Category: Zelf maken

Van rood naar zwart-wit

Toen ik mijn nieuwe huis bewoonbaar maakte, moesten zo goed als álle muren, raamkozijnen, deurposten en deuren geschilderd worden. Alles was roze, knalblauw of andere hoofdpijnkleuren. Omdat het niet lukte om alles te doen voor de verhuizing, heb ik maanden daarna nog in de avonduren geschilderd om de boel toonbaar te krijgen.

Op een gegeven moment was ik wel klaar met al dat geschilder. En besloot ik dat de overloop op zolder niet per sé hoefde. Die deuren waren namelijk grijzig. En het donkerrood dat op de deurposten, plinten en het traphekje zat, was weliswaar niet helemaal mijn smaak, maar in ieder geval niet zo spuuglelijk als alle andere kleuren in het huis. Dus bleef het zo.

Maar ja. Iedere keer als ik de was deed, zag ik al dat rood. Toch niet helemaal optimaal.

Toen het op een gegeven moment maar niet wilde vlotten met de isolatie die ik wil de laten aanbrengen en ik letterlijk tegen een muur aanliep, raakte ik dermate gefrustreerd van het gebrek aan voortgang in mijn huis, dat ik besloot de boel alsnog te gaan schilderen. Dan was er tenminste iéts van progressie te zien!

Aldus geschiedde. Ik zeulde de deuren naar de garage, haalde het schuurpapier en kwasten meermaals over de deurposten, plinten en het traphekje en besteedde vervolgens enkele weekenden aan het witten van de drie deuren (twee kanten per deur, tweemaal per kant, zucht…).

Het naar beneden zeulen van de deuren had ik in mijn eentje gedaan, maar toen moest ik constateren dat dat toch niet helemaal optimaal was. Ten eerste zijn deuren die voor meer dan de helft uit glas bestaan, stiekem best zwaar. Ten tweede is het onmogelijk om zo’n lomp geval in je eentje twee draaiende trappen naar beneden te tillen, zonder continu tegen de muren en trap aan te stoten. Zonde van de verf. Dus zette ik mijn trots opzij en vroeg ik hulp bij het weer naar boven sjouwen van het spul. (Maar het terug in de scharnieren hangen van de deuren heb ik lekker wel in mijn eentje voor elkaar gekregen!)

En nu oogt het een stuk lichter op de overloop. Het is weliswaar wat saaier geworden zonder het rood, maar het frisse gevoel compenseert dat wat mij betreft ruimschoots.

Deuren – voor
Deuren – na
Plint en traphekje – voor

Plint en traphekje – na

Op de foto’s zie je vanwege het gelige licht helaas amper hoe de kleur van de deuren is veranderd – alleen aan de rechterdeur zie je een beetje dat hij van grijs naar gebroken wit is gegaan, maar de andere twee zagen er ook zo grijs uit.

Alleen jammer dat nu de focus op het lelijke, kapotgeschuurde behang is komen te liggen… Ik kan het wel fris wit schilderen in plaats van de gelige zweem die het nu heeft, maar dan zie je nog steeds alle schaafplekken erop. Maar ja, als ik het behang geheel verwijder en de boel laat stucen, moet ik eigenlijk ook gelijk op de andere verdiepingen hetzelfde doen.

Je blijft bezig, met een eigen huis…

De teldoek

Voor kerst wilde ik Josh weer een zelfgemaakt cadeautje geven.

Bij Rinske thuis had ik aan de muur een kleed zien hangen waar de kinderen met klittenband dingen op konden plakken. En ook een ding waar de kinderen kleine beestjes van vilt in konden schuiven – bij ieder vakje stond een cijfer en op die manier leerden ze tellen door het juiste aantal beestjes in de juiste vakjes te stoppen. Hmm… wat als ik die twee dingen nou eens integreerde? Want iets om te leren tellen is handig, maar daar zijn kinderen wel snel mee uitgespeeld. Als je dingen maar op één manier ergens in of op mag plakken, dan is de lol er snel vanaf. Dus wat als ik nou eens een kleed maakte om Josh te leren tellen, maar waar ze óók vrij mee kon spelen als ze daar even geen zin meer in had? Ja, goed idee!

Nou is ze pas 2 jaar en 4 maanden, maar ze loopt best wel voor met allerlei dingen op haar leeftijdsgenootjes, dus ze heeft al behoorlijk wat speelgoed voor driejarigen. Cijfertjes leren is vast niet veel te vroeg. En zo wel, dan kan ze er dus ook gewoon mee spelen totdat ze er wel aan toe is.

De uitdaging was om de juiste stof te vinden. Kleurrijk, want het moet kleine kinderen aanspreken. Bij elkaar passend, want het moet één geheel vormen. En er moet klittenband op blijven plakken. Vooral dat laatste is nog best een uitdaging. Eigenlijk bleek er maar één optie te zijn: vilt. Gelukkig had de stoffenwinkel dat in allerlei kleuren en diktes op voorraad. Helaas is er wel een minimale afnamehoeveelheid. Dus als je maar 20 x 20 centimeter nodig hebt, moet je toch minimaal 30 x 150 centimeter afnemen. Nou ja, hierbij heb ik wat op voorraad voor andere knutselprojecten zullen we maar zeggen… :-S

Dan was er nog de grote vraag: hoeveel klittenband is er nodig om een dubbele laag dik vilt te laten blijven hangen? Zou één zo’n miezerig rondje wel genoeg zijn? Maar het leek te werken, dus *fingers crossed* en de boel stikken!

Op een paar dingen na (het klittenband en de randen van het doek) heb ik alles met de hand gestikt en geborduurd. Lekker ontspannend om te doen voor de tv.

Ik had niet goed nagedacht over hoe ik de golven in de zee uit de verschillende stofjes moest knippen, dus de naden van die twee lagen sluiten niet helemaal netjes op elkaar aan. En de onderkant van het doek loopt echt onnoemelijk scheef!! :-O Dat heb ik helemaal niet gezien toen ik het doek plat op de vloer had gelegd om de achterkant er tegenaan te naaien; ik zag het pas toen hij klaar was en ik hem ophing. Blijkbaar rekt vilt toch meer dan ik dacht. :-(

Nu maar hopen dat Josh er veel speelplezier van heeft. Toen ze het had uitgepakt ging ze er in ieder geval gelijk mee aan de slag, dus dat is een goed teken!

Als tweede cadeautje had ik ook nog een sprookjesboek. Dat boek kocht ik al jaren geleden. Ik zag het liggen en vond het zo leuk dat ik het gewoon mee heb genomen met de gedachte dat het vast wel een keer van pas kwam als cadeau.

Ik dacht initieel dat dit boek ook nog te vroeg zou komen en dat het een beter cadeau voor volgend jaar zou zijn, maar toen vertelde mijn zusje dat ze allemaal Disney-sprookjesboekjes voor Josh had gekocht, omdat ze de sprookjes uit haar oude boek van Grimm te naar vond om te vertellen. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen, maar om Josh nou alleen maar de Disney-versie van sprookjes te leren… dat kan tante Lenny niet goedkeuren! Vandaar dat dit boek toch al mooi van pas komt. Een lievere, modernere versie van de bekende sprookjes op dikke, stevige pagina’s die goed bestand zijn tegen friemelende kindervingertjes. Met een spiegeltje voorop en metalen beschermhoekjes aan de uiteinden. Dit is een sprookjesboek zoals een sprookjesboek hoort te zijn!

En heel misschien mag tante Lenny er nog wel een keer uit voorlezen. :-)

Zomerbroek

Jaja, sommige dingen zijn wat later af dan gepland. Maar dan heb je vast wat voor komend seizoen, zullen we maar zeggen. Zoals eindelijk weer een goed passende zomerbroek, waar geen elastiek in de tailleband hoeft. :-X

Zo’n superdun, stretchend stofje naaien is nog best een uitdaging, zeker wanneer er steekzakken van gemaakt moeten worden of als er een rits in moet. Alleen al het knippen van de patroondelen was een drama. Het lijkt makkelijk: kijk gewoon naar de lijntjes en je weet dat je stof recht op elkaar ligt. Niet dus. Ik dacht eerst dat ik gek werd, maar toen het mijn naaijuf ook niet lukte om de stof aan de boven- en onderkant gelijkmatig op elkaar te leggen, keken we eens goed naar de stof. Wat bleek: de lijntjes liepen niet helemaal netjes parallel aan elkaar. Argh! Dat krijg je met goedkope stof. Toen heb ik de stof maar open in plaats van dubbel gelegd en alle patroondelen 2x individueel uit de stof geknipt. Scheelde een hoop frustratie, en dat was de extra tijd wel waard.

It just needed a little more cat hair, hoomin. UR welcome.

Kosten: €7,- (6 euro voor de stof en 1 euro voor de rits; de knoop en het garen had ik nog liggen)
Bestede tijd: 17 uur en 3 kwartier (zéker niet mijn beste tijd ooit)

Workshop reisdrums maken

We hebben al heel wat bijzondere dingen gedaan met ons Heksengodinnenclubje. Van schapenvachten vilten tot Mongoolse keelzang. Maar ons uitje van gisteren hoort ook zeker in de top 3! Ditmaal zijn we namelijk reisdrums gaan maken.

Reisdrums? Nou, dat zijn een soort sjamanentrommels, klein genoeg om makkelijk mee te nemen. Je spant een dierenhuid over een houten frame en dan kun je er op trommelen. Dat idee. En Suus kende via Castlefest iemand die daar een workshop over gaf. Nou, prima, laten we dat gaan doen!

Het bleek allemaal iets zweveriger dan verwacht. En iets ranziger…

De dame die de workshop gaf, was zo’n type dat alles, maar dan ook werkelijk álles, ‘op gevoel’ deed. Er kon geen verhaal worden verteld zonder dat er ergens ‘gevoel’ in terug kwam. En praten, dat kon ze! Judith en ik arriveerden 10 minuten voor Suus en Petra en tegen de tijd dat ze aankwamen was ik al helemaal sufgeluld… Maar goed, koekje en thee erin en aan de slag!

Volgens de workshopdame zou het maken van de drums ook een emotionele reis worden. En het was okee om te huilen als je iets voelde. Euh… okee. “Weet je”, vertelde de workshopdame vervolgens: “ik had een tijdje terug een stel dat niet helemaal had verwacht dat we hier de dierenhuiden nog echt moeten bewerken. Die hadden verwacht dat ze kant-en-klare velletjes zouden krijgen. Ze vonden het leuk om te doen, maar ze zeiden dat, als ze dit van tevoren hadden geweten, ze de workshop niet geboekt zouden hebben!”
Wait, wut…?

Er werd een bak voor ons neergezet met een aantal enórm meurende plastic zakjes, met daarin een onooglijke klonter iets. Dit waren de vachtjes. Nee, we mochten ze nog niet open maken, we moesten op gevoel een pakketje kiezen. Suus, Petra en Judith deden hun best er eentje uit te zoeken. Mijn gevoel zei alleen maar kill it with fire!!, dus ik nam maar gewoon wat er overbleef terwijl ik probeerde niet te kokhalzen vanwege de lucht.

Vervolgens mochten we de klonter openpeuteren en er verscheen inderdaad een gepekeld stukje hertenvacht. We kregen een scalpel en de opdracht om daarmee de resterende stukjes vlees (bruinrood) en vet (geel) te verwijderen. Argh.

Dit ziet er op de foto echt zo veel minder ranzig uit dan live, met bijbehorende stank…

Het werkje op zich vond ik niet eens zo erg, al was het best lastig om alles eraf te pulken zonder in je vinger of in de vacht te snijden. Maar de lucht… de lucht!! Ik heb al vaker gemerkt dat ik blijkbaar iets beter ruik dan de gemiddelde persoon, dus ik had hier enorm veel moeite mee. Maar ik zette door. Uiteindelijk was mijn vachtje schoon genoeg en mocht hij gewassen worden onder de kraan, met shampoo. Vanaf dat moment was de lucht gelukkig een stukje minder prominent aanwezig.

De vorm van de drum werd afgetekend, uitgeknipt en aan de rand maakten we met een gaatjestang openingen voor het touw. Vervolgens was het een kwestie van de boel om een houten ring vouwen en vastrijgen.

Er werd een speciale wikkeling aangebracht om het vel nog wat strakker om het frame te spannen, waarbij je gelijk een handvat creërt.

Toen kwam het engste moment van het proces: het scheren van het vachtje. Snik, al dat mooie haar er vanaf… want tsja, anders krijg je er straks geen geluid uit. Gelukkig mocht het aan de rand blijven zitten ter decoratie.
Ik had mazzel dat mijn vacht erg haar-vast was; bij de andere meiden waren er tijdens het wassen kale plekken ontstaan of was zelfs bijna al het haar er vanaf gevallen.

De laatste stap was het fabriceren van een trommelstokje, met behulp van een stukje tak, oud lapje van een handdoek voor de vulling, en restantje leer voor de afwerking. Klaar!!

Nou ja, nog niet helemaal klaar. De vacht was nog supernat, dus trommelen konden we er nog niet mee. Het zal een weekje moeten drogen, waarbij het vel verder opspant, en daarna horen we pas hoe onze drum klinkt. Dat is moeilijk te voorspellen, want het hangt van heel veel factoren af (“Maar je krijgt altijd de drum die bij je past. Of de drum die je nodig hebt.”).

Omdat bijkletsen er niet helemaal van was gekomen tijdens alle geconcentreerde werkzaamheden, zijn we na afloop van de workshop nog naar een knus restaurantje gegaan. Gelukkig zijn we niet de toegang geweigerd vanwege de lucht van dood dier die ongetwijfeld om ons heen moet hebben gehangen, en konden we nog een paar uurtjes lief en leed met elkaar delen onder het genot van een heerlijke driegangenmaaltijd *burp*.

Ook zijn er gelijk data geprikt voor nieuwe uitjes. Voor één daarvan hebben we nog geen concrete invulling. Gezien het feit dat we al eens vacht hebben gevilt, en nu huiden hebben bewerkt, vrees ik dat de trend gaat worden voortgezet en we straks dieren gaan zitten villen of slachten. Ik heb kajakken als alternatief geopperd. We gaan het zien. ;-)

Het was hoe dan ook weer een heerlijk en memorabel dagje samen, lieve meiden!! <3

Opknapdeur

Toen ik vorig jaar mijn huis kocht, was het duidelijk dat de schuurdeur al jaren geen TLC meer had gehad. De kleur (lelijk aubergine-achtig, en ja, dit zit momenteel ook op mijn kozijnen…) was overal aan het los komen waardoor je de blauwe grondverf en soms zelfs het hout zag. En aan de binnenkant zaten onderin al gaten in het hout.

(Ik heb helaas geen fatsoenlijke voor-foto, want die was ik vergeten te nemen. Je moet het doen met deze oudere foto, met nog de oude buitenlamp en oude bestrating, zonder de overkapping.)

Hoog tijd voor een nieuw likje verf dus. Maar ja, ik was, na het hele huis aan de binnenkant geschilderd te hebben, wel een beetje klaar met verven. Dus had ik dit jaar vooral aandacht besteed aan het opknappen van de tuin, en geprobeerd een oogje dicht te knijpen wat betreft die deur. Dat kon misschien nog wel een extra jaartje wachten?

Mijn ouders vonden van niet. Ze hadden al eens gehint dat ze me zouden komen helpen om die deur te schilderen en toen ik voor mijn verjaardag een verfkrabber kreeg, wist ik zeker dat ik er niet onderuit ging komen. Ach ja, dan moest het ook maar. De schuur hoorde eigenlijk wel bij de tuin, dus als 2018 gekozen was als tuinopknapjaar, moest dit klusje inderdaad ook.

Ma hielp me met het afkrabben van de oude verflaag en pa vulde de gaten op en regelde een plankje om aan de binnenkant tegen de grootste gaten te timmeren. Door het krabben werd de deur alleen een nóg lelijker paars. :-X

Gelukkig kwamen ze niet veel later nog een keertje langs. Ma hielp met schilderen terwijl pa de tuin winterklaar maakte. En toen stond het ding in de grondverf.

“Zo”, verklaarde ma: “nu kan hij in ieder geval de winter overleven. En dan kun je hem in de lente verder afschilderen.”

Ik keek ma aan. Hoeveel jaar kende ze me nou? No way dat ik de hele winter tegen een deur in de grondverf aan ging kijken natuurlijk!!

Niet veel later was er nog een dagje waarop het droog was en greep ik mijn kans. In de ijzige kou heb ik de deur groen en de deurpost gebroken wit geschilderd. Helaas bleek het groen niet in één keer te dekken, dus moest het nog een keer. Grom. Dus nog een pot verf gehaald en afgewacht. Maar ja, winter… het bleef maar regenen en inmiddels was het zelfs al een keer gaan vriezen. Zou het nu echt gedaan zijn met de schildermogelijkheden?

Wis en waarachtig: gisteren was het superzacht weer en zou het voor de tweede dag op rij droog blijven. Het was nu of nooit! Dus kwakte ik nog een keer een laag groen er tegenaan, hopende dat het nu wel genoeg zou dekken.

En ja hoor: hoewel er hier en daar nog steeds wat te lichte plekjes te zien zijn, is het nu in ieder geval goed genoeg. Misschien kan ik in de lente alsnog her en der een plekje bijtippen. Maar ik heb deze winter in ieder geval een fatsoenlijk ogende deur!

(Nu alleen nog alle kozijnen en deuren van het huis… *snik*)

Gereedschapsbord

Weer iets afgetikt dat al een tijdje op de to-do-list stond: een gereedschapsbord voor in de schuur maken.

Tot nu toe bewaarde ik mijn spullen in een gereedschapskist, maar het is heel onhandig om te moeten rommelen in zo’n diepe bak, totdat je eindelijk de juiste schroevendraaier hebt gevonden.

Ik besloot om het bord geheel te maken van spullen die ik nog had liggen. Da’s het leukste, en het ruimt ook nog eens extra op!

De houten plaat die ik heb gebruikt is daarom eigenlijk wat aan de dunne kant. Het was een flinke uitdaging om schroefjes enzo te vinden die niet aan de achterkant zouden uitsteken. Maar ‘t ken nét.

In een van mijn rommelbakjes vond ik metalen pennetjes, vergelijkbaar met van die Ikea-kastplankhouders, maar dan met dunnere pinnen aan één van de uiteinden. Geen idee waar die vandaan komen, maar hier kwamen ze goed voor van pas.

Voor de tangen maakte ik een hang-stang van een reststukje rondhout. Bij nader inzien had ik de metalen haken helemaal niet hoeven te gebruiken; vanaf de achterkant door het bord heen in de houders boren was eenvoudiger geweest. Maar goed. Voortschrijdend inzicht.

En voor het stallen van de schroevendraaiers, boorde ik gaten in een plankje dat ik horizontaal tegen het bord bevestigde.

De grote stukken gereedschap, zoals zagen, heb ik gewoon in de gereedschapskist gelaten. Die vind je zo ook snel genoeg en het scheelt een hoop ruimte (en gewicht) op het bord. Ik heb ook bewust wat ruimte overgelaten, want waarschijnlijk moet er in de toekomst nog wel wat bij.

Alleen nog even de houten rekjes in de beits zetten, net als ik bij het bord heb gedaan, zodat alles mooit matcht en minder vochtgevoelig wordt. Het was natuurlijk makkelijker geweest als ik dat had gedaan voordat ik ze tegen het bord bevestigde, maar ja, ik was zo lekker bezig en wilde het geheel gewoon af en fotoklaar hebben. ;-)

Oh ja, en aangezien mijn schuur echt een enorme gatenkaas is, heb ik zelfs de plugjes in de muren gerecycled. Die zaten gelukkig op de juiste hoogte!

Moresnet outfit

Zo, mijn kostuum voor Moresnet is ook af! Wat later dan gepland, maar nog steeds ruim op tijd.

Ik had besloten het praktisch te houden voor mezelf. Ditmaal géén enorme hoepelrok (wat sowieso niet meer modern is in 1888) en ik mag ook zonder korset rond gaan huppelen. Dan maar een iets minder Victoriaans silhouet. Maar alleen een rechte lange rok en een blouse met wat kantjes vond ik toch echt te saai. Dus zocht ik naar een middenweg, zodat het kostuum praktisch bleef, bij mijn personage zou passen, maar ook leuk zou worden om te naaien. Want dat is nu eenmaal óók mijn hobby!

Mijn personage is de scribente van de burgemeester. Het was in die tijd niet zo gebruikelijk dat een getrouwde vrouw een baan had, maar omdat mijn echtgenoot is overleden, heb ik zijn baan over weten te nemen en voorzie ik zo toch in mijn eigen levensonderhoud. Qua sociale klasse ben ik dus niet echt hoog, maar ik ben ook geen plebs. Ik heb bedacht dat ik daarom wel iets enigszins modieus kan dragen, zoals een bustle (zo’n kontje), maar niet iets dat erg duur is. Maar dat er wel weer netjes genoeg uitziet om er de burgemeester mee onder ogen te kunnen komen. Ondanks dat ik financieel niet bepaald welgesteld ben, investeer ik in nette kleding om er op mijn werk representatief uit te zien. Dat baantje moet ik namelijk koste wat kost behouden!

Dus ben ik gegaan voor een rok met maar één laag stof, in plaats van een of meerdere opgerimpelde schootjes er overheen. Heb ik gekozen voor een ‘linnen look’-stofje in plaats van iets fancy’s, zoals de semi-transparante katoen van mijn zomerjurk. En heb ik (zeer) rustig aan gedaan met kantjes.

En ik ben tevreden met het eindresultaat. Het is een beetje jammer dat ik mezelf heb moeten inhouden en niet volledig los kon gaan met ruches en frutsels, maar het ziet er voor mijn gevoel nu wel uit als een outfit van iemand die in dienst is van een ander persoon.

Ik verwachtte echt een enorm slagschip te worden, zonder korset maar wel met bustle. Gelukkig lijkt het mee te vallen.

Het model is van een patroon dat ik nog in huis had en waar ik destijds ook mijn Old West dress van maakte. Het kontkussentje dat ik toen naaide heb ik voor deze outfit hergebruikt.

Bestede tijd: 36 uur en 1 kwartier
Kosten: €48,70 (€30 aan stof, die gelukkig maar €5,- per meter was, €10,80 voor 24 knoopjes (waar ik een paar van over heb), voor €4,40 aan kant en twee klosjes garen van €3,50 per stuk. Voering had ik nog liggen.)

De bestede tijd is weer eens wat meer dan ik had gewild, want mijn voering bleek om de een of andere reden korter te zijn geworden dan de buitenstof, waardoor de boel ging trekken. Uiteraard had ik de naden al bijgeknipt, dus heel veel speelruimte had ik niet meer. Grom.

Ook de mouwen wilden niet meewerken. Ik wilde eigenlijk wat meer plooitjes bovenop hebben, dus ik had het patroon aangepast. Maar dat bleek niet goed te werken. En ik was zo stom geweest hem er verkeerd in te zetten, zodat hij heel raar tordeerde. Uiteindelijk heb ik de mouwen er 3x in moeten zetten en 2x bij moeten knippen voordat het goed was.

Maar hee, het kostuum is af! En op tijd!

Oh, en voor degenen die zich afvragen of dit soort blauwe streepjesstof kon in de 1880’s: het antwoord is ja. ;-)

Deze fotosessie greep ik gelijk aan om een haardracht uit de 1880’s uit te proberen. Het voordeel: da’s de enige periode waarin ze pony’s droegen (op kinderen na), dus ik hoef mijn pony niet te laten groeien. Het nadeel: ze styleden ‘m op een compleet belachelijke wijze: golvend, en naar de zijkant gekamd…

De golfjes zijn bij mij niet goed gelukt, want ik heb de vlechtjes te kort erin gehad. Maar als ik er een nachtje mee slaap zal het waarschijnlijk beter lukken.

Ook probeerde ik mijn capes en omslagdoeken uit. De driehoekige doek werkt goed, maar die is niet heel warm. De bontcape staat helaas niet zo goed bij de outfit. Niet alleen vanwege de kleur, maar ook omdat winters bont raar combineert met linnen – hij staat waarschijnlijk een stuk beter bij mijn wollen jurk. Dilemma dus. Dan maar mijn grijze, overduidelijk niet-historisch correcte capeje meenemen? Of het bij de omslagdoek laten?

Victoriaanse bontcape en mof

Na de vooral functionele omslagdoek wilde ik ook nog wat mooiers maken dat warm is en bij mijn Victoriaanse outfits past.

Ik naaide al eens eerder een capeje dat qua model best voor Victoriaans door kon gaan. Alleen was die voor een generiek fantasy-LARP bedoeld, dus overduidelijk van moderne materialen. Maar het patroon kon ik wel hergebruiken.

Een tijdje geleden nam ik van de lapjesmarkt een mooie coupon nepbont mee. Kwam vast wel eens ergens voor van pas, dacht ik toen. En ja hoor, dankzij die lap, een restant fleece en een bol dik zijdegaren, kon ik een leuk bontcapeje naaien. Ik had zelfs nog nét genoeg bont over voor een bijpassende mof! <3

Het bruine fleece dat ik voor de voering heb gebruikt is natuurlijk niet historisch correct, maar nepbont is dat ook niet. Het gaat dan ook vooral om het mooie plaatje. De voering zit toch weinig zichtbaar aan de binnenkant. Bovendien is hij zo lekker warm. Aangezien nepbont lang niet zo goed warmte vasthoudt als echt bont, moet het fleece compenseren. ;-)

Die twee lagen maken de boel warm, maar ook behoorlijk stug, zodat de cape wijd blijft open staan. Hopelijk wordt hij tijdens het gebruik nog wat soepeler.

Ik moest even opzoeken hoe ze in die tijd hun capes sloten. Het is vaak niet goed te zien op foto’s, omdat de sluiting van de hoed er overheen hangt of omdat alles verdwijnt tussen de fluf van het bont. Brede lintjes schijnen van eind 19e eeuw te zijn heb ik me laten vertellen (mooi, want die vind ik te truttig), maar o.a. dit soort koordjes met kwastjes kom je gedurende een hele lange periode tegen en kunnen dus voor zowel voor mijn outfits uit 1865 als uit 1888!

Cape met koordsluiting, 1855

Matchende cape en mof, 1860s (het strikje is volgens mij van de hoed, niet van de cape)

Bontcape, begin 1880s

Bontcape met koordsluiting, ca. 1890

Het zijdegaren waar ik het sluitkoord en de kwastjes van maakte matcht qua kleur niet optimaal met het bont, maar het was dit of een grijs/groene tint. Ik had hem ook van wol kunnen maken maar ik denk dat zijde beter werkt omdat het luxer uitziet.

 

Bij een mof hoort het bont eigenlijk ook aan de binnenkant door te lopen, maar daarvoor had ik helaas niet genoeg stof over, dus ook die heb ik met fleece gevoerd. Gelukkig waren grote moffen vooral hip in het begin van de 19e eeuw en zie je vanaf halverwege de eeuw vooral schattige kleine mofjes, anders had ik het helemaal niet gered om er nog een mof bij te maken. ;-)

Bestede tijd: 5,5 uur
Kosten: De coupon nepbont kostte destijds 15 euro. De fleece is echt een restant en het zijdegaren was een cadeau.

Castlefest outfit

Vorig jaar voelde ik me een beetje kaal tijdens Castlefest. Ik was gewend in mijn optreedkostuum rond te lopen. Ook dit jaar ben ik er weer als gewone bezoeker, dus wilde ik iets leuks maken om aan te trekken.

Castlefest is geen Elfia – je gaat er niet heen om alleen met je kostuum te pronken. Ik wil er ook lekker in het gras kunnen liggen, Balfolk dansen, en meer. Het moest dus een mooie maar óók praktische outfit worden. En geschikt voor verschillende temperaturen, want je weet nooit van tevoren hoe warm het precies gaat worden. Laagjes dus.

Zo gezegd, zo gedaan. Het fantasykostuum dat ik voor Tweedledum & Tweedledee maakte, werkte goed wat betreft die laagjes, dus recyclede ik dat idee: een puntjurk die je op zichzelf kan dragen, een lange rok ter aanvulling eronder en een capeje. De optionele longsleeve en/of (thermo)legging voor eronder heb ik niet apart gemaakt; die haal ik gewoon uit mijn garderobekast. En in plaats van een cape, besloot ik een soort bolero met capuchon te maken als vestje.

De jurk:

De rok:

Het lijkt misschien alsof de rok strak om de onderkant van mijn pop staat, maar dat is niet zo. Ik had desondanks een veel meer in plooien vallende rok gewild dan wat ik nu heb gemaakt. Daarvoor had ik hem (bijna) cirkelvormig moeten maken. Maar door een stomme rekenfout had ik te weinig stof gekocht en kreeg ik met wat hangen en wurgen dit als maximale zoombreedte eruit. De plooien zitten nu vooral aan de zijkant in plaats van ook aan de voorkant. :-( Gelukkig is hij (denk ik) wel wijd genoeg om comfortabel in te kunnen dansen, zeker aangezien het stretchstof is.

Het vestje:

Het patroon voor het vestje heb ik zelf getekend en ik vind hem erg goed gelukt! Ik heb gewoon een trui-patroon als basis genomen en daar een beetje op het oog, de schuine randen aan getekend. De muts kostte wat experimenteren, maar ook die past nu mooi om mijn hoofd.

Het was behoorlijk wat werk om de applicaties er met de hand op te borduren / stikken, maar het maakt de outfit wel heel veel mooier. Alleen de uni-stof was een beetje saai geworden. Voor de blaadjes op de jurk heb ik reststof van de rok gebruikt; voor de blaadjes op het vest een wat feller groene stof die nog in de kast lag.

Idealiter had ik de nerven van de blaadjes er nog in geborduurd, maar daar heb ik geen tijd meer voor. Wellicht een klusje voor volgend jaar. Misschien dat ik dan ook nog wat kraaltjes enzo aan de halslijn toevoeg.

En dit is hoe het er samen uitziet:

Zoals je kunt zien, matcht het vestje qua groentint helaas niet zo goed met de jurk en rok. :-( De queeste voor geschikte stof was namelijk uitermate teleurstellend. Warme fleece voor het vestje had ik gauw gevonden, maar de gewenste soepelvallende katoen in twee tinten groen voor de rok en jurk was nergens te krijgen. Gelukkig vond ik bij twee verschillende standjes op de lapjesmarkt wel deze mooi vallende groene tricots, die qua tinten prima bij elkaar stonden. Het waren niet de groentinten die ik in mijn hoofd had: eigenlijk zocht ik wat frisser groen. Ze werken daarom ook niet goed samen met de kleur van de bolero. Ik had helaas geen andere keuze, dus hier moet ik het mee doen. :-(

Bestede tijd: 27 uur en 15 minuten (5,25 uur voor de jurk, 3,5 uur voor de rok, 6,25 uur voor het vestje en 15,25 uur voor het borduren en aanbrengen van de applicaties)
Kosten: €21,65 (voor de groene stoffen en de zwarte boordstof; de sluiting voor het vestje en het (borduur)garen had ik nog liggen.)

Dan nog een laatste foto met de accessoires die ik erbij wil dragen: een leren tasje in de vorm van een blad (gekocht) en mijn zelfgeweven riem.

Kijk maar goed naar de combinatie, want al mijn moeite ten spijt, vermoed ik dat ik gezien de belachelijk hoge temperaturen van deze weken, alleen de jurk ga dragen en de rest uit laat… Bovendien duurt het festival zo’n 3,5 dag en de hele tijd in dezelfde outfit lopen wordt ranzig, dus ik moet op een gegeven moment toch iets anders aan gaan doen dat gewoon uit mijn kast komt. Ach ja. Het houdt je van de straat zullen we maar zeggen. En het was hoe dan ook erg leuk om dit te naaien!

Victoriaanse omslagdoek

Ik ben bezig met het naaien van een outfit voor Castlefest. Maar op een gegeven moment moest ik aan een volgende fase beginnen en ik had daar niet veel zin meer in en bovendien was de middag bijna voorbij. Maar nog niet helemaal. Hm, wat zal ik tot aan etenstijd gaan doen?

Mijn kostuum voor Moresnet, een LARP-evenement dat zich in 1888 afspeelt, heeft nog niet zo’n prioriteit, want het evenement is pas in oktober. Maar ik kon wel alvast een omslagdoek naaien. Die ik hopelijk ook bij mijn andere Victoriaanse outfits van rond 1865 kan gebruiken als ik een keer naar buiten moet in de kou, want ik mis een warme mantel wel een beetje in mijn garderobe.

Volgens VintageDancer.com: “Woollen shawls, woven in check patterns, about a yard and three-quarters square, were worn throughout the nineteenth century. They were, for most of the time, worn below the level of fashion.”

1882 plaid wool shawls

En inderdaad: op de zogenaamde fashion plates kom je ze niet tegen, maar er zijn wel exemplaren bewaard gebleven:

1860’s

Midden 19e eeuw

Grote doeken waren hipper dan kleine, maar aangezien onze hedendaagse stoffen niet breder zijn dan 1,50 meter, moest ik het daar maar mee doen.

Mijn stof is een soort nep-wol of een vage blend, maar hij lijkt goed genoeg. Mijn franjes zijn ook synthetisch, maar hee, LARP. :-) Zo blijft het in ieder geval goedkoop.

Knippen was makkelijk: gewoon de rechthoekige lap stof schuin doormidden knippen.

Ook makkelijk, maar ietsje meer tijd kostend, was het op de randen spelden van de franjes, ze vaststikken, en de randjes omzomen.

Hoppa, klaar:

(Excuses voor de slechte foto’s. Het licht wilde echt niet en foto’s met de timerfunctie zijn altijd een drama, zeker van onderop op je no-makeup-day. Let ook niet op mijn anachronistische regenbooghippiejurk eronder, die de doek blauw laat lijken in plaats van bruin. :-X)

Bestede tijd: 1 uur
Kosten: €16,45
 (€7,50 voor 1,5 meter stof, waarvan ik dus nog de helft over heb (iemand nog een omslagdoek nodig?), en €8,95 voor 3 meter franjes)