party of iets dergelijks. Maar ja, hoe vaak gebruik je zo’n ding nou?

Maar morgen zouden we met de Heksengodinnen bij mij thuis een high-tea gaan houden. Ha, een excuus om er eindelijk eentje te maken!!

Het was me al eerder opgevallen dat een kringloopwinkeltje om de hoek van ons winkelcentrum, een rek vol met van die ouderwetse kop-en-schoteltjes had. Dat had ik onthouden, voor het geval ik ze ooit nodig zou hebben. Dus reed ik naar het winkeltje en besteedde ik een half uur aan het mixen en matchen van allerhande bordjes en theekopjes, totdat ik eindelijk een goede combinatie had gevonden.

De buit, voor in totaal €6,50:

Toen had ik het moeilijkste gelijk gehad. Een mooie combinatie vinden van kopjes (zonder te hoog uitstekende oortjes) en schoteltjes, waarbij de stapel taps toeloopt, én er genoeg ruimte op de schotels overblijft om er iets op te leggen, is de grootste uitdaging. En iets leuks vinden voor bovenop natuurlijk. Verder is het heel eenvoudig: was alles goed schoon, spuit lijm op de randjes en voetjes van de kopjes (ik heb epoxylijm gebruikt) en plak de boel zo recht mogelijk op elkaar (okee, dat is ook nog wel een beetje een uitdaging).

Tadaa!

Bij nader inzien had ik het middelste theekopje misschien met het oortje de andere kant op moeten lijmen. Nou ja.

Helaas is inmiddels onze Heksengodinnen-date geannuleerd. Maar wellicht halen we het binnenkort alsnog een keertje in. Ik ben er klaar voor! :-)

Muzikanten en inkomstenbelasting – een poging tot uitleg

Toen ik nog met Tweedledum & Tweedledee optrad, had ik me al eens grondig verdiept in de Artiestenregeling en het hele gedoe rondom gageverklaringen. Twee jaar lang hebben we netjes structureel gageverklaringen ingevuld en afgegeven aan onze opdrachtgevers. Met als resultaat: compleet onbegrip bij die opdrachtgevers (“Wat is dit? Kun je niet gewoon een factuur sturen?”). We hebben nooit een jaaropgave ontvangen, van wie dan ook. Blijkbaar heeft geen enkele opdrachtgever zich aan de wet gehouden.

De Belastingdienst heeft het namelijk weer eens makkelijker proberen te maken in plaats van leuker, en is daar wederom in gefaald. In theorie is de Artiestenregeling inderdaad heel handig voor artiesten. Maar omdat hij onhandig is voor opdrachtgevers die niet sowieso al een loonadministratie voeren, werkt het in praktijk voor geen meter.

En nu ik weer in twee bandjes speel, komt er een nieuw probleem bovendrijven: wat doe je als je band niet alleen uit amateurmuzikanten bestaat, maar ook uit professionele muzikanten die ZZP’er zijn? Die werken niet met gageverklaringen. En opdrachtgevers zitten echt niet te wachten op een pakket met verschillende facturen en gageverklaringen van alle bandleden afzonderlijk; die willen gewoon één factuur na afloop van je optreden. Zucht. Dus dook ik nogmaals in de regelgeving.

Inmiddels snap ik alles weer wat beter dan drie jaar geleden, dus ik ga nogmaals proberen hieronder alles op een rijtje te zetten, zodat andere muzikanten er ook wat aan hebben. Maar let op: ik ben geen jurist of belastingadviseur en alles wat hier staat is mijn eigen interpretatie, je kunt hier geen rechten aan ontlenen!

Read more

Dansstage 2019

Superhandig, zo’n blog – kun je terugkijken hoe vaak je al ergens geweest bent. Blijkbaar was afgelopen weekend mijn 7e Dansstage! :-D

Het was weer zoals vanouds fijn. Van vrijdagavond tot en met zondag balfolk-workshops en aan het eind van iedere dag een bal. Fysiek vermoeiend, maar mentaal heerlijk om je helemaal onder te dompelen in het dansen met fijne mensen: goede vrienden, oude bekenden en nieuwe ontmoetingen. Daar was ik wel aan toe, na twee weken lang net iets te veel aan mijn hoofd te hebben gehad.

Vorig jaar had ik gemerkt dat ik niet heel veel meer oppikte in de workshops die gingen over beter volgen, een betere houding, etc. Dit jaar had ik dus bewust gekozen voor andere typen workshops. Ik heb mezelf ook eindelijk toegestaan de Bourrée-workshops over te slaan (ik heb het hierbij officieel opgegeven – dit is gewoon niet mijn dans).

Ik koos onder andere voor het leren van twee compleet nieuwe dansen, die wat minder vaak dan de andere worden gespeeld op folkbals: Arin Arin en Fandango. Dat zijn dansen die supersnel gaan en je moet echt opletten welke kant je nu weer op moet dansen/draaien! De docent benadrukte dat we aan het eind van de workshops de dansen nog steeds niet onder de knie zouden hebben en dat het vooral een kwestie was van veel oefenen (op 80% van de normale muzieksnelheid…) voordat we het enigszins in de vingers voeten zouden hebben. Het was inderdaad stevig aanpoten – lekker, zo’n uitdaging! Op zich had ik alle afzonderlijke delen van de dans wel door, maar om ze op dat tempo aan elkaar te breien was wel een dingetje. En als je er eenmaal uitligt, is het moeilijk om er weer terug in te komen (Bij welk deel zitten we inmiddels? En welke kant gingen we ook alweer op…?). Maar het was niet dermate lastig dat het frustrerend werd. Ik heb nu wat huiswerk, zullen we maar zeggen – en gelukkig hebben we de video’s nog.

Gelukkig had ik ook extra kleding meegenomen. Conditioneel hield ik het prima vol, maar man, wat zweet je van die dansen! Voor op de paklijst voor de volgende keer: extra extra kleding meenemen…

Voor het avondeten op zaterdag deed ik het wat rustiger aan en ging ik naar de workshop ‘zelfmassage’ van Jan-Herman. Dat konden mijn arme voetjes en schouders wel gebruiken. Toen we klaar waren met onze eigen voeten masseren, moesten we duo’s vormen om elkaar’s hoofd en schouders te doen. We waren met een oneven aantal en ik bleef in m’n eentje over, dus vroeg Jan-Herman mij als persoon om de massages op voor te doen. Ach en wee, arme ikke. En toen het tijd was om te wisselen, gold dat niet voor mij en moest ik het nógmaals ondergaan. Wat een drama, die workshop. ;-)

Omdat ik vorig jaar al had besloten dat beter leren leiden misschien toch wel leuk is, heb ik de workshop ‘variaties in onregelmatige walsen’ vooral als leider meegedaan. Walsen vind ik het makkelijkst om te leiden, dus dat was goed om mee te beginnen. En als muzikant heb ik weinig moeite om de verschillende ritmes in die dansen te herkennen, dat scheelt ook.

Tijdens weer een andere workshop hadden we het o.a. gehad over de rollen ‘piraat’ en ‘superheld’. In een dans heeft vaak de ene danser (onbewust) de rol van piraat (verstoorder) en de ander die van superheld (die de boel redt en het dansje op de rails houdt). Nu ik een aantal keer een dans heb geleid, merk ik hoe verschillend deze rollen zijn voor leiders en volgers! Als ‘volgende superheld’ ben je continu bezig met ongemerkt aanpassen: met het onder het vloerkleed vegen van foutjes van de leider en alle oepsjes glad strijken, zodat het dansje zo soepel mogelijk blijft verlopen zonder dat het de leider opvalt. Je doet een pasje te veel waardoor we ineens van been wisselen? Prima, dan wissel ik ook van been. Even uit de maat? Ik dans met je mee uit de maat. Terwijl ik als ‘leidende superheld’ voor mijn gevoel actief aan het schapen hoeden ben. Nee, deze kant op, niet het publiek in draaien. Okee, die variant pikte je niet op, dus dan improviseer ik er een ander einde aan zodat je alsnog op de juiste plek terechtkomt. En hoooo shit, snel bijsturen want nou probeert ze zich alweer te pletter te dansen tegen die paal! XD
Hoe ik als piraat ben (leidend of volgend) kan ik natuurlijk moeilijk van mezelf zeggen. Ik laat het aan mijn danspartners over om me hierover te informeren. :-P

Of een dansje fijn is of niet, blijkt ook afhankelijk van het perspectief. Ik ben nog geen ervaren leider, dus ik ga er vanuit dat als het niet zo goed loopt, het grotendeels aan mij ligt, zeker als het volgers zijn van niveau 4. Bij diverse dansjes had ik zelf het idee dat ik continu aan het bijsturen was en dat mijn aanwijzingen maar met moeite werden opgepikt. Blijkbaar was ik dus niet duidelijk. Maar achteraf kreeg ik ongevraagd juist regelmatig superpositieve feedback. Wat leidde ik goed en fijn!! Huh?
Eén persoon zei zelfs dat hij waarschijnlijk nog nooit zo goed een onregelmatige wals had gedanst als nu. Dus blijkbaar wordt zo actief bijgestuurd moeten worden, als volger juist als prettig ervaren in plaats van als verstorend. En tsja, als ik zelf terugdenk aan hoe fijn ik het vond als iemand me gewoon meesleurde en het vanzelf wel goedkwam, dan snap ik dat ook wel. Maar corrigerend leiden is wel harder werken dan corrigerend volgen! :-P Of waarschijnlijk moet ik dat ook gewoon nog beter onder de knie krijgen en gaat het op termijn mij ook makkelijker af.

Er is nog zo veel te leren! Volgend jaar weer dus. :-)

Charm baravond 11: De Smerighe Onderbuijck

Deze post is een beetje laat, want ik had niet zo veel inspiratie om te schijven over de baravond van Charm, die afgelopen weekend was.

De laatste tijd was ik niet meer zo heel erg gemotiveerd om bij Charm te NPC’en, dus de afgelopen twee weekendevenementen was ik niet gegaan. Inmiddels is er een nieuwe crew en nieuw plotteam, dus waarschijnlijk een frisse wind in de vereniging, maar omdat ik het eerstvolgende weekendevenement niet kan, had ik me voorgenomen om pas komend najaar mijn Charmpauze te beëindigen en weer eens te gaan.

Maar ja, ineens bleken er allemaal oude bekenden weer eens naar de baravond te komen. En aangezien de inschrijvingen niet storm liepen, belde Petra me ook nog eens op om me hoogstpersoonlijk over te halen om toch deze baravond alweer te komen NPC’en. Dus schreef ik me toch maar in.

Het was inderdaad superleuk om iedereen weer eens te zien en ook goed om tijdens de ALV het ‘nieuwe’ team (waaronder diverse oud-crewleden die het nogmaals gaan doen) te steunen door hen het bestuur in te stemmen. Er werd een opmerking gemaakt over ‘expendables’ en die term is dat weekend herhaaldelijk teruggekomen. ;-)

Toch heb ik me niet bijster vermaakt dat weekend. Voor een baravond wordt er nooit veel plot geschreven, want de spelers komen vooral om onderling bij te praten en het gewoon gezellig te hebben. Als NPC heb je het dan wat moeilijker om ertussen te komen, omdat je personage nog onbekend is en dus geen linkjes met de spelers heeft, je alleen een avond en een ochtend hebt om dat op te lossen, en veel spelers niet de moeite doen om naar je toe te stappen om je te leren kennen. Alle moeite moet dus vanuit jou komen.

Ik speelde een van de bemanningsleden van een van de schepen die in de haven lagen: een bootsvrouw die meer zeewater dan bloed door haar aderen had stromen en eigenlijk zo snel mogelijk weer terug de zee op wilde. Het was een superleuke rol: een lekker vrijgevochten vrouw die niet zo goed past in de standaardtradities van haar volk en een relatie heeft met de (vrouwelijke) kapitein van het schip.

Het belangrijkste doel dat we hadden, was om de spelers op onze schepen toe te laten zodat ze de overtocht naar een ander land konden gaan maken. Maar ons schip was niet zo populair: wij vonden dat mannen aan boord ongeluk brachten, dus daarmee had gelijk de helft van de spelersgroep geen interesse meer in ons (en vice versa). Slechts 6 spelers hebben zich uiteindelijk bij ons gemeld en dat liep voornamelijk via de kapitein. Zelf actief werven was niet zo passend, want we hoefden echt niet zo nodig al die vreemde creaturen in ons land te importeren en mijn personage was ook niet bepaald een allemansvriendje.

Ik had wel een plotje met een van onze andere bemanningsleden, maar de NPC in kwestie was een nieuwe LARPer en voelde zich dermate onzeker in haar rol, dat we haar halverwege de avond een andere rol hebben gegeven. Ik ben blij dat we haar toch nog een leuke avond hebben bezorgd, maar het betekende wel dat het beetje plot dat ik had om richting spelers te duwen, kwam te vervallen.

En dan blijft er over: doelloos kletsen met de spelers. Rinske is daar erg goed in en die probeert me te stimuleren om iets toe te voegen aan mijn personage zodat ik altijd een ingang naar spelers heb, maar ik moet heel eerlijk bekennen: ik bén nou eenmaal gewoon niet zo’n prater! Ik vind het niet zo leuk om het alleen maar te hebben over elkaars achtergrond en koetjes en kalfjes; ik moet een doel hebben, ook in mijn IC-leven. En dan is een baravond misschien gewoon niet het juiste evenement voor mij.

Ik heb me wel nog kunnen amuseren met het zingen van diverse zeemansliederen, die ik speciaal voor de baravond had ingestudeerd. Maar op zondagochtend was het vooral wachten tot tijd-uit en dat was jammer.

Op zulke momenten voel ik me altijd een slechte LARPer – ik wil niet afhankelijk zijn van plot, ik vind dat ik zelf spel moet kunnen maken, ook al heb ik een onbekend personage en zit eigenlijk niemand op me te wachten. Maar ja, zoals gezegd zou ik best meer willekeurig contact kúnnen leggen met spelers, maar levert dat gewoon niet het type spel op waar ik mijn lol uit haal. En om een betere achtergrond met uitgebreidere to-do dingen te kunnen bedenken, heb ik echt meer tijd nodig dan een week (zo lang van tevoren wist ik wat ik ging spelen). Ik ben nu eenmaal geen verhaalschrijver; sommige mensen schudden dit soort dingen zó uit hun mouw, maar ik ben beter in organiseren en kostuums bedenken…

Misschien moet ik NPC’en op baravonden gewoon niet meer doen?

Nieuwe doedelzak!

Yay! Ik heb een nieuwe doedelzak!! \o/

Een weekje geleden kreeg ik via stichting Draailier & Doedelzak een mailtje dat Toon van Mierlo zijn kast aan het opruimen was en een aantal van zijn instrumenten aanbood, waaronder een G-doedelzak gebouwd door Jon Swayne. Een hele goeie volgens hem, speciaal voor hem gebouwd als concertdoedelzak, en hij deed hem alleen weg omdat hij het lastig vond om te wisselen tussen deze en zijn andere G-doedelzak. (Voor de niet-ingewijden: iedere doedelzak en ieder riet speelt weer anders en daar moet je ook je speelstijl op aanpassen.)

Ik zag mijn kans schoon en maakte een afspraak om hem uit te proberen. Want ja, ik héb al een G-doedelzak, maar die is eerlijk gezegd niet meer voldoende voor mij.

In de afgelopen jaren heb ik er meerdere dingen aan laten versleutelen: hij is o.a. van een Cornemuse du Centre naar een Lage Landen-doedelzak gegaan en heeft ook een andere vorm zak gekregen. Toen ik hem liet maken speelde ik net een jaartje doedelzak en wist ik nog niet precies wat ik fijn vond en waar ik dus om moest vragen. En hoewel de doedelzak inmiddels heerlijk in de hand ligt, loop ik toch nog steeds tegen beperkingen aan.

Door het spelen op al die festivals in de buitenlucht, heeft het arme ding behoorlijk wat te lijden gehad. Hitte, vocht, stoten… De speelpijp en de grote bourdonpijp zijn daardoor wat krom getrokken. Het is niet meer mogelijk om zowel de D als de G zuiver te laten zijn: het is óf de ene, óf de ander. En laten dat nou net de belangrijkste tonen zijn. Het stilzetten van de bourdons door er even je vinger tegen te houden, werkt al tijden niet meer. En normaal gesproken kun je je stemming iéts aanpassen aan je medespelers door je riet iets hoger of lager in de speelpijp te zetten, maar zodra ik dat doe zijn alle hoge tonen tergend vals.

Ik had het instrument recentelijk nog naar de bouwer gestuurd voor een grondige onderhoudsbeurt (zijn opmerking na ontvangst: “Mooi, zo’n doorleefde doedelzak – hij wordt goed gebruikt!” :-X) en hoewel hij terugkwam met nieuwe rieten en wat stukjes was in de speelpijp (de manier om zo’n ding wat bij te stemmen), bleef ik er niet helemaal tevreden over. Na een tijdje erop gespeeld te hebben bleek het nieuwe riet ook weer zijn eigenaardigheden te hebben.

Ik vermoed dus dat ik inmiddels de grens van het tweaken heb bereikt en moet accepteren dat deze doedel nooit meer helemáál strak zal spelen. Op zich geen probleem voor middeleeuwse festivals, maar nu ik ook balfolk wil gaan spelen, ga ik toch hogere eisen stellen aan mijn instrument. Na meer dan 11 jaar doedelzak spelen, ben ik mijn huidige doedelzak misschien ook een beetje ontgroeid.

Dus reed ik vanmiddag helemaal naar België, in de hoop dat Toon’s doedelzak me zou bevallen. Als het instrument goed genoeg is voor een professionele doedelzakspeler, dan moet hij hoe dan ook goed genoeg zijn voor mij, dus aan de kwaliteit twijfelde ik bij voorbaat niet. Maar hij moest me natuurlijk wel liggen, wat betreft houding en zwaarte van spelen. Ik ben hele lichte rieten gewend dus de kans was groot dat deze veel zwaarder was en het flink wennen ging zijn om er op te spelen.

De eerste uitdaging bleek echter de rit erheen. Hoewel België niet om de hoek is, was de afstand iig korter dan de afstand die ik altijd afleg voor repetities met De Soete Inval in Groningen… *zucht* Maar Belgische dorpjes en Google Maps gaan helaas niet helemaal goed samen. De app herkende de woonplaats niet toen ik de straatnaam + nummer had ingevoerd, maar gaf mij wel dat adres voor Diest, een plaats waarvan Toon had gezegd dat hij daarbij in de buurt woonde. Nou, dan zou het wel een obscuur dorpje zijn (zoals ze er in België vele hebben), dat valt onder gemeente Diest en daarom zo in Google Maps stond.

Niet dus. Toen ik aanbelde, deed er niemand open. Gelukkig maar, want na een telefoontje bleek ik bij het verkeerde huis te staan. :-X Ik kreeg het adres van hun buren om de hoek en dat herkende Google Maps gelukkig wél, dus 5 minuten later reed ik alsnog een gelijknamige straat in een buurdorp in.

Toon gaf me ruimschoots de tijd om zijn doedelzak uit te proberen, wat erg fijn was! Tussendoor heb ik ook nog mijn Vlaams vocabulaire kunnen uitgebreiden. “Wacht, ik haal even de stembak.” Ehm, de wát? Oh… XD

De conclusie: wat een mooi instrument!! Hij heeft een prachtige klank en de bourdons zijn een stuk harder ten opzichte van de speelpijp dan bij mijn huidige instrument het geval is – iets wat ik altijd jammer heb gevonden. Hij heeft bovendien drié bourdons in plaats van twee. Dat geeft nog meer teringherrie een extra volle klank. Maar dat kleine pijpje zit wel vlak naast je oor! :-O Wellicht zal ik die af en toe moeten dichtstoppen om geen gehoorbeschadiging op te lopen…

De doedelzak is van pruimenhout en heel fijngebouwd. Hij is qua gewicht verrassend veel lichter dan mijn oude instrument en heeft ook kleinere gaatjes in de speelpijp. En hij speelt zelfs nóg lichter dan ik gewend was! Ik kon er direct moeiteloos een eind op weg spelen en hoefde zelfs geen moeite te doen om over te blazen.

Helemáál lekker ligt het instrument echter niet in de hand. De zak heeft een andere vorm dan ik gewend ben en de blaaspijp is eigenlijk te lang voor me. Maar omdat ik er desondanks prima op kon spelen, komt dat hopelijk wel goed met oefening, en zo niet, dan kan ik misschien Flip eens lief aankijken of hij misschien een andere zak en/of blaaspijp voor me wil maken, of neem ik contact op met de bouwer om te vragen of hij nog wat kan aanpassen. Want tweaken tot iets perfect is, dat hoort nu eenmaal bij mij. ;-)

Dus nu heb ik twéé doedelzakken: mijn ouwe trouwe bikkel voor het grovere werk op festivals en een concertdoedelzak voor de nauwer luisterende binnenoptredens. Ik ben er superblij mee! En Toon zei dat hij heel blij was dat zijn instrument naar míj́ ging – dat vat ik op als een behoorlijk compliment. Ik zal goed voor de doedelzak zorgen! <3

Alsnog-tuniek

Toen ik anderhalf jaar geleden verhuisde, bedacht ik me dat ik mijn rieten kist goed kon gebruiken om stofjes waar ik plannen mee had, in te bewaren. Dat was een stuk overzichtelijker dan ze in het rek met mijn stofrestanten te stoppen. Zo gezegd, zo gedaan.

Het bleek alleen nog niet helemaal in mijn systeem te zitten. Dus een tijdje geleden keek ik eens in die kist, en schrok ik me rot. Helemaal vergeten dat die stofjes daar in zaten! :-O En dus ook helemaal vergeten dat ik daar nog iets mee wilde. Erger nog: er lag een stofje in waarvan ik niet eens meer wist wát ik er precies mee wilde….

Het was een leuke tricot, grijs met lichtblauwe opdruk. Misschien had ik die bedoeld voor een shirtje? Maar dat kon niet, want daarvoor was er veel te veel stof. Een jurkje dan? Daarvoor bleek er weer te weinig stof te zijn. Mjah. Eigenlijk kon ik dan niet heel veel anders dan er een tuniek van te maken. Geen idee of dat mijn oorspronkelijke bedoeling was, maar ik wilde hoe dan ook die stoffenvoorraad weg gaan werken. Dus pakte ik een basispatroon voor een shirtje en maakte ik de onderkant op het oog langer en wijder. (Nou ja, eigenlijk totdat ik de zijkant van de stof had bereikt. Kleiner maken kon altijd nog.)

Het halsbiesje ging er gelukkig zonder frustratie in één keer goed op en het tuniekje blijkt me erg leuk te staan!

Op de achtergrond de kist in kwestie… (Let niet op mijn verregende pony en niet erbij kleurende broek.)

Kosten: Geen idee, er zat niet alleen geen briefje bij de stof met wat ik er mee wilde, maar ook geen notitie van hoeveel de stof had gekost. Ik gok zo’n €5 per meter, dus zeker niet meer dan €10,-.
Bestede tijd: Ook geen idee, ik had geen zin om het bij te houden.

Nu alleen nog de rest van de stofvoorraad wegwerken. Zucht.

Het 3e Lewis Carroll Genootschap-symposium

Twee jaar gelden werd het Nederlandse Lewis Carroll Genootschap opnieuw leven ingeblazen. Dus was het vandaag tijd voor de derde bijeenkomst, ditmaal in Deventer.

Dankzij de natte sneeuw arriveerde ik niet alleen in mijn Cheshire Cat-jurkje, maar kon ik ook weer eens mijn Alice in Wonderland-paraplu uit de kast halen. Ben benieuwd hoeveel mensen het is opgevallen. ;-)

De nadruk van de presentaties tijdens de bijeenkomsten ligt doorgaans op vertalingen, illustraties en andere kunstvormen rondom de werken van Lewis Carroll (de auteur van o.a. Alice’s Adventures in Wonderland, voor wie het nog niet had geraden). Nou moet ik bekennen dat mijn interesse op geen enkele van die vlakken ligt – ik verdiep me vooral in de historische achtergrond van zijn bekendste boeken. Maar ja, daar valt nu eenmaal niet vaak iets nieuws over te vertellen. En mede-enthousiastelingen ontmoeten is toch altijd leuk.

Desondanks was ik, net als enkele andere ‘vrienden van’ het genootschap, door de organisatie gevraagd of ik kort iets wilde vertellen over mijn favoriete illustratie. Maximaal 5 minuten. Ik voelde me al schuldig dat ik er twéé had gekozen, maar omdat er weinig over de achtergrond ervan te vertellen was en ik dus ruim onder de 5 minuten zou blijven, leek me dat niet zo’n groot probleem. De andere sprekers bleken echter te denken op de gekke theevisite te zijn beland, waar de tijd stil stond, of ze hadden het verzoek tegen een spiegel gehouden en ‘minimaal 5 minuten’ gelezen ofzo… er kwamen zowat complete boeken en stripverhalen voorbij! :-D

Er was ook een boeken-/andere spulletjesmarkt, waar tijdens de pauzes ijverig in gegraaid werd.

Na afloop van het eerste symposium had ik geblogd dat de gemiddelde leeftijd binnen de stichting nogal hoog lag (ik zal de gebruikte term niet meer herhalen). In het blog over het tweede moest ik daarvoor op mijn knietjes van meneer Koksma (*zwaait weer vriendelijk*). Dus ditmaal zal ik dat niet zeggen. Ik houd het erop dat er veel mensen binnen de stichting niet zo handig zijn met techniek. En voorkeuren hebben voor andere media-kanalen dan ik.

Oftewel: ik heb maar een beetje ondersteund bij het hanteren van de presentatieapparatuur, omdat mensen oververhit van frustratie dreigden te raken, diverse sprekers geen idee hadden hoe je van de huidige naar de volgende Powerpoint-slide kunt gaan, en ik geen zin had om het tweede filmpje óók zonder geluid uit te zitten. Toch moest ik nog steeds een presentatie van een uur doorkomen (het verzoek was ‘maximaal 3 kwartier’), over een onderwerp dat me al niet bijster interesseerde, terwijl alle afbeeldingen ook nog eens te donker waren om ze te kunnen zien. :-S

Wat betreft de communicatiekanalen: één van de oudgedienden vond dat er niet genoeg actuele nieuwtjes werden verspreid en kwam met een eigen initiatief om een circulaire op te starten. Op papier. Geïnteresseerden mochten 10 euro neertellen en dan zou er een nieuwsbrief per post worden verstuurd. Voorzichtig suggereerde ik dat er misschien ook mensen waren die nieuws liever digitaal wilden – bijvoorbeeld via onze reeds bestaande Facebookgroep. Of het wellicht mogelijk was om de nieuwtjes ook aan de beheerder daarvan door te geven, zodat het niet alleen via papieren post te krijgen was? Nou, dat zou misschien moeilijk gaan worden, want als hij het op de typemachine maakte en knipte en plakte, was er geen digitale versie van. :-X

Ach ja, we zijn me ook een bijzonder stelletje bij elkaar. Ik wil eigenlijk ook niet weten wat mensen van mij denken als ze me met een van de deelnemers een conversatie horen voeren over de vraag op welke momenten Victoriaanse vrouwen en kinderen van verschillende sociale klasses al dan niet schortjes hoorden te dragen, of in welke tijdsperiode pony’s als haardracht in waren. Ieder zijn niche. ;-)

Uiteraard werd ook nog de tweede editie van het tijdschrift van het genootschap (met de wonderbaarlijke naam ‘dodo / no dodo’) gepresenteerd. Het duurde even voordat de versgedrukte exemplaren uit de doos mochten, waardoor het op Schrödingers dodo (dode dodo – no dodo?) begon te lijken. Maar uiteindelijk ontvingen we dan toch allemaal ons exemplaar, was de bijeenkomst weer ten einde en konden we tevreden naar huis.