Ik hoorde af en toe een klaterend geluid in een van mijn radiatoren, dus besloot ik mijn verwarming te ontluchten. Maar ik checkte eerst nog even de waterdruk van de CV-ketel.
Oei, 1.0… da’s echt véél te laag! Eerst de ketel bijvullen dus, anders blijf ik bezig.
*Koppelt slang aan waterkraan en ketel en draait kraan open.*
Hm… waarom zie ik de druk niet oplopen op het display van de ketel…? 🤔
*Ontkoppelt slang weer en checkt of er wel water uit de kraan komt*
Dat was gewoon het geval.
Zou de druksensor kapot zijn en ik inmiddels al veel te veel water het ding in hebben gepompt? Of was er iets anders mis? Een flinke lekkage in een leiding wellicht?
Zucht… wat nu? Op de zondag voor kerst de CV-ketelreparateur bellen zou vast een duur geintje worden.
*PLING* doet mijn telefoon. Een notificatie van de buurtapp over een P2000-melding in mijn straat. Blijkbaar is de brandweer onderweg vanwege wateroverlast.
Euh… hóé hard heeft mijn ketel water gelekt…? 😮
Na even de straat op gelopen te zijn, bleek er om de hoek een lek in de waterleiding te zijn. De straat stond half blank en de brandweer was inderdaad al bezig.
Oftewel: blijkbaar was de waterdruk gewoon even niet hoog genoeg om de ketel bij te vullen. Wat een timing….
Ik had een paar maanden geleden enthousiast twee kaartjes voor een concert van Danny Vera gekocht, er vanuitgaande dat ik vast wel iemand kon vinden die mee wilde. Maar de meeste mensen die ik vroeg bleken niet zo’n fan van de beste man zijn stem, of zeiden: “Wie?” (hint: hij heeft een tijdje geleden een flink hit gehad met ‘Roller Coaster‘, al vind ik dat niet z’n beste of meest representatieve nummer). En de paar mensen die hem wel te pruimen vonden, waren niet in staat om op die dinsdagavond op tijd in Tilburg te zijn. Nou ja, dan ging ik toch lekker alleen? Het tweede kaartje gooide ik gewoon op Ticketswap (en was binnen een paar uur alweer doorverkocht).
Ik was wel not amused dat de 013 geen garderobe bleek te hebben maar enkel kluisjes, waardoor je gedwongen werd €2,50 extra te betalen, terwijl ze ook al €4,80 aan ‘servicekosten’ bovenop de kaartprijs hadden gegooid. Lekker binnenharken zo… is dat normaal bij concertpodia? In Doornroosje in Nijmegen is de garderobe gewoon bij de prijs inbegrepen, net als extra’s zoals het lenen van een zitkruk voor mensen die niet goed kunnen staan!
Anyway. De opzet van de tour was dat Danny Vera met zijn mede-muzikanten in het midden van de zaal zou optreden, met het publiek dus volledig om hem heen. Maar dat had blijkbaar op diverse plekken nogal wat voeten in de aarde rondom het goed regelen van het geluid enzo – de tour heette dan ook zeer toepasselijk “Beggin’ For Trouble”, vertelde hij. In de 013 was die opzet overduidelijk ook niet geheel gelukt, want ze stonden op een soort verlengstuk voor het podium waardoor er nog nét wat publiek aan de zijkanten van het podium kon staan, en er was een handjevol mensen op het podium zelf achter hen gestald, achter een afzetting met wat touwtjes. Hij deed zijn best om regelmatig naar de andere kanten toe te spelen en aan het eind van de show deed hij twee liedjes terwijl hij midden tussen het groepje luisteraars op het podium ging staan, maar de opzet kwam toch niet helemaal uit de verf.
Ik had gelukkig goed uitzicht, want ik was op tijd gearriveerd en had mezelf op een van de trappen achterin de zaal gepositioneerd, zodat ik (enigszins) over de bezoekers voor me heen kon kijken. Om de tijd tot de start van het concert te overbruggen had ik een boek meegenomen en ik heb dus lekker een uurtje op de trap zitten lezen. Ik had niet zo’n boodschap aan de verbaasde blikken van de mensen om me heen daarover, maar het stelletje Vlamingen dat naast me stond tijdens het concert was wel irritant, omdat ze maar bleven praten tijdens de show, ondanks het regelmatige “Shhht!”-gefluister van zowat iedereen om hen heen. (Ik dacht dat het ‘the Dutch disease’ werd genoemd…) “Het is een concert, geen cinema”, wierp een van hen tegen. Mjah, meezingen tijdens de liedjes of enthousiast aanmoedigingen brullen is uiteraard geen probleem, maar als Vera bv. een gevoelig nummer inzet, of een intro start door alleen maar te fluiten, dan snap je toch dat dát niet het juiste moment is om dingen tegen elkaar te zeggen? Ik zou zeggen: het is een concert, geen kroeg – als je vooral wil ouwehoeren en bier drinken (we moesten wel 5 of 6 keer aan de kant omdat ze weer nieuwe drank gingen halen) ga je daar maar heen.
Het was verder wel een heel goed concert en de enigszins grofgebekte Vera praatte de nummers leuk aan elkaar. Op een gegeven moment riep hij richting de bar of ze ook een glas bruine rum voor hem hadden? Het volgende nummer ging daar namelijk over. En ja hoor, er werd spontaan een glas voor hem ingeschonken en richting het podium gestuurd en even later kregen de rest van de bandleden ook nog een glas.
Danny Vera’s muziek is een soort combi van americana, rock-‘n-roll en country, dus er zit vaak een afterbeat in de muziek. Maar dat blijkt toch een moeilijk ding voor de meeste luisteraars. Vera, via de microfoon tegen zijn achtergrondzangeressen: “Misschien kunnen jullie het publiek helpen om op tel 2 en 4 te klappen?” De zangeressen doen het voor. De meute blijft vervolgens stug doorklappen op tel 1 en tel 3. :’-) (Waarschijnlijk heb ik dus ook weer punten voor vreemdheid tussen mijn medebezoekers gescoord door op diverse momenten tijdens het concert precies tegen hun klapritme in te klappen ).
Na twee uur (En geen toegift? De lichten en achtergrondmuziek gingen per direct aan na het laatste nummer) was het concert voorbij en reed ik weer terug naar Nijmegen, met het voornemen zijn nieuwe cd aan te schaffen!
Het was gisteren weer tijd voor de leuke jaarlijkse traditie van de ‘Christmas carol sing along’ bij Rob en Carlie: met hun (muziek)vrienden in hun woonkamer kerstliedjes zingen, begeleid door Rob op gitaar en incidenteel ook door een andere aanwezige die diens instrument bij zich heeft, en met af en toe een tweede stem erdoor als iemand die kent.
Het is laagdrempelig en gezellig en ik verheug me er dus iedere keer op. En het was hartverwarmend om bij binnenkomst te merken dat mijn aanwezigheid oprecht wordt gewaardeerd. <3
We krijgen ter ondersteuning een dik pak songteksten en bladmuziek in onze handen gedrukt. Ik herken steeds meer liedjes van eerdere jaren, dus meezingen wordt steeds makkelijker. Af en toe wordt er eens iets nieuws toegevoegd. Zo bracht ik vorig jaar ‘The Wexford Carol’ in, maar die bleek voor veel mensen wat te moeilijk om snel op te pikken. Dus vroeg Rob me dit jaar of ik dat nummer solo wilde zingen, en had hij bedacht dat de anderen dat konden ondersteunen met ‘noe… noe…’-klanken. Dat pakte inderdaad mooi uit! (Nadat ik nog even zweetdruppeltjes kreeg omdat de tekst uiteraard bleek af te wijken van de versie die ik ken en we het nummer twee tonen lager dan die versie inzetten – maar het ging goed genoeg! )
Bijzonder genoeg kreeg ik niet alleen complimenten over mijn zang (mijn zangjuf zei ook al eerder dat mijn stemtype goed past bij Ierse liedjes, misschien toch meer mee gaan doen), maar ook over mijn Engelse uitspraak door een vertaalster/docente Engels!
Maar de meest opvallende constatering van de dag was wel dat er twee verschillende versies van “Komt allen tezamen” blijken te zijn. Wisten jullie dat Protestanten een compleet andere tekst zingen dan Katholieken?? Ik was in ieder geval totaal in de war toen een deel van de groep dat nummer na de afloop van het officiële gedeelte nog even spontaan inzette.
Na nog even lekker gegeten te hebben, was het tijd om afscheid te nemen en vanuit Arnhem direct door te rijden naar Wageningen voor weer een fijn folkbal. Ook nu was er goede muziek en waren er veel mensen met wie ik graag wilde dansen (hoewel het er lang niet altijd met iedereen van gekomen is).
Ik ben wel iets voortijdig naar huis gegaan, want ik was bek-af en was fysiek ook niet helemaal in orde. Al dat snaaien van compleet verschillende etenswaren gedurende de dag (kerstkransjes, kerststol, soep en broodjes met knakworst bij Rob & Carlie, en een potluck diner tijdens het bal) had ook niet geholpen. Vandaag dus maar even rustig aan doen…
Gisteravond nam Richard me mee naar een van de filmavondjes die hij regelmatig heeft met een van zijn vriendengroepjes. Hij had me vooraf al gewaarschuwd dat ze niet noodzakelijk altijd goede films keken. Die avond stonden op de planning de animatiefilms van ‘The Hobbit‘ en ‘Lord of the Rings‘ uit de jaren ’70.
The HobbitLord of the Rings
Uiteraard zijn die inmiddels enorm gedateerd, dus alleen daarom al redelijk hilarisch om naar te kijken. Maar ‘Lord of the Rings’ bevat ook diverse dermate bijzondere keuzes dat die volgens mij in de tijd dat die werd gemaakt, al enige wenkbrauwen moet hebben doen optrekken.
Aragorn is een soort indiaan, Boromir een viking – en net als diverse andere personages broekloos. (Aldus Ward: “Het had iets minder ‘Conan the Barbarian’-stijl mogen zijn.”)
Maar helemaal bijzonder is het dat ze heel veel scènes hebben opgenomen met echte acteurs en daar vervolgens (deels) overheen hebben getekend, blijkbaar om kosten te sparen. Wat resulteert in scènes waarin getekende beelden elkaar snel afwisselen met ‘live action’ beelden en vice versa, en soms zie je zelfs mash-ups waarbij bijvoorbeeld de bovenkant van een personage volledig is getekend, maar zijn benen ‘echt’ zijn. En de hordes orks zijn in de meeste gevallen in het geheel niet overtekend, en doordat de scènes met deze wezens zo onevenredig lang in beeld zijn ben je op een gegeven moment wel klaar met het kijken naar NPC’s in voddige kostuums met rare maskers en rode oogjes.
Ik was dan ook dankbaar dat de film zo rond een uur of half 12 al ophield, omdat het alleen deel 1 bleek te zijn. Deel 2 hebben we niet meer gekeken en deel 3 schijnt (om obvious reasons) nooit uitgekomen te zijn.
Desondanks was het gezellig, en ook leuk om enkele van Richard’s vrienden te ontmoeten! En het gaf ook weer een kijkje in de achtergrond van de meer recente films, want het is niet te ontkennen dat de tekenfilm toch enige inspiratie daarvoor heeft geboden.
Woehoe, mijn boek “Alice’s Adventures under Water” is inmiddels ook als eBook verschenen!
Ik heb hard gewerkt om ‘m op tijd voor de kerst af te krijgen, zodat ik hem als kerstcadeau kan promoten. Dat ging uiteraard weer eens niet van een leien dakje, want ten eerste was ik veel te druk met andere dingen en ten tweede was het maken van een eBook lang niet zo makkelijk als het internet beweerde. (Zoals altijd geldt: als het te mooi klinkt om waar te zijn, dan is het dat doorgaans ook.)
Ik had geen idee hoe je een eBook maakte, maar het is dus niet een kwestie van ‘gooi je pdf of Word-document door een conversietooltje’, want dan krijg je weliswaar een eBook-bestand, maar met heel veel zooi erin, geen hoofdstukindeling, en je moet maar afwachten wat er met je illustraties is gebeurd. Uiteindelijk kwam ik erachter dat een eBook feitelijk een soort webpagina is. Oh, maar html-len en css-sen dat kan ik wel! Dus begon ik gewoon in Sigil in een clean basisbestand en maakte ik het hele book met de hand op.
Toen moest ik nog uitzoeken hoe je een eBook beveiligt, prijst en distribueert, en wat de voor- en nadelen, commissiestructuren en de verschillende opties en voorwaarden van de diverse distributieplatformen zijn, want ik ga er niet vanuit dat iedereen bij mijn eigen website aanklopt. Dus las ik me in een moordtempo in de materie in en wist ik na een dag of twee ook hoe die markt werkt.
Benieuwd naar het resultaat? De ePub-versie kun je downloaden van mijn website (de goedkoopste optie), Kobo en (binnenkort) Google Books. Wil je de Kindle-versie, kijk dan op Amazon. En natuurlijk kun je ook nog steeds de paperback-versie van het boek bestellen als je liever iets hebt om in je kast te zetten.
(Koop je liever bij Apple, schop ze dan namens mij onder hun hol, want ik ben zowat een uur bezig geweest om mijn boek op hun platform te krijgen, maar een account maken en inloggen lukte om onduidelijke redenen niet en toen ik éindelijk halverwege het proces was, kreeg ik de melding dat ik niet verder kon omdat er geen credit card-gegevens in mijn account stonden. Wat klopt, want ik heb geen credit card… En bovendien wil ik geld van hen krijgen, niet aan hen betalen. Maar om contact op te nemen met de supportafdeling moest ik eerst inloggen(!) om bij het contactformulier te komen, wat dus ook weer lastig ging, en daarna gaf het contactformulier een foutmelding. *Snik* Ik heb het uiteindelijk opgegeven.)
Aangezien ik zelf geen enkele eReader heb, vond ik het lastig om te testen of alles 100% overkomt zoals bedoeld op al die verschillende varianten eReaders die er in omloop zijn. Dus mocht je mijn verhaal digitaal hebben aangeschaft en nog wat issues tegenkomen, dan hoor ik graag je feedback!
Het was vandaag weer zo ver: de jaarlijkse kerstborrel op kantoor. De enige borrel die ik oprecht kan waarderen.
Zoals inmiddels traditie is, begonnen mijn collega’s weken geleden al te informeren wat ik dit jaar aan zou trekken, en begon ik gisteravond pas de boel in elkaar te kwakken, hopend dat het idee dat ik in mijn hoofd had ook in praktijk zou werken, want anders had ik een probleem…
De over-the-top-outfit van dit jaar is een soort voortborduring op de kerstrok van vorig jaar: in plaats van een hoepel ónder mijn outfit te dragen, besloot ik dit jaar de hoepel zelf als outfit te bombarderen. Ik gebruikte de hoepel die ik ooit voor een LARP kocht als basis. Touwen eraan, slingers erover, lampjes er omheen en klaar!
Oh ja, en in plaats van de lullige kartonnen ster van vorig jaar, fröbelde ik een echte piek op mijn diadeem.
Tadaaa!
Ik had alleen vooraf geen rekening gehouden met de enorme batterij-unit die aan het lichtsnoer zat, die niet alleen een aanzienlijke omvang had, maar ook een behoorlijk gewicht. Ik bevestigde hem op hoop van zegen aan de hoepel en hield mijn vingers gekruist dat het ding niet de hele handel naar achter zou trekken waardoor ik de hele borrel door gewurgd zou worden door het touw om mijn nek.
Hoe ik het gevaarte op de fiets op kantoor en weer thuis zou krijgen, had ik ook nog niet helemaal bedacht, maar dat ging vast goedkomen, leek me. En jawel, het bleek een kwestie van de hoepel over mijn schouder en stuur gooien en hem zo schuin vervoeren, en vooral schijt hebben aan wat andere mensen dachten als ze me zagen fietsen.
De outfit was een grote hit! Het was alleen al de moeite waard vanwege alle blije gezichtjes en enthousiaste uitroepen toen ik het kantoor binnen kwam gewandeld met het gevaarte slechts in mijn hand en de lichtjes nog uit. Wederom kreeg ik van vele nieuwe collega’s te horen dat ze al van de oude garde hadden gehoord dat mijn kerstborreloutfit een Ding was om naar uit te kijken. En ik merk dat mijn invloed zich inmiddels heeft verspreid, want ook de outfits van collega’s worden ieder jaar nét ietsje uitzinniger. Zo was er een collega met niet zomaar een foute kersttrui had aangetrokken, maar een foute kersttrui met lampjes erin en kerstsokjes waar ze kleine flesjes Flugel in had verstopt, waardoor ze een soort levende grabbelton voor collega’s werd. En daardoor ook werd gebombardeerd tot de alcoholverstrekker van de dag. Alsof er nog niet genoeg drank was aangerukt door de organisatie…
Dus toen ik na mijn 3e glas rosé het wel welletjes vond en aan de cola ging, schonk ze gewoon nog een vierde glas voor me in en drukte ze dat in mijn hand. De stemming zat er goed in, zullen we maar zeggen.
Ik heb me dan ook weer uitstekend geamuseerd op het leukste bedrijfsfeestje van het jaar. We begonnen de middag om drie uur met een officieel gedeelte vanuit het MT, maar al snel gingen we over naar De Grote Kerstborrelquiz, waarbij enige zelfspot niet werd geschuwd. Zo waren er vragen als: “Waar kijken we volgend jaar het meest naar uit?” (Antwoord: het vullen van de jassenbakken met planten) en “Wat gaan we in 2024 zeker niet meer doen?”, met als antwoordopties:
1) 5.000 rugzakken bestellen en de order annuleren als de zeecontainer al onderweg is;
2) Een ongecontroleerd adressenbestand naar de drukker sturen;
3) 200K uitgeven aan een feestje;
4) <Onze grote promotiecampagne> annuleren. (vanwege een oepsje van de rector) Waarbij ons antwoord uiteraard “all of the above behalve 3” was. )
Verder werd de middag en avond gevuld met veel gezelligheid, wat al snel escaleerde naar een impromptu hervertoning van de tenenkrommende kerstboodschap van onze directie van een aantal jaar geleden om de nieuwe collega’s op de hoogte te brengen van onze divisiehistorie, bureaustoelenraces, en uitzinnig dansen op “Why, tell me why” van Anita Meyer.
Mede onder invloed van de rosé heb ik weer veel te veel over mijzelf verteld, wat resulteerde in verwonderde vragen over LARP, uitroepen over hoeveel hobbies ik wel heb, en verbazing over hoe gezellig ik buiten werktijd ben terwijl ik tijdens werktijd altijd zo serieus ben.
Wellicht overbodig om te zeggen dat de kerstboompiek het niet heeft overleefd, omdat die op een gegeven moment met diadeem en al van mijn hoofd af tuimelde. Maar ach, het was de moeite waard.
Toen we om 8 uur het pand moesten verlaten omdat men het wilde afsluiten en een deel van mijn collega’s nog doorging naar de stamkroeg van onze divisie in het centrum, besloot ik dat het welletjes was geweest en fietste ik weer met verlichting en al naar huis. Nog één weekje werken en dan zit het er weer op voor dit jaar! (Note to self: volgend jaar een iets praktischer outfit bedenken, zodat ik wat dichter bij collega’s kan staan om te babbelen en wat minder moeite heb om de snacks te bereiken.)
De flexwerk-saga bij ons op kantoor heeft een nieuw hoofdstuk.
In 2018 verhuisden we met onze dienst naar een ander gebouw en had onze manager voor die gelegenheid bedacht dat wij het goede voorbeeld gingen geven en als eerste gingen flexwerken. Onze verdieping werd er volledig op ingericht (lees: er waren mooie plannen, toen te weinig budget, en toen werd alles maar half geïmplementeerd, tot grote frustratie van velen, die uberhaupt al geen voorstander waren van flexwerken). De collega’s op de andere verdiepingen mochten wel nog gewoon hun vaste werkplekken en kamertjes / kleine kantoortuintjes houden.
Daar is nu verandering in gekomen, want onze klachten vonden afgelopen jaren geen enkel gehoor en er is inmiddels een universiteitsbreed project gestart: ‘InWork’. Wat inhoudt dat nu zo veel mogelijk mensen flexibel moeten gaan werken, ook al was ook het grootste deel van alle andere medewerkers tegen. Ons pand zou weer als een van de eersten aan de beurt zijn voor een herindeling. Er verschenen projectplannen en plattegrondjes met vele ‘ontmoetingsplekken’, want, zo was de gedachte: je komt naar de campus om elkaar te ontmoeten! Dat klopt. Maar dat strookt volledig niet met het achterliggende doel: minder werkplekken nodig hebben.
Ik probeerde nogmaals uit te leggen dat je niet van ons moet verwachten dat we onze aanwezigheid op de campus netjes over de week verdelen om de drukte op de werkplekken te spreiden, als we naar de campus komen om elkaar te ontmoeten. Dat vereist namelijk dat je tegelijkertijd aanwezig bent. Maar die logica ging er niet in.
Ik probeerde ook nogmaals uit te leggen dat het onmogelijk is om je werk zo te plannen dat je op bepaalde dagen alleen maar overleggen hebt en op andere dagen alleen maar werk waar je je thuis op wil concentreren. Een deel van mijn werk omvat bijvoorbeeld ‘makkelijk bereikbaar zijn voor collega’s met vragen’. En dat betekent dat ik niet thuis moet werken en me ook niet terug moet trekken op een afgeschermde stiltewerkplek. Ik heb een werkplek nodig waar ik enigszins rustig kan werken, maar wel in de buurt en in het zicht ben van collega’s. Maar ook dat was lastig te begrijpen.
En dus verzamelde de projectgroep al onze wensen, ideeën en feedback, en deed ze vervolgens precies wat ze sowieso hadden willen doen als we geen input hadden geleverd.
En dus zagen we met lede ogen toe hoe de afgelopen weken onze verdieping opnieuw werd ingericht met flexplekken, die vaak direct naast onafgeschermde overlegplekken staan.
Gisteren kwam ik voor het eerst sinds de verbouwing weer op kantoor en het was precies zoals ik had verwacht:
Mijn bureau is kwijt. Of is er gewoon niet meer, ik heb geen idee. Er was mij, na 5 jaar klagen, eindelijk een bureau beloofd waar ik achter zou passen. De oude bureaus konden namelijk niet laag genoeg, waardoor bij één bureau de pootdopjes onderuit waren gehaald zodat die net een paar centimeter lager werd, wat eigenlijk ook nét niet voldoende was voor mij, maar in ieder geval beter dan niks. Ik had dat bureau moeten labelen voordat de verbouwing begon, maar het was sowieso onduidelijk of ik dat bureau zou terugkrijgen of een echt fatsoenlijk passend bureau. In praktijk bleek er dus geen enkel lager bureau te staan. De medewerker van de projectgroep ging het navragen. To be continued… *zucht*
Het secretariaat is in een hoek weggestopt, waardoor je langs een smal stukje tussen werkplekken en de muur moet schuiven om er te komen, terwijl hen een open, makkelijk bereikbare plek was beloofd. Bovendien zijn hun telefoons kwijt. Het secretariaat kan dus al twee dagen niet bellen of gebeld worden. :’-)
Sommige docking stations zijn nieuw en je blijkt daardoor nieuwe software op je laptop te moeten installeren voordat beide monitors werken. Dat was slecht gecommuniceerd en er was in die communicatie geen duidelijke handleiding verstrekt, met als resultaat verwarring alom bij voor het eerst inloggende medewerkers en één collega die zich die dag heeft opgeofferd om bij iedereen langs te gaan om uit te leggen waarom het scherm niet werkte en te helpen met de installatie.
De vaste monitorarmen kunnen niet hoog genoeg worden ingesteld voor de langere collega’s en zakken regelmatig tijdens het werken omlaag, of slagen er niet in het scherm horizontaal te houden.
Men is vergeten de kapstokken terug te plaatsen.
Er staan plantenbakken om het wat gezelliger te laten ogen, maar er staan nog geen planten in. Die arriveren pas ergens in het komende kwartaal. (Collega van een andere verdieping: “Wij zijn in april verhuisd en hebben nog steeds geen planten.”)
De grote centrale kastruimte is opgedeeld. Er zijn nu kleine kastjes onder bovengenoemde plantenbakken, verspreid over de ruimte. Oftewel: alle huisstijl-kleding die voor open dagen enzo wordt gebruikt, moet over al die kleine kastjes worden verdeeld. Succes met onthouden in welke kast ook alweer welke maat ligt, en veel plezier met je spullen bij elkaar rapen iedere keer als je iets nodig hebt voor je evenement.
De grote vergaderruimte op onze verdieping (de enige in het gebouw die groot genoeg is voor 15 personen – oftewel geschikt voor de trainingen die ik geef), blijkt zonder communicatie vooraf daarover geclaimd te zijn door een andere afdeling, zodat zij daar hun trainingen kunnen geven. Wij mogen hem in theorie gebruiken als zij hem niet nodig hebben, maar het reserveringssysteem kan dat nog niet aan dus er is momenteel nog geen manier om dat te doen behalve hen direct lief te vragen. Dat betekent dat wij vaker moeten gaan betalen om ruimtes elders op de campus te huren voor mijn trainingen, want alleen de ruimtes in ons eigen pand worden niet intern doorbelast. Eens kijken hoe lang het duurt voordat een manager zich daarover gaat opwinden.
Iedere afdeling heeft eigen concentratieplekken op hun verdieping en daarnaast zijn er per verdieping een aantal door anderen te boeken concentratieplekken, behalve wij. Wij hebben alleen gedeelde concentratiewerkplekken. “Dus wij moeten altijd vooraf een concentratiewerkplek reserveren als we eentje nodig hebben?”, vroeg ik. “Nee”, zei de collega van de projectgroep: “Jullie mogen hier gewoon gaan zitten.” Ik: “Maar als iemand aankomt die die plek gereserveerd blijkt te hebben, moet ik alsnog weg?” “Ja.” “Dan moeten we ze in praktijk toch ook reserveren? Anders worden we continu weggestuurd!” “Euh…” Daar is dus weer heel goed over nagedacht door iemand…
En dan hebben we nog de prachtige, feng shui-verantwoorde plaatsing van de enórme belcel. Niemand weet waarom die zo groot is – we zouden hem zelfs als kamer aan een student kunnen verhuren. En ook niemand weet wie het een goed idee vond om deze midden in de ruimte neer te zetten. Toen we aan de projectgroepleden vroegen of dit tijdelijk bedoeld was, keken ze ons verbaasd aan. Nee, wat was er mis met deze locatie? Nou…
Toegegeven: er zijn ook verbeteringen aangebracht. Na 5 jaar zeuren hebben nu éindelijk alle werkplekken 2 monitors en een dockingstation en zijn de tafels overal in hoogte verstelbaar, zodat je (in theorie) op alle plekken kunt werken. En vooruit, hoewel de monitorarmen niet optimaal werken zijn ze beter dan de boeken die ik voorheen onder de monitors stouwde.
Ook hebben ze eindelijk het kluisjesbeleid aangepast: omdat we geen persoonlijke kastruimte meer mogen hebben, waren er al eerder kluisjes geplaatst. Maar die sprongen automatisch aan het eind van de week open. Heel handig als je je laptop in het weekend niet mee naar huis wil nemen, als je een dag ziek bent of om andere onverwachte redenen even niet op kantoor kunt komen, of als je spullen hebt die je permanent voor werk nodig hebt. Maar na heul veul klachten hebben ze nu ingesteld dat ze pas na 3 maanden automatisch open springen.
Het is wel zo dat de interface niet zo duidelijk is, dus veel mensen vergeten om na het gebruik van een kluisje, het ding vrij te geven. Dus hebben ze nu bedacht dat ze wekelijks alle kluisjes nalopen om te controleren of die wellicht per ongeluk leeg zijn. Wat inhoudt dat ze dus alle kluisjes openmaken en erin kijken, ook al heb je daadwerkelijk spullen erin gelegd om ze veilig te houden…
En er gaat eindelijk iets worden gedaan aan de klimaatinstallatie. Na 5 jaar klachten doorgeven over hoofdpijn, droge ogen en onhoudbare temperaturen zijn ze eindelijk gestopt met het advies geven om andere kleding aan te trekken, van de radiatorknoppen af te blijven en de ramen dicht te laten. Wat blijkt: in de destijds geïnstalleerde apparatuur ontbreekt een onderdeel(!). Wordt gefixt. We zijn benieuwd naar het effect.
Maar wat betreft de andere verbeterpunten: we weten al dat er voorlopig weinig gaat veranderen. Er is een ‘100 dagen-beleid’, wat inhoudt dat we de veranderingen eerst 3 maanden moeten aanzien. Als er daarna nog steeds klachten ergens over zijn, gaan ze eens kijken of er iets moet veranderen. Dus ook al klagen we over sommige dingen al sinds wij in 2018 dit pand betrokken, we moeten toch weer 100 dagen wachten voordat er naar ons geluisterd wordt. ‘Geluisterd’, net zoals alle vorige keren waarschijnlijk. :’-(
Dus de komende tijd gaan we merken hoeveel er geknokt wordt om een werkplek te bemachtigen, aangezien we nu nog minder werkplekken over hebben gehouden dan voorheen (vanwege alle ‘ontmoetingsplekken’), terwijl het voorheen vaak al overvol was op dinsdagen en donderdagen. 100 Dagen-beleid of niet, ik heb niet de illusie dat het hele flexwerkconcept teruggedraaid gaat worden.
Zoals geschreven was ik last-minute gevraagd om in te vallen voor een mede-bandlid van De Soete Inval. Afgelopen zondag moesten we namelijk spelen tijdens de kerstmarkt in Bourtange. Dat is een supersfeervol plaatsje, maar wel heul ver weg: helemaal in het noorden van Groningen, op de grens met Duitsland. Vandaar dat ik doorgaans niet meega, want het is behoorlijk veel reistijd en het zijn dus ook behoorlijk wat benzinekosten die dan voor mij van de totale gage af gaan. Maar het was nu even niet anders, dus zette ik zondagochtend om half 7 mijn wekker en reed ik 2,5 uur heen én 2,5 uur terug om een dagje muziek te maken.
Ik maakte me vooraf een klein beetje zorgen over de muzikale kwaliteit, want ik had vanwege de last-minute planning helemaal geen tijd gehad om het repertoire nog even door te spelen. De standaardliedjes zitten er wel dermate goed in dat dat niet nodig is, maar mijn bandgenootjes hadden een speciaal kerstrepertoire samengesteld en in de afgelopen weken gerepeteerd met elkaar, wat ik natuurlijk had gemist. Dus hebben we enkele liedjes geschrapt, of besloten die Alexandra solo te laten spelen waarbij ik op de tamboerijn improviseerde. En heb ik erop gegokt dat ik de klassieke kerstliedjes zoals ‘De herdertjes lagen bij nachte’ en ‘Hoe leit dit kindeke’ ook wel zonder oefenen op de doeldelzak kon spelen. Het was soms even hard nadenken over op welke noot ik het lied dan moest beginnen, maar het ging best goed! Ik bleek alleen van één liedje vergeten te zijn hoe het B-deel ging (volgens mij hebben we dat vroeger nooit gezongen en heb ik het dus ook nooit geleerd…) maar ik heb het ter plekke opgepikt en volgens mij merkte het publiek er niks van.
Screenshot uit een Instragram-filmpje van Joerg Korte
Het publiek reageerde in ieder geval enthousiast. Hoewel er niet veel applaus werd gegeven, kregen we wel veel bekijks met onze Victoriaanse outfits (we waren de enige… vroeger waren daar echt wel meer mensen in zulke kostuums en meer Dickens-stijl aankleding) en bovendien hebben we een nieuw dagrecord aan donaties in ons visitekaartjesbakje gekregen: dik €105,-! Blijkbaar nodigt de kerstsfeer uit tot gulheid. (Toegegeven: we waren aan het eind van de dag ook wel tactisch in de straat van de Duitse uitgang van de middenplaats gaan staan, omdat we weten dat Duitsers doorgaans guller zijn dan Nederlanders. )
Het optreden was ook een vuurdoop voor mijn nieuwe Dickens-outfit. Ik had hem eigenlijk eerst maar een paar uur aan willen hebben om uit te proberen of hij goed genoeg zat voordat ik er een complete dag in ging rondbanjeren, maar ook dat moest maar. Gelukkig werkte die helemaal prima! De baleinen van het lijfje staken niet in mijn vel, ik kon er prima in bewegen, de mantel was absoluut warm genoeg (al heb ik hem niet rond vriestemperatuur kunnen testen, want het was zo’n 9 graden), de schoenen werden niet pijnlijk, en hoewel de bonnet enige tunnelvisie veroorzaakte en ik dus liever aan de zijkant in plaats van in het midden van mijn bandgenoten stond om contact te kunnen houden, zat ook die verder niet in de weg bij het doedelzak spelen. Hoera!
We hadden ook geluk met het weer, want niet alleen was het niet ijskoud, de regen hield na een uur spelen op en bleef weg. En dat eerste uur hebben we het overdekte podiumpje kunnen claimen, omdat rond die tijd nog geen versterkte band erop was ingepland, dus ook toen hebben we droog kunnen spelen.
Al met al was het dus een succesvol optreden. Maar hopelijk is Flip volgende week, als ze weer daar moeten spelen, weer beter want dan heb ik écht andere dingen te doen!
“It’s not a costume if it’s not finished at the last minute” is een uitspraak waar ik me nooit in kon vinden. Ik haat last-minute een outfit in elkaar moeten flansen, dus doorgaans begin ik keurig op tijd. Helaas was dat niet het geval bij mijn Dickens-kostuum.
Twee jaar geleden bedacht ik dat ik een Victoriaanse outfit van rond 1840 nodig had. Met De Soete Inval spelen we wel eens op kerstmarkten in die stijl en hoewel ik nog nooit mee was geweest (want het is voor mij erg ver rijden voor één dagje spelen en ze kunnen het op zich prima zonder me), zou het er vast een keer van gaan komen. Ook leek het me erg leuk om eens een keertje als bezoeker naar zo’n Dickens-festijn te gaan – maar dan wel geheel in stijl. Dus maakte ik een ontwerpje voor het kostuum dat ik wilde hebben en sloeg ik een patroon en stof in.
Destijds kon ik helaas geen katoen vinden met een kleur en opdruk die Victoriaans oogde. Ik besloot dan maar te gaan voor (vermoedelijk) polyester dat wel de juiste kleur en print had, en een beetje als zijde oogde. Uitgangspunt was toch niet om de outfit 100% historisch correct te maken, want ik wilde ook een mantel met bont en dat ging dus sowieso nepbont worden.
Het spul bleef vervolgens liggen, want het kwam er gewoon niet van doordat allerlei andere projecten (met een concrete deadline) voorrang hadden.
Eind vorig jaar schopte ik mezelf onder mijn hol en waagde ik een tweede poging om een outfit te hebben om naar een Dickens-kerstmarkt aan te kunnen, want dat jaar zou ik daadwerkelijk meegaan met De Soete Inval (als vervanging van een geblesseerd bandlid). Ik slaagde erin om zowel een bonnet, mantel als corded petticoat te maken. Hoera!
Maar dat was natuurlijk niet genoeg. Er moest ook nog een rok en lijfje komen, maar dat redde ik niet. Maar het gaf niet, want ons optreden moest vanwege ziekte in zijn geheel worden afgezegd. Weer geen kerstmarkt dat jaar dus.
Dit jaar deed ik een nieuwe poging. Want ik vond het schandalig dat ik al 2 jaar die stof op de plank had liggen, en stom dat ik kostuum-onderdelen had liggen die ik niet kon dragen. Bovendien had ik nu een concreet plan: ik wilde graag naar het Dickens-festijn in Druten. Om de hoek bij Nijmegen, op een dag dat ik kon, en mijn vriendje zou er ook spelen met zijn bandje. Helaas had de organisatie geen budget meer om De Soete Inval ook in te huren, maar dat gaf niet, ik kon gewoon als bezoeker gaan en mijn bandgenootjes werden die dag weer voor de kerstmarkt in Bourtange geboekt. Extra voordeel: ik kon het kostuum daar de vuurdoop geven, want ik zou maar een paar uur op dat evenement zijn. Mocht er iets niet goed aan zijn, dan had ik voldoende tijd om het te fixen voordat ik het een complete dag of zelfs weekend aan moest tijdens een optreden.
In november had ik een weekje vrij genomen en ik besloot die week aan de outfit te besteden. Een week moest toch wel genoeg tijd zijn voor een rok en lijfje?
Dat viel tegen… Het naaiwerk was het probleem niet, maar het patroon wel. Aan de kennis die ik tijdens mijn coupeuse-opleiding had opgedaan, had ik niet zoveel, want Victoriaanse kleding zit echt heel anders in elkaar dan moderne. Ik had daarom twee patronen gekocht: Laughing Moon 114 en Truly Victorian 454. Met het idee om een van die patronen als basis te gebruiken en vervolgens aan te passen, want ik wilde een paar plooien in het lijfje hebben, maar kon geen patroon vinden dat precies was zoals ik het wilde hebben.
De inspiratiebronnen voor mijn outfit:
En dan met name dit soort plooien
Helaas had ik na lang wikken en wegen het Laughing Moon-patroon gekozen als basis, maar daarin zaten al zo veel aanpassingen ten opzichte van een grondpatroon, dat ik er hoofdpijn van kreeg om die eerst allemaal terug te moeten brengen en vervolgens nieuwe aanpassingen toe te voegen. Wanhopig en tevergeefs maakte ik meerdere proefmodellen uit reststof die ik op mijn paspop probeerde te modelleren.
Na veel frustraties en twee compleet verspilde vrije dagen, gooide ik alle uitgeknipte en aangepaste patroondelen en proefmodelletjes weg en begon ik geheel opnieuw, maar nu met het Truly Victorian-patroon als basis. Ook dat aanpassen was een uitdaging en lukte niet in 1x – uiteindelijk heb ik de plooien wederom deels gemodelleerd met behulp van mijn paspop. Mijn bedoeling was dat de lijntjes in de stof steeds schuiner gingen lopen ten opzichte van midden-voor, maar ze zijn recht blijven staan. Soit. Het resulteerde ditmaal in ieder geval wel in een lijfje dat mooi aansloot om mijn lichaam.
Naast de plooien, decoreerde ik de randen van het lijfje met zelfgemaakt biaisband:
En via Marktplaats.nl vond ik een gekantklost kraagje dat er prachtig bij paste!
De rok was gelukkig simpel qua patroon: gewoon een rechthoekige lap stof. De uitdaging zat in het reduceren van de breedte van 4,5 meter tot een tailleband van slechts 78 cm met behulp van ‘cartridge pleats’, die ik allemaal met de hand vaststikte…
Uiteindelijk zat de hele outfit dan toch in elkaar. Niet gered in het weekje vrij, vanwege de tijdsverpilling aan het patroonontwerp. Het slokte daarom veel te veel tijd in de weken erna op, waardoor andere dingen bleven liggen. Maar afgelopen zaterdag, welgeteld één dag voor het Dickens-festijn in Druten, was het klaar! Hoezee, ik kon gaan!
(Let niet op mijn ongestijlde haar; helaas heb ik niet genoeg lengte meer voor een Victoriaans kapsel )
En toen kreeg ik een appje van De Soete Inval: een van de bandleden had moeten afzeggen. Of ik zondag alsjeblieft kon invallen bij het optreden in Bourtange…?
*zucht* Blijkbaar heeft het zo moeten zijn.
Bestede tijd: 25 uur en een kwartier (exclusief 13,5 verspilde uren aan niet werkende patronen, en 4,25 uur aan een wel werkend patroon) Kosten: €67,50 (€32,50 voor de gestreepte stof, €13 voor de knopen, €5 voor het kraagje, €17 voor het patroon. Stof voor de voering, baleinen en garen had ik nog liggen.)
Wat helaas niet meer op tijd is gelukt, is ook nog een bijpassende petticoat naaien. Voorlopig draag ik de petticoat die ik bij mijn1865–outfits draag. Die hoort dus over een wijdere, ovaalvormige hoepel en piept daarom onder deze rok uit. Om toch iets draagbaars te hebben voor het evenement, heb ik de onderste rand snel eventjes met een lange steek omgenaaid. Dat kan ik zo weer lostornen als ik hem onder de oorsponkelijke rok wil dragen.
Het totaalplaatje van de outfit met mantel, bonnet, petticoat en corded petticoat (en, onzichtbaar, mijn ‘nieuwe’ Victoriaanse laarsjes, die ik voor een LARP kocht dat niet doorging) ziet er zo uit:
(Nee, je zit inderdaad hélemaal niks meer van die met bloed, zweet en tranen in elkaar gevloekte blouse. Maar het is toch wel fijn om iets moois eronder te dragen als je naar binnen gaat en de mantel even uit gaat. )
Ik ben helaas nog steeds niet niet tevreden over de mantel. Nadat ik hem vorig jaar had gemaakt, heb ik nog wat aanpassingen gedaan aan de bontrand bij de hals, om die subtieler te laten vallen. Maar het capeje is in zijn geheel nog steeds te lomp en het ding valt bij de kont niet mooi. Ik ga op een later moment proberen de bontrand eraf te tornen en het capeje wat inkorten en die bontrand wat versmallen. Hopelijk helpt het voldoende, maar ik vrees eigenlijk dat het hele ding opnieuw moet om een mooie valling te krijgen. Deze mantel heb ik namelijk niet gebaseerd op een gekocht patroon, maar zelf getekend, zonder enig inzicht in hoe ze die dingen destijds maakten. En dat zie je er natuurlijk gelijk aan.
Hoe het wél moet
Het volgende op de to-do-list is dus de mantel aanpassen en een passende petticoat erbij naaien. Er is altijd iets te doen… kama yaya yippee yippee yeah! (Maar het zou me niets verbazen als ik dat pas in december 2024 last-minute ga doen… )
Vanwege mijn uitje naar de Winter-Efteling had ik geen tijd om erover te bloggen, maar zaterdagavond deed ik ook al wat leuks: fusion dance!
Fusion dancing is het combineren van meerdere dansstijlen, zodat je een soort improvisatiedans krijgt met je danspartner, vooral ingegeven door wat je in de muziek hoort.
Aangezien ik tijdens mijn middelbareschoolperiode jarenlang aan stijldansen heb gedaan, ik inmiddels al nog veel meer jaren balfolk dans, ik ooit op een blauwe maandag wat streetdance-lessen heb gehad én ik ooit een beginnerscursus tango dansen deed (en, vooruit, ook één lesje ‘sexy movements‘ 😛), vermoedde ik dat ik dat wel aan zou kunnen en leuk zou vinden. De workshop voorafgaand aan de dansavond sloeg ik daarom over, maar voor de zekerheid sleepte ik wel Koen, een van mijn favoriete danspartners, ook mee, want die is nog veel meer thuis in verschillende dansstijlen en sleurt me vaker de vloer op voor improvisatiedansjes.
De fusion dansavond vond plaats in een mooie tangolocatie in Arnhem waar ik al één keer eerder was geweest en was inderdaad een succes! Ik heb vooral met Koen gedanst (en regelmatig zitten prutsen en struikelen, en hard gelachen 😄), maar heb ook diverse dansjes met andere partners gedaan, zowel met bekenden als enkele mensen van wie ik geen idee had wat voor dansachtergrond ze hadden – best spannend! Ik had eigenlijk ook nog wel wat dansjes willen leiden, maar dat kwam er helaas niet van. Dus dat wordt mijn ogen open houden voor een volgend fusion-event in de buurt!